Oproep aan Kabinet: verbied plastic confetti

Amsterdam, 25 januari 2019 – Van 3 tot en met 5 maart is het weer carnaval. Hoeveel confettikanonnen zullen er dit jaar worden afgeschoten? Na afloop liggen straten en pleinen bezaaid met duizenden kleine stukjes plastic die nauwelijks op te ruimen zijn. Allemaal microplastics met vrolijke kleurtjes die met opzet de lucht in waren geschoten voor de leut.

Het is betreurenswaardig dat de rijksoverheid hier nog altijd geen paal en perk aan heeft gesteld. De overheid heeft de mond vol van het voorkomen van plasticsoep, maar houdt zich over plastic confetti stil. Net als bij het oplaten van ballonnen laat ze beleid liever over aan gemeenten. Daardoor ontstaat de ongewenste situatie dat je in de ene gemeente het milieu wel mag vervuilen met plastic confetti en in de andere gemeente niet.

In Amsterdam heeft de gemeenteraad een jaar geleden bij de vaststelling van een nieuw evenementenbeleid ermee ingestemd dat op evenementen onder andere geen plastic confetti meer mag worden gebruikt. Volgens het Concept Evenementenbeleid van de gemeente Noordenveld in Drenthe “worden er geen wens/feestballonnen opgelaten en geen gebruik gemaakt van een confettikanon.” Andere gemeenten vermelden in de afgegeven evenementenvergunningen dat plastic confetti niet wenselijk is. Het is volstrekt onduidelijk in hoeverre hierop gehandhaafd wordt.

Om hieraan een eind te maken is onlangs een petitie gestart van burgers en vrijwillige afvaloprapers. Daarin wordt de minister verzocht om een landelijk verbod in te stellen op de verkoop van plastic confetti en serpentine en (feest)artikelen die plastic snippers bevatten. Teken hier de petitie en lees hier meer achtergrondinformatie.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Het ligt volkomen in de lijn met het beleid van de Europese Unie om er nu alles aan te doen eenmalig plastic uit het milieu te houden. Voor confetti bestaat geen enkel excuus, wel biologisch afbreekbare alternatieven. Wij roepen iedereen op de petitie te tekenen en de minister om spoedig met een landelijk verbod te komen.”