,

Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s

Amsterdam, 8 november 2018– Om plastic producten hard te maken, gebruik je verstevigende stoffen zoals Bisfenol A (BPA). Om plastic juist zacht en buigzaam te krijgen, gebruik je weekmakers zoals ftalaten. Beide groepen chemische stoffen worden er sterk van verdacht onze hormoonhuishouding te verstoren. Iedereen, jong en oud, wordt er voortdurend aan blootgesteld en niet alleen door plastic producten. Blootstelling aan hormoonverstorende stoffen wordt zelfs met ongeveer tachtig ziekten in verband gebracht, waaronder zaadbalkanker, obesitas en voorplantingsstoornissen.

Aan de reeks van studies die wijzen op de schadelijkheid van deze stoffen, kan er nu weer één worden toegevoegd. Zweedse en Amerikaanse onderzoekers hebben urine van zwangere vrouwen op de aanwezigheid van ftalaten onderzocht. De uitkomsten werden gerelateerd aan de woordenschat van hun kinderen toen deze dertig maanden oud waren. Minder dan 50 woorden werd beschouwd als een achterstand in de taalontwikkeling. Er bleek aan beide zijden van de oceaan een significant verband tussen de aanwezigheid van twee specifieke ftalaten en taalachterstand. CNN bericht over dit onderzoek.

Dat vooral zwangere vrouwen een risicogroep vormen, is al veel langer bekend. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeerde in een rapport dat de blootstellingsnormen voor BPA moeten worden aangescherpt, vooral bij zwangere vrouwen en jonge kinderen. In plaats van strengere wetgeving kwam toenmalig minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid in maart 2016 met de toezegging aan de Tweede Kamer dat de voorlichting aan zwangere vrouwen en jonge moeders die de borst geven zou worden uitgebreid. Dat zou zij doen samen met het RIVM, het Voedingscentrum en VeiligheidNL.

De Zweedse en Amerikaanse onderzoekers doen ook enkele aanbevelingen om risico’s te vermijden: “Buy less processed meat, use alternatives to plastic when possible, and avoid microwaving food or beverages in plastic when possible”. De resultaten van hun studie onderstrepen het belang van voorlichting. Is na de toezegging van de minister die voorlichting in Nederland inderdaad verbeterd?

Op de site van VeiligheidNL is er niets over vinden. Het Voedingscentrum zegt dat “het van belang is dat de blootstelling aan BPA voor zwangeren, vrouwen die borstvoeding geven, pasgeborenen en jonge kinderen zo laag mogelijk is”. Maar ook: “Kijk je naar alle producten samen [waarin BPA verwerkt is], dan ligt de hoeveelheid die je als consument binnenkrijgt ver onder de huidige gezondheidslimiet.” Het RIVM heeft de voorlichting in 2017 wel uitgebreid, maar de adviezen om hoge inname van mogelijk hormoonverstorende stoffen te voorkomen, zijn uiterst mager en algemeen. Ze lezen als een open deur: “Eet gevarieerd, gebruik producten volgens de gebruiksaanwijzing en vermijd situaties waarin je langdurig dezelfde stoffen binnenkrijgt.”

Daarmee moeten zwangere vrouwen het doen. Een belrondje leert nog dat consultatiebureaus geen specifieke voorlichting geven over het vermijden van blootstelling aan BPA en/of ftalaten. Dat betere voorlichting wel degelijk kan, laat Denemarken zien. Hoe het daar toegaat, staat samengevat in een rapport van Wemos.

Minister Schippers van Volksgezondheid koos in 2016 voor betere voorlichting in plaats van strengere wetgeving. De conclusie kan geen andere zijn dan dat die voorlichting niet van de grond is gekomen. Des te belangrijker is het dat de aanbevelingen in het Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie opgevolgd worden. Dit plan, opgesteld door Wemos en mede ondertekend door de Plastic Soup Foundation en de Stichting Tegengif, werd afgelopen september gepresenteerd aan de Tweede Kamer.


Lees ook: Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie

Lees ook: Ziekenhuizen moeten BPA-vrij.