,

Opruimen zwerfafval en de onbetrouwbaarheid van tellingen

Amsterdam, 2 mei 2018 – Steeds meer mensen rapen zwerfafval op. Ze doen dat op weg naar school of werk of combineren het met joggen. “Ploggen” (plastic joggen) is zelfs een nieuw werkwoord geworden.

Maar wie blijft nog opruimen? Die vraag stelde GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger onlangs tijdens een statiegelddebat in de Tweede Kamer. Invoering van statiegeld is afhankelijk gemaakt van de vraag hoe schoon de openbare ruimte in het najaar van 2020 is. Wie opruimt, helpt er dus aan mee dat statiegeld niet wordt ingevoerd.

De invoering van statiegeld is uitgesteld en het bedrijfsleven krijgt opnieuw het voordeel van de twijfel om aan te tonen dat langs een andere manier het aantal plastic flesjes in het milieu met minimaal 70% gereduceerd kan worden. En dus hoor je oprapers verzuchten: “Dáár werken we niet aan mee, want wanneer wij blijven opruimen wordt de omgeving schoner en dat betekent dat statiegeld niet zal worden ingevoerd.”

Beïnvloeding van tellingen door gedrag speelt ook een rol bij de Nederlandse uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). De Europese lidstaten stellen beleid op om de gewenste “goede milieutoestand” van kustwateren te bereiken. Die moet in 2020 gerealiseerd zijn. Om aan te kunnen tonen wat de trend aan zwerfvuil is, kijkt Nederland wat er aan afvalitems op het strand aangetroffen wordt. Daartoe zijn referentiestranden aangewezen in de gemeenten Bergen, Noordwijk, Veere en Terschelling. Deze stranden mag het publiek dus niet schoonmaken, want dat beïnvloedt de uitkomst.

Maar de stranden zijn wel vrij toegankelijk en veel wandelaars nemen tegenwoordig een vuilniszak met zich mee om al wandelend het strand op te ruimen. In het meest recente beleidsstuk, het Ontwerp Mariene Strategie (deel 1), stelt de overheid met onverholen trots dat er minder afvalitems aangetroffen worden op de referentiestranden. Maar er staat geen woord over de kans dat dit komt door recreanten die dat zwerfvuil oprapen.

Rijkswaterstaat heeft in 2007 een monitoring-systematiek voor het zwerfafval in Nederland ontwikkeld. De statistische bruikbaarheid van deze systematiek is een wezenlijk uitgangspunt om later te kunnen vaststellen of gewenste reductiedoelen gehaald zijn. Het is essentieel dat er een robuust monitoringssysteem komt dat rekening houdt met onvoorziene effecten en niet alleen gebruikt wordt als ijkpunt om al dan niet statiegeld in te voeren. Ook voor na 2020 is een goed monitoringssysteem onontbeerlijk.

De Plastic Soup Foundation roept alle rapers op om, ondanks hun gezonde weerstand, zwerfvuil gewoon te blijven opruimen, maar dan wel de App te gebruiken die binnenkort beschikbaar komt. Met deze App kun je de merken van de flesjes en blikjes registreren. Vervolgens kan eenvoudig worden vastgesteld welke producenten van dranken en waters voor het zwerfvuil verantwoordelijk moeten worden gehouden. Ook als het gebruikte monitoringsysteem onvoldoende zou zijn.


Lees ook: Plastic Soup Foundation hekelt overheidsbeleid “goede milieutoestand”.