Berichten

Mondiale Duurzaamheidsdoelen en de strijd tegen plasticsoep

Opinieartikel van Maria Westerbos in Impakter

Amsterdam, Washington DC – De Verenigde Naties stelden in 2015 de mondiale duurzame ontwikkelingsagenda vast en namen de bekende 17 mondiale duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) aan. In dat jaar werd de strijd tegen de plasticsoep niet erkend als een afzonderlijke SDG. In navolging van het Honolulu Commitment uit 2011 werd het probleem verengd tot plastic afval in zee. Dat plasticsoep zich ook in zoetwater manifesteert, op land en een bedreiging kan vormen voor onze gezondheid, bleef buiten beeld. Het gevolg hiervan is, dat bij internationale acties en overleg tot op heden uitsluitend aan SDG-doel 14.1 gerefereerd wordt. Dit subdoel benadrukt het schoonmaken van oceanen.

Het framen van plastic vervuiling

De Plastic Soup Foundation, samen met een internationale coalitie van NGOs verenigd in de Break Free From Plastic beweging, betoogt dat SDG 14 (Leven in het water) niet uitsluitend als uitgangspunt moet worden genomen bij internationale maatregelen tegen de plasticsoep. De wereld moet óók uitgaan van SDG 3 (Goede gezondheid en welzijn) en van SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie) om – met prioriteit – echte oplossingen te kunnen kiezen.

Door het accent aldus te verleggen, wordt erkend dat je van de hele plasticketen moet uitgaan, en niet alleen van de afvalfase. Een eerste prioriteit is om de productie van plastic te verminderen door in te grijpen bij het begin van de keten, in plaats van het achteraf op te ruimen. De wereld moet de oplossingen die multinationale bedrijven propageren daarom vooral niet omarmen. Het zijn veelal schijnoplossingen, zoals 100% recyclebare verpakkingen, of het verwerken van meer recyclaat in plastic producten. Deze oplossingen, vaak gesteund door overheden, staan nog steeds een ongelimiteerde groei van plastic toe, met name van eenmalig verpakkingsplastic.

Niet SDG 14, maar SDG 3 en 12

Jammer genoeg is de strijd tegen plasticsoep geen afzonderlijke SDG. De SDGs bieden gelukkig wel een effectief raamwerk voor actie, wanneer naast SDG 14 ook SDG 3 en 12 als uitgangspunt worden genomen. Een nieuw internationaal verdrag moet uitgaan van alle fasen van de plasticketen om verergering van de plasticsoep te voorkomen en onze gezondheid niet langer te compromitteren.

Lees het hele artikel van Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation, gepubliceerd door Impakter op 27 maart 2019 in de SDG series.

 

Mondiale duurzaamheidsdoelen ook van toepassing op plasticsoep

Amsterdam, 02 oktober 2018 – Het afval dat de wereld produceert zal in 2050 met 70% zijn toegenomen. De hoofdconclusie van het rapport What a Waste 2.0, dat de Wereldbank afgelopen maand uitbracht, stemt niet vrolijk. Het afval dat in zee terecht komt, zal toenemen naarmate de wereldbevolking en de koopkracht toenemen. Tenminste: áls er geen drastische maatregelen worden genomen. Schokkend is bijvoorbeeld de constatering dat op dit moment in lage inkomenslanden 93% van al het afval op vuilnisbelten in de open lucht wordt gedumpt, tegen 2% in rijke landen. Plastic is de grootste boosdoener, omdat het niet vergaat en de oceanen vervuilt. Plastic dat in de open lucht gedumpt wordt heeft grote kans om weg te waaien en ook in zee terecht te komen.

De mondiale duurzaamheidsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s) die de Verenigde Naties in 2015 vaststelden, bieden volgens het rapport een overkoepelend raamwerk voor te nemen maatregelen. Aan enkele duurzaamheidsdoelen zijn namelijk specifieke targets gekoppeld om (plastic)vervuiling terug te dringen. Landen hebben een inspanningsverplichting om maatregelen te nemen zodat de SDGs in 2030 daadwerkelijk worden gehaald. Via de SDG’s is de plasticsoep een integraal onderdeel van de duurzaamheidsagenda van landen en organisaties.

De Plastic Soup Foundation heeft de relatie tussen SDG’s en plasticsoep in kaart gebracht. Hoewel geen van de zeventien SDG’s de plasticsoep als hoofdonderwerp heeft, kan voor een aantal de relatie met de strijd tegen de plasticsoep duidelijk worden aangegeven.

Bij de bestrijding van de plasticsoep gaat het om:

  • voorkomen van plastic in het milieu,
  • vermijden van gezondheidsrisico’s,
  • absolute reductie van plastic.

Lees hier hoe deze drie uitgangspunten aan afzonderlijke SDG’s kunnen worden gekoppeld.

Mondiale duurzaamheidsdoelen en plasticsoep

In september 2015 stelden de Verenigde Naties de duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030 vast. Deze agenda bestaat uit zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen, de bekende Sustainable Development Goals (SDGs). Alle lidstaten hebben een inspanningsverplichting om hun beleid aan te passen zodat deze doelen in 2030 daadwerkelijk gehaald worden. Inmiddels hebben ook veel organisaties en bedrijven de agenda omarmd en vormen de duurzaamheidsdoelen een leidraad voor hun handelen.

Geen van de zeventien SDGs heeft expliciet plasticsoep als onderwerp. Intussen worden de gevolgen van de plasticsoep alsmaar duidelijker en staat het probleem steeds prominenter op de internationale agenda. In juli 2017 vergaderden de Verenigde Naties over de uitvoering van SDG 14, (“Behoud en maak duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en maritieme hulpbronnen”), en nam de wereld een resolutie aan: “Our Ocean, our future: call for action”. Alle landen spraken af om hun inspanningen te intensiveren om vervuiling van de oceanen te voorkomen, onder meer door te streven naar een vermindering van plastics en microplastics. Concreet werd de reductie van Single Use Plastic (SUP) en dan vooral eenmalig (verpakkings)plastic genoemd.

Relatie tussen duurzaamheidsdoelen en plasticsoep

Voor veel bedrijven, banken en investeringsfondsen fungeren de duurzaamheidsdoelen inmiddels als een checklist voor hun duurzaamheidsbarometer. Voor een aantal SDGs geldt dat hun inspanningen in de strijd tegen plasticvervuiling goed aangegeven kan worden. Via de SDGs is de plasticsoep een integraal onderdeel van de duurzaamheidsagenda geworden.

Bij de bestrijding van de plasticsoep gaat het om:

  • Voorkomen van plastic in het milieu
  • Vermijden van gezondheidsrisico’s
  • Absolute reductie van plastic.

Hieronder worden deze uitgangspunten gekoppeld aan afzonderlijke duurzaamheidsdoelen.

SDG 3: Gezondheid en welzijn

Kunststoffen zijn een combinatie van polymeren en additieven. De laatste zijn chemische stoffen die worden toegevoegd om plastic de gewenste eigenschappen te geven, waaronder weekmakers en vlamvertragers. Sommige van deze stoffen verstoren de hormoonhuishouding van mens en dier. Een andere grote zorg zijn de gevolgen van nanoplastics. Deze deeltjes zijn zo klein dat ze overal in het lichaam kunnen binnendringen: in weefsel, organen, hersenen en cellen. De naar verhouding zeer giftige deeltjes kunnen lokale ontstekingen en allerlei fysiologische effecten veroorzaken.

  • Vermijden van gezondheidsrisico’s.

SDG 6: Schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen

Het zesde duurzaamheidsdoel bepaalt dat de kwaliteit van zoet water moet worden verbeterd. Vervuiling van binnenwateren moet worden gereduceerd en veel meer water moet worden gezuiverd om opnieuw veilig te kunnen worden gebruikt.

  • Vermijden van gezondheidsrisico’s.

SDG 11: Veerkrachtige en duurzame steden

Tot de basisvoorzieningen die in veel steden en woongemeenschappen ontbreken, hoort een goed werkende inzameling en verwerking van afval. In combinatie met een hoge bevolkingsdichtheid levert dat veel problemen op.

  • Voorkomen van plastic in het milieu
  • Vermijden van gezondheidsrisico’s
  • Absolute reductie van plastic.

SDG 12: Duurzame consumptie en productie

Massaproductie en -consumptie van plastic, met name eenmalig verpakkingsplastic, dragen sterk bij aan de plasticvervuiling op land en op zee. Die vervuiling heeft een negatieve invloed op het functioneren van ecosystemen, brengt dierenlevens in gevaar maar ook de voedselvoorziening van veel mensen. Verbranden van al dat plastic draagt bij aan giftige luchtvervuiling. De beste manier om SDG12 te bevorderen, is door de reductie van plastic. Recycling stimuleren en verbeteren is op zichzelf geen oplossing voor de plasticsoep.

  • Voorkomen van plastic in het milieu
  • Vermijden van gezondheidsrisico’s
  • Absolute reductie van plastic.

SDG 13: Klimaatverandering aanpakken

Vrijwel al het plastic wordt van fossiele brandstoffen gemaakt, vooral olie en schaliegas. Het produceren van plastic kost veel energie, ongeveer 10 procent van de jaarlijkse productie van fossiele brandstoffen (de helft om plastic van te maken, de andere helft als brandstof). Als we doorgaan met ongelimiteerd plasticgebruik stijgt dat percentage tot 20 procent in 2050. Het verlagen van de CO2 uitstoot en daarmee het voorkomen dat de gemiddelde temperatuur op aarde meer dan twee graden stijgt, is een uiterst urgente milieudoelstelling. Productie en toepassing van plastic heeft echter een lagere koolstofvoetprint dan alternatieven als papier en metaal. Soms kiezen bedrijven in hun streven naar een lagere CO2 voetprint daarom voor plastic. Die keuze houdt echter geen rekening met de schade die plastic in het milieu veroorzaakt.

  • Absolute reductie van plastic.

SDG 14: Bescherming van zeeën en oceanen

Het veertiende duurzaamheidsdoel is erop gericht om de vervuiling op zee te voorkomen en sterk te reduceren, vooral afval dat van land afkomstig is. Gegeven de grove schatting dat tachtig procent van het afval op zee rechtstreeks van land komt, en het feit dat het dus om miljarden kilo’s per jaar gaat, is het van groot belang te voorkomen dat meer plastic in zee terecht komt. Grote winst wordt behaald wanneer overal goede afvalinzamelingssystemen operationeel zijn, terwijl tegelijk het gebruik van plastic gereduceerd wordt. Het opruimen van plastic op stranden of het afvangen van plastic op zee is van belang, maar helpt weinig als niet tegelijk de plastic kraan wordt dichtgedraaid. De plasticvervuiling levert een grote schadepost op voor sectoren als visserij en toerisme.

  • Voorkomen van plastic in het milieu
  • Vermijden van gezondheidsrisico’s
  • Absolute reductie van plastic.

SDG 15: Herstel ecosystemen en behoud diversiteit

Ecosystemen op zee en op land worden bedreigd door plastics en microplastics. Plastic kan verstikkend werken, kan ervoor zorgen dat dieren niet genoeg voedsel binnenkrijgen, kan dieren tot een gemakkelijker prooi maken van andere dieren, kan koralen ziek maken, enzovoorts. Wezenlijke reductie van plastics en microplastics leidt direct tot herstel van ecosystemen en biodiversiteit.

  • Voorkomen van plastic in het milieu
  • Vermijden van gezondheidsrisico’s
  • Absolute reductie van plastic.

Coca-Cola slechts één stapje van statiegeld verwijderd

Amsterdam, 16 november 2017 – Coca-Cola presenteerde eerder deze maand zijn actieplan This is Forward. Een van de ambitieuze duurzaamheidsdoelen daarin is dat in 2025 honderd procent van de verpakkingen (de flesjes en de blikjes) ingezameld wordt. Dat betekent dat het bedrijf belooft dat er binnen acht jaar geen enkel flesje of blikje meer aangetroffen wordt in het milieu; niet van Coca-Cola noch van een van de vele andere merken die onderdeel zijn van het concern.

Tot nu toe is de berichtgeving over de vraag hoe Coca-Cola deze doelstelling denkt te realiseren uiterst summier. Op één webpagina legt het concern uit dat nog onderzocht moet worden hoe de ambitieuze inzameldoelstelling zal worden behaald. Alle opties worden “op haalbaarheid en betaalbaarheid” onderzocht en ook een combinatie van methodes is denkbaar. Opmerkelijk is dat statiegeld, en dat is voor het eerst, als optie wordt genoemd. Coca-Cola is immers altijd een verklaard tegenstander van statiegeld geweest en liet geen middel onbeproefd om het tegen te houden. Onder toenemende maatschappelijke en politieke druk lijkt het roer, langzaam maar zeker, om te gaan.

De consument speelt in de aanpak van Coca-Cola een centrale rol en moet enthousiast gemaakt worden om te recyclen. Zijn we vergeten dat Coca-Cola al tientallen jaren consumenten beweegt om de drankverpakkingen te recyclen? Het teleurstellende resultaat van al die inspanningen is aan het zwerfvuil op straat af te lezen. Dát is nu juist de reden dat de roep om statiegeld zo luidt klinkt.

Maar in de besproken opties wordt de consument nog altijd verantwoordelijk gemaakt en gehouden voor het zwerfafval. Voorman Jeroen Lampe legt het uit in een interview met Metro (14 november): “Het bedrijf (…) heeft het potentieel om mensen in beweging te krijgen bij het inzamelen van verpakkingen. In de toekomst zullen we Coca-Cola nog meer laten spreken over het belang van het terugbrengen van onze verpakkingen in de recyclingstroom. Onder meer via print en tv-commercials brengen we onze boodschap”. Een van die commercials, “Recycle alsjeblieft je flesje na het drinken van onze drankjes”, is zelfs al uitgebracht.

De consument enthousiast maken voor recycling? Dat was ook de bedoeling van de pilot Schoon Belonen, waarin alternatieve retoursystemen zich mochten bewijzen. Coca-Cola stelt, in afwachting van de officiële evaluatie van deze pilot, dat de voorlopige resultaten goed en de deelnemende gemeenten enthousiast zijn. Het bedrijf zegt daarom te overwegen de pilot naar de overige gemeenten van Nederland uit te breiden. Hier lijnrecht tegenover staan de bevindingen van afvaladvocaat Hörchner. Hij constateert dat de pilot weinig vernieuwende projecten heeft opgeleverd en een gebrekkig enthousiasme van scholen en sportverenigingen. Zijn conclusie luidt dat Schoon Belonen bepaald geen concurrerend alternatief is voor uitbreiding van statiegeld (AfvalOnline, 15 november).

De verwijzingen naar zogenaamde andere opties dan statiegeld zijn stuiptrekkingen van Coca-Cola in een verloren strijd. Met dit actieplan probeert Coca-Cola vooral tijd te kopen. Maar we hoeven helemaal niet te wachten tot 2025. Willen we Nederland echt Schoon? Dan is uitbreiding van statiegeld onontkoombaar en zo geregeld.