Blogs van gastredacteuren over alles wat met plastic soup te maken heeft.

,

De (on)schuld van plastic

Op een stormachtige oktoberdag kwamen plasticdeskundigen uit de hele wereld naar Amsterdam. Ze hadden het over de vraag hoe slecht plastic voor onze gezondheid is. Zoals het wetenschappers betaamt, hielden ze zich nauwlettend bij de feiten.

De wetenschappers stelden bijvoorbeeld vast dat in veel plastic producten kankerverwekkende weekmakers zitten. Ook hebben ze kunnen meten dat we continu plastic microvezels inademen en dat die vezels waarschijnlijk in onze longen belanden, met weekmakers en al. Of dát ook kanker kan veroorzaken, konden ze niet met zekerheid stellen. Dat is nog niet aangetoond.

Ze lieten zien hoe menselijke immuun-cellen op een laboratoriumschaaltje helemaal van slag raken als ze er een flinke dosis kleine plastic deeltjes bij gieten: de immuun-cellen proberen die deeltjes in te kapselen, alsof het ziekteverwerkers zijn, maar leggen vervolgens zelf het loodje. Ook nu lieten de wetenschappers zich niet tot snelle conclusies verleiden: een mensenlijf van vlees en bloed is nog wat anders dan een laboratoriumschaaltje.

Er waren schokkende beelden van kinderen in verre landen die dag in dag uit op smeulende vuilnisbelten ronddolen, in giftige dampen van verbrand plastic, maar het ontbrak aan getallen over hoeveel kinderen daar ziek van worden en of dat door die dampen komt.

Hoewel de meeste wetenschappers geen oordeel wilden vellen, stapelden de verdenkingen over kwalijke  gedragingen van plastic zich in de loop van de dag op. In gedachten zag ik hoe Plastic geboeid de rechtbank werd binnengeleid, door een haag van luid protesterende voor- en tegenstanders. Na een ellenlange zitting, waarin aanklager en verdediging een overdaad aan feiten en fake in de strijd gooiden, las de rechter de uitspraak voor. Wie in Nederland verdacht wordt van een slechte daad, blijft onschuldig tot het tegendeel bewezen is, zo begon zij haar verklaring.

Gelukkig maar, dacht ik, ik moet er niet aan denken dat ik onverdiend in het cachot beland, of mijn vader, zus, vriend of buurvrouw. Liever neem ik het risico dat echte slechteriken soms op vrije voeten blijven bij gebrek aan waterdicht bewijs.

Maar plastic is geen mens, realiseerde ik me met een schok toen de rechter haar uitspraak met een ferme hamerslag bekrachtigde.

Wetenschappers mogen – nee, moeten – nog twijfelen over de onschuld van plastic, maar voor politici ligt dat anders. Zij kunnen – nee, ze moéten – afwegen wat erger is: dat plastic misschien onterecht in de ban wordt gedaan (wat groot ongemak geeft) of dat de bevolking misschien wordt blootgesteld aan ernstige gezondheidsgevaren (wat grote narigheid geeft)?

Makkelijk is zo’n oordeel niet. Plastic is hygiënisch, licht van gewicht, CO2-vriendelijk te produceren en ook nog eens ontzettend goedkoop. Geen wonder dat het niet meer weg te denken is uit onze huizen, auto’s, kleding en koelkast. En juist daarom zijn de mogelijke gezondheidsrisico’s zo zorgelijk.

Terwijl ik aan het eind van die stormachtige oktoberdag naar huis fietste, kwam ik tot een uitspraak: er zijn te veel twijfels over de onschuld van plastic om het vrijuit te laten gaan. Liever zie ik dat we plastic nu uit voorzorg uit ons leven verdrijven, al is er een heel kleine kans dat wetenschappers over een jaar of twintig alsnog de onschuld van plastic bewijzen. Ik moet er niet aan denken dat ik, of mijn vader, zus, vriend en buurvrouw en alle kinderen en hun kinderen in verre en nabije landen, nare ziektes van plastic krijgen, terwijl we met alle voorzichtige aanwijzingen van wetenschappers nu al weten dat plastic misschien wel een echte slechterik is.

 

Renske Postma

Foto: Jeroen Gosse

 

Moet ik mijn fleecetrui meteen weggooien?

In de tv-uitzending van Radar van 7 oktober zei onze directeur Maria Westerbos tegen presentator Antoinette Hertsenberg: ‘Fleece? No way, weg ermee.’ En toen ontspon zich bij de Plastic Soup Foundation een discussie. Want, wat is eigenlijk de meest milieuvriendelijke manier om met je oude fleece truien om te gaan? Geen makkelijke vraag.

________

Moet ik mijn fleecetrui meteen weggooien?

Fleece ofwel ‘polar fleece’ is eind jaren zeventig uitgevonden als een lichtgewicht vervanger van wol en houdt ons in de winter lekker warm. Maar het imago van fleece begint barsten te vertonen. Fleece wordt namelijk meestal gemaakt van polyester, een synthetische stof. En synthetische kleding vormt een bedreiging voor ons milieu en, zoals we sinds kort weten, ook voor de menselijke gezondheid.

Wat kleding van polyesterfleece zo milieuonvriendelijk maakt is de manier waarop fleece wordt geproduceerd: fleecegaren is erg zwak omdat de vezels zo kort zijn en het breekt dus makkelijker af dan andere garens. Alleen al bij het dragen en wassen van fleece komen miljoenen plasticvezels vrij die in het milieu en de lucht om ons heen terechtkomen. Zo is meer dan een derde van de microplastics in de oceaan afkomstig van synthetische kleding. Ook bevinden zich plastic microvezels in ons voedsel, ons water en de lucht die we inademen.

Sta je al klaar om je fleecetrui of -vest weg te gooien? Wacht nog even! Er zijn ook andere dingen die je kunt doen om jezelf en het milieu te beschermen.

Dit kan je doen:

  • Verander je was gewoonten: was je fleecetrui minder vaak en als je hem écht moet wassen, was hem dan op een lage temperatuur, gebruik vloeibaar wasmiddel in plaats van poeder, voeg wasverzachter toe, vermijd lange wasbeurten en gebruik geen droger. Ga voor meer tips naar onze website oceancleanwash.org
  • Gebruik een wasmachinefilter: voorkom dat de plasticvezels die zich in je huis bevinden de oceaan bereiken door een add-on PlanetCare-microvezelfilter aan je wasmachine te koppelen. Dit filter houdt (bewezen!) 90% van de synthetische vezeltjes tegen
  • Overweeg om minder nieuwe kleding te kopen en je oude kleding zo lang mogelijk te bewaren. De eerste paar wasbeurten van kleding zijn het meest milieuvervuilend
  • Koop nooit heel goedkope fleece producten. Hiervan zijn de vezels extra breekbaar
  • Overweeg om je oude fleece en andere oude kleding te doneren. Als je een oude fleecetrui weggeeft, voorkom je dat andere mensen een nieuwe kopen
  • Zoek recyclinginitiatieven voor textiel bij jou in de buurt: er zijn enkele projecten waarbij oude kleding wordt gerecycled tot nieuw materiaal voor nieuwe kleding.

Laura Díaz Sánchez – Microfiber campaigner


Voor meer informatie ga naar de campagne website Ocean Clean Wash.

 

Nylon kousen in je longen

In een Deens appartementje, leuk ingericht, zit een dame aan een keukentafeltje. Ze is alleen. Onbewogen staart ze naar de lege stoel tegenover haar, terwijl ze rustig in- en uitademt. Een hele dag en een hele nacht blijft ze zo zitten. Dan wordt ze opgehaald en naar een ander appartement gebracht. Ook leuk ingericht, maar in een heel andere stijl. Opnieuw zit ze precies 24 uur zwijgend aan tafel, ritmisch ademend, tot ze weer wordt weggevoerd.

Het zou een script voor een spannende film kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is een wetenschappelijk experiment met in de hoofdrol een robotdame. Onderzoekers schroeven na iedere sessie in een appartement haar robotlongen open en halen er een ragfijn filter uit. Met een ingenieus apparaat analyseren ze de microscopisch kleine deeltjes die op het filter zijn achtergebleven.

Het filter geeft een verbijsterend beeld van wat we binnenshuis zoal inademen. Verreweg de meeste deeltjes blijken piepkleine stukjes huid te zijn. Nooit heb ik erbij stilgestaan dat ik mezelf inadem. Dat schampt langs kannibalisme en ik vind het geen smakelijk idee, maar goed, ik ben wel puur natuur. Op de tweede plaats staan textieldeeltjes van plantaardig of dierlijk materiaal, zoals katoen en wol. Ook mijn lakens en het vloerkleed adem ik blijkbaar in.

Maar het venijn zit in de staart. Naast huid en textiel vinden de onderzoekers ook ieniemienie stukjes plastic op het filter. Het blijken vooral vezels van polyester, nylon en andere kunststoffen te zijn. Die komen bijvoorbeeld uit kleding en gordijnen. De robotdame ademde er ongeveer tien stukjes per uur van in.

Als dat ook voor mij geldt, verzamelen zich dagelijks een paar honderd plastic vezels in mijn longen. Verontrustend,

want wat gebeurt daarmee? Op plastic kunnen chemische stoffen zitten die mijn hormoonhuishouding in de war brengen of kankerverwekkend zijn. De allerkleinste plastic deeltjes, micro- en nanoplastics, kunnen ontstekingen veroorzaken. Misschien kruipen de kleine plasticdeeltjes door het longweefsel en gaan ze in mijn lichaam zwerven?

De Deense onderzoekers houden allerlei slagen om de arm. Het is niet gezegd dat wat op het filter van de robotdame zit ook daadwerkelijk in mensenlongen komt. En het is niet precies bekend wat plastic aanricht als het daar eenmaal belandt.

Deze spannende film heeft dus nog een open eind. Als ik langs mijn klerenkast loop, hoor ik ongedurig gefluister. Mijn elegante nylon panty’s en sportieve polyester hardloopshirtjes vragen zich bezorgd af of er in de vervolgde scenes nog een rol voor hen is weggelegd. De houten vloer strekt zich zelfgenoegzaam uit en kraakt luidruchtig dat hij mijn ideale plasticvrije podium is.

Renske Postma

(foto: Jeroen Gosse)

Het blikje binnenste buiten

De omroepster meldt op geruststellende toon dat mijn trein over 15 minuten vertrekt. Geen punt, ik kan wel wat vertraging gebruiken. Het is warm en het wordt een lange reis, dus ik besluit een verkoelend drankje te kopen. Even later sta ik besluiteloos voor een enorm schap met honderden flesjes, blikjes en kartonnetjes. Gezond en minder gezond, groot en klein, in alle kleuren van de regenboog.

Op slag gaat mijn geweten zeuren. Had toch die grote tas meegenomen, dan had je eigen waterfles erin gepast en zou je deze rommel niet nodig hebben. Maar het is zoals het is en ik moet goed drinken, dat wordt me van alle kanten op het hart gedrukt. Daarom besluit ik een drankje zonder plastic verpakking te kiezen.

Plastic flesjes veeg ik in gedachte met een ferme zwaai uit het schap. Dat ruimt lekker op. De kartonnetjes zien er gezellig ouderwets uit, maar daar zitten melkproducten in en die gaan mijn dorst niet lessen. Bovendien staat me bij dat er aan de binnenkant plastic folie zit die lastig van het karton te scheiden is. Zo belanden mijn ogen bij de blikjes. Is dat dan de beste, plasticvrije keuze van dit schap?

Een paar dagen later vind ik het antwoord in een YouTube-filmpje van MEL Chemistry. Onderzoekers doen een eenvoudig experiment met een colablikje van een welbekend merk. Ze schuren de rode verf eraf tot het glimmende aluminium tevoorschijn komt, klikken het lipje omhoog en steken daar een stokje door. Daarmee hangen ze het blikje in een glazen beker. Ze vullen de beker met gootsteenontstopper, tot net onder de rand van het blikje. Twee uur later halen ze het stokje met het klipje omhoog.

Ik kan mijn ogen niet geloven. Het aluminium blikje is helemaal verdwenen, opgelost in het bijtende gootsteengoedje, maar de cola hangt nog in perfecte blikjesvorm onder het klipje. Een goocheltruc, een Lourdesachtig mirakel, een hologram? Dan zie ik het: de cola zit in een plastic zakje. Blikjes zijn eigenlijk verstopte plastic flesjes.

Dat is geen goed nieuws, want van alle drankverpakkingen eindigen blikjes verreweg het vaakst als zwerfvuil, op straat, in de natuur, in het water. Het is dus extra jammer dat de nieuwe regeling voor statiegeld niet voor alle drankverpakkingen geldt, maar alleen voor plastic flesjes. Het zou zomaar kunnen dat bedrijven massaal overstappen op blikjes als ze het statiegeldgedoe willen omzeilen. Dan belandt er misschien wel meer plastic in het milieu.

Dat is een extra goede reden om op 21 september mee te doen met World Cleanup Day, bedenk ik even later terwijl ik met een zwierige boog om een ingedeukt blikje fiets. Als ik die dag een uurtje zwerfvuil tel en invoer op de app Litterati, samen met collega-zwerfvuiltellers in ruim 160 landen, ontstaat een wereldwijde zwerfafval-database. Dan wordt glashelder hoeveel ingeblikte plastic flesjes een zwervend bestaan leiden.

Ik kijk naar boven en hoop op een omroepster met een geruststellende boodschap. De wereld kan wel wat vertraging gebruiken. Dan kan de minister de statiegeldregeling in alle rust uitbreiden naar alle drankverpakkingen. En dan kunnen bedrijven een fijn afbreekbaar alternatief voor plastic bedenken, zodat die regeling helemaal niet meer nodig is. Voor de zekerheid ga ik toch alvast op zoek naar die grote tas.

Renske Postma

, ,

Gevoelige feiten over plastic

Luister naar je gevoel. Het is het mantra van deze tijd. Maar mijn gevoel heeft het niet altijd bij het rechte eind, het zit er soms zelfs faliekant naast. Sterker nog, mijn gevoel heeft de onhebbelijke neiging zand in mijn ogen te strooien. Het verleidt me domme dingen te doen en daar nog een overtuigend verkooppraatje bij te verzinnen ook. Ik trap er maar al te gemakkelijk in.

Zo was ik verrukt toen ik na een lange zoekactie een heel verantwoord wollen fleecevest afrekende, helemaal plasticvrij. “Je hebt een geweldige slag voor het milieu geslagen”, jubelde mijn gevoel, terwijl ik op weg naar huis nog net voor sluitingstijd door een supermarkt holde en een in plastic gewikkelde komkommer greep. “Stel dat je een gewone fleece had gekocht, dan had je miljoenen plastic microvezels de lucht in geslingerd.”

Dat klopt, maar wat het gevoel er niet bij vertelde, was dat ik helemaal geen vest nodig had en dat wollen ding louter gekocht had om iets verantwoords te doen. Van milieubesparing was dus geen sprake. Ik had het milieu een grotere dienst bewezen als ik naar een winkel was gefietst met plasticvrije komkommers.

Alle kleine beetjes helpen, kletste mijn gevoel toen ik licht begon te twijfelen aan mijn goede daad. Het weerwoord borrelde pas op toen ik de volgend dag het zand uit mijn ogen wreef: het plasticprobleem gaat niet om kleine beetjes, maar over onvoorstelbaar grote hoeveelheden. Tussen de 8 en 12 miljard kilo plastic komt er jaarlijks in het milieu terecht.

Als we daar echt iets aan willen doen, moeten we vooral de grote vervuilers aanpakken. Dat kunnen we niet aan ons gemakzuchtige gevoel overlaten. Het gaat om feiten: wat zijn de grote bronnen? Wat is de top 10 van het plastic zwerfafval? Welke drankflessen, welke supermarkttassen, hoeveel sigarettenfilters? Als we weten waar het meeste zwerfplastic vandaan komt, kunnen we die bronnen efficiënt aanpakken.

Dat is precies het doel van de World Cleanup Day. Op 21 september gaan in meer dan 160 landen mensen de straat op om plastic zwerfvuil te spotten en op te ruimen. Met de app Litterati gaat dat heel gemakkelijk: je maakt een foto van ieder stukje zwerfafval dat je tegenkomt en hangt er tags met kenmerken aan. Thuis uploaden en klaar is kees. En dat afval natuurlijk meteen de prullenbak in.

Al die gegevens komen in een wereldwijde zwerfafval-database. Organisaties als de Plastic Soup Foundation gaan vervolgens met de grootste vervuilers in gesprek, bijvoorbeeld de supermarkten waarvan de meeste plastic tassen gevonden worden. Dan gaat er echt iets gebeuren.

Ik zet 21 september met uitroeptekens in mijn agenda en download Litterati alvast op mijn telefoon. Mijn gevoel jubelt dat dat hartstikke goed is. Ik glimlach en laat het maar even begaan.

Renske Postma

(foto: Jeroen Gosse)

,

Dweilen met de plastickraan open

Recyclen. Dat is nu echt een woord waar ik blij van word. Het klinkt als het vrolijke schjwiep-schjwiep-schjwiep van een springtouw met vederlichte meisjes in frisse zomerjurkjes die zingend op en neer veren. De moeiteloze beweging die eeuwig door kan gaan, het perpetuum mobile van Leonardo da Vinci. Recyclen klinkt naar gezond, zuinig en verstandig. Iets waar iedereen voor is en niemand tegen.

Bij recyclen denk ik aan de pompoenschillen, broccolistronkjes en al het andere groen dat overblijft in mijn keuken: ik stop het in de groene bak en koop het even later als compost terug om er mijn tuin mee te vertroetelen. Ik denk aan het kastje dat te klein werd voor alles wat ik wil bewaren. Het staat nu in de kringloopwinkel en begint morgen aan een nieuwe verzameling in een ander huis. Niets dan goeds, recyclen.

Ook plastic recyclen klonk me in eerste instantie als muziek in de oren. Het leek me een zonnige oplossing voor het duistere probleem van het plastic dat de wereld steeds meer in zijn greep krijgt: de plastic flessen, zakjes, stoelen – wat is eigenlijk niet van plastic – die als zwerfafval op straat en in de rivieren belanden, naar zee stromen en daar – uiteengevallen in kleine stukjes – de magen van onfortuinlijke vogels en vissen verpesten. Of de plastic microvezels die in de lucht zweven en onze gezondheid bedreigen. Recyclen klonk als een daadkrachtige stap tegen dat soort narigheid.

Tot ik me ging verdiepen in de getallen. De hoeveelheid nieuw on-gerecycled plastic op de wereld neemt in schrikbarend tempo toe. In 2018 kwam er 380 miljard kilo bij, binnen een jaar of tien is dat 530 miljard kilo plastic per jaar. Hoeveel er dan als zwerfafval eindigt – op het land, in het water of in de lucht – is niet precies bekend. Minstens 16 miljard kilo per jaar, misschien veel meer. Grote multinationals beweren dat al hun verpakkingen in 2025 van gerecycled plastic zijn. Dat lijkt een volstrekt onhaalbare kaart, maar los daarvan: het blijven plastic verpakkingen. En die eindigen toch weer deels in de oceaan, de ‘longen’ van de wereld. Of in onze eigen longen.

Bij plastic recyclen denk ik nu niet meer aan een vrolijk schjwiepend springtouw, maar aan verwoed dweilen met de kraan open. Een PET-fles van gerecycled plastic kost minder aardolie dan een fles van nieuw plastic. Dat is goed, maar het Grote Plastic-probleem lossen we er niet mee op.

De enige echte oplossing heeft de eenvoud van een fris zomerjurkje: veel minder plastic spullen op de markt brengen. Om te beginnen: géén spullen die we maar één keer gebruiken, zoals PET-flessen en plastic zakjes. En het plastic dat er dan toch komt: heel efficiënt inzamelen, bijvoorbeeld met een statiegeldregeling.

Met al die slimme mensen op de wereld kunnen we die beweging toch moeiteloos in gang zetten. Vederlicht en vrolijk. Schwjiep-schwjiep-schwjiep.

 

Renske Postma

(foto: Jeroen Gosse)

Het geheim van anti-rimpelcrème

Mijn overgrootmoeder vierde haar honderdste verjaardag omringd door een grote schare kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Bij iedere felicitatie vroeg ze beduusd of dat werkelijk waar was, dat ze honderd was geworden. “Honderd ….”, mompelde ze dan tevreden, en je zág haar wegdromen naar het meisje dat een kleine eeuw geleden op klompen door het Friese dorpje klepperde. Haar rug was kromgetrokken als een gedroogd appeltje. De donkerblauwe feestjurk slobberde om haar dunne lijf. Toch was ze voor ons, achterkleinkinderen, een indrukwekkende verschijning vanwege haar onwaarschijnlijk rimpelige gezicht. Diep doorgroefd was het, als een verfrommeld stuk papier.

Toen ik de eerbiedwaardige leeftijd van dertig bereikte, gaven plagerige vrienden me een potje Oil of Olaz cadeau om aanstormende ouderdomsverschijnselen te bestrijden. Op de televisie werd de crème aangeprezen door een pakweg vijftigjarige dame met de huid van een twintigjarige. Hoe dat kon, hield ze in het midden: “het geheim van een jonge huid is het geheim van Olaz”.

Cosmeticafabrikanten zetten zich onvermoeibaar in voor de rimpelloze dameshuid. Jaar na jaar verschijnen nieuwe crèmepjes op de markt die nog meer jeugdigheid beloven. Als ik me 28 dagen consequent insmeer met Olaz Total Effects levert dat zichtbaar resultaat op, belooft de website. Als bewijs staan er foto’s van een jongedame, voor en na.

Op verzoek van de Plastic Soup Foundation nam de Vrije Universiteit Amsterdam een likje anti-rimpelcrème onder de loep (Olaz anti-rimpel SPF15 dagcrème). In zo’n potje blijken ongeveer 1,5 miljoen piepkleine stukjes polyethyleen te zitten, plastic dus. Iedere keer dat je deze crème gebruikt, wrijf je ongeveer 90.000 stukjes plastic op je gezicht.

Grote kans dat je wat van dat plastic inslikt, als er crème op je lippen komt of aan je vingers blijft zitten. De plasticdeeltjes die de onderzoekers aantroffen, zijn zo klein dat ze zich door de darmwand zouden kunnen wringen en in je bloed en organen kunnen komen. Of dat echt gebeurt en wat dat met je gezondheid doet, is nu nog niet bekend.

Mijn cadeautje van destijds staat nog altijd in de kast, onaangeroerd, want ik koester het als een vrolijke herinnering. Daar blijft je geest misschien wel jong bij, maar je huid niet. Die begint dan ook kenmerken van een vijftigplusser uit het pre-Olaz-tijdperk te vertonen: tevreden op weg naar verfrommeld, maar plasticvrij papier.

Renske Postma

Foto: Jeroen Gosse

 

,

Mijn plasticdagboek

Zeven uur, buiten loeit een ijzige storm. Mijn warme fleecetrui zit onder de poezenharen, dus ik klop hem stevig uit. Plastic microvezels stuiven in het rond. Ze komen in mijn longen en nestelen zich misschien wel in het longweefsel. Met viezigheid en al, want die trui is niet brandschoon. Blij dat ik geen astma heb.

Tijd voor een stormachtige ochtendwandeling door het park. In de vijver dobbert een leeg frietbakje. Ik vis het eruit en gooi het in de prullenpak. Sommige virussen en bacteriën voelen zich op plastic helemaal thuis, nog meer dan in de natuur. Ze zitten vast ook op de piepkleine plasticrestjes die op mijn vingertoppen zijn achtergebleven.

Even later worstel ik me door een ingewikkeld rapport. Ik kan me moeilijk concentreren. Is dat cafeïnegebrek of zit er inmiddels ook plastic in mijn brein? Ik spoel die laatste gedachte met een flinke slok cappuccino weg.

Mijn maag begint te rommelen. De biologische meergranencrackers, kaas en humus zijn hygiënisch in plastic verpakt. Mijn lunch is ongemerkt gekruid met piepkleine stukjes nanoplastic. Ze belanden in mijn darmen en wie weet wandelen ze via de darmwand verder naar mijn bloed en lymfestelsel. Dat lijkt me ongezond, maar misschien ben ik wel goed geconserveerd.

De middag is productief, ik typ op plastic toetsen, bel met mijn telefoon in plastic beschermhoesje, maak aantekeningen met een plastic pen. Dan is het tijd om mijn hoofd leeg te rennen. De soepele synthetische sportkleren laten minieme plasticdeeltjes achter op mijn huid, zo klein dat ze zich misschien wel in mijn cellen kunnen wurmen. Ik wijk uit voor een kersverse moeder met kinderwagen. Kreeg haar baby in de baarmoeder al plastic binnen, via de placenta en de navelstreng? Hij ziet er heel natuurlijk uit.

De hardloopkleren gaan meteen in de wasmachine en de droger, zodat er morgen een fris setje ligt. Zodra ik de deur van de droger opendoe, stoomt er weer een wolk microvezels in mijn longen.

Manlief roert ondertussen mosselen en vis door de paella. Die hebben van de plasticsoep in de oceaan gegeten. Het plastic heeft zich opgehoopt in hun vissenlijf en belandt nu ook in mij. Terwijl ik even later heerlijk lig te slapen, banen illegale micro- en nanoplastics zich mogelijk een weg door mijn lichaam. Als dat zo is, hoop ik maar dat het immuunsysteem ze oppakt en uitzet, net als andere ongewenste stoffen, maar het is niet zeker of dat met plastic goed werkt.

De volgende ochtend, zeven uur, begint een nieuwe plasticdag. Ik zal weer plastic inademen, eten en drinken. Vijftien onderzoekers gaan uitpluizen wat dat met mijn gezondheid doet. Dat is tegelijkertijd slecht en goed nieuws. Ik voel me kiplekker, maar voor de zekerheid ga ik vandaag nog op plasticdieet.

Renske Postma

Foto door Jeroen Gosse

 

,

De rommelige waarheid over het sigarettenfilter

Blauwe rook kringelt omhoog van mijn terras. Na het laatste trekje wordt een vleeskleurig filter bedachtzaam de tuin in geschoten, tussen de rozen en de rododendrons. Ik voel een schokje. Rommelig vind ik de sigarettenpeuken in mijn tuin, op straat en op het strand. “Ach joh, dat vergaat toch”, is de standaard reactie op mijn fronsende blik. Een opmerking die me de mond snoert, want als het vergaat is het truttig er iets van te vinden.

Mijn schokje wordt een schok als ik op de site van CNN de dirty truth about cigarette filters lees. Wat blijkt: in sigarettenfilters zit cellulose acetaat, een plastic dat alleen onder extreme omstandigheden vergaat. In de afvalwaterzuivering lukt dat wel, maar in mijn tuin en op het strand zijn filters praktisch niet afbreekbaar. Daar vallen ze langzaam uiteen in steeds kleinere deeltjes die je uiteindelijk met het blote oog niet meer ziet. Het lijkt of het filter is vergaan, maar het plastic is er nog steeds. Het zit in de grond en in het water. En wie weet in mijn rozen en het kikkerdril.

Er slingeren verbijsterend veel peuken rond op de wereld. Het is het meest weggegooide plastic item. Jaarlijks gaan zo’n 6 biljoen sigaretten over de toonbank. 90% daarvan heeft een filter met plastic. Bij elkaar levert dat meer dan een miljoen ton plastic afval op. Ook bij clean ups op de Nederlandse toeristenstranden zijn sigarettenpeuken het meest aangetroffen plastic afval. En inderdaad: als ik op blote voeten door het mulle strandzand banjer, voel ik regelmatig een peuk tussen mijn tenen.

In sigarettenfilters zit niet alleen plastic, maar ook een cocktailtje van giftige stoffen: arseen (rattengif!), lood, nicotine en pesticiden. Als het weggegooide filter uiteenvalt, sijpelen die chemicaliën de grond of het water in. Op een universiteit in de VS deden ze een proefje: ze lieten vissen zwemmen in water waar 24 uur sigarettenpeuken in gedobberd hadden (één filter per liter). Na een paar dagen was de helft van de vissen dood.

Filters zijn bedacht om de gezondheid van de roker te verbeteren. Dat doen ze niet, blijkt uit weer een ander onderzoek. De kans op longkanker lijkt door het filter zelfs groter te worden.

Wás het maar truttig om sigarettenfilters rommelig te vinden. Met terugwerkende kracht zou ik alle weggeschoten filtertjes tussen de rozen en de rododendrons en ook de peuken tussen mijn tenen met een ontspannen glimlach aanvaarden. De waarheid is helaas veel rommeliger dan ik dacht.

Gelukkig ligt ook de oplossing voor het oprapen: verbied de filtersigaret. Daar gaat alles en iedereen op vooruit.

Renske Postma

Foto: Jeroen Gosse

, ,

De plasticbouillon in mijn lijf

Dankzij onze nationale held Boyan weten we het tegenwoordig allemaal: de oceanen zitten vol plastic. Zelfs in de Marianentrog, een afgrond in de Stille Oceaan, dwarrelen tot op elf kilometer diepte minuscule stukjes plastic. Ver weg, dacht ik eerst nog, maar onze eigen Noordzee blijkt ook een goed gevulde plasticsoep en zelfs die lieflijke Maas voert onafgebroken plastic rommel met zich mee. Ik wacht op het bericht dat er plastic in het grondwater onder mijn voeten zit. Maar daar houdt het dan ook op, dichterbij komt het niet. Dacht ik. Hoopte ik.

Tot ik een lijstje onder ogen kreeg. Een lijstje vol spullen die ik dagelijks gebruik. Spullen van plastic en spullen waarvan ik nooit vermoed heb dat er plastic in zou kúnnen zitten (theezakjes, tafelzout, honing, bier …). De Plastic Soup Foundation en de Vrije Universiteit Amsterdam testen dit jaar wat die spullen achterlaten in ons lijf. Die vraag is nooit bij me opgekomen.

Op de testlijst tref ik ‘plastic waterkoker’ aan. Onmiddellijk plopt een haarscherpe herinnering op: het lief pruttelende kokertje dat jarenlang mijn keuken opfleurde. Honderden liters thee heb ik ermee gezet. Ik voel een stoomwolk van gezelligheid. De test gaat uitwijzen of ik al theedrinkend piepkleine stukjes microplastic, hardmakers en vlamvertragers heb ingeslikt. Oeps.

De testlijst brengt meer verrassingen. Vermoedelijk masseer ik met mijn superzachte dagcrème dagelijks giftige weekmakers en bolletjes nano-plastic in mijn huid. Zonnebrand, douchecrème, shampoo, make-up: hetzelfde verhaal. Ik krijg een ongemakkelijk gevoel. Snel huppel ik voorbij de vraag wat weekmakers doen die blijkbaar in tampons worden gestopt.

Mijn huis blijkt propvol plastic te zitten dat de onderzoekers op gezondheidseffecten willen testen. Handige flesjes en bakjes in de keuken. De sportkleren waar ik me zo fit in voel. Het warme fleecedekentje op de bank. Mijn yogamatje voor een ontspannen moment. Het kleed voor de kachel, de gordijnen en zelfs de verf op de muren. Zitten al die spullen nu ook een beetje in mij?

Appelverkopers smeren op mijn favoriete fruit een glanzend kunststoflaagje. Voor de zekerheid wordt dat op alle foute stoffen getest: week- én hardmakers, vlamvertragers en fluoriden, micro- en nano-plastics. Het is bekend dat deze stoffen iets te maken hebben met typische aandoeningen van deze tijd, zoals ADHD, dementie en Parkinson. Ik twijfel even: wil ik dit echt wel weten?

Mijn oog blijft uiteindelijk lang hangen op ‘babymelkpoeder’. Zelfs daar zitten piepkleine plasticdeeltjes in. We krijgen dus van jongs af aan dagelijks plastic binnen. Zo komt die soep toch nog dichterbij, er zit waarschijnlijk een plasticbouillonnetje in mijn eigen lijf. Daar móet ik meer van weten.

Door Renske Postma