,

Polyvlokken: paardenbakken vol plastic

Amsterdam, 1 augustus 2019 – In het laatste nummer van de Paardenkrant staat een artikel over polyvlokken. Om de bodem van paardenbakken te verstevigen, wordt de toplaag vaak met polyvlokken vermengd. Dit zijn stukjes plastic van versnipperde tapijten of synthetisch wegendoek. Ze houden het zand op zijn plaats en zorgen voor een betere waterhuishouding. De geïnterviewde verkoper noemt polyvlokken een “milieuneutraal” product, want de synthetische vezels en vlokken logen niet uit en gaan wel twintig jaar mee. Wanneer je je bak opheft, is het mengsel volgens hem geen chemisch afval en kun je het eenvoudig tweedehands verkopen.

Regelgeving ontbreekt

Voor een doorsnee paardenbak van 20 x 40 meter wordt 3600 kilo polyvlokken gebruikt. Voor de aanleg van een buitenbak is meestal geen bouwvergunning nodig, wel een aanlegvergunning. Maar geen enkele gemeente verbiedt of controleert op het gebruik van plastic in de toplaag.
Wie gaat kijken bij de buitenbakken ziet dat een deel van het plastic buiten de bak terecht komt en zo indirect bijdraagt aan de plasticsoep. Het meeste plastic blijft echter in het zand van de bak zitten en lekt niet weg.
Theoretisch is het mogelijk het zand te laten zuiveren, maar niemand die die moeite neemt nadat besloten is om de bak op te heffen. Op de vraag waar al dat plastic uiteindelijk blijft, heeft niemand een antwoord.

De stukjes plastic hebben het “formaat van een postzegel” en zijn dus geen microplastics, waarvoor een grens van 5 mm wordt gehanteerd. Dit is wellicht de verklaring dat polyvlokken geen onderdeel zijn van het beleid van de Nederlandse overheid om verdere vervuiling door microplastics te voorkomen. Zo ontsnappen de polyvlokken aan de aandacht. Dit komt mede omdat een overkoepelend landelijk plasticsoep-beleid ontbreekt waarin plastic afval beschouwd wordt als een problematische emissie naar het milieu.

Alternatieven

Polyvlokken staan ook bekend onder de naam geopad of polypads. Het is een bijproduct van de geotextiel- of vliesdoekindustrie. Tapijtsnippers worden op hun beurt gemaakt van afgedankte tapijten. Aanbieders meten de voordelen van beide soorten breed uit, maar vermijden het woord plasticvervuiling. Er bestaat bovendien geen enkele noodzaak om polyvlokken en tapijtsnippers als bodemverbeteraar voor paardenbakken te gebruiken. Alternatieven die op natuurlijke wijze afbreken, met name houtsnippers en kokosvezels, zijn namelijk ook gewoon verkrijgbaar en vaak zelfs goedkoper.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Polyvlokken zijn een voorbeeld hoe onzorgvuldig we omgaan met toepassingen van plastic en hoezeer regelgeving die plasticsoep moet voorkomen nog in gebreke blijft. Het verkopen van polyvlokken zou snel verboden moeten worden.”


Lees ook – Stop met toepassing van menggranulaat dat met plastic vervuild is

Lees ook – Plasticsoep op land: landbouwcompost is vervuild met plastic

, ,

Microvezels gevonden in vlokreeften op diepste punt van oceaan

Amsterdam, 26 maart 2019 – Plastic is dieren binnengedrongen op de diepste plekken van de wereld. In de Mariana Trog, grofweg gelegen tussen Japan en de Filippijnen, ligt de bodem bijna elf kilometer onder de zeespiegel. Vorig jaar werd al bekend dat onderzoekers hier een plastic tas hadden aangetroffen. Rond de zes kilometer diepte bleek de concentratie aan plastic het hoogst met 335 stukken per vierkante kilometer. Het overgrote deel bleek single-use plastics te zijn.

Schokkende ontdekking

In dezelfde Mariana Trog is nu een andere ontdekking gedaan die nog schokkender is. Op deze diepte leven bepaalde vlokreeften (Lysianassoidea amphipod). Mariene biologen van de Newcastle University, die het zeeleven in de Mariana Trog en in vijf andere diepzeetroggen rond de Stille Oceaan bestuderen, vroegen zich af of ze misschien ook plastic in vlokreeften zouden aantreffen. Om die reden werden 90 vlokreeften uit deze zes diepzeetroggen onderzocht.

Foto: Newcastle University

Vooral synthetische vezels

Het resultaat: 72 procent van de vlokreeften hadden minstens één microplastic in hun lichaam. In de Marianatrog hadden alleonderzochte diertjes plastic in hun lichaam. In 84% van die gevallen ging het om microvezels afkomstig van synthetische kleding en in 16% van de gevallen om andere microplastics. In de minst vervuilde kloof, de Hebrides Trog, bleek nog altijd de helft van de onderzochte vlokreeften plastic in hun lichaam te hebben. De grootste vezel had een lengte van enkele millimeters, was paars en zat gekruld in de vorm van een 8 in een diertje dat amper groter was dan enkele centimeters.

Het onderzoek van de Newcastle University toont voor het eerst aan dat dieren zelfs op de diepst gelegen plekken van de wereld microplastics binnen krijgen. Lees hier het onderzoek.

Foto: Newcastle University


Lees ook – Plastics aangetroffen in het diepste deel van de oceaan.

,

Chemische stoffen uit plastic in eieren van de stormvogel

Amsterdam, 20 februari 2019 – Stormvogels scheren over de oppervlakte van de zee voor voedsel. Ze krijgen niet alleen voedsel binnen, maar ook drijvend plastic. De maaginhoud van de Noordse stormvogel, zo blijkt uit langlopend Nederlands onderzoek, bestaat gemiddeld uit vijfentwintig stukjes plastic. Onderzoekers verbonden aan de Canadian Wildlife Service hebben nu voor het eerst chemische stoffen afkomstig uit plastic in eieren van de stormvogel aangetroffen. De onderzoekers veronderstellen dat de stoffen afkomstig zijn van het ingeslikte plastic en via de bloedbaan in eierdooiers terecht komen.

Eieren van de Noordse stormvogels die nestelen op het eiland Prince Leopold in het poolgebied ten noorden van Canada werden onderzocht. Één ei bevatte hormoonverstorende stoffen afkomstig van weekmakers. Andere eieren bevatten chemicaliën die aan plastic worden toegevoegd om uiteenvallen en kleurverlies te verhinderen.

De schokkende onderzoeksresultaten werden in Washington DC gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Scienceen zijn nog niet gepubliceerd. Slechts een beperkt aantal eieren werd onderzocht. De onderzoeksgroep wil nu meer eieren onderzoeken, ook van vogels die broeden in gebieden waar ze veel meer in aanraking komen met plastic dan in het poolgebied.

Lees ook het bericht in The Guardian.

Foto: kilda.org.uk


Lees ook: Mosselen verliezen grip door microplastics

,

Mosselen verliezen grip door microplastics

Amsterdam, 6 februari 2019 – Mosselen hechten zich vast aan een ondergrond, rots of touw, met dunne draadjes. Deze byssusdraden zijn uitzonderlijk sterk en elastisch en kunnen stroming en golfslag weerstaan. De mosselen zitten met die draadjes ook aan elkaar vast, waardoor mosselbanken ontstaan. Mosselbanken zijn zowel ecologisch als economisch van groot belang.

Iers onderzoek, gepubliceerd in Environmental Pollution, toont aan dat blauwe mosselen (Mytilus edulis) die 52 dagen lang aan microplastics van polyethyleen waren blootgesteld hun grip verliezen. Polyethyleen is een type plastic dat veel gebruikt wordt, onder andere in verpakkingen.

De sterkte van de byssusdraden nam vervolgens met de helft af. De blootgestelde mosselen produceerden ook significant minder draadjes. Bovendien verzwakt blootstelling aan microplastics hun immuunsysteem en stofwisseling.

Hoofdonderzoekster Dannielle Green, geciteerd door de The Guardian, waarschuwt voor een negatief effect op de biodiversiteit van mosselbanken wanneer mossels wegspoelen, doordat ze hun grip verliezen.

Het betreft een van de eerste studies die een schadelijk effect voor ecosystemen veronderstellen. Eind vorig jaar toonden Franse onderzoekers dat chemische stoffen die zich aan plastic in zeewater hechten of die uit plastic lekken, het verdedigingsmechanisme van de alikruik lamleggen. Deze schelpen worden zo een veel gemakkelijkere prooi voor krabben en ook dat verstoort het natuurlijke evenwicht.

Foto: Mosselen met byssusdraden. Beeldbank Rijkswaterstaat


Lees ook – Alikruik wordt makkelijke prooi door toxische microplastics.

, , , ,

FOTOWEDSTRIJD PLASTICVERVUILING EN GEZONDHEID

Vind jij het milieu belangrijk? En maak jij je zorgen over plasticvervuiling? Ben je een fotograaf of vind je foto’s maken leuk?

Wij organiseren een fotowedstrijd voor foto’s die plasticvervuiling en gezondheid in beeld brengen. Doe mee aan de plasticsoep fotowedstrijd voor foto’s met betrekking tot plasticvervuiling en de gevolgen op ons milieu maar ook op de gezondheid van mens en dier.

We loven drie prijzen uit voor de beste foto’s!

De derde prijs: Drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merkLeven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en van het Franse merk Lamazuna een shampoo-blok en tandpasta op een stokje.

De tweede prijs: Herbruikbare roestvrijstalen rietjes van Klean Kanteen en drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merk Leven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en een shampoo-blok en tandpasta op een stokje van het Franse merk Lamazuna.

De eerste prijs: Een zilveren ketting met plasticsoep uit Hawaï pendant en een armband van MBRC the Ocean en drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merk Leven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en een shampoo-blok en tandpasta op een stokje van het Franse merk Lamazuna.

Het enige dat je hoeft te doen is je foto’s insturen naar: photocontest@plasticsoupfoundation.org. Vermeld wel je naam, adres en telefoonnummer in de email. Wij gebruiken je persoonsgegevens alleen voor communicatie rondom de fotowedstrijd. De inzendingstermijn sluit op maandag 17 december 2018.

De prijzen!

De eerste prijs

De tweede prijs

De derde prijs

 



Juridische clausule

Bij deelname aan de Plastic Soup Foundation’s Photo Contest behoud je de rechten op je foto, maar geef je de Plastic Soup Foundation het volledige en onvoorwaardelijke gebruiksrecht van de foto. Dat houdt in dat de Plastic Soup Foundation voor welk doel dan ook, de foto wereldwijd en onbeperkt, zonder betaling van royalty’s of andere vorm van compensatie en zonder verdere kennisgeving of toestemming, de foto in zijn geheel, maar ook gedeeltelijk, voor altijd kan gebruiken, publiceren, reproduceren, tentoonstellen en wijzigen.

Bij deelname aan deze fotowedstrijd vrijwaar je de Plastic Soup Foundation, en de medewerkers, directie, functionarissen, commissarissen, juryleden, uitgevers en reclame- en promotiebureaus van de Plastic Soup Foundation, van alle geleden schade of verlies en claims, van welke aard dan ook, als gevolg van uw deelname aan deze wedstrijd, het gebruik van de foto en de ontvangst en gebruik van de prijzen.

En bij deelname aan deze wedstrijd geef je aan dat je de privacyverklaring gelezen (die hier staat) hebt en er mee akkoord gaat. De persoonlijke gegevens van de deelnemers die voor deze wedstrijd worden verzameld, worden alleen gebruikt voor deze wedstrijd en om de winnaars te informeren en contact op te nemen. De persoonlijke gegevens worden binnen een redelijke termijn na afloop van de wedstrijd verwijderd.

Sander @s40box, Pieter Schaper @oude_kooi
, , ,

Blunder minister Van Nieuwenhuizen (VVD): “Ballonnen oplaten mag”

Amsterdam, 30 november 2018 — Tijdens het wetgevingsoverleg water met de Tweede Kamer op 26 november deed minister Cora van Nieuwenhuizen van Verkeer en Waterstaat (VVD) een opmerkelijke uitspraak over het oplaten van ballonnen. Twee dagen eerder waren door fractievoorzitter Klaas Dijkhoff van haar partij op het partijfestival in Den Bosch 500 met helium gevulde latex ballonnen opgelaten. In reactie op die actie vroeg het Kamerlid Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) of de minister bereid was om het oplaten van ballonnen te zien als het achterlaten van zwerfvuil, wat immers verboden is. De minister antwoordde dat het van belang is dat het om afbreekbare ballonnen gaat en dat het aan organisaties zelf is om een afweging te maken deze al dan niet op te laten. Luister hier het debat terug (op 5.40).

Het is hoog tijd het geheugen van de minister wat op te frissen.

De Partij voor de Dieren heeft al in december 2014 in een destijds aangenomen motie de regering verzocht  “gemeenten op te roepen om het oplaten van ballonnen actief te ontmoedigen”, aangezien “afval van ballonnen bijdraagt aan de plasticsoep” en “in verschillende gemeenten regelmatig evenementen plaatsvinden waarbij ballonnen worden opgelaten”. Naar aanleiding daarvan heeft het kabinet TNO onderzoek laten doen naar de hoeveelheid latex ballonnen die in Nederland gevuld met helium worden opgelaten en de gevolgen daarvan. Volgens TNO waren dat er in 2014 naar schatting 1 miljoen. De plek waar de ballon neerdaalt, bepaalt hoe snel het latex vergaat. In zee kan dat een aantal jaren duren. De plastic linten vergaan niet. Ballonresten horen tot de meest gevonden items op het strand.

Uit de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie is bovendien een breed pakket maatregelen voortgekomen voor het bereiken van een “goede milieutoestand” van het Nederlandse deel van de Noordzee. Een van die maatregelen is dat het “kabinet wil dat het aantal ballonnen dat wordt opgelaten, vermindert”. De voorganger van minister Nieuwenhuizen vervolgt (in de Voortgangsrapportage 2016 van het programma ‘Van Afval Naar Grondstof’): “Om dat te realiseren, zet het kabinet in op bewustwording bij de burger en bij gemeenten over de problematiek van ballonresten in het mariene milieu. Gemeenten zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen voor evenementen waar mogelijk grote hoeveelheden ballonnen worden opgelaten. Ik merk dat steeds meer gemeenten zich bewust zijn van deze problematiek en geen vergunningen meer afgeven als een ballonoplating gepland staat. Daarnaast informeren gemeenten hun burgers over alternatieven. Ik blijf deze lijn volgen en zal de gemeenten, en via gemeenten ook de burger, informeren over de uitkomsten van het TNO-onderzoek”.

Een verontruste burger die de VVD de vraag stelde hoe het toch in hemelsnaam mogelijk is dat de partij op haar festival in Den Bosch desondanks zoveel ballonnen opliet, kreeg als antwoord: “Wij snappen uw zorgen. Wij hebben voor dit festival de minst schadelijke, biologisch afbreekbare ballonnen besteld. Deze ballonnen zijn met helium gevuld en verpulveren daardoor op grote hoogte door bevriezing en landen in kleine stukjes op de grond in plaats van dat de ballonnen in zijn geheel weer naar beneden komen, zoals wel gebeurd met de traditionele plastic ballon. Ik zal niet zeggen dat het niets doet, want het afbreken duurt alsnog langer dan een week, maar wij hebben ons best gedaan om zo verantwoordelijk mogelijk te bestellen”. Een duidelijk broodje aap.

In opdracht van het ministerie van minister Nieuwenhuizen is namelijk in 2015 al onderzoek gedaan naar “Ballonnen in het maritieme milieu”. In dat rapport staat dat “ballonnen stijgen tot een hoogte van 6-8 kilometer waar een deel van de ballonnen barst. Slechts een klein deel (13%) van de ballonnen barst in kleine snippers uit elkaar. De overige 87% van de ballonnen komt in één geheel naar beneden.” En komt een latex ballon in zee terecht dan is die “na 12 maanden nog steeds elastisch”.

Het ballonnenbeleid van het kabinet blijkt een wassen neus. Waar is het vertrouwen in dit beleid als regeringspartij VVD ballonnen met honderden tegelijk oplaat en de minister zegt dat het aan organisaties zelf moet worden overgelaten of dat gedaan wordt?

Het is hoog tijd dat ballonnen die opgelaten worden, beschouwd gaan worden als zwerfvuil. Wie zwerfvuil veroorzaakt, pleegt een economisch delict en zou daarvoor gestraft moeten worden. Teunissen van de Partij voor de Dieren deed een dag na het Kamerdebat aangifte. Nu zal deze principiële vraag door het openbaar ministerie moeten worden beantwoord. Eindelijk.

Foto uit twitter berichten van Pieter Schaper (@oude_kooi) in Vlieland en Sander (@S40box) in Den Bosch. 


Lees ook: Geen proefballon maar proefproces voor VVD

, ,

Alikruik wordt makkelijke prooi door toxische microplastics

Amsterdam, 29 november 2018– De gewone alikruik (Littorina littorea), een slak die in zee leeft, staat op het menu van de strandkrab (Carcinus maenas). Normaal gesproken verdedigen de alikruiken zich door zich in hun schelp terug te trekken zodra ze de aanwezigheid van een krab bespeuren. Nu blijkt uit onderzoek dat dit verdedigingsmechanisme, aangeduid met de term chemosensory, niet meer werkt door giftige stoffen afkomstig van microplastics.

In het laboratorium van het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) in Frankrijk werden slakken in water geplaatst met een concentratie aan microplastic pellets. Daarvoor werden nieuwe pellets gebruikt en in eenzelfde proefopstelling pellets die afkomstig van stranden aan het Nauw van Calais. Die laatste groep pellets had lange tijd in zee gelegen. De nieuwe en nog schone pellets hadden enig effect op de gedragsverandering van de alikruiken, maar de pellets uit zee vertoonden een veel groter effect. In zee trekken microplastics gifstoffen uit hun omgeving aan als ware het een magneet. Het onderzoek is in Biology Letters gepubliceerd.

De chemische stoffen die zich aan het plastic in zeewater hechten of die uit het plastic lekken, leggen het verdedigingsmechanisme van de alikruik lam. Daardoor kunnen aanvallende krabben niet meer op tijd gedetecteerd worden. De resultaten suggereren een dramatisch effect van microplastics in zee op dieren die van chemosensory afhankelijk zijn. Het gaat om de eerste studie die niet alleen kijkt naar de gevolgen voor één diersoort, maar naar de interactie tussen twee soorten, waarbij de ene soort de prooi is van de andere.


Lees ook: Oneindig veel diersoorten eten en poepen plastic

, ,

Oneindig veel diersoorten eten en poepen plastic

Amsterdam, 21 november 2018– In 2015 stelden Nederlandse onderzoekers al vast dat het aantal mariene soorten dat plastic inslikt of erin verstrikt raakt, verdubbeld was sinds 1997: van 267 tot 557. In 2018 berichtte National Geographic dat dat aantal nu rond de 700 ligt. De genoemde aantallen zijn echter geen weerslag van het werkelijke aantal soorten (zee)dieren dat hinder ondervindt van plastic, maar slechts van het aantal soorten dat wetenschappelijk onderzocht is.

Krijgen zoetwatervissen in het Amazonegebied plastic binnen? Die vraag kon tot voor kort niet beantwoord worden, omdat nog nooit iemand dat had onderzocht. Nu is dat wel gebeurd voor zestien vissoorten in de Braziliaanse rivier Xingu. In dertien soorten vis bleken zich microplastics te bevinden, dat wil zeggen in 80%. In totaal werden 172 vissen ontleed. Uit de magen van 45 vissen werden 96 stukjes plastic gehaald. Het meest voorkomende plastic was polyethyleen. Het artikel verscheen in het tijdschrift Environmental Pollution. De onderzoekers noemen het alarmerend dat plastic vervuiling in het Amazonegebied wijdverspreid blijkt.

Dat in drie vissoorten geen plastic werd aangetroffen, wil niet zeggen dat die soorten vrij zijn van plastic. Het kan immers toeval zijn dat in de exemplaren van deze drie soorten geen plastic werd aangetroffen. Wanneer veel meer exemplaren behorende tot deze drie soorten zouden zijn onderzocht, zitten daar wellicht wel exemplaren tussen met plastic in hun maag.

Behalve naar de maaginhoud kun je ook ontlasting op aanwezigheid van microplastics onderzoeken. Daar geldt hetzelfde. Ook dan blijkt dat vrijwel alle soorten die onderzocht worden plastic in de ontlasting hebben. Dat geldt niet alleen voor de mens, maar bijvoorbeeld ook voor de niet in gevangenschap gehouden Zuid-Amerikaanse zeebeer (artikel in Science Direct) of voor zeevogels (artikel in Science of the Total Environment).

Het heeft langzamerhand geen zin meer om het aantal diersoorten dat last heeft van plastic te tellen, maar wel om de volgende wetenschappelijke vraag te beantwoorden: van welke diersoorten mogen we redelijkerwijs aannemen dat ze niet in aanraking komen met plastic, er niet verstrikt in raken, het niet in maag krijgen én het ook niet uitpoepen? Het antwoord zal zonder twijfel zijn: schrikbarend weinig.

Foto: microplastics uit onderzochte Amazone vissen


Lees ook:

Plasticsoep nu ook plastic poep
Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s 

, ,

Trofische overdracht van microplastics in zeehonden vastgesteld

Amsterdam, 6 september 2018 – Zeedieren eten microplastics doordat ze deze soms aanzien voor voedsel. Wanneer zij op hun beurt worden gegeten, worden onbedoeld ook de microplastics geconsumeerd. Dit proces wordt ‘trofische overdracht’ van microplastics genoemd. Hierdoor kunnen microplastics zich potentieel door de gehele voedselketen verspreiden. In een recent gepubliceerde studie in Environmental Pollution is trofische overdracht van microplastics voor zeehonden, dat wil zeggen hoger in de voedselketen, vastgesteld. Het gaat om een indirecte, maar potentieel belangrijke vorm van inname van microplastics.

Om trofische overdracht van microplastics te onderzoeken werden vier in gevangenschap levende grijze zeehonden gevoerd met makreel gevangen voor de Engelse kust. Het verteringsstelsel van 31 makrelen werd onderzocht om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van microplastics. Daarnaast werden de uitwerpselen van de zeehonden tweemaal per week, gedurende 16 weken verzameld en onderzocht op de aanwezigheid van microplastics. De typen plastic die werden aangetroffen in de makrelen en de uitwerpselen vertoonden grote overlap, met ethyleen propyleen als meest voorkomende type plastic. Er waren echter ook enkele verschillen. In 10 van de 31 makrelen werden in totaal 18 microplastics aangetroffen, bestaande voor 72% uit plastic vezels en 28% uit kleine plastic fragmenten. In 15 van de 31 uitwerpselen werden in totaal 26 microplastics gevonden, echter voornamelijk bestaande uit kleine plastic fragmenten (69%) en in mindere mate plastic vezels (31%).

De belangrijkste verklaring voor de verschillen is dat de makrelen wier verteringstelsels waren onderzocht niet de makrelen waren die aan de zeehonden werden gevoerd. Directe inname van de microplastic is onwaarschijnlijk omdat de zeehonden zich al vier jaar in het opvangcentrum bevonden en dus niet recent blootgesteld waren aan plastic zwerfafval in de oceaan. De onderzoekers concluderen daarom dat trofische overdracht van microplastics in zeehonden met dit onderzoek is aangetoond.

Mogelijke effecten van de microplastics op de zeehonden zijn ook besproken. Uit eerder onderzoek is gebleken dat microplastics in het verteringsstelsel verminderde voedselinname, energiereserves en reproductie tot gevolg kunnen hebben. Of dit ook opgaat voor zeehonden is echter niet bekend. Ook kunnen tijdens het productieproces toegevoegde chemicaliën en organische stoffen die zich later in het water aan het plastic hebben gehecht mogelijk negatieve effecten hebben op de gezondheid van de zeehond. Tot slot benoemen de auteurs de mogelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid. Ook wij consumeren zeedieren en worden dus via trofische overdracht blootgesteld aan microplastics. Een recente overzichtsstudie heeft de mogelijke gezondheidsgevaren van microplastics voor de mens in kaart gebracht.


Lees ook: Zeewormen eten plastic

, ,

Zeewormen eten plastic

Amsterdam, 20 augustus 2018 –Boeien van piepschuim, die onder meer in Korea massaal worden toegepast voor de kweek van mossels en oesters op open zee, verkruimelen langzaam onder de zon. Het was al bekend dat één enkele boei zou kunnen uiteenvallen in zeven miljoen deeltjes. Per vierkante kilometer zeeoppervlak gaat het om 100.000 van zulke boeien. Nieuw onderzoek leert dat niet alleen de zon schuldig is. Zeewormen (polychaeten) werken zich naar binnen, eten het piepschuim en poepen microplastics. Het is een alarmerende ontdekking.

Uit Koreaans onderzoek, gepubliceerd in Marine Pollution Bulletin, blijkt dat er gemiddeld zes tot zeven wormen inde boeien worden aangetroffen. Eén enkele worm kan in één jaar honderd duizenden microplastics ‘genereren’. Uit lab-experimenten kwam naar voren dat één volwassen worm in één week meer dan 11.000 microplastics had uitgepoept.

Zeewormen staan onderaan de voedselketen en worden gegeten door vissen en vogels. De onderzoekers vrezen dat microplastics op deze wijze verder verspreid worden.

Twee jaar geleden was uit wetenschappelijk onderzoek al gebleken dat regenwormen op land minder goed groeien en eerder doodgaan als ze aan bepaalde concentraties microplastics worden blootgesteld. Ook deze regenwormen bleken microplastics te verspreiden, door ze op grotere diepten uit te poepen.