In onze oceanen en zeeën drijft steeds meer plastic afval. Dit komt van afval wat we op straat weggooien, visnetten die achterblijven, maar ook door het wassen van synthetische kleding of door je tanden te poetsen. Al deze verschillende soorten plastic vormen samen in de zeeën en oceanen de plastic soep.

Door verwering, zonlicht en golfslag valt groot plastic uit elkaar in kleine stukjes. Dit leidt tot ernstige verontreiniging. In 1997 zeilde kapitein Charles Moore van Hawaii naar Zuid-Californië door de North Pacific Gyre, een normaal gesproken ongebruikelijke route. Daar, midden op de Grote Oceaan, zag hij dagelijks stukken plastic langs drijven. Later keerde hij naar het gebied terug om nader onderzoek te doen. Het bleek te gaan om een significant hogere concentratie van plastic dan elders in de oceaan. Dat plastic bleek niet alleen te drijven, maar ook te zweven in de waterkolom. Moore noemde het verschijnsel de ‘plastic soup’, de term die nu in de hele wereld in gebruik is.

De oceanen beslaan 72% van het aardoppervlak en zijn onze voornaamste zuurstofleveranciers. Voor meer dan de helft van de wereldbevolking is de oceaan de voornaamste voedselbron. Maar omdat plastic niet verteert langs de biologische weg, is de plastic soep voor veel zeedieren dodelijk.

Plastic soup wordt giftig en dringt onze voedselketen binnen

Door de degradatie en fragmentatie van plastics tot kleine deeltjes, kunnen er ook giftige stoffen uit de plastics vrijkomen. Allerlei dieren die in of van de zee leven en zelfs het kleine zoöplankton zien plastic afval en microplastics voor voedsel aan. Hiermee dringt het vaak giftige afval onze voedselketen binnen. Ook nemen plastic deeltjes onderweg naar de zee allerlei giftige stoffen op uit riolen en vervuilde gebieden waar ze doorheen komen, waardoor het als het ware een soort giftige bommetjes worden. Deze stoffen komen weer vrij in het lichaam van het organisme dat het plastic opeet.

De plastic verontreiniging van het zeewater zou ook onze gezondheid ernstig kunnen schaden. Het overgrote deel van deze verontreiniging is afkomstig van het land. Maar liefst 80% van al het plastic afval in oceanen wordt geloosd door de industrie en door mensen op het land en belandt in zee via rivieren, kanalen en havens. Daarnaast zijn schepen, de visserij en de off-shore industrie belangrijke veroorzakers van de vervuiling, maar vergeleken met het landaandeel is dit ‘maar’ 20%.

Een deel van het plastic dat we gebruiken komt in de oceanen terecht. Wat gebeurt er met dat plastic en waar blijft het? Op alle stranden ter wereld wordt plastic aangetroffen. Microplastics zijn tot op 5000 meter diepte gevonden en plastic flessen zijn gespot op dieptes van 3500 meter. Feitelijk ‘regent’ het platic in de oceanen. Wetenschappers hebben de plastic vervuiling van oceanen nog lang niet goed in kaart gebracht.

Gyres

De oceanen zijn voortdurend in beweging als gevolg van de rotatie van de aarde en heersende windrichtingen. Er zijn vijf grote roterende zeestromingen, die gyres worden genoemd. Het gaat om een soort reusachtige draaikolken waarin het drijfvuil langzaam naar het midden wordt gezogen, vergelijkbaar met een doucheputje.

Er zijn vijf grote gyres: de North Pacific, South Pacific, Indian Ocean, North Altantic en de South Atlantic Gyre. Deze zijn gelegen in subtropische zones, dat wil zeggen boven en onder de evenaar. In alle vijf is sprake van een verhoogde concentratie van plastic afval ten opzichte van andere delen van de oceanen. Zo wordt voor de North Atlantic Gyre 20.328 stukjes plastic per vierkante kilometer gerapporteerd. In de North Pacific Gyre loopt dit aantal op tot wel 334.271 stukjes per vierkante kilometer. Het overgrote deel betreft echter deeltjes die we met het blote oog haast niet kunnen zien omdat ze kleiner zijn dan 5 mm; de microplastics.

De gyres zijn geen drijvende eilanden of tapijten van plastic, ook wel garbage patches genoemd. Er is geen sprake van een zichtbare drijvende opeengestapelde massa van plastic afval. Ook is het een mythe dat de garbage patches uit de ruimte te zien zouden zijn. Dergelijke misverstanden leiden een hardnekkig bestaan. Het gaat wel om een verhoogde concentratie van plastic dat voor een deel uit zeer kleine stukjes bestaat. Die concentratie wordt uitgedrukt in het aantal stukjes zwevend plastic per kubieke meter of het aantal drijvend plastic per vierkante kilometer.

Hotspots

Zijn de concentraties aan plastic afval het hoogst in de gyres? Dat hoeft niet het geval te zijn. Er zijn andere plekken waar de concentratie van plastic soep groot of groter is. Deze plekken worden hotspots genoemd. Hier concentreert zich plastic, maar niet als gevolg van circulerende zeestromen.

De Middellandse Zee is zo’n hotspot. Aan de ene kant is sprake van permanente toevoer van plastic afkomstig van rivieren die in de Middellandse Zee uitmonden en van kuststeden. Aan de andere kant is de verbinding met de Atlantische Oceaan (Straat van Gibraltar) zo nauw dat daarlangs weinig plastic naar de Atlantische Oceaan ontsnapt. Met andere woorden: plastic dat eenmaal in de Middellandse Zee belandt, zal daar ook blijven. Voor de Middellandse Zee is een gemiddelde van 116.000 stukjes plastic per vierkante kilometer gerapporteerd.

Hotspots zijn plekken waar om de één of andere reden concentraties van plastic ontstaan. Afgezien van binnenzeeën zoals de Middellandse Zee (denk ook aan de Zwarte Zee of de Oostzee) zijn er:

  • Baaien waaraan grote steden liggen;
  • Baaien waar plastic naar toe drijft en blijft liggen;
  • Plekken waar rivieren in zee stromen;
  • Aan kusten gesitueerde industriële centra;
  • Plekken of eilanden waar verschillende oceaanstromen bij elkaar komen.
© Copyright - Plastic Soup Foundation