,

Shoreliner ideaal om drijvend plastic afval te analyseren

Amsterdam, 12 november 2018– De Shoreliner presteert boven verwachting. Nu de testfase onlangs succesvol is afgerond, wordt het concept verder uitgewerkt. Ingenieursbureau Tauw heeft het relatief simpele systeem voor het Havenbedrijf Rotterdam ontwikkeld in het kader van het programma Port Waste Catch. Het vangt drijfvuil af voordat het de zee bereikt.

Het systeem bestaat uit een lange drijvende arm die parallel aan de kade in het water ligt. Zo blijft de achterliggende kade vrij van afval. Onder de arm hangt een filterdoek tot een halve meter in het water. Gebruikmakend van de stroming wordt drijfvuil in de richting van een opvangfuik aan het einde van de arm gestuurd. Die wordt periodiek geleegd met een mechanische grijper vanaf een boot. In de pilotfase, van december 2016 tot en met 15 oktober 2018, is met een relatief kleine Shoreliner in de Rotterdamse Lekhaven 1166  kg drijfafval opgevangen. Daarvan was 153 kilo plastic.

Nu de effectiviteit met het prototype in de Lekhaven is aangetoond, breekt een tweede fase aan. Niet alleen is de opvangfuik twee keer zo groot gemaakt, zodat veel meer drijfvuil wordt opgevangen. Ook is besloten de Shoreliner te gebruiken voor analyse van de gevonden microplastics. Dit gebeurt in samenwerking met Rijkswaterstaat en de Plastic Soup Foundation en staat in het kader van datadeling binnen de zogeheten Community of Practice Plastic Maas-Rijn-Delta.

In opdracht van Rijkswaterstaat heeft al een eerste monitoring plaatsgevonden naar pellets. Dit zijn kleine ovaalronde stukjes plastic van circa 4 mm. Ze vormen de grondstof bij het vervaardigen van plastic producten. In één leging werden 250.000 pellets geteld. De pellets moeten afkomstig zijn van de stroomopwaarts gelegen plasticindustrie. Per keer dat de opvangfuik werd geleegd, werden tienduizenden tot honderdduizenden microplastics aangetroffen. Daarvan bestaat circa 80% uit deze pellets.

De Shoreliner blijkt een goed instrument om te monitoren wat in bepaalde hotspots, zoals insteekhavens, aan plastic drijft. Met een datareeks voor meerdere jaren kan later worden vastgesteld in hoeverre maatregelen tegen de plasticsoep (zoals initiatieven van industrie om zorgvuldiger om te gaan met pellets) daadwerkelijk effectief zijn.

Foto: Tauw.


Lees ook: Ecojacht Ocean Savior vaart op plastic

Directeur Maria Westerbos (l) ontvangt haar testresultaten van Annelies den Boer (Tegengif)
,

Uit voorzorg: veel sneller producten uit de winkels

Directeur Maria Westerbos (l) ontvangt haar testresultaten van Annelies den Boer (Tegengif)

Directeur Maria Westerbos (l) ontvangt haar testresultaten van Annelies den Boer (Tegengif)

Amsterdam, vrijdag 9 november 2018 – Niemand ontkomt aan blootstelling aan schadelijke chemische stoffen. Ze zitten overal in verwerkt en ze passeren je lichaam door inname via je mond, via je huid of de lucht. Uit voorzorg moet de toepassing van deze hormoonverstorende stoffen in producten daarom veel sneller worden verboden.

Dat is de conclusie van een onderzoek dat Stichting Tegengif deed onder 14 duurzame influencers naar de mate waarin ze aan giftige hardmakers en weekmakers van plastic, waren blootgesteld. Vandaag werden de resultaten tijdens een persbijeenkomst in Amsterdam bekendgemaakt. In oktober droegen de proefpersonen, waaronder Maria Westerbos van de Plastic Soup Foundation, allemaal een week lang een speciaal polsbandje en leverden zij hun urine in. De polsbandjes en urinestalen van de proefpersonen zijn in opdracht van Tegengif onderzocht door Majorie van Duursen, hoogleraar toxicologie aan de VU Amsterdam, en Marja Lamoree, analytisch chemicus aan dezelfde universiteit.

Mono-n-octylftalaat, difenyl fosfaat, perfluoroctaanzuur, bisfenol S, zo gaat de waslijst van de 24 schadelijke chemische stoffen nog wel even door waarop de proefpersonen zijn onderzocht. Van deze 24 onderzochte stoffen werden er 22 bij iedereen aangetroffen. Een aantal van de stoffen die zijn getest, staan op de zeer zorgwekkende stoffen lijst van ECHA (het Europees Agentschap voor chemische stoffen). De stoffen worden in verband gebracht met een verstoorde hersenontwikkeling, borst- en zaadbalkanker en onvruchtbaarheid.

Het zijn onder meer hardmakers en weekmakers van plastics die bijvoorbeeld veel voorkomen in elektronica (mobiele telefoons, spelcomputers), meubels, regenjassen, tandheelkundige materialen, voedselverpakkingen, conservenblikken, plastic flessen, zelfs kassabonnetjes. Vlamvertragers werken brandvertragend en worden onder meer gebruikt in meubels, vliegtuigen en kleding.

“Met de REACH-regelgeving lopen we structureel achter de feiten aan”, zegt Lamoree. “Zo gaat we het niet redden. De uitfasering van bepaalde verboden stoffen gaat veel te langzaam, daar gaan steeds vele jaren overheen. En dit verdrag biedt fabrikanten dan ook nog eens de mogelijkheid om op economische gronden daarop uitstel te vragen. Gezondheid wordt niet zwaar genoeg als factor meegewogen. Dat is zorgwekkend.”

“Nederland volgt Europa hier teveel in”, zegt toxicoloog Van Duursen, “terwijl landen als Denemarken, België en Frankrijk veel strenger zijn en uit voorzorg al bepaalde stoffen verbieden. Van stoffen als Bisfenol A (BPA), een van stoffen die als hardmakers van plastic worden gebruikt, is er al jaren overstelpend bewijs van de schadelijke werking. Dit jaar heeft het eindelijk de stempel hormoonverstorend gekregen. Maar dat wisten we al jaren. Waarom moet de drempel van de bewijslast zo hoog zijn? Je ziet nu dan ook vervangers als Bisfenol F en Bisfenol S opkomen maar daarvan is vastgesteld dat ze net zo schadelijk zijn als BPA.”

Annelies den Boer, oprichter en bestuursvoorzitter van Stichting Tegengif, heeft wel een verklaring waarom zo weinig mensen zich hier zorgen over maken. “Chemische stoffen zijn voor veel mensen een ver-van-mijn-bed-show. Plastic producten als flesjes zijn heel zichtbaar en daarvan begrijpt iedereen dat ze niet in de natuur thuishoren. Maar chemische stoffen zie je niet, die worden om hun eigenschappen toegevoegd aan producten en gaan op in het grote geheel. Allemaal staan we bloot aan een toxic cocktail en dat is niet goed. Steeds meer mensen krijgen bepaalde ziekten. Dit onderzoek is bedoeld om mensen daar bewust van te maken.”

Hoewel Den Boer was geschrokken van de mate van blootstelling aan schadelijke stoffen, was ze blij met het onderzoek waartoe ze het initiatief had genomen. “Ik zweer bij data. Onderzoeken als deze zorgen voor draagvlak dat er wat moet veranderen. Ik ben daarom ook zo blij dat twee Tweede Kamerleden – Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) en Corinne Ellemeet (GroenLinks) – de test zelf hebben ondergaan. Volgend jaar willen we een nog groter onderzoek doen, opnieuw met het polsbandje.”

Ook Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation, deed als gezegd aan het onderzoek mee. Vooral de uitzonderlijk hoge waarde Bisfenol F in haar lichaam zat haar niet lekker. “Eigenlijk is het een aanfluiting dat de Wereldgezondheidsorganisatie al sinds 2012 vraagt om een verbod op de toevoeging van hormoonverstoorders en vlamvertragers. Hoe vaak moeten organisaties als Tegengif nog aantonen dat we aan die stoffen worden blootgesteld? Ondertussen lopen de waarden in je lichaam op. Ik vind het echt schandelijk.”

3FM radio-dj Sander Hoogendoorn, een van de ambassadeurs van de Plastic Soup Foundation, was ook een van de 14 deelnemers aan het onderzoek. Vanochtend kreeg hij live in de uitzending, tegelijk met zijn ‘sidekicks’ Noortje Veldhuizen en Roel Hendriksen, de uitslag van Tegengif-voorzitter Annelies den Boer. Medepresentator Roel bleek van het radiotrio het slechtst te scoren vanwege de vele magnetronmaaltijden die hij in plastic opwarmt.


Lees ook: Nationaal plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie

 

Lang op gewacht: norm voor plastic in grond- en baggerspecie

Amsterdam, 9 november 2018 – Stientje van Veldhoven (D66), staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, heeft aangekondigd per 1 januari 2019 de Regeling bodemkwaliteit aan te scherpen. Het voornemen is onderdeel van een pakket van maatregelen om de plasticsoep te bestrijden. Dat blijkt uit een brief die zij 6 november samen met minister Cora van Nieuwenhuizen (VVD) van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer stuurde.

In het Besluit bodemkwaliteit (art. 7) is de zorgplicht vastgelegd dat niemand de bodem mag verontreinigen. Maar tegelijk mag volgens datzelfde besluit grond en baggerspecie maximaal vermengd zijn met 20 procent ‘bodemvreemd materiaal’ qua gewicht. In de praktijk blijkt dat bodemvreemde materiaal vaak bouwpuin, hout en plastic te zijn. De voorgenomen aanscherping bepaalt dat alleen nog ‘sporadisch’ ander bodemvreemd dan steen en hout mag voorkomen. “Dit betekent dat er in principe geen andere soorten bodemvreemd materiaal dan deze mogen voorkomen, zoals plastic en piepschuim”, aldus de brief. Dergelijk materiaal moet uit de grond en baggerspecie worden verwijderd vóórdat deze worden toegepast.

Directe aanleiding is dat bij het verondiepen van waterputten langs rivieren grond- en baggerspecie zijn toegepast die, aldus de Kamerbrief, “met grote hoeveelheden plastics zijn verontreinigd”. Het afgelopen jaar is daar maatschappelijke ophef over ontstaan. De Tweede Kamer debatteerde juni jongstleden over het dumpen van vervuilde grond uit het buitenland.

Jeroen Dagevos, hoofd programma’s van de Plastic Soup Foundation: “Dit is verheugend nieuws. Tot nu toe werd plastic in het milieu in de regelgeving niet of nauwelijks beschouwd als problematisch. Het aangescherpte Besluit bodemkwaliteit bepaalt straks dat grond- en bagger die verplaatst worden niet vervuild mogen zijn met plastic. Daarmee introduceert de overheid voor het eerst een duidelijke plastic-norm in regelgeving. Dit is de grote winst.”

Foto: Oranje bouwplastic op de oever van de Maas en afkomstig van grond die voor verondiepen gebruikt werd

,

Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s

Amsterdam, 8 november 2018– Om plastic producten hard te maken, gebruik je verstevigende stoffen zoals Bisfenol A (BPA). Om plastic juist zacht en buigzaam te krijgen, gebruik je weekmakers zoals ftalaten. Beide groepen chemische stoffen worden er sterk van verdacht onze hormoonhuishouding te verstoren. Iedereen, jong en oud, wordt er voortdurend aan blootgesteld en niet alleen door plastic producten. Blootstelling aan hormoonverstorende stoffen wordt zelfs met ongeveer tachtig ziekten in verband gebracht, waaronder zaadbalkanker, obesitas en voorplantingsstoornissen.

Aan de reeks van studies die wijzen op de schadelijkheid van deze stoffen, kan er nu weer één worden toegevoegd. Zweedse en Amerikaanse onderzoekers hebben urine van zwangere vrouwen op de aanwezigheid van ftalaten onderzocht. De uitkomsten werden gerelateerd aan de woordenschat van hun kinderen toen deze dertig maanden oud waren. Minder dan 50 woorden werd beschouwd als een achterstand in de taalontwikkeling. Er bleek aan beide zijden van de oceaan een significant verband tussen de aanwezigheid van twee specifieke ftalaten en taalachterstand. CNN bericht over dit onderzoek.

Dat vooral zwangere vrouwen een risicogroep vormen, is al veel langer bekend. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeerde in een rapport dat de blootstellingsnormen voor BPA moeten worden aangescherpt, vooral bij zwangere vrouwen en jonge kinderen. In plaats van strengere wetgeving kwam toenmalig minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid in maart 2016 met de toezegging aan de Tweede Kamer dat de voorlichting aan zwangere vrouwen en jonge moeders die de borst geven zou worden uitgebreid. Dat zou zij doen samen met het RIVM, het Voedingscentrum en VeiligheidNL.

De Zweedse en Amerikaanse onderzoekers doen ook enkele aanbevelingen om risico’s te vermijden: “Buy less processed meat, use alternatives to plastic when possible, and avoid microwaving food or beverages in plastic when possible”. De resultaten van hun studie onderstrepen het belang van voorlichting. Is na de toezegging van de minister die voorlichting in Nederland inderdaad verbeterd?

Op de site van VeiligheidNL is er niets over vinden. Het Voedingscentrum zegt dat “het van belang is dat de blootstelling aan BPA voor zwangeren, vrouwen die borstvoeding geven, pasgeborenen en jonge kinderen zo laag mogelijk is”. Maar ook: “Kijk je naar alle producten samen [waarin BPA verwerkt is], dan ligt de hoeveelheid die je als consument binnenkrijgt ver onder de huidige gezondheidslimiet.” Het RIVM heeft de voorlichting in 2017 wel uitgebreid, maar de adviezen om hoge inname van mogelijk hormoonverstorende stoffen te voorkomen, zijn uiterst mager en algemeen. Ze lezen als een open deur: “Eet gevarieerd, gebruik producten volgens de gebruiksaanwijzing en vermijd situaties waarin je langdurig dezelfde stoffen binnenkrijgt.”

Daarmee moeten zwangere vrouwen het doen. Een belrondje leert nog dat consultatiebureaus geen specifieke voorlichting geven over het vermijden van blootstelling aan BPA en/of ftalaten. Dat betere voorlichting wel degelijk kan, laat Denemarken zien. Hoe het daar toegaat, staat samengevat in een rapport van Wemos.

Minister Schippers van Volksgezondheid koos in 2016 voor betere voorlichting in plaats van strengere wetgeving. De conclusie kan geen andere zijn dan dat die voorlichting niet van de grond is gekomen. Des te belangrijker is het dat de aanbevelingen in het Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie opgevolgd worden. Dit plan, opgesteld door Wemos en mede ondertekend door de Plastic Soup Foundation en de Stichting Tegengif, werd afgelopen september gepresenteerd aan de Tweede Kamer.


Lees ook: Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie

Lees ook: Ziekenhuizen moeten BPA-vrij.

Vooraankondiging: proefpersonen vol schadelijke stoffen door plastic

Amsterdam, 7 november 2018  Over twee dagen krijgen 14 duurzame influencers waaronder Maria Westerbos (directeur Plastic Soup Foundation), Erik Does (CEO Ekoplaza), diverse 3FM dj’s en Tweede Kamerleden de uitslag van de Tegengif test. In oktober droegen zij allemaal een week lang een speciaal polsbandje en leverden zij vervolgens hun urine in. VU Amsterdam kon uit het polsbandje en de urine vaststellen in hoeverre zij waren blootgesteld aan hormoonverstorende stoffen, zoals giftige hardmakers en weekmakers van plastic.

Schokkende resultaten

Komende vrijdag 9 november maakt Stichting Tegengif de volledige resultaten van het onderzoek bekend aan de deelnemers, in aanwezigheid van de pers. Een aantal van de stoffen die zijn getest, staan op de zeer zorgwekkende stoffen lijst van ECHA (het Europees Agentschap voor chemische stoffen). Deze worden in verband gebracht met een verstoorde hersenontwikkeling, borst- en zaadbalkanker en onvruchtbaarheid. Artsen en wetenschappers maken zich dan ook grote zorgen over de blootstelling aan deze schadelijke chemische stoffen.

“Het is heftig om te zien dat zelfs bij deze duurzame toppers veel zorgwekkende stoffen zijn aangetroffen”, geeft Annelies den Boer, oprichtster van Tegengif alvast prijs. “Ik vraag me af wat dit voor de rest van de bevolking betekent.”

Erik Does, directeur van Ekoplaza, een van de deelnemers: “Ik ben enorm nieuwsgierig naar de uitslagen, bij Ekoplaza brengen we via onze supermarkten een gif- en plasticvrij consumptiepatroon elke dag een beetje meer binnen handbereik. Dat is geen makkelijke weg, maar wel hoogst noodzakelijk. Ik ben benieuwd of de effecten daarvan terug te vinden zijn in mijn eigen uitslagen.”

Ook Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation, werd onderzocht: “Het was bijzonder om een week met het polsbandje rond te lopen en precies bij te houden met welk plastic ik in contact kwam. Dit onderzoek zou cruciaal moeten zijn in de politieke besluitvorming. Ik kijk dan ook reikhalzend uit naar vrijdag 9 november om te horen wat er allemaal bij mij is gevonden.”

Zowel Tegengif als de deelnemers zien dit onderzoek als een belangrijke stap naar meer bewustwording over schadelijke chemische stoffen waar wij dagelijks aan blootstaan.

Houdt vrijdag 9 november onze website en social media van de Plastic Soup Foundation in de gaten voor de uitslagen.


Informatie voor de pers:

Wanneer:vrijdag 9 november, vanaf 14:00 uur. Om 15:00 en 16:30 uur bespreken we de resultaten. Een toxicoloog en chemicus van de VU zijn om 15:00 uur en 16:30 uur beschikbaar om vragen te beantwoorden en om samen met de deelnemers dieper op de uitslagen in te gaan.

Waar: Conscious Hotel Westerpark, Haarlemmerweg 10, 1014 BE Amsterdam.

Aanmelden: Tot uiterlijk donderdag 8 november 16:00 uur via janneke@tegengif.nl 

Deelnemers: Maurits Groen (groene ondernemer), Erik Does (directeur Ekoplaza), Ruud Koornstra (nationale Energie commissaris), Frank Wassenberg (kamerlid Partij voor de Dieren), Suze Gehem (directeur Groene Grachten), Wendelien Hebly (co founder Yoni), Ev Liu (founder Straw by Straw), Maria Westerbos (directeur Plastic Soup Foundation), Tom van de Beek (founder Pollinators), Corinne Ellemeet (kamerlid GroenLinks), Sander Hoogendoorn (3fm), Noortje Veldhuizen (3fm), Roel Hendriksen (3fm).

Kamervragen over machtspositie FloraHolland en de eenmalige plastic plantentray

Amsterdam, 6 november 2018 – Royal FloraHolland gebruikt jaarlijks 180 miljoen eenmalige plastic plantentrays. Dit levert een berg plastic afval op van maar liefst 23 miljoen kilo. Follow The Money heeft onderzoek gedaan naar de reden waarom Royal FloraHolland hardnekkig vasthoudt aan de eenmalige plastic plantentray en niet overstapt op de meervoudig te gebruiken tray. Terwijl een levenscyclusanalyse, uitgevoerd door Blonk Consultants en nota bene in opdracht van FloraHolland, ondubbelzinnig concludeert dat de meervoudige tray op milieucriteria veel beter scoort. Follow The Money vroeg zich af waarom de bloemenveiling toch niet overstapt op trays die gemiddeld zeventig keer te gebruiken zijn.

Het journalistieke onderzoekcollectief legde een ingenieus verdienmodel bloot. Zonder enige inspanning te verrichten, verdient FloraHolland miljoenen euro’s aan de trays. De bloemenveiling zou zelfs verlies leiden zonder deze inkomsten. Alleen plantentrays met het Normpack-keurmerk in eigendom van FloraHolland mogen op de veiling worden gebruikt. Telers betalen 30 cent per tray en krijgen dat bedrag terug wanneer ze de trays gevuld met plantjes naar de veiling brengen. Daarna worden de volle trays geveild. Maar dan kost de tray geen 30 cent meer, maar 34 cent. Die vier cent (x 180 miljoen trays) zijn voor FloraHolland. Grootschalige uitbreiding van de meermalen te gebruiken tray zou deze melkkoe om zeep helpen. Aangezien FloraHolland een machtige marktpositie heeft, zijn zowel telers als afnemers afhankelijk van dit systeem.

Naar aanleiding van de rapportage heeft Christine Teunissen, Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren, Kamervragen gesteld. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) moet antwoorden of deze plastic afvalberg te voorkomen is via een statiegeldsysteem en of zij haar invloed wil aanwenden voor een snelle overstap op het statiegeldsysteem. Ook wil Teunissen weten wat Van Veldhoven ervan vindt dat de bloemenveiling (door haar monopoliepositie) milieuvriendelijkere innovaties buiten de deur houdt.

Nadat de Plastic Soup Foundation al in 2016 in een position paper vaststelde dat de gang van zaken bij FloraHolland haaks staat op de circulaire doelstellingen van de regering, werden door de PvdA Kamervragen gesteld. Voormalig staatssecretaris Sharon Dijksma antwoordde toen met de sector in gesprek te zullen gaan zodra het bovengenoemde rapport van Blonk Consultants beschikbaar zou zijn. Dat gesprek heeft voor zover bekend nooit plaatsgevonden.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Het onderzoek van Follow The Money levert een sterke aanwijzing op dat FloraHolland in strijd met artikel 24 van de Mededingingswet handelt. Wij bepleiten daarom niet alleen een politieke aanpak, maar ook een juridische.”


Lees ook: Levenscyclusanalyse bevestigt: meermalige plantentray is inderdaad veel beter voor milieu

Lees ook: Kamervragen over enorme verspilling door single plastic plantentray

Lees ook: Sierteeltsector houdt, ondanks milieu-impact, hardnekkig vast aan eenmalige plastic potplantentray

 

Ambities van Plastic Soup Foundation en SodaStream ontmoeten elkaar op eiland Roatán

Het zijn geen standaard vakantiesouvenirs die Maria Westerbos heeft meegenomen uit Honduras. Een klein plastic olifantje zonder slurfje en een afgerukt beentje van een barbiepop – ooit babyroze geweest en vermoedelijk onderwerp van warme affectie. Nu een thuisloos en vies stuk plastic, zwartgeblakerd, besmeurd, bekrast en stinkend. Hoe lang deze speelgoedjes onderweg zijn geweest, en via welke route, vóórdat Maria ze van het strand van Roatán plukte? Only heaven knows. Nu liggen ze op haar bureau in Amsterdam, als stille getuigen van de plastic ramp die zich wereldwijd op zee en kustlijnen voltrekt.

EEN REIS MET EEN BEDOELING

De oprichter en directeur van de Plastic Soup Foundation is terug van een bezoek aan het Hondurese eiland Roatán, 8 kilometer breed en 60 kilometer lang. Ze was daar samen met SodaStream-ceo Daniel Birnbaum en de 150 hoogstgeplaatste managers van het concern uit 45 landen. Maria was keynote speaker en meegereisd als enige vertegenwoordiger van een ngo, samen met filmmaker Chris Jordan (‘Albatross’) en een internationaal gezelschap van een twintigtal influencers en journalisten.

Dat de volledige toplaag van het Israëlische bedrijf – dat apparaten verkoopt waarmee je van kraanwater in een oogwenk bubbeltjeswater kunt maken – uitgerekend naar dit tropische eiland is gevlogen, was niet zonder reden. “Daniel had er een duidelijke bedoeling mee, hij wil dat zijn bedrijf een grote ommezwaai gaat maken, weg van het wegwerpplastic”, zegt Maria. “Dat was ook de reden dat ik op deze uitnodiging inging. Als zo’n groot bedrijf een ingrijpende koerswijziging ondergaat, dan is het nuttig dat al je managers begrijpen waarom. Hij wilde ze confronteren met alle plastic troep die elke dag op zo’n afgelegen eilandje aanspoelt. Hij wilde samen met ze opruimen en dat hebben we dan ook gedaan, samen met lokale schoolkinderen. We zijn een paar dagen op rij tussen 5 en 6 uur ’s ochtends opgestaan, dan was het nog redelijk te doen qua temperatuur. Om 10 uur ’s ochtends was het al 45 graden.”

Er was geen houden aan, het plastic bleef maar komen. Grote herkenbare plastic voorwerpen zoals een ventilator en de borstel van een bezem, maar ook flipflops, poppen, flessen, blikjes en vooral ontelbare, veelkleurige plastic deeltjes die met de hand niet meer op te ruimen zijn. In de folders mag Roatán nog als Paradise Island te boek staan, het eiland zucht nu vooral onder afval.

“Er is helemaal geen waste management op het eiland, niks. Ik zag voetbalvelden met overal afval, waar kinderen omheen voetbalden. Ik zag hopen afval in achtertuintjes van huizen liggen, waar het wordt gedumpt en waar het af en toe in de fik wordt gezet. Je ziet de sporen van branden. Mensen gooien het zo neer, want er is niets geregeld. Waar je ook kijkt, zie je afval. Alleen bij de huizen van de superrijken zie je dat er is opgeruimd. Maar ook dat afval gaat op grote hopen langs de kustlijn en wordt vroeg of laat door de zee meegenomen. Die aanblik van al dat afval kwam enorm bij me binnen. Ik dacht: als het zó toegaat op al die eilandjes in de wereld die geen waste management hebben, al dat afval dat geen kant op kan, dan stikken deze paradijsjes letterlijk in de troep en plasticsoep. En daar komt dan nog eens al het aanlandige afval bij dat op de kusten komt aanwaaien en aanspoelen vanuit god-weet-waar. Ik werd er heel verdrietig van. En ook strijdbaar, zo werkt dat bij mij. Op elk niveau moeten veel meer mensen wereldwijd besmet raken, hun hakken in de plasticsoep zetten en zeggen: tot hier en niet verder.”

PLASTIC TE VERVUILD VOOR RECYCLING

Het eiland is volledig omsloten door water en krijgt het afval inderdaad cadeau uit alle windrichtingen, uit het hele Caraïbisch gebied, van Guatemala, Belize en Mexico in het westen en vanuit Cuba en Haïti in het noordoosten. “Alle rioleringen gaan rechtstreeks het water in. Ik zakte op een gegeven moment tot halverwege mijn kuiten in de poep en plasticsoep weg. Oh Maria, dacht ik, toen ik op mijn slippers door ploeterde: daar kun je gemakkelijk infecties van krijgen. Als dit ons voorland is, als alle bounty islands er zo uitzien of binnen afzienbare termijn er zo gaan uitzien, dan zijn zowel de mens als de oceaan in groot gevaar. Ik heb de plasticsoep eerder zien aanspoelen op Hawaii en op het strand in Vietnam, zien drijven in de morsdode Bagmati River in Kathmandu hoog in de Himalaya, maar om zo’n klein leefgebied midden in de oceaan of zoals hier in de Caraïbische Zee te zien bezwijken onder plastic trash, dat is om te huilen.”

“Het is daarom heel erg interessant om te zien hoe SodaStream haar managers omsmeedt tot een leger van plastic fighters. Ja, dat stond op de T-shirts die ze allemaal droegen. Ik vond het een bijzondere ervaring te zien hoeveel serieuze toewijding er is. De ambities liggen hoog. Ik hoorde Daniel Birnbaum op de slotavond zeggen dat ze 95 procent van de plasticsoep willen gaan opruimen.”

SodaStream onthulde en testte op Roatán namelijk ook de zogeheten Holy Turtle, een drijvend systeem voortgetrokken tussen twee boten dat plastic uit de zee moet filteren. “Zelfs als het werkt, zit je met het probleem: waar moet het afval heen nadat je het uit het water hebt gehaald? Als er in de buurt geen waste management systeem is, dan moet je het afvoeren naar het vasteland. Recyclen is geen optie: veel plastic uit zee is zo vervuild dat maar een fractie ervan herbruikbaar is. Het is een complex probleem, het is allemaal niet zo gemakkelijk. Maar de bedoeling is waanzinnig. Daniel is besmet geraakt met hetzelfde virus als waarmee ik tien jaar geleden ben besmet – en vele anderen gelukkig.”

‘JE MOET HET ZELF ZÍEN’

Wat voor de SodaStream-topman de doorslag gaf? “Hij vertelde me dat hij veel video’s en foto’s van de plastic ellende op stranden had gezien. Vervolgens was hij enkele maanden geleden zelf naar het eiland gevlogen om te gaan kijken. Het is natuurlijk niet niks om 200 mensen naar zo’n afgelegen eiland te laten vliegen en er zo’n resort af te huren. Reken maar uit wat dat kost. Maar als je daarmee dat virus kunt overbrengen naar je managers en hen kunt uitleggen waarom je denkt dat hún bedrijf verantwoordelijkheid moet nemen, dan is het vreselijk effectief. Je moet het zelf zíen! Sommige bedrijven gaan plastic vissen in de grachten van Amsterdam, ook goed. Maar veel meer bedrijven zouden zulke reizen moeten maken, denk ik, zoals SodaStream heeft gedaan. Zoals Bernice Notenboom met captains of industry naar de smeltende Noordpool gaat, daar kun je het mee vergelijken. Ik zou iets soortgelijks ook graag doen, om ceo’s het te laten zien. Wat we samen allemaal aanrichten. We zijn als enige dier ter wereld in staat ons eigen nest dodelijk te vervuilen.”

“Daniel en ik delen die waanzinnige ambitie om het plastic op te ruimen en het probleem op te lossen. Om de wereld te redden! Maar als je die ambitie hebt, dan komen gaandeweg ook teleurstellingen. Als SodaStream het meent om structureel met ons samen te werken, als je verschil wilt maken, dan begint dat altijd bij jezelf. Je moet naar de aanpak bij de bron. Dus daarom zeg ik: SodaStream, ga zelf op plastic dieet. Verlaag je Plastic Mass Index: je PMI. Wij kunnen daarbij helpen. Maak een plan: haal het plastic uit je verpakkingen, haal het plastic om je verpakkingen weg, vervang binnen nu en een paar jaar al je plastic flessen. Ja, nu hebben ze nog glas én plastic flessen die consumenten kunt hervullen. SodaStream zal dus op termijn van die plastic fles af moeten. De doppen zijn ook nog van plastic. Als je Plastic Fighter wilt zijn, moet je zelf op plastic dieet. En je klanten ook. Eigenlijk moeten we allemaal op een plastic dieet! Aan dat concept hebben we in 2018 hard gewerkt.”

‘WIJ GAAN OP PLASTIC DIEET, JIJ OOK’

SodaStream heeft de Plastic Soup Foundation genereus 10.000 dollar gedoneerd. “Dat is voor ons heel belangrijk. Dat gaan we in de webapplicatie van een plastic dieet voor consumenten stoppen om het verliezen van ‘plastic weight’ leuk en aantrekkelijk te maken. We integreren het dieet daarna ook in een app, die bijhoudt waar je bent gebleven, zodat je nooit kunt terugvallen. Daar zie ik een mooie samenwerking in het verschiet liggen. Dat we samen campagne gaan voeren op het plastic dieet. Dan zegt SodaStream tegen haar klanten wereldwijd: ‘Wij gaan op plastic dieet, jij ook! En gebruik deze app.’ Met zo’n boodschap kun je heel veel mensen in de wereld bereiken. Dat is een unieke propositie, dan ga je je onderscheiden.”

In hoeverre de onlangs aangekondigde miljardenovername van SodaStream door PepsiCo invloed heeft op de plasticvrije ambities van het Israëlische concern, zal moeten blijken. Maria ziet wel kansen. “De ceo van PepsiCo kwam ook langs op het eiland, toen we er waren. Ik heb de indruk dat Pepsi wel iets wil. Maar als je kijkt naar de gegevens van World Cleanup Day wereldwijd, dan staan ze toch vrolijk naast Coca-Cola. PepsiCo is een van de grootste vervuilers. Het is natuurlijk een mammoettanker en het is bijzonder lastig om zo’n groot bedrijf van koers te laten veranderen. Daarmee vergeleken is SodaStream een speedboot. SodaStream mag onafhankelijk blijven, is de afspraak en de intentie. Misschien dat SodaStream het goede voorbeeld kan geven en dat PepsiCo daarin meegaat en gaat onderzoeken wat ze kan doen om de kraan van single-use plastics dicht te draaien. Wat zou dat fantastisch zijn.”

,

Flesjes in de bak (om maar geen statiegeld te hoeven invoeren)

Amsterdam, 3 november 2018 –Nederland Schoon startte begin oktober de proef ‘Flesjes in de bak’ in vier gemeenten: Zaanstad, Rotterdam-Noord, Meierijstad en Heerenveen. In die plaatsen gaan supermarkten, winkels en snackbars de flesjes en blikjes die ze verkopen en vervolgens in de buurt op straat belanden zelf opruimen. Het is een van de initiatieven van het Afvalfonds om te komen tot een reductie van 70-90% van plastic flesjes in het zwerfafval. Wordt die doelstelling eind 2020 niet gehaald, dan zal statiegeld op de flesjes worden ingevoerd, zo heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) eerder dit jaar laten weten. Nederland Schoon wordt gefinancierd uit het Afvalfonds.

De proef houdt in dat winkeliers in een straal van honderd meter rond hun bedrijf elke dag achtergelaten zwerfdrankverpakkingen opruimen. De winkelier die het beste presteert, krijgt een prijs. Er zijn in de buurt van de winkels ook extra bakken geplaatst. Mocht blijken dat de proef succesvol is, dan wordt het initiatief landelijk uitgerold, aldus een bericht van Nederland Schoon.

Wie draait op voor de opruimkosten en werkt het?

Directeur Cees de Mol van Otterloo van het Afvalfonds werd geïnterviewd in het oktobernummer van het Vakblad Afval. Hij stelt dat de gemeenten zich actiever moeten inspannen om de gestelde reductiedoelen te halen: “Er moeten meer afvalbakken komen, er moet beter worden gehandhaafd en ingezameld.” Terwijl gemeenten vanwege het ontbreken van statiegeld op plastic flesjes en blikjes nu al te maken hebben met hoge opruimkosten, die voor een belangrijk deel uit publieke middelen worden betaald, betoogt hij dat zij zich nóg meer moeten inspannen om nota bene invoering van statiegeld te voorkomen.

Nu wil het geval, dat bijna alle Nederlandse gemeenten zich het afgelopen jaar hebben aangesloten bij de Statiegeldalliantie, juist omdat ze ervan overtuigd zijn dat invoering van statiegeld op flesjes en blikjes zal leiden tot een schonere omgeving én lagere opruimkosten. Gemeente Zaanstad verklaart bijvoorbeeld: “Het aansluiten bij de Statiegeldalliantie past in het gemeentelijk beleid op gebied van het schoonhouden van de openbare ruimte en het bevorderen van de circulaire economie”. Overigens hebben ook Heerenveen, Meierijstad en Rotterdam zich bij de Statiegeldalliantie aangesloten. Deelname aan een proef die erop gericht is om statiegeld niet in te voeren, zal in die gemeenten ongetwijfeld gemengde gevoelens opleveren.

Ook ondernemers worden door het Afvalfonds ingezet om onbetaald de reductiedoelstellingen te helpen halen. Ondernemers zijn op dit moment verantwoordelijk om de publieke ruimte in een straal van 25 meter rond hun bedrijf schoon te houden. De proef gaat uit van 100 meter. Zullen zij, om statiegeld te voorkomen, bereid zijn om dag in dag uit te gaan opruimen? En als dat zo is, krijg je dan niet het averechtse effect dat mensen flesjes en blikjes op straat gooien omdat die toch elke dag worden opgeruimd?

De Zaanse proef met zwerfvuil rapende winkeliers is nu vier weken gaande. Dirk Groot uit Purmerend, die zich Zwerfinator noemt en zeer actief is op sociale media, heeft een maand geleden zwerfafval vastgelegd in Zaanstad met behulp van de Litterati-app. Hij trof toen per gewandelde kilometer 55 blikjes en flesjes aan. Een journalist van Het Parool wilde met hem mee om na te gaan of de proef werkt. Ditmaal trof Dirk Groot op exact dezelfde route per kilometer 47 drankverpakkingen aan waaronder 9 flesjes. Deze hoeveelheid – allemaal nieuw zwerfafval sinds zijn vorige opruimrondje – blijkt méér te zijn dan hij gemiddeld in gemeenten op straat vindt, dat wil zeggen in plaatsen die niet aan de proef meedoen. Ook opmerkelijk: de blikjes zijn geen onderdeel van de reductiedoelstellingen van het kabinet, terwijl die (121 in totaal en 33 per kilometer) een veelvoud blijken te zijn van de zwerfflesjes. Van alle drankverpakkingen op straat was 19 procent plastic flesjes en 70% blikjes.

De Zaanse winkelstraten zijn redelijk schoon, (en waren dat al), maar dat geldt niet voor de rest van de stad waar geen winkels zijn. Het enthousiasme van de Zaanse ondernemers om hun straatje schoon te vegen, is niet overal even groot blijkt uit Het Parool-artikel. “Ik vind het helemaal niet erg om de samenleving te helpen, maar ik ga niet andermans troep opruimen”. En een andere ondernemer: “We gaan natuurlijk niet het werk van de gemeente doen”.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Nu de overheid het Afvalfonds onder druk heeft gezet om reductiedoelen te realiseren, is het zwarte pieten begonnen. Het is gênant om te zien hoe via de proef ‘Flesjes in de bak’ geprobeerd wordt enerzijds de suggestie te wekken dat Nederland wordt verlost van de zwerfflesjes en anderzijds de opruimkosten op gemeenten en lokale ondernemers worden afgewenteld.”


Lees ook: Plan Afvalfonds mikt op meerdere strategieën om statiegeld te omzeilen

, ,

Jaarlijks circa 30 kilo plastic afval per persoon en amper gerecycled

Amsterdam, 2 november 2018 –De Europese Commissie neemt een reeks maatregelen om het aantal plastic verpakkingen te verminderen. In haar document, Changing the way we use plastics, staat dat de gemiddelde Europeaan in 2014 31 kilo aan plastic verpakkingsafval produceerde. De Engelsman Daniel Webb nam de proef op de som. Webb, een kunstenaar, verzamelde gedurende het hele jaar 2017 al het verpakkingsplastic van de door hem gekochte boodschappen: hij kwam met 29 kilo dicht bij het Europese gemiddelde.

Webb maakte er niet alleen een kunstwerk van dat inzichtelijk maakt hoeveel plastic afval één persoon produceert, maar hij analyseerde die berg tot in detail. In zijn rapport ‘Everyday plastic. What we throw away and where it goes’ staan de getallen. De 29 kilo bestond uit 4.490 stukken plastic, een dagelijks gemiddelde van 12. Geëxtrapoleerd naar alle inwoners van het Verenigd Koninkrijk gaat het om 295 miljard stukken weggegooid plastic in één jaar. Van al het plastic dat hij verzamelde, was 93% eenmalig te gebruiken verpakkingsplastic (single use). Daarvan was 67% gebruikt om voedsel in te verpakken.

En wat gebeurt er met al het ingezamelde verpakkingsplastic? Webb berekende dat slechts 4 procent van wat hij produceerde aan plastic afval daadwerkelijk wordt gerecycled. Dit blijkt een totaal ander cijfer dan de Europese Commissie hanteert. Die stelt in het genoemde document dat in 2015 40% van al het verpakkingsplastic is gerecycled. Tienmaal zoveel. Klopt dat? En hoe valt dit enorme verschil in percentages te verklaren?

De Europese Commissie baseert zich op cijfers van PlasticsEurope en Eurostat. Nadere uitleg en recentere cijfers zijn te vinden in het rapport Plastic Facts van PlasticsEurope. In 2016 werd er in de Europese Unie 16,7 miljoen ton plastic verpakkingsafval ingezameld. Van dit ingezamelde afval werd 40,9% gerecycled, 20,3% gestort en 38,8% verbrand (waarmee energie wordt teruggewonnen). Uiteraard zijn er verschillen per land, maar het Verenigd Koninkrijk valt volgens dit rapport in de reeks van landen met 40 à 45% recycling.

Een eerste verschil is dat Webb heeft gekeken naar wat Britse gemeenten al dan niet inzamelen met het oog op recycling. Hij geeft een voorbeeld. Plastic bakjes van PET voor tomaten zijn 100% recyclebaar. In het Verenigd Koninkrijk worden deze bakjes door 76% van de gemeenten ingezameld, maar slechts 32% van de bakjes wordt ingezameld met recycling als oogmerk. Omdat slechts 32% van de tomatenbakjes wordt gerecycled, neemt hij dit percentage. Door vervolgens deze benadering toe te passen op alle plastic afval items, komt Webb tot de conclusie dat slechts 10% van zijn plastic afval ingezameld wordt voor recycling.

Een tweede verschil is dat Webb voor recycling uitgaat van recycling in het Verenigd Koninkrijk zelf, terwijl de Europese Unie en de plasticindustrie hier ook het plastic afval bij optellen dat wordt geëxporteerd. Dat laatste is dubieus want het is onduidelijk wat ontvangende landen met het plastic afval doen. Webb rekent voor dat het Verenigd Koninkrijk liefst 63% van al zijn afvalplastic exporteert. En die 63% mag je volgens hem niet klakkeloos meetellen als recycling.

Hij komt tot de conclusie dat slechts 4% van zijn afvalplastic daadwerkelijk wordt gerecycled. De Europese plasticindustrie gaat uit van het tienvoudige.

Hoe een ruimere definitie van de industrie ons allemaal voor de gek houdt.

Foto: Kunstwerk van Daniel Webb met het door hem verzamelde plastic afval.


Lees ook: Maas blijkt afvalput van België

Team ViS Detachering

ViS Detachering wordt per januari 2019 nieuwe Business Angel

 

Team ViS Detachering

Amsterdam, 1 november 2018 – Per 1 januari 2019 wordt ViS Detachering uit Reeuwijk zilveren Business Angel van de Plastic Soup Foundation. Over hun keuze om onze organisatie te ondersteunen zegt Gijs van Ierssel, oprichter van ViS Detachering: “Duurzaamheid staat bij ons hoog in het vaandel. We streven ernaar de wereld beter achter laten voor onze kinderen dan dat het nu is. Zo stimuleren we het elektrisch rijden, serveren we geen plastic flesjes water, zijn onze relatiegeschenken van duurzaam materiaal en scheiden we ons afval. Business Angel worden bij de Plastic Soup Foundation is voor ons een logische volgende stap. De vervuilde zeeën en oceanen gaan iedereen aan en de Plastic Soup Foundation pakt de vervuiling bij de oorzaak aan. Tevens draag ik als gepassioneerd watersporter onze zeeën en oceanen een warm hart toe.”

Plastic Soup Foundation is enorm blij met ViS Detachering aan boord als Business Angel voor het nieuwe jaar en kijkt uit naar een lange en vruchtbare samenwerking.


Lees hier meer over onze Business Angels