,

Nieuwe Nederlandse plasticvanger van Noria

Amsterdam, 11 november 2019 – In relatieve stilte heeft Noria een systeem ontwikkeld dat plastic uit het water schept met een rad. Het werd dit najaar samen met Rijkswaterstaat bij de stuw en het sluizencomplex van Borgharen getest en werkt naar tevredenheid. Uitvinder Rinze de Vries en mede-oprichter Arnoud van der Vaart verwachten over een half jaar het eerste exemplaar in Nederland operationeel te hebben.

Hoe werkt het systeem?

De kracht schuilt in de eenvoud. Stromend water zet een scheprad in beweging. Dat rad heeft vijf schoepen die plastic uit het bovenste deel van de waterkolom verwijderen. Het apparaat werkt autonoom op waterkracht en heeft zo min mogelijk bewegende onderdelen. Daarom is er weinig tot geen onderhoud nodig. In waterwegen kan het op plekken gelegd worden waar veel plastic zich ophoopt. Scheepvaart en vissen ondervinden geen hinder.

Vier Hollandse uitvindingen

Opvallend genoeg is het systeem van Noria een van wel vier Nederlandse uitvindingen die nu operationeel zijn of dat binnenkort worden. Eind oktober werd The Interceptor van Ocean Cleanup gepresenteerd. Dit systeem van de jonge Hollandse uitvinder Boyan Slat is gericht op maximale afvang van drijvend plastic in zwaar vervuilde rivieren. Het systeem van Noria kan hier ook voor worden gebruikt, maar is óók geschikt voor smalle waterwegen als beken en grachten.
Een derde Nederlandse uitvinding om plastic te vangen is The Great Bubble Barrier. Een scherm van luchtbellen houdt in dit geval met de stroming meegevoerd plastic in de hele waterkolom tegen en geleidt dat naar de kant. Amsterdam heeft de primeur met de eerste Bubble Barrier die eerder deze maand officieel geopend werd.
Bij een vierde uitvinding, de Shoreliner, wordt drijvend plastic geleid naar een opvangfuik in het water. Deze wordt periodiek geleegd.

Voor elke locatie een ander systeem

Het is goed dat er keuze is in verschillende afvangsystemen, omdat het vooral van plaatselijke omstandigheden af zal hangen welk systeem waar het beste kan worden ingezet. Een volgende stap is om het verzamelde plastic te analyseren. Zo werd uit tellingen duidelijk dat er elke twee maanden alleen al op die éne plek waar de Shoreliner in de Rotterdamse haven lag, ongeveer 250.000 nurdles, de grondstof voor plastic producten, werden afgevangen.

Lees hier meer over Noria

Foto: Noria sustainable innovators.


Lees ook – Bellenscherm Bubble Barrier beleeft primeur in Amsterdamse grachten

Lees ook – Shoreliner ideaal om drijvend plastic afval te analyseren

Lees ook – Ocean cleanup gaat de rivier op

Lees ook – Minstens 24 miljoen nurdles aangespoeld bij Nederlandse kusten

Bellenscherm Bubble Barrier beleeft primeur in Amsterdamse grachten

Amsterdam, 7 november 2019 – De eerste Bubble Barrier ter wereld die plastic uit rivieren kan halen, is vandaag officieel gelanceerd in Amsterdam. De Bubble Barrier is een luchtbellenscherm in het water. Zo wordt voorkomen dat plastic afval uit de Amsterdamse grachten via het IJ en het Noordzeekanaal naar de Noordzee stroomt. Amsterdam heeft met de ingebruikname van het bellenscherm een wereldwijde primeur in de strijd tegen plasticvervuiling.

De Bubble Barrier is geplaatst door The Great Bubble Barrier in opdracht van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente Amsterdam. De opdracht geldt in elk geval voor de komende drie jaar. Het bellenscherm is geplaatst op de bodem van het Westerdok – op enkele honderden meters van het Centraal Station – dat een uiteinde vormt van de monumentale grachtengordel van Amsterdam en daarmee een uitgang naar het IJ is.

Het scherm van luchtbellen ontstaat door de plaatsing op de bodem van een rivier of kanaal van een buis, waarin talrijke kleine gaatjes zitten, waar lucht doorheen wordt geperst. De luchtbellen stuwen het in de gracht zwevende en drijvende plastic naar het wateroppervlak. De natuurlijke stroming van het water in het Westerdok en de diagonale plaatsing van het bellenscherm leiden plastic naar de opvangbak aan de waterkant. Die bak kan, indien nodig, dagelijks door Waternet worden geleegd. De Plastic Soup Foundation gaat het afgevangen afval op regelmatige basis onderzoeken.

De ludieke openingshandeling – het persen van lucht door de buis op de grachtenbodem met behulp van een fietspomp – werd vanmiddag gezamenlijk verricht door wethouder Marieke van Doorninck, waterschapsbestuurder Sander Mager en Francis Zoet, medeoprichter van The Great Bubble Barrier.

Plastic deeltjes worden overal in de natuur teruggevonden. Drijfvuilboten van Waternet scheppen dagelijks 3.500 kilo afval uit het Amsterdamse water, waaronder veel plastic. Jaarlijks halen zij op deze manier zo’n 42.000 kilo plastic uit de binnenwateren. Dat plastic drijft op of direct onder het wateroppervlak. Maar ook lager in de waterkolom bevindt zich veel zwevend plastic en plastic op de bodem van de gracht.

Plastic steeds groter probleem

Met de Bubble Barrier als nieuw middel zoekt Waterschap Amstel, Gooi en Vecht naar een oplossing voor het zwevende plastic en het kleinere plastic afval (vanaf 1 mm) dat ondanks het drijfvuilvissen achterblijft in het grachtenwater. ‘’Plastic in ons water vormt een steeds groter probleem, ook voor het werk van het waterschap”, zegt Sander Mager, bestuurder bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. “Plastic heeft ingrijpende effecten op de kwaliteit van ons water en daarmee op alles wat in of bij het water leeft. Juist daarom is het belangrijk dat het waterschap intensief samenwerkt om een vuist te maken tegen dit maatschappelijk zeer urgente probleem. De innovatieve Bubble Barrier in Amsterdam is hier een mooi voorbeeld van”, aldus Mager “Met de Bubble Barrier is het plastic probleem in Amsterdams grachtenwater natuurlijk nog niet opgelost. Het is een belangrijke stap, maar we zijn er nog niet.”

Grachten vol plastic

“Denk je aan Amsterdam, dan denk je aan de Amsterdamse grachten”, zegt Marieke van Doorninck, wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid van Amsterdam. “Maar feit is dat onze grachten vol met plastic zitten. We kennen allemaal de foto’s van meerkoeten die van plastic afval hun nesten maken. Daar is niets grappigs of romantisch aan, het is juist ontzettend verdrietig dat we dit dieren aandoen. De dieren lijden onder ons plastic afval. We lijden allemaal, we hebben er allemaal last van. Waternet doet al veel om het drijvende plastic af te vangen en de opruiminitiatieven van bewoners en ondernemers helpen ook. Maar juist het zwevende plastic heeft een gigantisch effect. Dit is het plastic dat we niet in de gracht zien vanaf de straat, maar dat er wel degelijk is.”

De gemeente Amsterdam is er alles aan gelegen om de vervuiling van de grachten en de uitstroom naar rivieren en open zee te stoppen. Zo mogen op evenementen in de stad vanaf 2020 alleen nog herbruikbare plastic bekers en milieuvriendelijk afbreekbare confetti worden gebruikt. Ook koopt de gemeente zelf geen wegwerpplastic meer in. Ondanks deze maatregelen belandt er nog steeds afval in de gracht. “Hoewel we door nieuwe maatregelen en het plaatsen van genoeg afvalbakken plastic zwerfvuil zoveel mogelijk willen voorkomen, belandt er met of zonder opzet toch nog veel plastic in de gracht. Ik ben daarom verheugd om met het waterschap de samenwerking aan te gaan om iets aan grachtenplastic te doen”, aldus de wethouder.

Het waterschap en de gemeente werkten eerder samen onder het Amsterdam Clean Water-convenant, dat schoon water zonder plastic in Amsterdam nastreeft en de uitstroom van Amsterdams plastic naar open zee wil voorkomen.

PSF onderzoekt en monitort afval

De Plastic Soup Foundation is betrokken bij het project in Amsterdam. PSF zal het afgevangen afval op regelmatige basis onderzoeken. Er wordt dan gekeken naar hoeveel plastic er wordt gevangen, naar de meest voorkomende items, naar de meest voorkomende merken (indien nog zichtbaar), waar het vandaan komt en hoe gevaarlijk het is voor mens en milieu.

De Bubble Barrier werkt 24 uur per dag, 7 dagen per week, het vormt geen hinder voor scheepvaart en vissen en kan over de gehele breedte van rivieren of kanalen worden ingezet. Het bellenscherm is de afgelopen jaren al uitvoerig getest en heeft inmiddels in diverse pilots aangetoond dat plastic deeltjes vanaf 1 mm uit stromende rivieren en kanalen kunnen worden opgevangen. In die pilots werd ook aangetoond dat de Bubble Barrier 86% van drijvend testmateriaal in binnenwater onderschept. Wat het effect van het bellenscherm is op de kleinere microplastics van 0,02 mm tot 0,5 mm wordt op dit moment onderzocht in een onderzoek met gezuiverd afvalwater bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Wervershoof.

 

Bloedonderzoek in stormvogels toont onbekende gevolgen plasticvervuiling

Amsterdam, 05 november 2019 – Australische onderzoekers hebben gekeken naar het effect van plastic op zeevogels. Dat zeevogels plastic binnen krijgen die verstoppingen veroorzaken of het hongergevoel onderdrukken, is allang bekend. Maar spelen er nog andere factoren mee? In een recente publicatie wordt, onder andere, het effect van plastic op bloedwaarden van jonge zeevogels geanalyseerd.

Verborgen effecten

Het binnenkrijgen van plastic heeft enkele zeer duidelijke en directe gevolgen voor zeevogels. Zo kan plastic zorgen voor verstoppingen in het verteringsstelsel en voor ondervoeding. Vaak wordt een relatie gelegd tussen de grootte en massa van het dier en aangetroffen plastics in de maag. Er zijn echter ook factoren van belang die minder zichtbaar zijn. Plastics kunnen giftige chemicaliën afgeven en microplastics kunnen een nadelig effect hebben op de vertering van voedsel omdat ze onder andere tot hogere concentraties urinezuur leiden.

Onderschat

Aangezien deze factoren moeilijker te meten zijn, worden de negatieve effecten van plastic waarschijnlijk onderschat. Het analyseren van bloedwaarden biedt hier uitkomst. Het nieuwe onderzoek richt zich specifiek op de Australische grote pijlstormvogel, een zeevogel die zeer veel tijd op zee doorbrengt. Dezelfde onderzoekers berichtten eerder dat deze soort het meeste plastic binnenkrijgt van alle gewervelde dieren in en op zee.

Bloedonderzoek

Het nieuwe onderzoek toont duidelijke verbanden aan tussen de hoeveelheid plastic en enkele bloedwaarden van de jonge stormvogels. Meer plastic blijkt gepaard te gaan met een lagere waarde van calcium in het bloed. Dat kan duiden op onder andere lagere vetreserves, verminderde opname van voedingsstoffen, schildklierproblemen en alvleesklierontsteking. Daarnaast wijst het onderzoek op verhoogde waardes voor cholesterol, het amylase-enzym en urinezuur, gerelateerd aan ondervoeding, langdurige stress en nierfalen. Tot slot blijkt dat vogels met plastic in hun maag een significant lager gewicht hebben en kleiner van stuk zijn. De onderzoekers benadrukken dat deze bloedwaarden en de effecten onderdeel zijn van een complex systeem, waarin ook algemene leefomstandigheden een rol spelen.

Completer beeld

De nieuwe studie biedt inzicht in tot nu toe ‘verborgen’ effecten van plasticinname door zeevogels. De onderzoekers pleiten ervoor om ook de minder zichtbare gevolgen van plasticvervuiling in beeld te brengen.

Lees ook – Australische stormvogels eten meeste plastic

Lees ook – Chemische stoffen uit plastic in eieren van de stormvogel

Plastics verbieden? Hanteer het begrip ‘essential use’!

Amsterdam, 04 november 2019 – Hoe maak je onderscheid tussen nuttige en schadelijke plastics? Wetenschappers wijzen in dit verband op het begrip ‘essential use’, dat wordt gehanteerd in het Montrealprotocol. Ze pasten het toe op PFAS, een groep stoffen die geclassificeerd is als zeer zorgwekkend. Hetzelfde uitgangspunt kan ook zinvol blijken in de aanpak van plastics.

Het Montrealprotocol en ‘essential use

Een van de meest succesvolle internationale milieuverdragen ooit is het Montrealprotocol uit 1987. Dit verdrag voorziet in stopzetting van het gebruik van fluorkoolwaterstoffen die ervan verdacht worden de ozonlaag aan te tasten. Sommige fluorkoolwaterstoffen worden echter ‘essentieel’ geacht voor onze gezondheid, veiligheid of voor het beter functioneren van onze samenleving. Deze worden niet verbannen, tenzij er een veilig alternatief bestaat. Daarom bestaat de beoordelingsmeetlat in het kader van het Montrealprotocol uit drie categorieën: stoffen kunnen niet-essentieel, vervangbaar of essentieel zijn. Zie het recent verschenen artikel dat deze aanpak voor PFAS bepleit.

‘Essential use’ en microplastics in verzorgingsproducten

Wanneer we deze meetlat toepassen op microplastics in verzorgingsmiddelen, zien we direct dat dit gebruik niet essentieel is. De microplastics dragen niet bij tot een betere gezondheid, meer veiligheid of een beter functioneren van de samenleving. Ook zijn er alternatieven voorhanden. Maar producenten gebruiken ze om marketingtechnische of financiële redenen toch, want microplastics zijn goedkoop. Aangezien de microplastics uit verzorgingsmiddelen schadelijk zijn voor het milieu, zouden ze internationaal moeten worden gekwalificeerd als niet-essentieel en vervolgens wereldwijd verboden moeten worden.

‘Essential use’ en medische toepassingen

Maar hoe beoordeel je nu een prothese van kunststof? Die zou niemand willen verbieden. Hetzelfde beoordelingskader kan dergelijke plastics ‘essentieel’ verklaren. Dat is het geval wanneer een bepaalde toepassing bijdraagt aan onze gezondheid en veiligheid en er nog geen alternatieve materialen voorhanden zijn.

Uiteraard biedt dit beoordelingskader ruimte voor discussie. Want wie bepaalt bijvoorbeeld hoe het criterium ‘beter voor de samenleving’ wordt ingevuld? Maar die discussie levert uiteindelijk wel de antwoorden op waar we naar zoeken en de instrumenten om de plasticvervuiling effectief te bestrijden.

Lees ook – ECHA wil verbod op opzettelijk toegevoegde microplastics

 

Schimmige bestemmingen van ingezameld afvalplastic

Amsterdam, 29 oktober 2019 – Een deel van het plastic afval dat burgers gescheiden inzamelen, komt terecht in landen als Maleisië of kan – zelfs binnen de EU – terechtkomen op illegale stortplaatsen. Van recycling is nauwelijks sprake. Sinds China in 2018 de poorten sloot voor de import van afvalplastic, stapelen de problemen rond hergebruik zich op. De belangrijkste oorzaken: de hoeveelheid afvalplastic blijft toenemen, er is te weinig recyclingcapaciteit en er is geen controle op de handel.  

Wat gebeurt er met het ingezamelde plastic?

In Nederland produceren we per persoon rond de 73,2 kilo plastic afval per jaar. Het gescheiden plastic wordt opgehaald en belandt in een sorteerbedrijf. Van een deel worden nieuwe plastic producten gemaakt. Volgens de TV-uitzending Plasticplaag van De Monitor valt verder naar schatting 38% in de restcategorie ‘mix’. Dat deel wordt verhandeld, voor een deel naar het buitenland, en andere bedrijven kunnen er nog enigszins waardevolle bestanddelen uithalen. Maar wat gebeurt er met het deel waar niemand wat mee kan? Dat valt niet te controleren. Onderzoeksbureau CE Delft publiceerde eerder dit jaar het rapport Plasticgebruik en verwerking van plastic afval in Nederland en stelde vast: ‘Tot voor kort werd gescheiden ingezameld plastic geëxporteerd naar China. Dit plastic dat aangeboden werd voor recycling wordt als gerecycled meegeteld in de afvalstatistiek door het Afvalfonds Verpakkingen. Het is onduidelijk of deze verpakkingen daadwerkelijk gerecycled zijn en onder welke omstandigheden.’

Onthullende documentaires

Nadat China zijn poorten sloot, verlegden de handelsstromen zich naar andere Zuidoost Aziatische landen. Maleisië wordt overspoeld met containers vol afvalplastic onder het mom van recycling. De Monitor meldde dat het land onderzoek doet naar de herkomst van zeven illegale containers met vermoedelijk Nederlands afvalplastic. Een andere onthullende documentaire, van Vox Pop, heeft het  over inmiddels 1660 illegale Poolse stortplaatsen van vooral Duits afvalplastic. Ook in landen als Frankrijk en Italië stijgt het aantal illegale stortplaatsen, omdat er geen verwerkingscapaciteit is en omdat het afval niet meer geëxporteerd kan worden.

Gezondheidsschade

Om van het illegaal gestorte plastic af te komen, worden de stortplaatsen regelmatig in brand gestoken. De daders zijn onbekend. Plaatselijke bewoners lijden onder de gevaarlijke stoffen die daarbij vrijkomen. Wat dat voor gezondheidsrisico’s oplevert, bleek tijdens de presentatie van Susan Shaw op de Plastic Health Summit eerder deze maand.

Foto: De Maleisische milieuminister Yeo Bee Yin bij een container met westers plasticafval. EPA-EFE.


Lees ook – Wat gaan we doen met ons afvalplastic?

Lees ook – Worden we ziek van verbrand plastic?

 

Ocean Cleanup gaat de rivier op

Amsterdam, 28 oktober 2019 – Boyan Slat gaat zijn werkterrein uitbreiden. Op 26 oktober heeft hij The Interceptor aan de wereld gepresenteerd, een installatie die drijvend plastic uit rivieren moet halen om zo te voorkomen dat het in de oceaan terechtkomt. Aan dit onbemande vangsysteem, dat 50.000 kilo per dag kan afvangen, heeft Ocean Cleanup de afgelopen vier jaar gewerkt. Het is ontworpen om in grote aantallen te worden geproduceerd. De eerste twee zijn al operationeel.

Presentatie van The Interceptor

Ocean Cleanup berekende dat 80% van alle plastic troep in de oceanen door duizend rivieren wordt aangevoerd. Het is van evident belang om dat plastic af te vangen voordat het de oceaan bereikt. Het doel van Ocean Cleanup is om vóór 2025 in deze duizend meest vervuilde rivieren Interceptors aan het werk te hebben. Uitvinder en ondernemer Boyan Slat gaf tekst en uitleg over zijn nieuwste project. Kijk hier de presentatie terug.

Geen nieuw idee

Al jaren ligt in de haven van Baltimore The Trash Wheel, een slim systeem dat rotzooi uit het water haalt. The Interceptor is daar een gemoderniseerde versie van. Het idee is namelijk hetzelfde: er is een drijvende arm die plastic geleidt naar een lopende band die schuin uit het water komt. Aan het einde van de lopende band wordt de troep in een bak opgevangen. Die bak wordt aan wal gebracht om te worden verwerkt. Beide systemen maken gebruik van stromend water en zonne-energie, beide hinderen de scheepvaart niet en zijn evenmin schadelijk voor vissen.

Knap staaltje ingenieurswerk

Bij The Interceptor is alles ontworpen om het afval niet alleen zo efficiënt mogelijk op te vangen, maar ook om het systeem op zo veel mogelijk plekken te kunnen installeren. Dankzij automatische meldingen weet de plaatselijke operator wanneer de bakken vol zijn en geleegd moeten worden. Aangezien de opvangcapaciteit rond de 50 kubieke meter is, gaat het om efficiënte ophaalcycli. Ongetwijfeld zullen plaatselijke autoriteiten met veel belangstelling kijken naar de resultaten van het prototype (in Jakarta, Indonesië) en die van de tweede, die in een van ’s werelds meest vervuilde rivieren (de Klang in Maleisië) zijn werk doet. Meer details over The Interceptor op de site van Ocean Cleanup.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: ‘We feliciteren Boyan Slat en zijn team met dit revolutionaire ontwerp. Tegelijk wijzen we erop dat de uiteindelijke oplossing voor de plasticsoep niet in het efficiënt afvangen van plastic ligt, maar in een veel lager gebruik en minder productie van plastic’.


Lees ook:

Rijkswaterstaat kondigt samenwerking met Schone Rivieren aan bij bekendmaking cijfers

The Great Bubble Barrier; open dag in Kampen

‘Brand Audit 2019’ identificeert tien grootste plasticvervuilers wereldwijd

Amsterdam, 25 oktober 2019 – Coca-Cola blijkt opnieuw ’s werelds grootste plasticvervuiler. Net als in 2018 werd tijdens World Cleanup Day niet alleen opgeruimd, maar ook genoteerd van welke merken het afval afkomstig was. Brand audits werden door ruim 72.000 vrijwilligers in 51 landen uitgevoerd. In totaal zijn bijna 500.000 stukken plasticafval opgeruimd. In 43% van de gevallen kon vastgesteld worden welk bedrijf de verpakking op de markt had gebracht. Voor Coca-Cola waren dat 11.732 items in 37 landen.

Brand Audit vergeleken met 2018

In 2019 deden zeven keer zoveel vrijwilligers mee om merken te turven en het aantal cleanups/brand audits steeg van 239 naar 484. Daarmee zijn de data voor 2019 een stuk robuuster. De top drie blijkt uit dezelfde multinationals als in 2018 te bestaan: Coca-Cola, Nestlé en PepsiCo. De analysemethode wijkt in 2019 wel iets af van het jaar ervoor. Dit jaar worden niet alleen de meest vervuilende bedrijven getoond, maar is voor de rangorde ook rekening gehouden met het aantal landen waarin de items werden gevonden. De top tien bestaat uit:

  • 1 Coca-Cola (2018: 1)
  • 2 Nestlé (2018: 3)
  • 3 PepsiCo (2018: 2)
  • 4 Mondelez International (2018: 5)
  • 5 Unilever (2018: 7)
  • 6 Mars (2018: 9)
  • 7 Procter &Gamble (2018: 6)
  • 8 Colgate-Palmolive (2018: 10)
  • 9 Phillip Morris (2018, niet genoemd)
  • 10 Perfetti Van Melle (2018: 8)

Danone, in 2018 op nummer 4, wordt in 2019 niet meer genoemd.

De Brand Audit 2019 is gepubliceerd door Greenpeace Philippines en werd georganiseerd door Break Free From Plastic. In Nederland werd World Cleanup Day op 21 september jl. georganiseerd door de Plastic Soup Foundation. De Nederlandse resultaten zijn in het rapport verwerkt. De top zes van meest gevonden merken in Nederland is:

Citizen Science

De analyse is een knap staaltje citizen science. Dankzij de omvang van de brand-audits beschikken we over betrouwbare data. Landen in het zuiden van de wereld (the global south) worden er vaak van beschuldigd een onevenredig grote bijdrage aan de plasticsoep te leveren. De gegevens van de Brand Audit laten zien dat het vooral multinationals zijn met hoofdkantoren in Europa of de Verenigde Staten die in die landen producten verkopen in eenmalige plastic verpakkingen. Unilever staat wereldwijd op nummer 5, maar komt in Nederland niet in de top 6 voor. Dit komt omdat het bedrijf in zuidelijke landen vooral miniverpakkingen op de markt brengt. Het businessmodel is gebaseerd op goedkoop plastic, zonder kosten te hebben aan inzameling en verwerking. Voor de milieuschade draaien de multinationals niet op.

Oproep aan multinationals

Multinationals moeten volledige verantwoordelijkheid aanvaarden voor de gevolgen van de verpakkingen waarin hun producten worden verkocht. In oktober 2018, na de eerste Brand Audit, riep de Break Free From Plastic-beweging de multinationals op om zes uitgangspunten te omarmen. De oproep werd mede ondertekend door de Plastic Soup Foundation. De data van de Brand Audit 2019 laten zien dat de noodzaak dat aan deze oproep gehoor wordt gegeven, urgenter is dan ooit:

  • Omarm een controleerbare drastische reductie van het gebruik van eenmalige plastic verpakkingen
  • Ontwerp andere manieren om de producten bij de consument te krijgen, zoals verpakkingen die vaker gebruikt kunnen worden of hervulbaar zijn
  • Breng geen producten op de markt die microplastics bevatten of microvezels loslaten
  • Werk samen met andere partijen en aanvaard regelgeving gericht op bestrijding van de plasticsoep
  • Beroep je niet op zogeheten valse oplossingen die voortzetting van het bestaande businessmodel mogelijk maken.
  • Vermijd het toepassen van alternatieve materialen die op hun beurt nadelige effecten hebben.

Graham Forbes, Greenpeace USA en Global Project Leader: ‘We will only see real change when companies like Nestle, Unilever, Coca-Cola, and PepsiCo end their reliance on fossil fuel-based plastic and throwaway packaging’.


Lees ookBlikjes van Red Bull op nummer 1 van aangetroffen zwerfvuil: World Cleanup Day 2019 in cijfers

Lees ookCoca-Cola is grootste plasticvervuiler

Lees ookCoca-Cola Europa omarmt statiegeld expliciet

Lees ookUnilever draait de plastickraan een beetje dicht

Worden we ziek van plastic? Stervende afweercellen

Amsterdam, 25 oktober 2019 – Als afweercellen microplastics proberen op te ruimen, gaan ze zelf dood. Nienke Vrisekoop, assistant professor in het UMC Utrecht, onderzocht de reactie van menselijke afweercellen op microplastics van verschillende grootte. Zij presenteerde haar eerste onderzoeksresultaten op de Plastic Health Summit in Amsterdam, eerder deze maand. Haar onderzoek is een van de vijftien kortlopende onderzoeken, die mogelijk gemaakt zijn met subsidies van ZonMw.

Gebrek aan onderzoek

Aangezien we dagelijks in aanraking komen met microplastics, en deze op verschillende manieren ons lichaam binnenkomen, is een belangrijke vraag of die plastics ook schade aanrichten. Dat de kleinste microplastics tot een omvang van twintig micrometer (zo groot als een cel) in lichamen van zoogdieren terechtkomen, is aannemelijk. Onderzoek op muizen heeft in 2017 aangetoond dat microplastics zich kunnen ophopen in bepaalde organen, namelijk de lever, nieren en darm.

Wat gebeurt er bij mensen?

Het onderzoek van Vrisekoop richt zich op de vraag hoe het menselijk afweersysteem op lichaamsvreemde microplastics reageert. Ze gebruikte afweercellen uit menselijk bloed en voegde daar in een kweekschaaltje fluorescerende microplastics van verschillende grootte (1μm en 10μm) aan toe, met of zonder ‘coating’. Die coating bestond uit bloed-componenten die zich aan het plastic binden.

Twee opvallende effecten

Er waren twee opvallende effecten. Schone microplastics zonder coating werden ongemoeid gelaten door de afweercellen, maar die met coating werden juist aangevallen. De aangevallen microplastics werden ingekapseld, precies zoals de afweercellen dat met bacteriën doen. Opvallend was dat die afweercellen in de uren en dagen daarna stierven, terwijl aan de ingekapselde microplastic zelf niets veranderde. Het tweede effect was dat de kleinere microplastics – van 1μm – allemaal werden ingekapseld, of ze nu wel of geen coating hadden, maar dat de afweercellen in dat geval niet stierven.

Zorgelijk

Vrisekoop, geciteerd door Utrecht.nieuws.nl: ‘Een zorgelijk beeld. (…) Ik kan me voorstellen dat dit tot een ontstekingsreactie leidt, waarbij het lichaam steeds meer afweercellen aanmaakt en erop af stuurt.’


Bekijk ook het NOS-item over het onderzoek

 

Worden we ziek van plastic? Sterke afname in groei luchtwegen

Amsterdam, 22 oktober 2019 – Een gemiddeld huishouden genereert per jaar ongeveer twintig kilo huiselijk stof. Zes kilo daarvan bestaat naar schatting uit microplastics. We dragen plastic kleren en we ademen de hele dag microplastics in. Wat is het effect van synthetische microvezels op onze longen? De onderzoeksgroep van professor Barbro Melgert van de Rijksuniversiteit Groningen maakt voor het beantwoorden van die vraag gebruik van gekweekte minilongetjes. Het kortlopende onderzoek wordt gefinancierd door ZonMw.

De kleinste deeltjes dringen het verst door

De lucht die we inademen komt via de luchtpijp in de longen. De longen zijn met de luchtpijp verbonden door vele vertakkingen, de bronchiën. Aan het einde van de bronchiën liggen de longblaasjes (alveoli). Deeltjes kleiner dan 10 μm dringen door in de bronchiën en kleiner dan 4 μm bereiken zelfs de longblaasjes. De onderzoeksgroep kweekt minilongetjes uit longcellen (alveolar mini lung) waarmee experimenten kunnen worden uitgevoerd, zoals het toevoegen van microplastics als nylon en polyester. Het voordeel van deze methode is dat er geen proefpersonen nodig zijn.

Nylonvezels belemmeren groei minilongetjes

Microplastics van nylon en polyester komen veel voor in huishoudelijk stof en zijn onder andere afkomstig van synthetische kleding, vloerbedekking en meubels. Onderzoeker Fransien van Dijk presenteerde de eerste voorlopige onderzoeksresultaten begin deze maand tijdens de Plastic Health Summit. Afweercellen in de longen (macrofagen) vallen met name de nylonvezels aan, zo blijkt, maar laten polyester ongemoeid. Van Dijk: ‘Als we nylon microvezels toevoegen, zien we dat er een enorme afname is in de groei van de minilongetjes. Als we polyester toevoegen, zien we een minimaal effect.’ Dit effect geldt met name voor de ontwikkeling van de luchtwegen. De onderzoeksgroep had van tevoren niet verwacht een zo duidelijk effect te zullen ontdekken.


Zie ook – De presentatie van Fransien van Dijk

Zie ook – NOS-item over het onderzoek

,

Registreer plastics net als chemische stoffen

Amsterdam, 18 oktober 2019 – Ook plastics moeten aan de regels voor chemische stoffen voldoen. Dit stellen milieuorganisaties in een gezamenlijke verklaring. Daarin wordt de Europese Commissie opgeroepen om plastics niet langer uit te zonderen van de regels met betrekking tot registratie van chemische stoffen in het kader van REACH. Alleen zo kan de veiligheid van plastics beoordeeld worden. Ook de Plastic Soup Foundation heeft ondertekend.

Polymeren uitgezonderd van REACH

Plastics bestaan uit een of meer polymeren en een complexe samenstelling van allerlei vulstoffen, chemicaliën (zoals weekmakers en vlamvertragers), stabilisatoren en kleurstoffen. Om de veiligheid van plastics te kunnen beoordelen, moet er een verplichting komen om niet alleen de afzonderlijke bouwsteentjes (monomeren), maar ook de lange ketens (polymeren) te registreren in het kader van REACH. Sinds de oprichting van REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and restriction of CHemicals) twaalf jaar geleden zijn polymeren uitgezonderd van registratie- en beoordelingsplicht. Monomeren (de bouwstenen van polymeren) moeten wél worden geregistreerd. En dat is vreemd, want de eigenschappen van een polymeer zijn heel anders dan die van een monomeer, met name op het gebied van afbreekbaarheid. Lange ketens zijn in de regel slecht afbreekbaar, terwijl een monomeer snel afgebroken wordt.

De risico’s van polymeren moeten beoordeeld worden

Pas na goedkeurig door REACH kan een producent zijn product op de markt brengen. Door de uitzondering voor polymeren hoeft, kort gezegd, geen enkel type plastic op veiligheid beoordeeld te worden. Die uitzondering is gebaseerd op twee redenen. Er bestaan zoveel verschillende polymeren dat registratie ondoenlijk is en de meeste polymeren werden twaalf jaar geleden niet als onveilig beschouwd. Het is vooral vanwege onze dagelijkse blootstelling aan plastic, de toenemende plasticproductie en toenemende zorgen van wetenschappers over gevolgen voor milieu en gezondheid, dat de roep om ook de risico’s van polymeren te beoordelen nu wel overal gehoord wordt.

Voorzorgbeginsel

De milieuorganisaties, waaronder de Plastic Soup Foundation, stellen dat REACH gebaseerd is op het voorzorgprincipe en dat het aan de chemische industrie is om aan te tonen dat plastics veilig zijn in gebruik. Op dit moment staat op de bij REACH ingediende safety sheets wel dat een stof een polymeer is, maar hoeft er geen bewijs geleverd te worden over de veiligheid ervan. De milieuorganisaties stellen voor om ‘polymeer systeem’ als begrip te gaan hanteren. In dat geval hoeft niet elke polymeer apart beoordeeld te worden, wat inderdaad ondoenlijk zou zijn, maar wel polymeergroepen (polymeren met vergelijkbare eigenschappen). De Europese Commissie kan de REACH-regelgeving aanpassen.

Six Classes Approach

De registratie in REACH voor polymeren moet aan dezelfde voorwaarden gaan voldoen als de registratie van chemische stoffen. De registratie en beoordeling van chemische stoffen schiet helaas echter ook te kort. Er worden duizenden chemische stoffen in plastic producten toegepast die we dagelijks gebruiken. Die stoffen moeten plastic de gewenste eigenschappen geven, maar een deel wordt ervan verdacht schadelijk te zijn voor de gezondheid. Bovendien is van vele chemische stoffen de mogelijke schadelijkheid onvoldoende onderzocht. Er kleven nadelen aan de huidige procedure. Eén stof onderzoeken duurt namelijk jaren. Een ander nadeel is dat wanneer een bepaalde stof wordt verboden (zoals BPA-A) deze door de industrie wordt vervangen door een stof met vergelijkbare eigenschappen die nog niet verboden is (zoals BPB-S). Het is dus zinvol om groepen van schadelijke chemicaliën te onderscheiden en je beleid daarop te baseren. Professor Alene Blum van Green Science Policy Institute, Berkely (Californië) heeft daarvoor de zes klassen-aanpak ontwikkeld. Stoffen uit al deze zes groepen worden ook in plastic producten gebruikt. Op SixClasses.org is over deze aanpak nadere uitleg te vinden in de vorm van een video per groep chemicaliën. Professor Blum lichtte de aanpak toe op de Plastic Health Summit die 3 oktober in Amsterdam werd gehouden.

Illustratie: impressie van een polymeer


Lees ook – Eerste bewijs voor gezondheidsrisico’s van micro- en nanoplastics

Lees ook – ‘Alternatieven voor BPA even schadelijk’

Lees ook – Bescherming tegen giftige chemicaliën in plastic faalt

Lee ook – Overheidssite waarzitwatin belicht risico’s chemicaliën onvoldoende