Berichten

Directeur Maria Westerbos (l) ontvangt haar testresultaten van Annelies den Boer (Tegengif)
,

Uit voorzorg: veel sneller producten uit de winkels

Directeur Maria Westerbos (l) ontvangt haar testresultaten van Annelies den Boer (Tegengif)

Directeur Maria Westerbos (l) ontvangt haar testresultaten van Annelies den Boer (Tegengif)

Amsterdam, vrijdag 9 november 2018 – Niemand ontkomt aan blootstelling aan schadelijke chemische stoffen. Ze zitten overal in verwerkt en ze passeren je lichaam door inname via je mond, via je huid of de lucht. Uit voorzorg moet de toepassing van deze hormoonverstorende stoffen in producten daarom veel sneller worden verboden.

Dat is de conclusie van een onderzoek dat Stichting Tegengif deed onder 14 duurzame influencers naar de mate waarin ze aan giftige hardmakers en weekmakers van plastic, waren blootgesteld. Vandaag werden de resultaten tijdens een persbijeenkomst in Amsterdam bekendgemaakt. In oktober droegen de proefpersonen, waaronder Maria Westerbos van de Plastic Soup Foundation, allemaal een week lang een speciaal polsbandje en leverden zij hun urine in. De polsbandjes en urinestalen van de proefpersonen zijn in opdracht van Tegengif onderzocht door Majorie van Duursen, hoogleraar toxicologie aan de VU Amsterdam, en Marja Lamoree, analytisch chemicus aan dezelfde universiteit.

Mono-n-octylftalaat, difenyl fosfaat, perfluoroctaanzuur, bisfenol S, zo gaat de waslijst van de 24 schadelijke chemische stoffen nog wel even door waarop de proefpersonen zijn onderzocht. Van deze 24 onderzochte stoffen werden er 22 bij iedereen aangetroffen. Een aantal van de stoffen die zijn getest, staan op de zeer zorgwekkende stoffen lijst van ECHA (het Europees Agentschap voor chemische stoffen). De stoffen worden in verband gebracht met een verstoorde hersenontwikkeling, borst- en zaadbalkanker en onvruchtbaarheid.

Het zijn onder meer hardmakers en weekmakers van plastics die bijvoorbeeld veel voorkomen in elektronica (mobiele telefoons, spelcomputers), meubels, regenjassen, tandheelkundige materialen, voedselverpakkingen, conservenblikken, plastic flessen, zelfs kassabonnetjes. Vlamvertragers werken brandvertragend en worden onder meer gebruikt in meubels, vliegtuigen en kleding.

“Met de REACH-regelgeving lopen we structureel achter de feiten aan”, zegt Lamoree. “Zo gaat we het niet redden. De uitfasering van bepaalde verboden stoffen gaat veel te langzaam, daar gaan steeds vele jaren overheen. En dit verdrag biedt fabrikanten dan ook nog eens de mogelijkheid om op economische gronden daarop uitstel te vragen. Gezondheid wordt niet zwaar genoeg als factor meegewogen. Dat is zorgwekkend.”

“Nederland volgt Europa hier teveel in”, zegt toxicoloog Van Duursen, “terwijl landen als Denemarken, België en Frankrijk veel strenger zijn en uit voorzorg al bepaalde stoffen verbieden. Van stoffen als Bisfenol A (BPA), een van stoffen die als hardmakers van plastic worden gebruikt, is er al jaren overstelpend bewijs van de schadelijke werking. Dit jaar heeft het eindelijk de stempel hormoonverstorend gekregen. Maar dat wisten we al jaren. Waarom moet de drempel van de bewijslast zo hoog zijn? Je ziet nu dan ook vervangers als Bisfenol F en Bisfenol S opkomen maar daarvan is vastgesteld dat ze net zo schadelijk zijn als BPA.”

Annelies den Boer, oprichter en bestuursvoorzitter van Stichting Tegengif, heeft wel een verklaring waarom zo weinig mensen zich hier zorgen over maken. “Chemische stoffen zijn voor veel mensen een ver-van-mijn-bed-show. Plastic producten als flesjes zijn heel zichtbaar en daarvan begrijpt iedereen dat ze niet in de natuur thuishoren. Maar chemische stoffen zie je niet, die worden om hun eigenschappen toegevoegd aan producten en gaan op in het grote geheel. Allemaal staan we bloot aan een toxic cocktail en dat is niet goed. Steeds meer mensen krijgen bepaalde ziekten. Dit onderzoek is bedoeld om mensen daar bewust van te maken.”

Hoewel Den Boer was geschrokken van de mate van blootstelling aan schadelijke stoffen, was ze blij met het onderzoek waartoe ze het initiatief had genomen. “Ik zweer bij data. Onderzoeken als deze zorgen voor draagvlak dat er wat moet veranderen. Ik ben daarom ook zo blij dat twee Tweede Kamerleden – Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) en Corinne Ellemeet (GroenLinks) – de test zelf hebben ondergaan. Volgend jaar willen we een nog groter onderzoek doen, opnieuw met het polsbandje.”

Ook Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation, deed als gezegd aan het onderzoek mee. Vooral de uitzonderlijk hoge waarde Bisfenol F in haar lichaam zat haar niet lekker. “Eigenlijk is het een aanfluiting dat de Wereldgezondheidsorganisatie al sinds 2012 vraagt om een verbod op de toevoeging van hormoonverstoorders en vlamvertragers. Hoe vaak moeten organisaties als Tegengif nog aantonen dat we aan die stoffen worden blootgesteld? Ondertussen lopen de waarden in je lichaam op. Ik vind het echt schandelijk.”

3FM radio-dj Sander Hoogendoorn, een van de ambassadeurs van de Plastic Soup Foundation, was ook een van de 14 deelnemers aan het onderzoek. Vanochtend kreeg hij live in de uitzending, tegelijk met zijn ‘sidekicks’ Noortje Veldhuizen en Roel Hendriksen, de uitslag van Tegengif-voorzitter Annelies den Boer. Medepresentator Roel bleek van het radiotrio het slechtst te scoren vanwege de vele magnetronmaaltijden die hij in plastic opwarmt.


Lees ook: Nationaal plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie

 

,

Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s

Amsterdam, 8 november 2018– Om plastic producten hard te maken, gebruik je verstevigende stoffen zoals Bisfenol A (BPA). Om plastic juist zacht en buigzaam te krijgen, gebruik je weekmakers zoals ftalaten. Beide groepen chemische stoffen worden er sterk van verdacht onze hormoonhuishouding te verstoren. Iedereen, jong en oud, wordt er voortdurend aan blootgesteld en niet alleen door plastic producten. Blootstelling aan hormoonverstorende stoffen wordt zelfs met ongeveer tachtig ziekten in verband gebracht, waaronder zaadbalkanker, obesitas en voorplantingsstoornissen.

Aan de reeks van studies die wijzen op de schadelijkheid van deze stoffen, kan er nu weer één worden toegevoegd. Zweedse en Amerikaanse onderzoekers hebben urine van zwangere vrouwen op de aanwezigheid van ftalaten onderzocht. De uitkomsten werden gerelateerd aan de woordenschat van hun kinderen toen deze dertig maanden oud waren. Minder dan 50 woorden werd beschouwd als een achterstand in de taalontwikkeling. Er bleek aan beide zijden van de oceaan een significant verband tussen de aanwezigheid van twee specifieke ftalaten en taalachterstand. CNN bericht over dit onderzoek.

Dat vooral zwangere vrouwen een risicogroep vormen, is al veel langer bekend. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeerde in een rapport dat de blootstellingsnormen voor BPA moeten worden aangescherpt, vooral bij zwangere vrouwen en jonge kinderen. In plaats van strengere wetgeving kwam toenmalig minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid in maart 2016 met de toezegging aan de Tweede Kamer dat de voorlichting aan zwangere vrouwen en jonge moeders die de borst geven zou worden uitgebreid. Dat zou zij doen samen met het RIVM, het Voedingscentrum en VeiligheidNL.

De Zweedse en Amerikaanse onderzoekers doen ook enkele aanbevelingen om risico’s te vermijden: “Buy less processed meat, use alternatives to plastic when possible, and avoid microwaving food or beverages in plastic when possible”. De resultaten van hun studie onderstrepen het belang van voorlichting. Is na de toezegging van de minister die voorlichting in Nederland inderdaad verbeterd?

Op de site van VeiligheidNL is er niets over vinden. Het Voedingscentrum zegt dat “het van belang is dat de blootstelling aan BPA voor zwangeren, vrouwen die borstvoeding geven, pasgeborenen en jonge kinderen zo laag mogelijk is”. Maar ook: “Kijk je naar alle producten samen [waarin BPA verwerkt is], dan ligt de hoeveelheid die je als consument binnenkrijgt ver onder de huidige gezondheidslimiet.” Het RIVM heeft de voorlichting in 2017 wel uitgebreid, maar de adviezen om hoge inname van mogelijk hormoonverstorende stoffen te voorkomen, zijn uiterst mager en algemeen. Ze lezen als een open deur: “Eet gevarieerd, gebruik producten volgens de gebruiksaanwijzing en vermijd situaties waarin je langdurig dezelfde stoffen binnenkrijgt.”

Daarmee moeten zwangere vrouwen het doen. Een belrondje leert nog dat consultatiebureaus geen specifieke voorlichting geven over het vermijden van blootstelling aan BPA en/of ftalaten. Dat betere voorlichting wel degelijk kan, laat Denemarken zien. Hoe het daar toegaat, staat samengevat in een rapport van Wemos.

Minister Schippers van Volksgezondheid koos in 2016 voor betere voorlichting in plaats van strengere wetgeving. De conclusie kan geen andere zijn dan dat die voorlichting niet van de grond is gekomen. Des te belangrijker is het dat de aanbevelingen in het Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie opgevolgd worden. Dit plan, opgesteld door Wemos en WECF, en mede ondertekend door de Plastic Soup Foundation en de Stichting Tegengif, werd afgelopen september gepresenteerd aan de Tweede Kamer.


Lees ook: Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie

Lees ook: Ziekenhuizen moeten BPA-vrij.

,

“Alternatieven voor BPA even schadelijk”  

Amsterdam, 30 maart 2018 – De plasticindustrie is grootgebruiker van bisfenol A (BPA). Dit is een chemische stof die in veel plastic producten wordt toegepast, zoals plastic flessen, elektronica, kassabonnetjes en speelgoed. Omdat BPA de hormoonhuishouding verstoort en vruchtbaarheidsproblemen kan veroorzaken, heeft de Nederlandse regering in 2016 gezegd dat de blootstelling aan BPA omlaag moet. Tevens werd aangekondigd dat de regering zich ervoor zou inzetten ook dat producenten veiligere alternatieven zouden gaan ontwikkelen. 

We zijn twee jaar verder en de vraag doet zich voor hoe die producenten zich inmiddels gedragen.   

De Europese Unie classificeerde BPA in 2016 als een toxische stof en plaatste het op de lijst van zeer zorgwekkende stoffen (“substances of very high concern) van het European Chemicals Agency. Wetenschappers van alle lidstaten kwamen unaniem tot dit besluit.
Reden voor PlasticsEurope, de lobbyorganisatie van de Europese plasticindustrie, om de Europese Unie vorig jaar voor de rechter te dagen om BPA alsnog van die lijst te halen. De maatregel zou “fundamenteel disproportioneel” zijn, aldus een bericht van EUobserver, die speculeert dat het om een vertragingstactiek gaat. Zolang er een juridisch gevecht is, kan BPA immers op de markt blijven en worden zogenaamde alternatieven niet aangepakt.  

Inmiddels zijn er namelijk inderdaad alternatieven geïntroduceerd op de markt. Veel consumenten zijn zelfs al vertrouwd met labels die producten aanprijzen als “BPA-vrij”. Producenten blijken echter vooral alternatieven te gebruiken die sterk lijken op BPA. Het gaat met name om bisfenol S (BPS), bisfenol F (BPF) en bisfenol HPF (BHPF). Chem Trust, een organisatie die als missie heeft mens en dier tegen schadelijke chemicaliën te beschermen, heeft deze ontwikkeling in kaart gebracht en komt in een rapport met alarmerende bevindingen: 

  • Omdat alternatieve bisfenols tot eenzelfde chemische groep behoren, mag verwacht worden dat ze even schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid als BPA; 
  • BPA wordt teruggevonden in bloed en urine van vrijwel iedereen die daarop wordt onderzocht. De alternatieve bisfenols stoffen inmiddels ook; 
  • Europese regelgeving om de toepassing van gevaarlijk geachte stoffen te verminderen, schiet zijn doel volledig voorbij wanneer deze niet tegelijkertijd van toepassing is op alternatieve bisfenols. 

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Het is de hoogste tijd dat niet alleen de Nederlandse regering, maar ook de Europese Unie een krachtig signaal afgeeft aan de industrie dat het volstrekt onacceptabel is dat de ene problematische stof wordt ingeruild door de andere, waarbij consumenten in de waan worden gebracht dat de producten nu wel veilig zijn. Laat staan dat je hierom durft te procederen. Dat is bijna gewetenloos.”