, , , ,

FOTOWEDSTRIJD PLASTICVERVUILING EN GEZONDHEID

Vind jij het milieu belangrijk? En maak jij je zorgen over plasticvervuiling? Ben je een fotograaf of vind je foto’s maken leuk?

Wij organiseren een fotowedstrijd voor foto’s die plasticvervuiling en gezondheid in beeld brengen. Doe mee aan de plasticsoep fotowedstrijd voor foto’s met betrekking tot plasticvervuiling en de gevolgen op ons milieu maar ook op de gezondheid van mens en dier.

We loven drie prijzen uit voor de beste foto’s!

De derde prijs: Drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merkLeven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en van het Franse merk Lamazuna een shampoo-blok en tandpasta op een stokje.

De tweede prijs: Herbruikbare roestvrijstalen rietjes van Klean Kanteen en drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merk Leven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en een shampoo-blok en tandpasta op een stokje van het Franse merk Lamazuna.

De eerste prijs: Een zilveren ketting met plasticsoep uit Hawaï pendant en een armband van MBRC the Ocean en drie katoenen Wishing Whale broodzakken, de naturel kokosolie-deodorant van het merk Leven Zonder Afval, een biologische zeep van het merk Werfzeep, een bamboe kindertandenborstel van Humble Brush en een shampoo-blok en tandpasta op een stokje van het Franse merk Lamazuna.

Het enige dat je hoeft te doen is je foto’s insturen naar: photocontest@plasticsoupfoundation.org. Vermeld wel je naam, adres en telefoonnummer in de email. Wij gebruiken je persoonsgegevens alleen voor communicatie rondom de fotowedstrijd. De inzendingstermijn sluit op maandag 17 december 2018.

De prijzen!

De eerste prijs

De tweede prijs

De derde prijs

 



Juridische clausule

Bij deelname aan de Plastic Soup Foundation’s Photo Contest behoud je de rechten op je foto, maar geef je de Plastic Soup Foundation het volledige en onvoorwaardelijke gebruiksrecht van de foto. Dat houdt in dat de Plastic Soup Foundation voor welk doel dan ook, de foto wereldwijd en onbeperkt, zonder betaling van royalty’s of andere vorm van compensatie en zonder verdere kennisgeving of toestemming, de foto in zijn geheel, maar ook gedeeltelijk, voor altijd kan gebruiken, publiceren, reproduceren, tentoonstellen en wijzigen.

Bij deelname aan deze fotowedstrijd vrijwaar je de Plastic Soup Foundation, en de medewerkers, directie, functionarissen, commissarissen, juryleden, uitgevers en reclame- en promotiebureaus van de Plastic Soup Foundation, van alle geleden schade of verlies en claims, van welke aard dan ook, als gevolg van uw deelname aan deze wedstrijd, het gebruik van de foto en de ontvangst en gebruik van de prijzen.

En bij deelname aan deze wedstrijd geef je aan dat je de privacyverklaring gelezen (die hier staat) hebt en er mee akkoord gaat. De persoonlijke gegevens van de deelnemers die voor deze wedstrijd worden verzameld, worden alleen gebruikt voor deze wedstrijd en om de winnaars te informeren en contact op te nemen. De persoonlijke gegevens worden binnen een redelijke termijn na afloop van de wedstrijd verwijderd.

Sander @s40box, Pieter Schaper @oude_kooi
, , ,

Blunder minister Van Nieuwenhuizen (VVD): “Ballonnen oplaten mag”

Amsterdam, 30 november 2018 — Tijdens het wetgevingsoverleg water met de Tweede Kamer op 26 november deed minister Cora van Nieuwenhuizen van Verkeer en Waterstaat (VVD) een opmerkelijke uitspraak over het oplaten van ballonnen. Twee dagen eerder waren door fractievoorzitter Klaas Dijkhoff van haar partij op het partijfestival in Den Bosch 500 met helium gevulde latex ballonnen opgelaten. In reactie op die actie vroeg het Kamerlid Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) of de minister bereid was om het oplaten van ballonnen te zien als het achterlaten van zwerfvuil, wat immers verboden is. De minister antwoordde dat het van belang is dat het om afbreekbare ballonnen gaat en dat het aan organisaties zelf is om een afweging te maken deze al dan niet op te laten. Luister hier het debat terug (op 5.40).

Het is hoog tijd het geheugen van de minister wat op te frissen.

De Partij voor de Dieren heeft al in december 2014 in een destijds aangenomen motie de regering verzocht  “gemeenten op te roepen om het oplaten van ballonnen actief te ontmoedigen”, aangezien “afval van ballonnen bijdraagt aan de plasticsoep” en “in verschillende gemeenten regelmatig evenementen plaatsvinden waarbij ballonnen worden opgelaten”. Naar aanleiding daarvan heeft het kabinet TNO onderzoek laten doen naar de hoeveelheid latex ballonnen die in Nederland gevuld met helium worden opgelaten en de gevolgen daarvan. Volgens TNO waren dat er in 2014 naar schatting 1 miljoen. De plek waar de ballon neerdaalt, bepaalt hoe snel het latex vergaat. In zee kan dat een aantal jaren duren. De plastic linten vergaan niet. Ballonresten horen tot de meest gevonden items op het strand.

Uit de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie is bovendien een breed pakket maatregelen voortgekomen voor het bereiken van een “goede milieutoestand” van het Nederlandse deel van de Noordzee. Een van die maatregelen is dat het “kabinet wil dat het aantal ballonnen dat wordt opgelaten, vermindert”. De voorganger van minister Nieuwenhuizen vervolgt (in de Voortgangsrapportage 2016 van het programma ‘Van Afval Naar Grondstof’): “Om dat te realiseren, zet het kabinet in op bewustwording bij de burger en bij gemeenten over de problematiek van ballonresten in het mariene milieu. Gemeenten zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen voor evenementen waar mogelijk grote hoeveelheden ballonnen worden opgelaten. Ik merk dat steeds meer gemeenten zich bewust zijn van deze problematiek en geen vergunningen meer afgeven als een ballonoplating gepland staat. Daarnaast informeren gemeenten hun burgers over alternatieven. Ik blijf deze lijn volgen en zal de gemeenten, en via gemeenten ook de burger, informeren over de uitkomsten van het TNO-onderzoek”.

Een verontruste burger die de VVD de vraag stelde hoe het toch in hemelsnaam mogelijk is dat de partij op haar festival in Den Bosch desondanks zoveel ballonnen opliet, kreeg als antwoord: “Wij snappen uw zorgen. Wij hebben voor dit festival de minst schadelijke, biologisch afbreekbare ballonnen besteld. Deze ballonnen zijn met helium gevuld en verpulveren daardoor op grote hoogte door bevriezing en landen in kleine stukjes op de grond in plaats van dat de ballonnen in zijn geheel weer naar beneden komen, zoals wel gebeurd met de traditionele plastic ballon. Ik zal niet zeggen dat het niets doet, want het afbreken duurt alsnog langer dan een week, maar wij hebben ons best gedaan om zo verantwoordelijk mogelijk te bestellen”. Een duidelijk broodje aap.

In opdracht van het ministerie van minister Nieuwenhuizen is namelijk in 2015 al onderzoek gedaan naar “Ballonnen in het maritieme milieu”. In dat rapport staat dat “ballonnen stijgen tot een hoogte van 6-8 kilometer waar een deel van de ballonnen barst. Slechts een klein deel (13%) van de ballonnen barst in kleine snippers uit elkaar. De overige 87% van de ballonnen komt in één geheel naar beneden.” En komt een latex ballon in zee terecht dan is die “na 12 maanden nog steeds elastisch”.

Het ballonnenbeleid van het kabinet blijkt een wassen neus. Waar is het vertrouwen in dit beleid als regeringspartij VVD ballonnen met honderden tegelijk oplaat en de minister zegt dat het aan organisaties zelf moet worden overgelaten of dat gedaan wordt?

Het is hoog tijd dat ballonnen die opgelaten worden, beschouwd gaan worden als zwerfvuil. Wie zwerfvuil veroorzaakt, pleegt een economisch delict en zou daarvoor gestraft moeten worden. Teunissen van de Partij voor de Dieren deed een dag na het Kamerdebat aangifte. Nu zal deze principiële vraag door het openbaar ministerie moeten worden beantwoord. Eindelijk.

Foto uit twitter berichten van Pieter Schaper (@oude_kooi) in Vlieland en Sander (@S40box) in Den Bosch. 


Lees ook: Geen proefballon maar proefproces voor VVD

, ,

Geen proefballon maar proefproces voor VVD 

Amsterdam, 26 november 2018 Het had een ludieke actie moeten zijn. Op het VVD-partijcongres van afgelopen zaterdag in Den Bosch liet Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter in de Tweede Kamer en beoogd opvolger van premier Rutte 500 proefballonnen op. Aan elke ballon hing een idee.  

Toevallig is Den Bosch een van de gemeenten waar het nog niet verboden is om ballonnen op te laten. Sinds 2014 voert de Nederlandse regering een ontmoedigingsbeleid. Het massaal oplaten van ballonnen wordt ontmoedigd, omdat ze als zwerfvuil neerdalen en bijdragen aan dierenleed en plasticsoep. Maar Dijkhoff ziet dat anders. “De ballonnen verspreiden zich over Nederland, zodat de ideeën zich ook over Nederland kunnen verspreiden”.  

Frans Kapteijns, boswachter in Noord-Brabant, is ziedend en reageerde direct. Het Brabants Dagblad citeert hem: “De VVD had vandaag de mond vol over verandering, duurzaamheid en een schoner milieu, en ondertussen laat Dijkhoff ik weet niet hoe veel ballonnen de lucht in. Die ballonnen ploffen letterlijk overal neer in de natuur. Dieren en vogels eten de ballonnen en de touwtjes op of raken erin verstrikt. Dat weet de VVD, die zich opstelt als de grootste groene partij van Nederland. En dan doen ze nu dit, alsof het ze allemaal niets interesseert. Ik vind het onbestaanbaar.” 

Als er één idee is dat moet neerdalen, dan is het dat het massaal oplaten van ballonnen expliciet verboden moeten worden. Toch kan er nu ook al gehandhaafd worden. Wie zwerfvuil veroorzaakt, en elke ballonoplater doet dat per definitie, kan worden beboet. Boswachter Kapteijns kan als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) Dijkhoff gewoon beboeten. Dijkhoff is namelijk op heterdaad betrapt en het staat bovendien op film

Welke BOA of poltiebeambtenaar durft een proefproces te beginnen? Dát is nog een goed idee dat zoden aan de dijk zet.  

Foto Maarten Hartman/Trouw


Lees ook: Oranjebond ontmoedigt voortaan oplaten ballonnen koningsdag

,

Verondiepingsproject ‘Over de Maas’ omarmt nieuwe plasticnorm

Plastic Soup Foundation blij met getroffen maatregelen

Amsterdam, 19 november 2018 – Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) heeft aan de Tweede Kamer geschreven dat per 1 januari 2019 de regeling bodemkwaliteit wordt aangescherpt. Directe aanleiding is dat bij het verondiepen van diepe waterputten langs rivieren grond- en baggerspecie zijn toegepast die, aldus de Kamerbrief, “met grote hoeveelheden plastics zijn verontreinigd”. Volgens het huidige Besluit bodemkwaliteit mag er 20% bodemvreemd materiaal in grond en bagger zitten dat verwerkt wordt, zoals hout, bouwpuin en plastic. Na 1 januari mag er “in principe” geen plastic of piepschuim meer in zitten.

De Plastic Soup Foundation bezocht afgelopen week ‘Over de Maas’ bij Dreumel, een van de projecten die de afgelopen tijd negatief in het nieuws kwamen vanwege plastic dat in het milieu werd aangetroffen. Een herleidbaar deel daarvan zou in de Maas terecht zijn gekomen via de open verbinding van de zandwinningsplas met de rivier. Herman van der Linde, directeur van Nederzand, het projectbureau dat de verondieping in ‘Over de Maas’ uitvoert, benadrukt dat het om een incident ging en heeft intussen maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. De belangrijkste maatregel is het gebruik van een stortkoker waarin drijvend plastic wordt opgevangen wanneer grond en bagger in het water worden gestort. Ook worden iedere week de oevers aangeharkt en schoongemaakt en zijn drijfschermen geplaatst. Het afval wordt verzameld en afgevoerd.

Hoe kijkt hij aan tegen de nieuwe wettelijke norm dat er geen plastic meer aanwezig mag zijn in de grond en de baggerspecie die gebruikt worden?

Van der Linde: “Wij zijn heel tevreden met die aangekondigde aanscherping. Niet alleen zal dit leiden tot het aanbieden van schonere grond en bagger, het legt ook de verantwoordelijkheid waar die moet liggen: bij de aanbieders. Deze norm creëert ook een gelijk speelveld in de sector. Wij hanteren nu op eigen initiatief een veel strengere norm dan die in de Regeling bodemkwaliteit. Dit betekent dat wij sommige ladingen niet accepteren die elders wel nog geaccepteerd worden. Dat is onwenselijk. Aanbieders zoeken dan verder tot er iemand is die hun lading wel afneemt. Waar we naar toe moeten, is dat iedereen in de keten zich bewust is van het probleem en ook zijn best doet om vervuiling van grond en bagger met plastic te voorkomen. Een probleem is nog wel de bagger afkomstig uit sloten. Die wordt ongezeefd aan ons aangeboden, terwijl daar ook wel flesjes en blikjes in kunnen zitten. Wij vangen dit nu af met een scherm. In dit geval zijn andere maatregelen ook op zijn plaats, zoals betere voorlichting of invoering van statiegeld.”

“We laten iedereen graag zien hoe wij hier te werk gaan en wat we al doen tegen plastic vervuiling. Daarvoor is er een rondleiding op vrijdag 23 november. Aanmelden kan via onze site.”

Foto: Stortkoker die plastic opvangt.


Lees ook: Lang op gewacht: norm voor plastic in grond- en baggerspecie

Lees ook: Maas blijkt afvalput van België

,

Daadwerkelijke actie multinationals cruciaal in strijd plasticsoep

Amsterdam, 15 november 2018– De Ellen MacArthur Foundation lanceerde recentelijk in samenwerking met United Nations Environment The New Plastics Economy Global Commitment. Dit initiatief is door meer dan 250 bedrijven, overheden en ngo’s ondertekend. Wie meedoet, committeert zich aan drie acties:

  • Elimineer alle problematische en onnodige plastic items;
  • Innoveer zodat al het plastic dat we blijven gebruiken herbruikbaar, recyclebaar of composteerbaar is;
  • Circuleer alle plastic items, zodat deze onderdeel zijn van de circulaire economie en niet in het milieu terecht komen.

In 2016 had de Ellen MacArthur Foundation al een invloedrijk rapport met actiepunten uitgebracht. The New Plastics Economy werd geschreven in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties. Ten opzichte van dat rapport is het eerste actiepunt in The New Plastics Economy Global Commitment nieuw. Voor het eerst ligt de nadruk nu ook op het elimineren van plastic. Voorbeelden zijn plastic items die we niet echt nodig hebben, zoals plastic rietjes, bestek en onnodige verpakkingen. In een opinieartikel ter gelegenheid van de lancering benadrukt Dame Ellen MacArthur, oprichtster van de stichting die haar naam draagt, deze koersverandering: “We cannot recycle and clean our way out of this crisis ― we must move upstream to the source of the flow”.

De New Plastics Economy Global Commitment wordt onderschreven door machtige mondiale spelers. Dat is van belang, omdat zij het verschil kunnen maken. Unilever, Danone, PepsiCo en Coca-Cola behoren zelfs tot de core partnersvan het initiatief. Alles hangt echter af van de invulling die ze daadwerkelijk gaan geven aan het “elimineren van problematische verpakkingen”. Het zijn namelijk precies dezelfde multinationals die de grootste verantwoordelijkheid voor de plasticsoep dragen en tot nu toe geen echte stappen hebben gezet.

Een recent onderzoek van Greenpeace, waarover we eerder deze week publiceerden, laat zien dat de tot op heden gepresenteerde plannen van elf multinationals juist een ongelimiteerde groei van single use plastics toestaan en helemaal geen echte oplossing bieden voor de plasticsoep. Greenpeace noemt het daarom valse beloftes. De lijn die deze bedrijven tot nu toe hebben gevolgd, is uitsluitend inzetten op het tweede en derde actiepunt (innoveren en circuleren) in plaats van het eerste actiepunt (elimineren). Dat stelt de multinationals in de gelegenheid om onbeperkt plastic te blijven gebruiken.

Ook de Break Free From Plastic (BFFP) beweging, een parapluorganisatie waarbij meer dan 1400 ngo’s zijn aangesloten waaronder de Plastic Soup Foundation, roept op tot echt leiderschap van de multinationals. Op de Our Ocean Conference die eind oktober op het Indonesische eiland Bali werd gehouden, presenteerde BFFP een Challenge voor de multinationals om de hoeveelheid plastic drastisch terug te dringen. Tot de noodzakelijke maatregelen, die in de The New Plastics Economy Global Commitmentontbreken, horen volgens Break Free From Plastic:

  • Drastische reductie van alle single use verpakkingen;
  • Investeren in producten die nagevuld kunnen worden en in de logistiek die dat faciliteert;
  • Het verwerpen van allerlei schijnoplossingen die toestaan dat plasticgebruik ongehinderd kan worden toegepast.

Foto: Core partners New Plastics Economy Global Commitment


Lees ook: Greenpeace prikt plannen door van multinationals om plasticsoep te bestrijden

Lees ook: Het grote gevecht: recycling of reductie van plastic

,

Greenpeace prikt plannen door van multinationals om plasticsoep te bestrijden

Amsterdam, 14 november 2018 – Greenpeace laat geen spaan heel van de plannen en acties van multinationals om de plasticsoep te beteugelen. Elf multinationals, actief in de sector van de fast-moving consumer goods, zijn door de milieuorganisatie doorgelicht. Het gaat om de allergrootste in de sector: Coca-Cola, Colgate-Palmolive, Johnson-Johnson, Procter&Gamble, Mars Incorporated, PepsiCo, Nestlé, Unilever, Mondelez International, Danone en KraftHeinz. Geen van deze ondernemingen heeft beleid geformuleerd om hun totale hoeveelheid verpakkingsplastic te verminderen. In tegendeel, alle tot nu toe gepresenteerde plannen laten ongeremde groei van eenmalig verpakkingsplastic toe.

Dat stelt Greenpeace in het recent verschenen rapport A crisis of convenience. De wegwerpmaatschappij heeft geleid tot het milieuprobleem van de plasticsoep. Zo’n veertig procent van al het plastic dat geproduceerd wordt, is verpakkingsplastic dat eenmalig wordt gebruikt. Veel daarvan komt in de oceanen terecht en is afkomstig van deze multinationale ondernemingen, wier businessmodel volledig gebaseerd is op eenmalig verpakkingsplastic. Samengevat bestaan hun plannen om de plasticsoep te bestrijden uit drie pijlers:

  • Vermindering van het gewicht per plastic verpakking
  • 100% recyclebare verpakkingen
  • Gebruik maken van gerecycled materiaal om nieuw plastic te vervangen.

Greenpeace vindt dat het voornemen om het gewicht per plastic verpakking te verminderen helemaal niets zegt over de totale hoeveelheid verpakkingsplastic die de multinationals in de toekomst zullen gebruiken, omdat het aantal verkochte verpakkingen ondertussen alsmaar toeneemt. De multinationals blijken vooral het recycling-zal-het-probleem-oplossen argument te misbruiken om feitelijk op de oude voet te kunnen doorgaan. Greenpeace ziet in het voornemen om 100% recyclebaar te gaan produceren eveneens geen enkele garantie dat wat 100% recyclebaar is ook voor 100% zál worden gerecycled. Recycling als oplossing is volgens het Greenpeace-rapport een mythe, omdat:

  • Momenteel slechts 9% van alle plastics wereldwijd wordt gerecycled;
  • Van gerecycled plastic nu producten worden gemaakt die slechter van kwaliteit zijn en minder waarde hebben. Het is daarom geen werkelijke recycling, maar downcycling waardoor de vraag naar virgin plasticonverminderd groot zal blijven;
  • Veel verpakkingsmateriaal niet ontworpen is om te worden gerecycled, zoals miniverpakkingen die uit meerdere lagen folies bestaan;
  • Er wereldwijd een groot gebrek is aan recycling-infrastructuur, zowel wat het inzamelen van plastic afval betreft als het verwerken ervan.

The brand audit report, gebaseerd op het tellen van zwerfplastic op merken in 42 landen, komt tot de conclusie dat Coca-Cola, PepsiCo, Nestlé en Danone de grootste vervuilers zijn. Greenpeace ging na hoeveel single-use plastics de elf multinationals verkochten in 2017 en komt tot de conclusie dat de bedrijven die het meest verkochten, precies dezelfde zijn als de meest vervuilende bedrijven volgens The brand audit report, zelfs in dezelfde volgorde.

Greenpeace doet de volgende aanbevelingen aan de multinationals om de plasticsoep werkelijk te bestrijden:

  • Omarm jaarlijkse reductiedoelstellingen van verpakkingsplastic om deze uiteindelijk geheel te verbannen;
  • Wees volledig transparant over de totale hoeveelheid plastic die gebruikt wordt, niet alleen per item;
  • Begin per direct met het elimineren van problematische en onnodige plastics, zoals de miniverpakkingen;
  • Investeer in hergebruik van flessen en bakken en innoveer in de bijbehorende logistiek.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Het rapport van Greenpeace legt de vinger op de zere plek. De beloftes van multinationals zijn hol, omdat ze gebaseerd zijn op business as usual in plaats van op het werkelijk bestrijden van de plasticsoep”.


Lees ook:
Coca-Cola is grootste plasticvervuiler

Het grote gevecht: recycling of reductie van plastic

Unilever en de plasticsoep

,

Flesjes in de bak (om maar geen statiegeld te hoeven invoeren)

Amsterdam, 3 november 2018 –Nederland Schoon startte begin oktober de proef ‘Flesjes in de bak’ in vier gemeenten: Zaanstad, Rotterdam-Noord, Meierijstad en Heerenveen. In die plaatsen gaan supermarkten, winkels en snackbars de flesjes en blikjes die ze verkopen en vervolgens in de buurt op straat belanden zelf opruimen. Het is een van de initiatieven van het Afvalfonds om te komen tot een reductie van 70-90% van plastic flesjes in het zwerfafval. Wordt die doelstelling eind 2020 niet gehaald, dan zal statiegeld op de flesjes worden ingevoerd, zo heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) eerder dit jaar laten weten. Nederland Schoon wordt gefinancierd uit het Afvalfonds.

De proef houdt in dat winkeliers in een straal van honderd meter rond hun bedrijf elke dag achtergelaten zwerfdrankverpakkingen opruimen. De winkelier die het beste presteert, krijgt een prijs. Er zijn in de buurt van de winkels ook extra bakken geplaatst. Mocht blijken dat de proef succesvol is, dan wordt het initiatief landelijk uitgerold, aldus een bericht van Nederland Schoon.

Wie draait op voor de opruimkosten en werkt het?

Directeur Cees de Mol van Otterloo van het Afvalfonds werd geïnterviewd in het oktobernummer van het Vakblad Afval. Hij stelt dat de gemeenten zich actiever moeten inspannen om de gestelde reductiedoelen te halen: “Er moeten meer afvalbakken komen, er moet beter worden gehandhaafd en ingezameld.” Terwijl gemeenten vanwege het ontbreken van statiegeld op plastic flesjes en blikjes nu al te maken hebben met hoge opruimkosten, die voor een belangrijk deel uit publieke middelen worden betaald, betoogt hij dat zij zich nóg meer moeten inspannen om nota bene invoering van statiegeld te voorkomen.

Nu wil het geval, dat bijna alle Nederlandse gemeenten zich het afgelopen jaar hebben aangesloten bij de Statiegeldalliantie, juist omdat ze ervan overtuigd zijn dat invoering van statiegeld op flesjes en blikjes zal leiden tot een schonere omgeving én lagere opruimkosten. Gemeente Zaanstad verklaart bijvoorbeeld: “Het aansluiten bij de Statiegeldalliantie past in het gemeentelijk beleid op gebied van het schoonhouden van de openbare ruimte en het bevorderen van de circulaire economie”. Overigens hebben ook Heerenveen, Meierijstad en Rotterdam zich bij de Statiegeldalliantie aangesloten. Deelname aan een proef die erop gericht is om statiegeld niet in te voeren, zal in die gemeenten ongetwijfeld gemengde gevoelens opleveren.

Ook ondernemers worden door het Afvalfonds ingezet om onbetaald de reductiedoelstellingen te helpen halen. Ondernemers zijn op dit moment verantwoordelijk om de publieke ruimte in een straal van 25 meter rond hun bedrijf schoon te houden. De proef gaat uit van 100 meter. Zullen zij, om statiegeld te voorkomen, bereid zijn om dag in dag uit te gaan opruimen? En als dat zo is, krijg je dan niet het averechtse effect dat mensen flesjes en blikjes op straat gooien omdat die toch elke dag worden opgeruimd?

De Zaanse proef met zwerfvuil rapende winkeliers is nu vier weken gaande. Dirk Groot uit Purmerend, die zich Zwerfinator noemt en zeer actief is op sociale media, heeft een maand geleden zwerfafval vastgelegd in Zaanstad met behulp van de Litterati-app. Hij trof toen per gewandelde kilometer 55 blikjes en flesjes aan. Een journalist van Het Parool wilde met hem mee om na te gaan of de proef werkt. Ditmaal trof Dirk Groot op exact dezelfde route per kilometer 47 drankverpakkingen aan waaronder 9 flesjes. Deze hoeveelheid – allemaal nieuw zwerfafval sinds zijn vorige opruimrondje – blijkt méér te zijn dan hij gemiddeld in gemeenten op straat vindt, dat wil zeggen in plaatsen die niet aan de proef meedoen. Ook opmerkelijk: de blikjes zijn geen onderdeel van de reductiedoelstellingen van het kabinet, terwijl die (121 in totaal en 33 per kilometer) een veelvoud blijken te zijn van de zwerfflesjes. Van alle drankverpakkingen op straat was 19 procent plastic flesjes en 70% blikjes.

De Zaanse winkelstraten zijn redelijk schoon, (en waren dat al), maar dat geldt niet voor de rest van de stad waar geen winkels zijn. Het enthousiasme van de Zaanse ondernemers om hun straatje schoon te vegen, is niet overal even groot blijkt uit Het Parool-artikel. “Ik vind het helemaal niet erg om de samenleving te helpen, maar ik ga niet andermans troep opruimen”. En een andere ondernemer: “We gaan natuurlijk niet het werk van de gemeente doen”.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Nu de overheid het Afvalfonds onder druk heeft gezet om reductiedoelen te realiseren, is het zwarte pieten begonnen. Het is gênant om te zien hoe via de proef ‘Flesjes in de bak’ geprobeerd wordt enerzijds de suggestie te wekken dat Nederland wordt verlost van de zwerfflesjes en anderzijds de opruimkosten op gemeenten en lokale ondernemers worden afgewenteld.”


Lees ook: Plan Afvalfonds mikt op meerdere strategieën om statiegeld te omzeilen

, ,

Jaarlijks circa 30 kilo plastic afval per persoon en amper gerecycled

Amsterdam, 2 november 2018 –De Europese Commissie neemt een reeks maatregelen om het aantal plastic verpakkingen te verminderen. In haar document, Changing the way we use plastics, staat dat de gemiddelde Europeaan in 2014 31 kilo aan plastic verpakkingsafval produceerde. De Engelsman Daniel Webb nam de proef op de som. Webb, een kunstenaar, verzamelde gedurende het hele jaar 2017 al het verpakkingsplastic van de door hem gekochte boodschappen: hij kwam met 29 kilo dicht bij het Europese gemiddelde.

Webb maakte er niet alleen een kunstwerk van dat inzichtelijk maakt hoeveel plastic afval één persoon produceert, maar hij analyseerde die berg tot in detail. In zijn rapport ‘Everyday plastic. What we throw away and where it goes’ staan de getallen. De 29 kilo bestond uit 4.490 stukken plastic, een dagelijks gemiddelde van 12. Geëxtrapoleerd naar alle inwoners van het Verenigd Koninkrijk gaat het om 295 miljard stukken weggegooid plastic in één jaar. Van al het plastic dat hij verzamelde, was 93% eenmalig te gebruiken verpakkingsplastic (single use). Daarvan was 67% gebruikt om voedsel in te verpakken.

En wat gebeurt er met al het ingezamelde verpakkingsplastic? Webb berekende dat slechts 4 procent van wat hij produceerde aan plastic afval daadwerkelijk wordt gerecycled. Dit blijkt een totaal ander cijfer dan de Europese Commissie hanteert. Die stelt in het genoemde document dat in 2015 40% van al het verpakkingsplastic is gerecycled. Tienmaal zoveel. Klopt dat? En hoe valt dit enorme verschil in percentages te verklaren?

De Europese Commissie baseert zich op cijfers van PlasticsEurope en Eurostat. Nadere uitleg en recentere cijfers zijn te vinden in het rapport Plastic Facts van PlasticsEurope. In 2016 werd er in de Europese Unie 16,7 miljoen ton plastic verpakkingsafval ingezameld. Van dit ingezamelde afval werd 40,9% gerecycled, 20,3% gestort en 38,8% verbrand (waarmee energie wordt teruggewonnen). Uiteraard zijn er verschillen per land, maar het Verenigd Koninkrijk valt volgens dit rapport in de reeks van landen met 40 à 45% recycling.

Een eerste verschil is dat Webb heeft gekeken naar wat Britse gemeenten al dan niet inzamelen met het oog op recycling. Hij geeft een voorbeeld. Plastic bakjes van PET voor tomaten zijn 100% recyclebaar. In het Verenigd Koninkrijk worden deze bakjes door 76% van de gemeenten ingezameld, maar slechts 32% van de bakjes wordt ingezameld met recycling als oogmerk. Omdat slechts 32% van de tomatenbakjes wordt gerecycled, neemt hij dit percentage. Door vervolgens deze benadering toe te passen op alle plastic afval items, komt Webb tot de conclusie dat slechts 10% van zijn plastic afval ingezameld wordt voor recycling.

Een tweede verschil is dat Webb voor recycling uitgaat van recycling in het Verenigd Koninkrijk zelf, terwijl de Europese Unie en de plasticindustrie hier ook het plastic afval bij optellen dat wordt geëxporteerd. Dat laatste is dubieus want het is onduidelijk wat ontvangende landen met het plastic afval doen. Webb rekent voor dat het Verenigd Koninkrijk liefst 63% van al zijn afvalplastic exporteert. En die 63% mag je volgens hem niet klakkeloos meetellen als recycling.

Hij komt tot de conclusie dat slechts 4% van zijn afvalplastic daadwerkelijk wordt gerecycled. De Europese plasticindustrie gaat uit van het tienvoudige.

Hoe een ruimere definitie van de industrie ons allemaal voor de gek houdt.

Foto: Kunstwerk van Daniel Webb met het door hem verzamelde plastic afval.


Lees ook: Maas blijkt afvalput van België

, , ,

Vervuilende drankmultinationals lobbyen tegen vaste doppen

Amsterdam, 18 oktober 2018 – Doppen van drankflesjes behoren tot de meest gevonden items op stranden. Doppen zijn gemaakt van plastic dat drijft, terwijl het PET van de flesjes zinkt. Afgelopen mei kwam de Europese Commissie met een voorstel voor een nieuwe richtlijn om de plasticsoep te bestrijden. De plannen zijn mede gebaseerd op items die het meest op stranden worden aangetroffen. Het is dus logisch dat de Europese Commissie drankfabrikanten wil verplichten om doppen voortaan aan flessen vast te maken. Denk aan het succes van het vaste lipje van blikjes. Volgende week woensdag wordt over de nieuwe richtlijn gestemd. De lobbymachine van frisdrankbedrijven draait op volle toeren om deze maatregel ongedaan te maken.

Coca-Cola, PepsiCo, Nestlé zijn de top drie grootste vervuilers. Dit bleek uit een eerder deze maand gepubliceerd onderzoek naar herkomst van merken van gevonden zwerfvuil-items. Het zijn deze drie bedrijven die, samen met Danone, op 9 oktober een lobbybrief stuurden aan de Europese Commissie. In de gelekte brief, waarover De Standaard bericht, stellen ze dat de beoogde maatregel niet zal leiden tot het gewenste resultaat. Volgens hen moet het mogelijk zijn om door invoering van statiegeld of door de ontwikkeling van andere ophaalsystemen in 2025 ten minste 90% van alle flessen, inclusief de doppen, in te zamelen. Als tussentijds, in 2021, zou blijken dat deze aanpak onhaalbaar is, dan zou de vaste dop alsnog verplicht kunnen worden gesteld. Lees ook het bericht in de Independent.

“If this proposal is accepted we will start introducing the mentioned commitments immediately” beloven de vier. Het klinkt als chantage, want artikel 9 van het voorstel van de Europese Unie gaat al uit van de innamedoelstelling van 90% in 2025.

Volgens Recycling Netwerk blijft de drankenindustrie weigeren om belangrijke maatregelen te nemen in de strijd tegen zwerfvuil. Recycling Netwerk vat de gevolgde tactiek samen: de bedrijven proberen nieuwe maatregelen op de lange baan te schuiven en tijd te winnen in de hoop dat de volgende Europese Commissie de maatregel niet meer invoert.

Dat statiegeld een effectief systeem is om de doelstellingen te halen, wordt door de multinationals in de brief benadrukt. Dit is ironisch, omdat ze zich tegelijkertijd verzetten tegen de invoering ervan in afzonderlijke landen zoals België, Frankrijk en Spanje. De vier multinationals schrijven verder dat ze in Nederland en in Duitsland maart volgend jaar zullen vaststellen wat het percentage ingeleverde doppen via statiegeld is. Maar ze lijken even te zijn vergeten dat er in Nederland alleen statiegeld wordt geheven op grote flessen en niet op de kleinste flesjes. Die vind je om die reden massaal overal terug als zwerfafval. CE Delft gaat in een rapport uit van 50-100 miljoen kunststof flesjes per jaar, inclusief de doppen.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “De drankindustrie toont met haar lobbybrief onbedoeld aan hoe belangrijk het is om statiegeld voor alleplastic drankflessen in te voeren én ervoor te zorgen dat de doppen vast worden gemaakt aan de fles. Hun poging om de voorgestelde doppen-verplichting te ontlopen, laat duidelijk zien dat ze kostenreductie nog altijd veel belangrijker vinden dan behoud van het milieu.”


Lees ook: Coca-Cola is grootste plasticvervuiler.

Lees ook: Voorstel Europese commissie tot reductie van eenmalig plastic.

, ,

Interessante podcastserie ‘De grote plastic show’

Amsterdam, 12 oktober 2018 –“Minder plastic is voorlopig de enige oplossing”. Aan het woord is Maria Westerbos, oprichter en directeur van de Plastic Soup Foundation, geïnterviewd voor de driedelige podcast van makersradio.nl. De interviews van Richard den Haring en René van Es met spraakmakende mensen over plasticsoep leveren interessante inzichten op. Het duo volgde een jaar lang activisten, wereldverbeteraars en deskundigen op weg naar een plasticvrije wereld. Luister naar de podcastserie De grote plastic show. De drie afleveringen duren elk ongeveer 35 minuten.

Interessant, bijvoorbeeld, is het gesprek tussen Merijn Tinga, alias de Plastic Soup Surfer, op het moment dat hij een ‘desbewustheids-exploot’ door een deurwaarder laat overhandigen aan Cees van Vliet, algemeen directeur van Albert Heijn. Aan Albert Heijn wordt op deze manier gevraagd zijn verzet tegen uitbreiding van statiegeld op te geven. Maar Van Vliet weet zeker dat Albert Heijn “met een andere aanpak een beter resultaat zal bereiken” dan met het in zijn ogen kostbare statiegeld. Albert Heijn zegt op zoek te zijn naar de meest effectieve manier om zwerfafval te voorkomen. Het blijkt alleen een zoektocht waar geen einde aan komt.

Ook Jacqueline Cramer is geïnterviewd voor de podcastserie. Cramer was tussen 2007 en 2010 minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Ze kan zich nog herinneren dat ze voor het eerst over ‘plasticsoep’ hoorde, een term die de minister tot dan toe nog niet kende. “Ik schrok me wezenloos. Ik ben al mijn Europese collega-milieuministers ervan gaan overtuigen dat we er iets mee moesten. Ik vroeg hun aandacht voor de plasticsoep. De eerste reactie was gegrinnik. Ik zei: dit is niet om te lachen, dit is serieus. Ik ben een pleidooi gaan houden over de essentie van het probleem en na minuten kreeg ik applaus. Hier moesten we mee aan de slag en dat is toen ook gedaan.”

Een hardnekkig misverstand komt aan de orde; dat de plasticsoep een eiland zou zijn waar je overheen kunt lopen. Maria Westerbos: “Dat wekt de suggestie dat je het gemakkelijk kunt opruimen. Het grootste misverstand, bijna tot op de dag van vandaag, is dat we het kunnen opruimen. Maar we kunnen het niet opruimen! We kunnen het alleen maar stoppen aan de bron. Zorgen dat er niet nog meer bij komt.”

Hoogleraar Jan Rotmans doet onderzoek naar transities en concludeert dat de uitbreiding van statiegeld veel sneller had gekund en gemoeten. Door bedrijven steeds weer de ruimte te geven zelf op zoek te gaan naar oplossingen, komt de echte oplossing voor de plasticsoep geen stap dichterbij. Rotmans vergelijkt de transitie die de grote concerns van consumentenproducten, de verpakkingsindustrie en de retail, moeten maken met een marathon van 42 kilometer: “We hebben hooguit vijf kilometer afgelegd, dus we moeten er nog 37. En het moeilijkste deel komt altijd pas na 25 kilometer. Dus dat is de opgave waar we voor staan.”

Hij is echter hoopvol dat er een cultuurverandering op komst is waarbij wegwerpplastic niet langer meer geaccepteerd wordt door burgers. Bedrijven die dan nog met plastic verpakkingen op de proppen komen, zullen als ‘sukkels’ worden beschouwd.


Lees ook: Snoepverpakkingen onder vuur