, , , ,

FOTOWEDSTRIJD PLASTICVERVUILING EN GEZONDHEID

Vind jij het milieu belangrijk? En maak jij je zorgen over plasticvervuiling? Ben je een fotograaf of vind je foto’s maken leuk?

Wij organiseren een fotowedstrijd voor foto’s die plasticvervuiling en gezondheid in beeld brengen. Doe mee aan de plasticsoep fotowedstrijd voor foto’s met betrekking tot plasticvervuiling en de gevolgen op ons milieu maar ook op de gezondheid van mens en dier.

We loven drie prijzen uit voor de beste foto’s!

De derde prijs: Drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merkLeven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en van het Franse merk Lamazuna een shampoo-blok en tandpasta op een stokje.

De tweede prijs: Herbruikbare roestvrijstalen rietjes van Klean Kanteen en drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merk Leven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en een shampoo-blok en tandpasta op een stokje van het Franse merk Lamazuna.

De eerste prijs: Een zilveren ketting met plasticsoep uit Hawaï pendant en een armband van MBRC the Ocean en drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merk Leven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en een shampoo-blok en tandpasta op een stokje van het Franse merk Lamazuna.

Het enige dat je hoeft te doen is je foto’s insturen naar: photocontest@plasticsoupfoundation.org. Vermeld wel je naam, adres en telefoonnummer in de email. Wij gebruiken je persoonsgegevens alleen voor communicatie rondom de fotowedstrijd. De inzendingstermijn sluit op maandag 17 december 2018.

De prijzen!

De eerste prijs

De tweede prijs

De derde prijs

 



Juridische clausule

Bij deelname aan de Plastic Soup Foundation’s Photo Contest behoud je de rechten op je foto, maar geef je de Plastic Soup Foundation het volledige en onvoorwaardelijke gebruiksrecht van de foto. Dat houdt in dat de Plastic Soup Foundation voor welk doel dan ook, de foto wereldwijd en onbeperkt, zonder betaling van royalty’s of andere vorm van compensatie en zonder verdere kennisgeving of toestemming, de foto in zijn geheel, maar ook gedeeltelijk, voor altijd kan gebruiken, publiceren, reproduceren, tentoonstellen en wijzigen.

Bij deelname aan deze fotowedstrijd vrijwaar je de Plastic Soup Foundation, en de medewerkers, directie, functionarissen, commissarissen, juryleden, uitgevers en reclame- en promotiebureaus van de Plastic Soup Foundation, van alle geleden schade of verlies en claims, van welke aard dan ook, als gevolg van uw deelname aan deze wedstrijd, het gebruik van de foto en de ontvangst en gebruik van de prijzen.

En bij deelname aan deze wedstrijd geef je aan dat je de privacyverklaring gelezen (die hier staat) hebt en er mee akkoord gaat. De persoonlijke gegevens van de deelnemers die voor deze wedstrijd worden verzameld, worden alleen gebruikt voor deze wedstrijd en om de winnaars te informeren en contact op te nemen. De persoonlijke gegevens worden binnen een redelijke termijn na afloop van de wedstrijd verwijderd.

Sander @s40box, Pieter Schaper @oude_kooi
, , ,

Blunder minister Nieuwenhuizen (VVD): “Ballonnen oplaten mag”

Amsterdam, 30 november 2018 — Tijdens het wetgevingsoverleg water met de Tweede Kamer op 26 november deed minister Cora van Verkeer en Waterstaat (VVD) een opmerkelijke uitspraak over het oplaten van ballonnen. Twee dagen eerder waren door fractievoorzitter Klaas Dijkhoff van haar partij op het partijfestival in Den Bosch 500 met helium gevulde latex ballonnen opgelaten. In reactie op die actie vroeg het Kamerlid Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) of de minister bereid was om het oplaten van ballonnen te zien als het achterlaten van zwerfvuil, wat immers verboden is. De minister antwoordde dat het van belang is dat het om afbreekbare ballonnen gaat en dat het aan organisaties zelf is om een afweging te maken deze al dan niet op te laten. Luister hier het debat terug (op 5.40).

Het is hoog tijd het geheugen van de minister wat op te frissen.

De Partij voor de Dieren heeft al in december 2014 in een destijds aangenomen motie de regering verzocht  “gemeenten op te roepen om het oplaten van ballonnen actief te ontmoedigen”, aangezien “afval van ballonnen bijdraagt aan de plasticsoep” en “in verschillende gemeenten regelmatig evenementen plaatsvinden waarbij ballonnen worden opgelaten”. Naar aanleiding daarvan heeft het kabinet TNO onderzoek laten doen naar de hoeveelheid latex ballonnen die in Nederland gevuld met helium worden opgelaten en de gevolgen daarvan. Volgens TNO waren dat er in 2014 naar schatting 1 miljoen. De plek waar de ballon neerdaalt, bepaalt hoe snel het latex vergaat. In zee kan dat een aantal jaren duren. De plastic linten vergaan niet. Ballonresten horen tot de meest gevonden items op het strand.

Uit de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie is bovendien een breed pakket maatregelen voortgekomen voor het bereiken van een “goede milieutoestand” van het Nederlandse deel van de Noordzee. Een van die maatregelen is dat het “kabinet wil dat het aantal ballonnen dat wordt opgelaten, vermindert”. De voorganger van minister Nieuwenhuizen vervolgt (in de Voortgangsrapportage 2016 van het programma ‘Van Afval Naar Grondstof’): “Om dat te realiseren, zet het kabinet in op bewustwording bij de burger en bij gemeenten over de problematiek van ballonresten in het mariene milieu. Gemeenten zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen voor evenementen waar mogelijk grote hoeveelheden ballonnen worden opgelaten. Ik merk dat steeds meer gemeenten zich bewust zijn van deze problematiek en geen vergunningen meer afgeven als een ballonoplating gepland staat. Daarnaast informeren gemeenten hun burgers over alternatieven. Ik blijf deze lijn volgen en zal de gemeenten, en via gemeenten ook de burger, informeren over de uitkomsten van het TNO-onderzoek”.

Een verontruste burger die de VVD de vraag stelde hoe het toch in hemelsnaam mogelijk is dat de partij op haar festival in Den Bosch desondanks zoveel ballonnen opliet, kreeg als antwoord: “Wij snappen uw zorgen. Wij hebben voor dit festival de minst schadelijke, biologisch afbreekbare ballonnen besteld. Deze ballonnen zijn met helium gevuld en verpulveren daardoor op grote hoogte door bevriezing en landen in kleine stukjes op de grond in plaats van dat de ballonen in zijn geheel weer naar beneden komen, zoals wel gebeurd met de traditionele plastic ballon. Ik zal niet zeggen dat het niets doet, want het afbreken duurt alsnog langer dan een week, maar wij hebben ons best gedaan om zo verantwoordelijk mogelijk te bestellen”. Een duidelijk broodje aap.

In opdracht van het ministerie van minister Nieuwenhuizen is namelijk in 2015 al onderzoek gedaan naar “Ballonnen in het maritieme milieu”. In dat rapport staat dat “ballonnen stijgen tot een hoogte van 6-8 kilometer waar een deel van de ballonnen barst. Slechts een klein deel (13%) van de ballonnen barst in kleine snippers uit elkaar. De overige 87% van de ballonnen komt in één geheel naar beneden.” En komt een latex ballon in zee terecht dan is die “na 12 maanden nog steeds elastisch”.

Het ballonnenbeleid van het kabinet blijkt een wassen neus. Waar is het vertrouwen in dit beleid als regeringspartij VVD ballonnen met honderden tegelijk oplaat en de minister zegt dat het aan organisaties zelf moet worden overgelaten of dat gedaan wordt?

Het is hoog tijd dat ballonnen die opgelaten worden, beschouwd gaan worden als zwerfvuil. Wie zwerfvuil veroorzaakt, pleegt een economisch delict en zou daarvoor gestraft moeten worden. Teunissen van de Partij voor de Dieren deed een dag na het Kamerdebat aangifte. Nu zal deze principiële vraag door het openbaar ministerie moeten worden beantwoord. Eindelijk.

Foto uit twitter berichten van Pieter Schaper (@oude_kooi) in Vlieland en Sander (@S40box) in Den Bosch. 


Lees ook: Geen proefballon maar proefproces voor VVD

, ,

Alikruik wordt makkelijke prooi door toxische microplastics

Amsterdam, 29 november 2018– De gewone alikruik (Littorina littorea), een slak die in zee leeft, staat op het menu van de strandkrab (Carcinus maenas). Normaal gesproken verdedigen de alikruiken zich door zich in hun schelp terug te trekken zodra ze de aanwezigheid van een krab bespeuren. Nu blijkt uit onderzoek dat dit verdedigingsmechanisme, aangeduid met de term chemosensory, niet meer werkt door giftige stoffen afkomstig van microplastics.

In het laboratorium van het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) in Frankrijk werden slakken in water geplaatst met een concentratie aan microplastic pellets. Daarvoor werden nieuwe pellets gebruikt en in eenzelfde proefopstelling pellets die afkomstig van stranden aan het Nauw van Calais. Die laatste groep pellets had lange tijd in zee gelegen. De nieuwe en nog schone pellets hadden enig effect op de gedragsverandering van de alikruiken, maar de pellets uit zee vertoonden een veel groter effect. In zee trekken microplastics gifstoffen uit hun omgeving aan als ware het een magneet. Het onderzoek is in Biology Letters gepubliceerd.

De chemische stoffen die zich aan het plastic in zeewater hechten of die uit het plastic lekken, leggen het verdedigingsmechanisme van de alikruik lam. Daardoor kunnen aanvallende krabben niet meer op tijd gedetecteerd worden. De resultaten suggereren een dramatisch effect van microplastics in zee op dieren die van chemosensory afhankelijk zijn. Het gaat om de eerste studie die niet alleen kijkt naar de gevolgen voor één diersoort, maar naar de interactie tussen twee soorten, waarbij de ene soort de prooi is van de andere.


Lees ook: Oneindig veel diersoorten eten en poepen plastic

, ,

Oneindig veel diersoorten eten en poepen plastic

Amsterdam, 21 november 2018– In 2015 stelden Nederlandse onderzoekers al vast dat het aantal mariene soorten dat plastic inslikt of erin verstrikt raakt, verdubbeld was sinds 1997: van 267 tot 557. In 2018 berichtte National Geographic dat dat aantal nu rond de 700 ligt. De genoemde aantallen zijn echter geen weerslag van het werkelijke aantal soorten (zee)dieren dat hinder ondervindt van plastic, maar slechts van het aantal soorten dat wetenschappelijk onderzocht is.

Krijgen zoetwatervissen in het Amazonegebied plastic binnen? Die vraag kon tot voor kort niet beantwoord worden, omdat nog nooit iemand dat had onderzocht. Nu is dat wel gebeurd voor zestien vissoorten in de Braziliaanse rivier Xingu. In dertien soorten vis bleken zich microplastics te bevinden, dat wil zeggen in 80%. In totaal werden 172 vissen ontleed. Uit de magen van 45 vissen werden 96 stukjes plastic gehaald. Het meest voorkomende plastic was polyethyleen. Het artikel verscheen in het tijdschrift Environmental Pollution. De onderzoekers noemen het alarmerend dat plastic vervuiling in het Amazonegebied wijdverspreid blijkt.

Dat in drie vissoorten geen plastic werd aangetroffen, wil niet zeggen dat die soorten vrij zijn van plastic. Het kan immers toeval zijn dat in de exemplaren van deze drie soorten geen plastic werd aangetroffen. Wanneer veel meer exemplaren behorende tot deze drie soorten zouden zijn onderzocht, zitten daar wellicht wel exemplaren tussen met plastic in hun maag.

Behalve naar de maaginhoud kun je ook ontlasting op aanwezigheid van microplastics onderzoeken. Daar geldt hetzelfde. Ook dan blijkt dat vrijwel alle soorten die onderzocht worden plastic in de ontlasting hebben. Dat geldt niet alleen voor de mens, maar bijvoorbeeld ook voor de niet in gevangenschap gehouden Zuid-Amerikaanse zeebeer (artikel in Science Direct) of voor zeevogels (artikel in Science of the Total Environment).

Het heeft langzamerhand geen zin meer om het aantal diersoorten dat last heeft van plastic te tellen, maar wel om de volgende wetenschappelijke vraag te beantwoorden: van welke diersoorten mogen we redelijkerwijs aannemen dat ze niet in aanraking komen met plastic, er niet verstrikt in raken, het niet in maag krijgen én het ook niet uitpoepen? Het antwoord zal zonder twijfel zijn: schrikbarend weinig.

Foto: microplastics uit onderzochte Amazone vissen


Lees ook:

Plasticsoep nu ook plastic poep
Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s 

, ,

Trofische overdracht van microplastics in zeehonden vastgesteld

Amsterdam, 6 september 2018 – Zeedieren eten microplastics doordat ze deze soms aanzien voor voedsel. Wanneer zij op hun beurt worden gegeten, worden onbedoeld ook de microplastics geconsumeerd. Dit proces wordt ‘trofische overdracht’ van microplastics genoemd. Hierdoor kunnen microplastics zich potentieel door de gehele voedselketen verspreiden. In een recent gepubliceerde studie in Environmental Pollution is trofische overdracht van microplastics voor zeehonden, dat wil zeggen hoger in de voedselketen, vastgesteld. Het gaat om een indirecte, maar potentieel belangrijke vorm van inname van microplastics.

Om trofische overdracht van microplastics te onderzoeken werden vier in gevangenschap levende grijze zeehonden gevoerd met makreel gevangen voor de Engelse kust. Het verteringsstelsel van 31 makrelen werd onderzocht om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van microplastics. Daarnaast werden de uitwerpselen van de zeehonden tweemaal per week, gedurende 16 weken verzameld en onderzocht op de aanwezigheid van microplastics. De typen plastic die werden aangetroffen in de makrelen en de uitwerpselen vertoonden grote overlap, met ethyleen propyleen als meest voorkomende type plastic. Er waren echter ook enkele verschillen. In 10 van de 31 makrelen werden in totaal 18 microplastics aangetroffen, bestaande voor 72% uit plastic vezels en 28% uit kleine plastic fragmenten. In 15 van de 31 uitwerpselen werden in totaal 26 microplastics gevonden, echter voornamelijk bestaande uit kleine plastic fragmenten (69%) en in mindere mate plastic vezels (31%).

De belangrijkste verklaring voor de verschillen is dat de makrelen wier verteringstelsels waren onderzocht niet de makrelen waren die aan de zeehonden werden gevoerd. Directe inname van de microplastic is onwaarschijnlijk omdat de zeehonden zich al vier jaar in het opvangcentrum bevonden en dus niet recent blootgesteld waren aan plastic zwerfafval in de oceaan. De onderzoekers concluderen daarom dat trofische overdracht van microplastics in zeehonden met dit onderzoek is aangetoond.

Mogelijke effecten van de microplastics op de zeehonden zijn ook besproken. Uit eerder onderzoek is gebleken dat microplastics in het verteringsstelsel verminderde voedselinname, energiereserves en reproductie tot gevolg kunnen hebben. Of dit ook opgaat voor zeehonden is echter niet bekend. Ook kunnen tijdens het productieproces toegevoegde chemicaliën en organische stoffen die zich later in het water aan het plastic hebben gehecht mogelijk negatieve effecten hebben op de gezondheid van de zeehond. Tot slot benoemen de auteurs de mogelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid. Ook wij consumeren zeedieren en worden dus via trofische overdracht blootgesteld aan microplastics. Een recente overzichtsstudie heeft de mogelijke gezondheidsgevaren van microplastics voor de mens in kaart gebracht.


Lees ook: Zeewormen eten plastic

, ,

Zeewormen eten plastic

Amsterdam, 20 augustus 2018 –Boeien van piepschuim, die onder meer in Korea massaal worden toegepast voor de kweek van mossels en oesters op open zee, verkruimelen langzaam onder de zon. Het was al bekend dat één enkele boei zou kunnen uiteenvallen in zeven miljoen deeltjes. Per vierkante kilometer zeeoppervlak gaat het om 100.000 van zulke boeien. Nieuw onderzoek leert dat niet alleen de zon schuldig is. Zeewormen (polychaeten) werken zich naar binnen, eten het piepschuim en poepen microplastics. Het is een alarmerende ontdekking.

Uit Koreaans onderzoek, gepubliceerd in Marine Pollution Bulletin, blijkt dat er gemiddeld zes tot zeven wormen inde boeien worden aangetroffen. Eén enkele worm kan in één jaar honderd duizenden microplastics ‘genereren’. Uit lab-experimenten kwam naar voren dat één volwassen worm in één week meer dan 11.000 microplastics had uitgepoept.

Zeewormen staan onderaan de voedselketen en worden gegeten door vissen en vogels. De onderzoekers vrezen dat microplastics op deze wijze verder verspreid worden.

Twee jaar geleden was uit wetenschappelijk onderzoek al gebleken dat regenwormen op land minder goed groeien en eerder doodgaan als ze aan bepaalde concentraties microplastics worden blootgesteld. Ook deze regenwormen bleken microplastics te verspreiden, door ze op grotere diepten uit te poepen.

,

Boeren willen snelle invoering statiegeld

Amsterdam, 27 juli 2018 – Koeien zijn gulzig, nemen grote happen en eten wat ze voorgeschoteld krijgen. Dat is helaas steeds vaker stro met plastic en scherpe stukjes blik. Het probleem ontstaat door het maaien van gras dat vervuild is met plastic en blikjes. Het maakt de dieren ziek. Symptomen zijn hoge koorts door ontstekingen, slecht verteerde mest, slechte vulling van de pens en een rug die niet mooi doorzakt; een indicatie dat een koe pijn heeft. Koeien krijgen medicijnen toegediend of moeten zelfs worden geopereerd. Soms overlijden de koeien aan de gevolgen van wat scherp-in wordt genoemd, stukjes metaal die de maagwand doorboren.

De boeren zijn het zat, blijkt uit een artikel in het Brabants Dagblad. In de afgelopen paar jaar is er sprake van een sterke toename van scherp-in, aldus veearts Sjoerd Malda, in een video bij het artikel. Invoering van statiegeld is de beste remedie, omdat er dan veel minder drankverpakkingen als zwerfvuil eindigen. Daarom sloten de afgelopen maanden steeds meer boeren en boerenorganisaties zich aan bij de Statiegeldalliantie. Ook Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) pleit nu voor snelle invoering van statiegeld.

Sommige boeren stoppen een magneet in de maag van hun koeien, zodat stukjes ijzer niet naar de maagwand gaan, maar naar de magneet. Een extra groot probleem vormen de blikjes van aluminium, zoals die van RedBull, omdat de magneten geen aluminium aantrekken. Dit zijn helaas ook de blikjes, die het meest in het zwerfvuil gevonden worden.

Een woordvoerder van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) van Infrastructuur en Waterstaat liet in het Algemeen Dagblad onlangs weten dat het minimaal twee jaar kost om de invoering van statiegeld wettelijk voor te bereiden: “In de tussentijd krijgt het bedrijfsleven nog de kans maatregelen te nemen om de hoeveelheid zwerfval terug te brengen. Als dat niet lukt, voeren we statiegeld in”. De woordvoerder liet echter onvermeld dat blikjes geen onderdeel zijn van de regelgeving die nu wordt voorbereid.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “De ernstige problematiek van de boeren leert ons twee dingen. Uitbreiding van statiegeld moet zo snel mogelijk gerealiseerd worden en ook voor blikjes. Het bestaat toch niet dat een groeiend aantal koeien en schapen het slachtoffer wordt van rondzwervende drankverpakkingen?”

Lees ook: Blikken die doden

Foto: blik uit maag van een koe, www.boerin.wordpress.com

,

Probleem spooknetten veel groter dan gedacht

Amsterdam, 29 maart 2018 – Het onderzoeksteam van The Ocean CleanUp heeft de resultaten gepubliceerd van metingen naar de hoeveelheid plastic afval in het midden van de Stille Oceaan. Er drijft niet alleen veel meer dan aanvankelijk gedacht, maar het accumuleert ook nog eens in rap tempo. Bijna de helft van het gewicht (> 46%) blijkt te bestaan uit achtergelaten netten. Dat is niet eens zo moeilijk voor te stellen. Grote drijvende spooknetten zijn vele malen zwaarder dan afzonderlijke stukken drijvend plastic en ook gemaakt om in zee te kunnen blijven vissen.  

Het is al jaren bekend dat spooknetten en ander achtergelaten vissersgerei, zoals boeien, in grote mate bijdragen aan de plasticsoep en met name miljoenen slachtoffers maken onder zeedieren. Wat doen grote visbedrijven eraan om te voorkomen dat hun netten achtergelaten worden? World Animal Protection heeft de vijftien grootse visbedrijven ter wereld op deze vraag beoordeeld en daarover onlangs een rapport uitgebracht.  

Het antwoord is ontluisterend. Bij geen van deze mega-visbedrijven staat het probleem van de spooknetten op de agenda, laat staan dat ze actie ondernemen om te voorkomen dat hun netten ongecontroleerd in zee terecht komen. En al wordt door een enkel bedrijf het probleem benoemd, geen van de bedrijven rapporteert erover.  

Zolang er geen effectief internationaal controlesysteem bestaat, dumpen schepen ongestraft hun netten.  


Lees ook: Plastic maakt koraalriffen ziek 

,

Kamelen blijven sterven in woestijn door plastic

Amsterdam, 9 januari 2018 – Wekelijks verricht Dr. Ulrich Wernery sectie op kamelen. De directeur van het Central Veterinary Research Laboratorium te Dubai doet dat al jarenlang. Hij treft in vrijwel elke kamelenmaag plastic aan. Dat is niet zomaar een beetje plastic, maar onvoorstelbaar veel plastic. Aangezien kamelen het plastic dat ze eten niet kunnen verwerken, ontstaat er in de loop der tijd een steeds grotere klomp in hun magen. Naar schatting overlijdt een op de twee kamelen in de Verenigde Arabische Emiraten daaraan. Hier afgebeeld is de grootste klomp die Dr. Wernery heeft aangetroffen, 52 kilo zwaar. Het bestaat uit een paar honderd plastic tasjes, nylon draden en touw.  

 

Wanneer dr. Wernery een magere kameel ziet, weet hij zeker dat die plastic in zijn maag heeft. Door het plastic in de maag heeft de kameel namelijk geen hongergevoel, waardoor hij minder gaat eten. Daarnaast verstopt het plastic de spijsverteringskanalen. Niet alleen kamelen, ook koeien, geiten, gazelles en schapen overlijden aan plastic. Lees hier een interview met Dr. Wernery. 

De Amerikaanse fotograaf en filmmaker Chris Jordan, bekend van zijn schokkende foto’s van stervende albatrosjongen op Midway, filmde twee jaar geleden zo’n klomp. 

Dr. Wernery waarschuwt al meer dan tien jaar voor dit verschijnsel. Maar dat heeft niet geleid tot enige verbetering. De kamelen blijven sterven, omdat zoveel mensen plastic in de woestijn achterlaten en ook niemand het opruimt.   

Foto’s gemaakt door Dr. Wernery.

Carlos Rodriguez V. - Pallid Goby
, , ,

Nanoplastics veroorzaken hersenschade en gedragsafwijkingen bij vissen

Voor het eerst is door wetenschappers van de Zweedse Universiteit Lund aangetoond dat nanoplastics via de voedselketen in de hersenen van vissen terechtkomen en leiden tot abnormaal gedrag. De publicatie over dit onderzoek verscheen 13 september in het gezaghebbende vakblad Nature.

Tijdens deze studie bootsten wetenschappers twee maanden lang een voedselketen na: een keten met en een keten zonder nanoplastics, die voor het blote oog niet zichtbaar zijn. Voor dit experiment werden algen en watervlooien blootgesteld aan polystyreen deeltjes van 53 en 180 nanometer. Vervolgens werden dezelfde watervlooien gevoerd aan zoetwatervissen.

De vissen die blootgesteld werden aan plastics van 53nm aten langzamer en legden meer afstand af voor hun voedsel dan de groep die werd blootgesteld aan 180nm. De groep van 180nm liet hyperactief gedrag zien. Het afwijkende gedrag is volgens de onderzoekers het gevolg van een ophoping van nanoplastics in de hersenen.

Uit onderzoek bleek bovendien dat alle vissen uit het experiment nanoplastics in de hersenen hadden. Hersenen van dieren uit een controlegroep bevatten daarentegen geen plastic deeltjes. Volgens de wetenschappers kan van een dergelijke ophoping van nanoplastics in de hersenen echter ook in de natuur sprake zijn. Daar worden dieren weliswaar constant blootgesteld aan lage concentraties nanoplastics, maar leven ze lang genoeg om alsnog schade te ondervingen van de plastic deeltjes die zich langzaam kunnen ophopen in het lichaam. De in de studie onderzochte karpers kunnen ouder worden dan 10 jaar.

De onderzoekers concluderen dat nanoplastics in algen gegeten worden door watervlooien die op hun beurt voedsel zijn voor vissen. Zo verplaatsen de plastic deeltjes zich door de voedselketen. De mens staat aan de top van de voedselketen en de vraag is in hoeverre ze uiteindelijk in het menselijk lichaam terechtkomen en ophopen.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Wat we al vreesden wordt door deze studie bevestigd: nanoplastics klimmen omhoog in de voedselketen en dit leidt tot afwijkend gedrag van dieren. Er is niet alleen meer onderzoek nodig, ook moet de overheid maatregelen nemen om vervuiling door nanoplastics tegen te gaan om de gezondheid van mens en dier te waarborgen.”