Berichten

, ,

Gevoelige feiten over plastic

Luister naar je gevoel. Het is het mantra van deze tijd. Maar mijn gevoel heeft het niet altijd bij het rechte eind, het zit er soms zelfs faliekant naast. Sterker nog, mijn gevoel heeft de onhebbelijke neiging zand in mijn ogen te strooien. Het verleidt me domme dingen te doen en daar nog een overtuigend verkooppraatje bij te verzinnen ook. Ik trap er maar al te gemakkelijk in.

Zo was ik verrukt toen ik na een lange zoekactie een heel verantwoord wollen fleecevest afrekende, helemaal plasticvrij. “Je hebt een geweldige slag voor het milieu geslagen”, jubelde mijn gevoel, terwijl ik op weg naar huis nog net voor sluitingstijd door een supermarkt holde en een in plastic gewikkelde komkommer greep. “Stel dat je een gewone fleece had gekocht, dan had je miljoenen plastic microvezels de lucht in geslingerd.”

Dat klopt, maar wat het gevoel er niet bij vertelde, was dat ik helemaal geen vest nodig had en dat wollen ding louter gekocht had om iets verantwoords te doen. Van milieubesparing was dus geen sprake. Ik had het milieu een grotere dienst bewezen als ik naar een winkel was gefietst met plasticvrije komkommers.

Alle kleine beetjes helpen, kletste mijn gevoel toen ik licht begon te twijfelen aan mijn goede daad. Het weerwoord borrelde pas op toen ik de volgend dag het zand uit mijn ogen wreef: het plasticprobleem gaat niet om kleine beetjes, maar over onvoorstelbaar grote hoeveelheden. Tussen de 8 en 12 miljard kilo plastic komt er jaarlijks in het milieu terecht.

Als we daar echt iets aan willen doen, moeten we vooral de grote vervuilers aanpakken. Dat kunnen we niet aan ons gemakzuchtige gevoel overlaten. Het gaat om feiten: wat zijn de grote bronnen? Wat is de top 10 van het plastic zwerfafval? Welke drankflessen, welke supermarkttassen, hoeveel sigarettenfilters? Als we weten waar het meeste zwerfplastic vandaan komt, kunnen we die bronnen efficiënt aanpakken.

Dat is precies het doel van de World Cleanup Day. Op 21 september gaan in meer dan 160 landen mensen de straat op om plastic zwerfvuil te spotten en op te ruimen. Met de app Litterati gaat dat heel gemakkelijk: je maakt een foto van ieder stukje zwerfafval dat je tegenkomt en hangt er tags met kenmerken aan. Thuis uploaden en klaar is kees. En dat afval natuurlijk meteen de prullenbak in.

Al die gegevens komen in een wereldwijde zwerfafval-database. Organisaties als de Plastic Soup Foundation gaan vervolgens met de grootste vervuilers in gesprek, bijvoorbeeld de supermarkten waarvan de meeste plastic tassen gevonden worden. Dan gaat er echt iets gebeuren.

Ik zet 21 september met uitroeptekens in mijn agenda en download Litterati alvast op mijn telefoon. Mijn gevoel jubelt dat dat hartstikke goed is. Ik glimlach en laat het maar even begaan.

Renske Postma

(foto: Jeroen Gosse)

, ,

We eten, drinken en ademen meer dan 100.000 microplastics per jaar

Amsterdam, 27 juni 2019 – Dat we dagelijks microplastics eten, drinken en ademen is al enige tijd bekend. Maar om hoeveel microplastics het gaat, was nog onduidelijk. Onderzoekers van de Universiteit van Victoria in Canada hebben nu onderzocht hoeveel microplastics een gemiddelde Amerikaanse burger jaarlijks binnenkrijgt. Ook voor Amerikaanse kinderen werd een schatting gemaakt.

Schattingen                                                                                                            

De onderzoekers hebben op basis van eerder gepubliceerde gegevens over microplastics in drank- en voedselwaren en in de lucht schattingen over de minimale inname gemaakt. Een volwassen man in Amerika krijgt de meeste plastic deeltjes binnen, zo’n 121.000 microplastics per jaar. Voor vrouwen is dat 98.000 deeltjes. De grootste bronnen van microplastics bleken gebotteld water, vis en schaaldieren te zijn. In gebotteld water zitten maar liefst 94 deeltjes microplastic per liter, ten opzichte van 4 deeltjes per liter in kraanwater. Kinderen krijgen naar schatting jaarlijks tussen de 74.000 en 81.000 plastic deeltjes binnen.

Grove onderschatting

De beschikbare gegevens zijn echter verre van compleet. Zo zijn er geen gegevens beschikbaar over de hoeveelheid microplastics in kip, rundvlees, graan en groenten. De voedsel- en drankgroepen die zijn meegenomen in dit onderzoek vormen daardoor slechts 15% van de calorie-inname van de gemiddelde Amerikaan. Om deze reden zijn de gepresenteerde getallen volgens de onderzoekers waarschijnlijk een grove onderschatting van de daadwerkelijke blootstelling. Ze adviseren onderzoek naar andere voedselgroepen om een completer beeld te krijgen.

Campagne WWF

Het Wereldnatuurfonds (WWF) startte onlangs een nieuwe campagne. We zouden vijf gram microplastics per week binnenkrijgen, vergelijkbaar met het gewicht van een creditcard. Deze vijf gram is gebaseerd op een inname via eten en drinken van circa 2000 deeltjes per week, waarvan 90% via gebotteld water. Het Canadese onderzoek komt ook uit rond de 2000 deeltjes per week, maar dat is inclusief de deeltjes die we inademen. Inname via de lucht is door de WWF buiten beschouwing gelaten.

Kennislacune gevolgen gezondheid

Het lijkt echter niet zinvol om het gewicht van de inname te benadrukken. Vermoed wordt dat de schadelijkste deeltjes namelijk het minst wegen. Dit gegeven wordt ook door de Canadese onderzoekers benadrukt. De kleinere, en dus lichtere deeltjes, kunnen mogelijk de darm- en long barrière passeren en zich door de rest van ons lichaam verspreiden. Het is echter onbekend in welke mate we deze deeltjes binnenkrijgen, aangezien deze zo klein zijn dat ze met de huidige meetmethoden niet gedetecteerd kunnen worden.

De Plastic Soup Foundation vindt het zorgwekkend dat er nog zo weinig onderzoek is gedaan naar de gezondheidsgevolgen van micro- en nanoplastics en wil weten of we er ziek van worden. Doel van de Plastic Health Coalition, een een door de Plastic Soup Foundation geïnitieerd samenwerkingsverband tussen wetenschappers en milieuorganisaties, is om die vraag te beantwoorden.


Lees ook – Plastic in je lichaam: nadruk op grootte in plaats van gewicht.
Lees ook – Gezondheidsraad: “Voorkom gezondheidsrisico’s door micro- en nanoplastics”

Camera in Wageningen legt vast: koraal eet plastic

Amsterdam, 12 juni 2019 – Voor het eerst is het gefilmd: koralen eten microplastics. En ze lijken het nog lekker te vinden ook. Een zeebioloog van Wageningen University and Research (WUR) had de zorgwekkende primeur.

Koralen voeden zich normaal gesproken met planktondiertjes. In 2015 al hebben onderzoekers echter aangetoond dat steenkoralen als filterdieren het onderscheid tussen plankton en microplastics niet kunnen maken. Toen leerde een analyse dat in 21% van de onderzochte koralen ten minste één microplastics werd aangetroffen. Veel dieren vergissen zich omdat ze plastic aanzien voor voedsel, maar koralen hebben geen ogen. Daarom werd door andere onderzoekers, in 2017, verondersteld dat koralen plastic eten omdat het lekker smaakt. Nu is het verschijnsel ook op film vastgelegd.

Smakelijke additieven?

Koralen blijken een voorkeur te hebben om schoon plastic te eten boven plastic waar een laagje bacteriën omheen zit. Het plastic lijkt dus van zichzelf smakelijk te zijn. Het vermoeden bestaat daarom dat de chemische additieven hierin een rol spelen. De koralen aten alle aangeboden soorten plastic, maar hadden geen interesse in zand. De koralen kunnen het ingeslikte plastic niet goed verwerken. Duidelijk is ook dat door de toenemende plasticvervuiling koralen steeds meer in aanraking komen met plastic.

Op film: plastic eet koraal

Tim Wijgerde, zeebioloog van de Universiteit Wageningen, doet al jaren onderzoek naar koraal en met name naar het herstel en de instandhouding van koraalriffen. Hij heeft op film weten vast te leggen dat koraal diverse stukjes plastic naar binnen werkt. Wijgerde: “Hoewel we al wisten dat koralen plastic kunnen eten, ontbraken tot nu toe duidelijke opnamen van dit gedrag. Daarom plaatste ik in ons Wageningse koraallab een hoge resolutie camera boven enkele koraalpoliepen en voerde ik ze stukjes plastic van ongeveer 2 millimeter grootte. Binnen een uur werd duidelijk dat ook onze koralen microplastic erg lekker vinden. Nu moeten we onderzoek doen om uit te zoeken hoe schadelijk microplastic voor het voortbestaan van koraal is.”

Bekijk de 12 minuten durende film, A Reef by Night and Day van Tim Wijgerde. Na 10 minuten en 40 seconden begint het bewuste fragment.


Lees ook:
Steenkoralen eten microplastics
Plastic maakt koraalriffen ziek

Veroorzaakt plasticsoep de achteruitgang van insecten?

Amsterdam, 6 juni 2019 – Van de acht miljoen soorten op aarde (planten en dieren) zijn er naar schatting 5,5 miljoen soorten insecten. De belangrijke recent verschenen internationale studie van het IPBES (International Science-Policy Platform for Biodiversity and Ecosystem Services) concludeert na vergelijking van 15.000 wetenschappelijke publicaties dat één miljoen soorten bedreigd worden met uitsterven, waaronder ongeveer 10% van alle insectensoorten. Een vorig jaar verschenen studie van Wageningen Environmental Research drukt het anders uit: de biomassa van (vliegende) insectenpopulaties is met circa 75% achteruitgegaan in Nederland in de afgelopen 27 jaar.

Complex van factoren

De achteruitgang wordt volgens de Wageningse onderzoekers veroorzaakt door een complex van factoren, zoals klimaatverandering, gebruik van insecticiden en versnippering van leefgebieden. Opmerkelijk is dat microplastics niet genoemd worden in het rijtje van mogelijke oorzaken. Wel constateren de onderzoekers grote kennishiaten. Is plastic zo’n kennishiaat? Gaat de neergang van de insectenpopulatie niet gelijk op met het ontstaan van de plasticsoep? Kan onderzoek uitsluiten dat er een causaal verband is?

Insecten krijgen microplastics binnen

Micro- en nanoplastics worden in groten getale in rivieren en meren gevonden. Soorten die in deze wateren leven, waaronder insectenlarven, worden hieraan blootgesteld. Iers wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat volwassen muggen microplastics in zich dragen die ze al als larve binnenkregen. Een muggenlarve blijkt met name grote hoeveelheden van de kleinste microplastics binnen te krijgen, variërend van 2500 tot 5048 deeltjes. De onderzoekers denken dat ook andere vliegende insecten die zich als larve in vervuild water ontwikkelen microplastics binnen krijgen. Een ander onderzoek stelde vast dat 50% van de onderzochte insecten in zoetwatersystemen in Zuid-Wales microplastics met zich mee dragen.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Is er een verband tussen microplastics in insecten en de massale insectensterfte? Onderzoekers zouden aan deze vraag alle prioriteit moeten geven.”


Lees ook:
Microplastics in insecten in rivieren in Zuid-Wales
Muggen verplaatsen microplastics van water naar land

, ,

De plasticbouillon in mijn lijf

Dankzij onze nationale held Boyan weten we het tegenwoordig allemaal: de oceanen zitten vol plastic. Zelfs in de Marianentrog, een afgrond in de Stille Oceaan, dwarrelen tot op elf kilometer diepte minuscule stukjes plastic. Ver weg, dacht ik eerst nog, maar onze eigen Noordzee blijkt ook een goed gevulde plasticsoep en zelfs die lieflijke Maas voert onafgebroken plastic rommel met zich mee. Ik wacht op het bericht dat er plastic in het grondwater onder mijn voeten zit. Maar daar houdt het dan ook op, dichterbij komt het niet. Dacht ik. Hoopte ik.

Tot ik een lijstje onder ogen kreeg. Een lijstje vol spullen die ik dagelijks gebruik. Spullen van plastic en spullen waarvan ik nooit vermoed heb dat er plastic in zou kúnnen zitten (theezakjes, tafelzout, honing, bier …). De Plastic Soup Foundation en de Vrije Universiteit Amsterdam testen dit jaar wat die spullen achterlaten in ons lijf. Die vraag is nooit bij me opgekomen.

Op de testlijst tref ik ‘plastic waterkoker’ aan. Onmiddellijk plopt een haarscherpe herinnering op: het lief pruttelende kokertje dat jarenlang mijn keuken opfleurde. Honderden liters thee heb ik ermee gezet. Ik voel een stoomwolk van gezelligheid. De test gaat uitwijzen of ik al theedrinkend piepkleine stukjes microplastic, hardmakers en vlamvertragers heb ingeslikt. Oeps.

De testlijst brengt meer verrassingen. Vermoedelijk masseer ik met mijn superzachte dagcrème dagelijks giftige weekmakers en bolletjes nano-plastic in mijn huid. Zonnebrand, douchecrème, shampoo, make-up: hetzelfde verhaal. Ik krijg een ongemakkelijk gevoel. Snel huppel ik voorbij de vraag wat weekmakers doen die blijkbaar in tampons worden gestopt.

Mijn huis blijkt propvol plastic te zitten dat de onderzoekers op gezondheidseffecten willen testen. Handige flesjes en bakjes in de keuken. De sportkleren waar ik me zo fit in voel. Het warme fleecedekentje op de bank. Mijn yogamatje voor een ontspannen moment. Het kleed voor de kachel, de gordijnen en zelfs de verf op de muren. Zitten al die spullen nu ook een beetje in mij?

Appelverkopers smeren op mijn favoriete fruit een glanzend kunststoflaagje. Voor de zekerheid wordt dat op alle foute stoffen getest: week- én hardmakers, vlamvertragers en fluoriden, micro- en nano-plastics. Het is bekend dat deze stoffen iets te maken hebben met typische aandoeningen van deze tijd, zoals ADHD, dementie en Parkinson. Ik twijfel even: wil ik dit echt wel weten?

Mijn oog blijft uiteindelijk lang hangen op ‘babymelkpoeder’. Zelfs daar zitten piepkleine plasticdeeltjes in. We krijgen dus van jongs af aan dagelijks plastic binnen. Zo komt die soep toch nog dichterbij, er zit waarschijnlijk een plasticbouillonnetje in mijn eigen lijf. Daar móet ik meer van weten.

Door Renske Postma

 

Microplastics nu ook aangetroffen in ondergrondse drinkwaterreservoirs

Amsterdam, 04 februari 2019 – Microplastics worden overal ter wereld in het oppervlaktewater gevonden. Nu zijn ze voor het eerst ook aangetroffen in ondergrondse bodemlagen die water vasthouden. Ongeveer een kwart van de drinkwatervoorziening in de wereld is afhankelijk van ondergrondse waterreservoirs. Deze reservoirs worden gevuld met oppervlaktewater dat langzaam door poreuze bodems heen sijpelt. Omdat deze reservoirs in verbinding staan met oppervlaktewater kunnen ze vervuild raken.

Onderzoekers bestudeerden 17 monsters uit twee afzonderlijke ondergrondse reservoir-systemen in Illinois, Verenigde Staten. Hun onderzoek werd deze maand gepubliceerd in het tijdschrift Groundwater. Op één na werden in alle monsters microplastics aangetroffen, met een maximale concentratie van 15 microplastics per liter. Alle microplastics blijken vezels te zijn. In combinatie met andere aangetroffen stoffen, waaronder fosfaat, chloride en triclosan, denken de onderzoekers dat septic tanks van huishoudens de voornaamste oorzaak zijn.

Huishoudens die niet op de riolering zijn aangesloten, gebruiken deze tanks voor afvalwater als zuiveringssysteem. Het bezinksel wordt regelmatig verwijderd en het gezuiverde water wordt op het oppervlaktewater geloosd. Ook het afvalwater van wasmachines en drogers komt eerst in deze tanks terecht. Bij het machinaal wassen en drogen van synthetische kleding ontstaan per keer miljoenen plastic microvezels. Aangezien deze vezels vrijwel gewichtloos zijn, komen ze niet vanzelf in het bezinksel terecht. Een van de auteurs wordt in een interview geciteerd: “Stel je voor hoeveel duizenden polyester vezels hun weg vinden via septic tanks, al met het doen van één was. En stel je dan voor hoe gemakkelijk het water uit septic tanks in het grondwater terecht kan komen, zeker op plekken waar oppervlaktewater gemakkelijk grondwater bereikt.”

In Nederland mogen huishoudens die meer dan 40 meter van een riool verwijderd zijn, het gezuiverde afvalwater uit een septic tank ook lozen op het oppervlaktewater. In het geldende Besluit lozing afvalwater huishoudens is niets geregeld om te voorkomen dat plastic microvezels op deze wijze in het milieu belanden.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Het is zeer verontrustend dat microplastics in grondwater blijken te zitten. In hoeverre zijn septic tanks daar inderdaad de oorzaak van? We verwachten dat hierover Kamervragen worden gesteld, zodat snel inzichtelijk wordt hoe groot deze bron van vervuiling is en wat er aan kan worden gedaan”.

, ,

“Gebruik waterflesjes uit supermarkt niet opnieuw”

Amsterdam, 20 december 2018– Australische onderzoekers raden af om plastic flesjes, die met water gevuld in supermarkten worden verkocht, opnieuw te gebruiken.

Professor Anas Ghadouani en zijn team van de universiteit van Western Australia in Perth hebben metalen en plastic waterflessen getest. De directe aanleiding was dat steeds meer mensen gekochte flesjes opnieuw vullen met kraanwater uit milieuoverwegingen. Dan hoef je immers niet telkens opnieuw een flesje te kopen. Maar hoe schadelijk is dat navullen voor je eigen gezondheid?

Volgens Ghadouani zijn glazen en metalen flessen het veiligst, vooral de exemplaren van roestvrijstaal. Daarna komen de plastic flessen die speciaal gemaakt zijn om opnieuw te gebruiken, zoals bijvoorbeeld een Dopper. De professor stelt in zijn algemeenheid dat het verstandig is om dat niet langer dan één jaar te doen.

PET-flessen opnieuw vullen is ronduit de slechtste optie, omdat er altijd plastic deeltjes in het water terechtkomen. Vooral als je zo’n flesje in de zon legt, komen er veel microplastics vrij.

Lees hier het persbericht van de universiteit.


Lees ook: Microplastics in gebotteld drinkwater

, ,

Oneindig veel diersoorten eten en poepen plastic

Amsterdam, 21 november 2018– In 2015 stelden Nederlandse onderzoekers al vast dat het aantal mariene soorten dat plastic inslikt of erin verstrikt raakt, verdubbeld was sinds 1997: van 267 tot 557. In 2018 berichtte National Geographic dat dat aantal nu rond de 700 ligt. De genoemde aantallen zijn echter geen weerslag van het werkelijke aantal soorten (zee)dieren dat hinder ondervindt van plastic, maar slechts van het aantal soorten dat wetenschappelijk onderzocht is.

Krijgen zoetwatervissen in het Amazonegebied plastic binnen? Die vraag kon tot voor kort niet beantwoord worden, omdat nog nooit iemand dat had onderzocht. Nu is dat wel gebeurd voor zestien vissoorten in de Braziliaanse rivier Xingu. In dertien soorten vis bleken zich microplastics te bevinden, dat wil zeggen in 80%. In totaal werden 172 vissen ontleed. Uit de magen van 45 vissen werden 96 stukjes plastic gehaald. Het meest voorkomende plastic was polyethyleen. Het artikel verscheen in het tijdschrift Environmental Pollution. De onderzoekers noemen het alarmerend dat plastic vervuiling in het Amazonegebied wijdverspreid blijkt.

Dat in drie vissoorten geen plastic werd aangetroffen, wil niet zeggen dat die soorten vrij zijn van plastic. Het kan immers toeval zijn dat in de exemplaren van deze drie soorten geen plastic werd aangetroffen. Wanneer veel meer exemplaren behorende tot deze drie soorten zouden zijn onderzocht, zitten daar wellicht wel exemplaren tussen met plastic in hun maag.

Behalve naar de maaginhoud kun je ook ontlasting op aanwezigheid van microplastics onderzoeken. Daar geldt hetzelfde. Ook dan blijkt dat vrijwel alle soorten die onderzocht worden plastic in de ontlasting hebben. Dat geldt niet alleen voor de mens, maar bijvoorbeeld ook voor de niet in gevangenschap gehouden Zuid-Amerikaanse zeebeer (artikel in Science Direct) of voor zeevogels (artikel in Science of the Total Environment).

Het heeft langzamerhand geen zin meer om het aantal diersoorten dat last heeft van plastic te tellen, maar wel om de volgende wetenschappelijke vraag te beantwoorden: van welke diersoorten mogen we redelijkerwijs aannemen dat ze niet in aanraking komen met plastic, er niet verstrikt in raken, het niet in maag krijgen én het ook niet uitpoepen? Het antwoord zal zonder twijfel zijn: schrikbarend weinig.

Foto: microplastics uit onderzochte Amazone vissen


Lees ook:

Plasticsoep nu ook plastic poep
Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s 

Muggen verplaatsen microplastics van water naar land

Amsterdam, 19 oktober 2018 –Microplastics worden behalve in oceanen ook in groten getale in rivieren en meren gevonden. Soorten die in deze wateren leven, waaronder insectenlarven, kunnen hierdoor aan plastics blootgesteld worden. Iers wetenschappelijk onderzoek toont voor het eerst aan dat volwassen muggen microplastics in zich dragen die ze al als larve binnenkregen.

De onderzoekers stelden muggenlarven experimenteel bloot aan microplastics ter grootte van 0,0002 centimeter en 0,0015 centimeter. Een muggenlarve blijkt met name grote hoeveelheden van de kleinste microplastics binnen te krijgen, variërend van 2500 tot 5048 deeltjes. Wat betreft de grotere microplastics werden aantallen uiteenlopend van 91 tot 650 deeltjes per muggenlarve vastgesteld. Vervolgens werd onderzocht of de microplastics na verpopping nog aanwezig waren in de volwassen mug. Vrijwel uitsluitend werden de kleinste microplastics teruggevonden, terwijl er sprake is van een grote afname in de hoeveelheden van deze microplastics, met aantallen in de volwassen mug variërend van 11 tot 78 deeltjes. Wat de eventuele gezondheidsgevolgen hiervan zijn voor de muggen is niet onderzocht.

Dit onderzoek toont aan dat microplastics zich via de mug van vervuilde rivieren kunnen verplaatsen naar minder vervuilde gebieden. De wetenschappers stellen dat ook andere vliegende insecten die zich als larve in vervuild water ontwikkelen zeer waarschijnlijk microplastics binnen krijgen.

De laatste aanname lijkt door een ander vrijwel gelijktijdig gepubliceerd onderzoek te worden bevestigd. Dat onderzoek stelde vast dat 50% van de onderzochte insecten in zoetwatersystemen in Zuid-Wales microplastics met zich mee dragen. Soorten die deze insecten eten, zoals vogels en vleermuizen, lopen eveneens risico om langs deze weg blootgesteld te worden aan microplastics.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Dat insecten microplastics kunnen overbrengen is een nieuw verontrustend gegeven. Is er een verband met de massale insectensterfte? Onderzoekers zouden aan deze vraag nu prioriteit moeten geven.”


Lees ook: Zeewormen eten plastic

We krijgen meer microplastics binnen via fijnstof dan via consumptie mosselen

Amsterdam, 18 September 2018 – Er zit veel plastic in huishoudelijk fijnstof. Het risico om microplastics via mosselen binnen te krijgen is minimaal in vergelijking met plastic vezels die neerdalen gedurende het bereiden van een maaltijd in een huiselijke omgeving. Dit is een van de uitkomsten van een recent onderzoek waarbij Schotse mosselen werden onderzocht op de hoeveelheid microplastics.

In totaal zijn drie experimenten uitgevoerd:

  • De gewone mossel werd een jaar gekooid in een riviermonding bij Edinburgh gehouden. Met dit experiment werden eventuele seizoensverschillen in plasticvervuiling onderzocht. In de eerste winter werden beduidend meer microplastics aangetroffen. Dit wordt verklaard door verhoogde waterafvoer door de rivier Forth gedurende die winter.
  • De gewone mossel, de diepwatermossel en de oostzeemossel werden op verschillende locaties rond Schotland verzameld, om te achterhalen of plastic vervuiling verschilt per locatie. Er werd geen verschil gevonden.
  • De beschermde paardenmossel werd op één locatie verzameld. Deze mossel is niet eerder onderzocht op de aanwezigheid van microplastics.

In alle mosselsoorten werden microplastics gevonden. Het onderzoek, gepubliceerd in het Environmental Pollution, toont voor het eerst aan dat microplastics ook in de beschermde paardenmossel aanwezig zijn, maar aanzienlijk minder. Doordat deze mossel een stuk groter is dan de andere mosselsoorten, is het beter in staat het water te filteren en om die reden scheiden ze waarschijnlijk meer microplastics uit.

De microplastics die werden aangetroffen waren bijna zonder uitzondering polyester vezels (99%). Kledingvezels komen vrij tijdens machinaal wassen en zijn te klein om door rioolzuiveringsinstallaties gevangen te worden. Als gevolg hiervan belanden ze in het milieu. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de inname van microplastics via mosselconsumptie in het Verenigd Koninkrijk geschat op 123 deeltjes per jaar per persoon.

Tot slot is onderzocht in welke mate mensen worden blootgesteld aan microplastics tijdens het nuttigen van de avondmaaltijd. Microplastics in de lucht kunnen tijdens en na de maaltijdbereiding in het voedsel terechtkomen. De blootstelling aan microplastics als gevolg van huishoudelijk fijnstof werd geschat tussen 14,000 en 68,000 deeltjes per jaar. De onderzoekers concluderen dat consumptie van mosselen leidt tot een blootstelling die vele malen kleiner is.

 

 

Pagina's