Zwerfafval wat langs de rivieren gevonden wordt. Een veel gevonden item: kleine plastic flessen.

Plan Afvalfonds mikt op meerdere strategieën om statiegeld te omzeilen

Amsterdam, 18 juli 2018 – Statiegeld is een uitermate effectief middel in de strijd tegen plastic zwerfflesjes en blikjes. Desondanks houdt het bedrijfsleven de invoering van statiegeld op kleine drankverpakkingen al jarenlang met succes tegen. Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Stientje van Veldhoven (D66) besloot begin dit jaar uitbreiding van statiegeld afhankelijk te stellen van te halen doelen en kwam het bedrijfsleven daarmee tegemoet door voorlopig geen statiegeld in te voeren op de kleine plastic flesjes. Ze schreef 10 maart aan de Tweede Kamer dat een extra statiegeldmaatregel pas zal worden ingevoerd als in het najaar van 2020 blijkt dat de afgesproken doelen niet zijn gehaald. Dat wil zeggen: een recyclingpercentage van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductie van die flesjes in het zwerfafval met 70-90%. Blikjes vallen hier nog buiten.

Het verpakkende bedrijfsleven moet, aldus dezelfde brief, na onafhankelijke toetsing uiterlijk in het najaar van 2020 aantonen dat de gestelde doelen “met andere maatregelen overtuigend zijn gerealiseerd”. Over die andere maatregelen bestaat veel onduidelijkheid. Afgelopen maand informeerde Van Veldhoven de Kamer opnieuw. Uit de brief aan de Kamer blijkt dat het Afvalfonds in april aan haar een “aanzet voor een brede aanpak” heeft gepresenteerd. Het uitgewerkte plan, waarmee het bedrijfsleven de gestelde doelen wil realiseren en uitbreiding van statiegeld wil voorkomen, zal pas eind 2018 gereed zijn. Als bijlage stuurde de staatssecretaris de genoemde aanzet alvast naar de Tweede Kamer.

Het bedrijfsleven wil intensiever samenwerken met alle betrokken partijen om de gestelde doelen via een vier-sporen-aanpak te halen. Wat behelst de aanpak van het Afvalfonds?

Het eerste spoor heet privaat spoor. “Toonaangevende bedrijven hebben aangegeven een serieuze bijdrage te willen leveren aan het terugdringen van (plastic) zwerfafval (…). De plannen om dit integraal aan te pakken worden gezamenlijk richting uitvoering gebracht”. Een “high level bijeenkomst waar de CEO’s van deze toonaangevende bedrijven zich committeren aan een gezamenlijk plan” moet echter nog plaatsvinden. Uit dit private spoor blijkt vooralsnog een groot gebrek aan ambitie, want als de CEO’s zich werkelijk willen committeren, zou dat allang zijn gebeurd.

Het tweede spoor is het innovatiespoor. Ingezet wordt op het na-scheiden en recyclen van kleine PET-flesjes uit zwerfafval, zonder dat aangegeven wordt hoe die uit het zwerfafval worden gehaald. Verder gaan het Kennisinstituut Duurzame Verpakkingen en NederlandSchoon “met een aantal bedrijven aan de slag om hun verpakkingen minder zwerfafvalgevoelig te maken”. Verpakkingen worden dus opnieuw ontworpen. Er staat echter niets specifiek over het herontwerpen van kleine plastic flesjes.

Het derde spoor is publiek-privaat. Scholen en verenigingen hebben in het kader van de pilot Schoon Belonen letterlijk hun eigen straatje schoongehouden, althans dat was de bedoeling. Nu wil het bedrijfsleven Schoon Belonen 2.0 uitrollen. Schoon Belonen was op zijn best effectief in de directe omgeving van maatschappelijke organisaties, maar heeft niets bijgedragen aan een structureel schoner land. Het is volstrekt onduidelijk hoe 2.0 dat ineens wel voor elkaar krijgt en de reductiedoelstelling helpt te halen.

Het vierde spoor – tot slot – is het publiek spoor. Gemeenten moeten zorgen voor een effectievere aanpak, bijvoorbeeld door het plaatsen van meer afvalbakken, slimmer schoonmaken en betere handhaving. Gemeenten geven nu echter al tien keer zo veel uit aan het opruimen van zwerfafval dan de bedrijven zelf doen via NederlandSchoon. Als het bedrijfsleven daadwerkelijk wil inzetten op een intensievere samenwerking met alle partijen moet het kiezen voor een kostenneutraal statiegeldsysteem voor flesjes en blikjes. Dat leidt tot een reductie van het zwerfafval van zo’n 40% van het volume én tot kostenreductie voor gemeenten.

In het nog niet uitgewerkte plan van het Afvalfonds staat geen enkele concrete suggestie die enig vertrouwen biedt dat de gestelde doelstellingen zonder uitbreiding van statiegeld gehaald kunnen worden. De rest van 2018 zal worden benut om “concrete activiteiten uit te werken en de effecten te testen”. Vervolgens moeten die concrete activiteiten in het voorjaar van 2019 worden ingezet en volgt monitoring van de resultaten een jaar later, voorjaar 2020. Die acties moeten dus zó effectief zijn dat de doelstellingen in één keer worden gehaald.

Het algehele beeld dat uit de vier-sporen-aanpak naar voren komt, is dat met dit plan de doelstellingen nooit gehaald zullen worden en dat statiegeld (met enkele jaren vertraging) alsnog wordt ingevoerd op kleine flesjes. Het Afvalfonds volgt echter nóg een strategie om uitbreiding van statiegeld te voorkomen.

Duidelijk is dat straks alles afhangt van de uitkomst van de onafhankelijke validatie van de bereikte resultaten. In het najaar van 2020 gaat Rijkswaterstaat namelijk vaststellen of de gestelde doelen gehaald zijn. Daarvoor is een monitoringsprotocol opgesteld en wordt een onafhankelijke statistische deskundige ingeschakeld. De uitkomst zal bepalend zijn voor de vraag of statiegeld wordt uitgebreid of niet.

Het Afvalfonds trekt dit monitoringsprotocol bij voorbaat in twijfel. Het heeft de staatssecretaris namelijk al laten weten dat adviesbureau PwC opdracht krijgt om een contra-expertise uit te voeren. Want als de meetmethode niet deugt, kun je nooit vaststellen of de reductiedoelstelling al dan niet is gehaald. Dan moet een nieuwe monitoringsmethode worden vastgesteld, wat weer jarenlange gewenste vertraging kan opleveren.

Het is vooral aan de staatssecretaris om haar rug recht te houden en geen enkele ruimte meer te bieden voor verder uitstel.

Lees ook: Voordelen uitbreiding statiegeld enorm groot

Lees ook: Lobby tegen statiegeld “stribbelt mee”