Berichten

Plasticsoep op land: landbouwcompost is vervuild met plastic

Amsterdam, 27 september 2018 – Plastic afval wordt in de Nederlandse regelgeving niet beschouwd als een problematische emissie naar het milieu. Daardoor ontstaat plasticsoep ook op land. Boeren kopen compost dat vervuild is met kleine stukjes plastic en vervuilen zo hun eigen grond. De belangrijkste oorzaak is dat door consumenten ingeleverd gft afval vaak vervuild is met plastic: composteringsbedrijven kunnen dit plastic er niet allemaal uit halen. Ook bermmaaisel vervuild met zwerfvuil wordt als oorzaak genoemd.

Een Noord-Hollandse akkerbouwer uit Abbenes maakt zich grote zorgen over dit plastic in het compost. Hij is nu gestopt om de vruchtbaarheid van zijn grond hiermee te verbeteren. NH Nieuws berichtte over de akkerbouwer en stelde vast dat van de wet in 1000 kilo compost maximaal vijf kilo plastic mag zitten.

De wettelijke kwaliteitseisen voor compost zijn vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit Meststoffen, maar deze eisen voorkomen niet dat in de praktijk grote hoeveelheden (micro)plastic in compost aanwezig zijn. Duidelijke regels met een controle en handhavingssysteem van de overheid ontbreken. De Branche Vereniging Organische Reststoffen (BVOR) hanteert het keurmerk Keurcompost. Dit keurmerk kent drie kwaliteitsklassen (A, B en C) die zich onderscheiden door verschillende normen voor verontreinigingen als glas en plastic. Alle drie zijn ze strenger dan de Nederlandse wet. Vanaf 1 januari 2017 mogen wat betreft de branche alleen nog de klassen A en B als organische bodemverbeteraar worden gebruikt. Maar ook volgens de strengste variant van Keurcompost mag er 0,05% vervuiling op elke 1000 kilo zijn: dat is nog altijd een halve kilo aan plastic snippers.

In de praktijk blijkt dat buiten de aanbeveling van de branche compost van veel slechtere kwaliteit in de handel is. Een wettelijk kader om dit te reguleren ontbreekt vooralsnog. Op de aanwezigheid van microplastics is al helemaal geen zicht.

Begin dit jaar waarschuwden Duitse onderzoekers al dat microplastics op land een onderbelicht probleem zijn en op termijn tot grotere schade kunnen leiden dan het plastic in zee. Ze troffen overal ter wereld microplastics op landbouwgronden aan.

Nog eerder heeft de PSF in 2015 gepleit voor een wettelijke norm voor plastic lekkage naar het milieu, destijds naar aanleiding van luierplastic in compost.

Suzanne Kröger, parlementariër voor GroenLinks, heeft Kamervragen over de normen aangekondigd. Harmen Spek pleitte namens Plastic Soup Foundation dinsdag in een uitzending op NH Nieuws opnieuw voor overheidsnormen die bepalen dat er geen plastic in compost meer mag voorkomen.

Lees ook: Nieuwe vrijstellingsregeling zorgt voor meer verspreiding van zwerfplastic

Lees ook: CPB: ‘meer plastic inzamelen helpt niet in strijd tegen plastic soup’

Foto: Berg plastic dat door een composteerbedrijf uit gft is gehaald.

,

Europees Parlement wil verbod op microplastics in cosmetica

Amsterdam, 27 september 2018 – Breaking news: het Europees Parlement heeft in overgrote meerderheid het rapport van de milieucommissie, getiteld Turning plastic wastelands into fields of gold, omarmd. Dit rapport, opgesteld door Europarlementariër Mark Demesmaeker, steunt de Plastics Strategy, de aanpak van de Europese Commissie om de plastic crisis te bezweren en circulariteit van plastic te bevorderen. Het Europees Parlement nam het rapport aan met 579 stemmen voor, 15 tegen en 25 onthoudingen. In het rapport wordt een belangrijk principe benadrukt: plastic afval voorkomen door de bron aan te pakken.

Het rapport bepleit een verbod op microplastics in cosmetica: “De rapporteur gelooft dat aanpak bij de bron de meest kosteneffectieve optie is om microplastics aan te pakken. Hij roept op tot een verbod van microplastics die met opzet zijn toegevoegd aan producten, zoals cosmetica en schoonmaakmiddelen en waarvoor alternatieven bestaan. De recente wetgeving in sommige lidstaten, waaronder het Verenigd Koninkrijk, die plastic microbeads in scrubs verbiedt, laat zien dat deze aanpak mogelijk is.”

Het rapport verwijst ook naar het Mermaids Life+ project (en naar de speciale site van de Plastic Soup Foundation als partner in Mermaids). Demesmaeker vindt dat dit onderzoek belangwekkende informatie heeft opgeleverd en wil dat de Europese Commissie voor producten minimumeisen bij wet regelt om verspreiding van microplastics tegen te gaan. Behalve voor textiel moet dit ook gelden voor autobanden, verf en sigarettenfilters.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Onze jarenlange inspanningen om microplastics via regulering bij de bron aan te pakken, vinden in dit rapport gehoor. Door de overweldigende steun van het Europees Parlement voor het rapport moet de Europese Commissie nu wel met voorstellen voor wetgeving komen. We verwachten een algeheel Europees verbod van alle microplastics in alle cosmetica en dat wettelijke eisen aan synthetische kleding worden gesteld om vezelverlies drastisch te beperken.”

, ,

Trofische overdracht van microplastics in zeehonden vastgesteld

Amsterdam, 6 september 2018 – Zeedieren eten microplastics doordat ze deze soms aanzien voor voedsel. Wanneer zij op hun beurt worden gegeten, worden onbedoeld ook de microplastics geconsumeerd. Dit proces wordt ‘trofische overdracht’ van microplastics genoemd. Hierdoor kunnen microplastics zich potentieel door de gehele voedselketen verspreiden. In een recent gepubliceerde studie in Environmental Pollution is trofische overdracht van microplastics voor zeehonden, dat wil zeggen hoger in de voedselketen, vastgesteld. Het gaat om een indirecte, maar potentieel belangrijke vorm van inname van microplastics.

Om trofische overdracht van microplastics te onderzoeken werden vier in gevangenschap levende grijze zeehonden gevoerd met makreel gevangen voor de Engelse kust. Het verteringsstelsel van 31 makrelen werd onderzocht om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van microplastics. Daarnaast werden de uitwerpselen van de zeehonden tweemaal per week, gedurende 16 weken verzameld en onderzocht op de aanwezigheid van microplastics. De typen plastic die werden aangetroffen in de makrelen en de uitwerpselen vertoonden grote overlap, met ethyleen propyleen als meest voorkomende type plastic. Er waren echter ook enkele verschillen. In 10 van de 31 makrelen werden in totaal 18 microplastics aangetroffen, bestaande voor 72% uit plastic vezels en 28% uit kleine plastic fragmenten. In 15 van de 31 uitwerpselen werden in totaal 26 microplastics gevonden, echter voornamelijk bestaande uit kleine plastic fragmenten (69%) en in mindere mate plastic vezels (31%).

De belangrijkste verklaring voor de verschillen is dat de makrelen wier verteringstelsels waren onderzocht niet de makrelen waren die aan de zeehonden werden gevoerd. Directe inname van de microplastic is onwaarschijnlijk omdat de zeehonden zich al vier jaar in het opvangcentrum bevonden en dus niet recent blootgesteld waren aan plastic zwerfafval in de oceaan. De onderzoekers concluderen daarom dat trofische overdracht van microplastics in zeehonden met dit onderzoek is aangetoond.

Mogelijke effecten van de microplastics op de zeehonden zijn ook besproken. Uit eerder onderzoek is gebleken dat microplastics in het verteringsstelsel verminderde voedselinname, energiereserves en reproductie tot gevolg kunnen hebben. Of dit ook opgaat voor zeehonden is echter niet bekend. Ook kunnen tijdens het productieproces toegevoegde chemicaliën en organische stoffen die zich later in het water aan het plastic hebben gehecht mogelijk negatieve effecten hebben op de gezondheid van de zeehond. Tot slot benoemen de auteurs de mogelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid. Ook wij consumeren zeedieren en worden dus via trofische overdracht blootgesteld aan microplastics. Een recente overzichtsstudie heeft de mogelijke gezondheidsgevaren van microplastics voor de mens in kaart gebracht.


Lees ook: Zeewormen eten plastic

,

Mariene microplastics: mogelijke bedreiging voor de volksgezondheid

Amsterdam, 29 augustus 2018 – Mogelijke gevaren door microplastics in zee komen steeds meer onder de aandacht. In een onlangs gepubliceerde overzichtsstudie in Marine Pollution Bulletin zijn deze potentiële gevaren in kaart gebracht met betrekking tot voedselveiligheid en gezondheid. Omdat plastics uiteenvallen in steeds kleinere deeltjes, neemt de concentratie in het milieu alsmaar toe. Zo is de aanwezigheid van microplastics al in vele soorten vis en schelpdieren aangetoond. Laboratoriumexperimenten laten zien dat marine organismen, blootgesteld aan relatief hoge concentraties, hierdoor met gezondheidsproblemen te kampen kunnen krijgen, waaronder verminderde vruchtbaarheid en schade aan het maagdarmstelsel. Mochten deze effecten zich ook bij organismen in het milieu voordoen, dan kunnen microplastics negatieve gevolgen hebben voor marine populaties en ecosystemen. De onderzoekers wijzen erop dat dan ook de voedselvoorziening voor mensen in gevaar kan komen.

Niet alleen door het consumeren van vis en schelpdieren worden we als mens blootgesteld aan microplastics. Ze zitten in de lucht die we ademen en in producten die we gebruiken, zoals bier, honing, zout en kraanwater. De kleinste microplastics zijn potentieel in staat om het maagdarmstelsel te verlaten en het zogeheten lymfe- en cardiovasculaire systeem binnen te dringen. Als gevolg hiervan zouden microplastics zich kunnen verspreiden door het hele lichaam, waaronder de organen. Op deze plekken kunnen microplastics vervolgens schade aan cellen aanrichten.

Er zijn nog andere mogelijk gezondheidsrisico’s die in verband staan met microplastics. Chemicaliën die aan plastics zijn toegevoegd tijdens het productieproces kunnen er later weer uitlekken. En organische gifstoffen, aanwezig in het milieu, hechten zich aan plastic zoals ijzer aan een magneet. Verder is op plastic de aanwezigheid van bacteriën aangetoond, waaronder potentiële ziekteverwekkers. Vooral in gebieden met veel afvalplastic en slechte sanitaire voorzieningen kan dit grote gevolgen hebben.

Er is dus alle reden om microplastics als een mogelijke bedreiging voor de volksgezondheid te beschouwen. Er is echter veel onzekerheid. Zo zijn er nog geen methoden om de kleinste microplastics te meten, en kan daardoor niet worden vastgesteld in welke mate we worden blootgesteld. Daarnaast is er nog geen wetenschappelijke zekerheid over de vraag óf de microplastics die we binnen krijgen, daadwerkelijk gezondheidsproblemen veroorzaken.

Tot de aanbevelingen van de auteurs behoren: een risicoanalyse naar voedselveiligheid, nader onderzoek naar de toxiciteit van microplastics, en het verbeteren van technieken om met name de kleinste microplastics te kunnen detecteren.


Lees ook: Hoe schadelijk is het inademen van microplastics

, ,

Zeewormen eten plastic

Amsterdam, 20 augustus 2018 –Boeien van piepschuim, die onder meer in Korea massaal worden toegepast voor de kweek van mossels en oesters op open zee, verkruimelen langzaam onder de zon. Het was al bekend dat één enkele boei zou kunnen uiteenvallen in zeven miljoen deeltjes. Per vierkante kilometer zeeoppervlak gaat het om 100.000 van zulke boeien. Nieuw onderzoek leert dat niet alleen de zon schuldig is. Zeewormen (polychaeten) werken zich naar binnen, eten het piepschuim en poepen microplastics. Het is een alarmerende ontdekking.

Uit Koreaans onderzoek, gepubliceerd in Marine Pollution Bulletin, blijkt dat er gemiddeld zes tot zeven wormen inde boeien worden aangetroffen. Eén enkele worm kan in één jaar honderd duizenden microplastics ‘genereren’. Uit lab-experimenten kwam naar voren dat één volwassen worm in één week meer dan 11.000 microplastics had uitgepoept.

Zeewormen staan onderaan de voedselketen en worden gegeten door vissen en vogels. De onderzoekers vrezen dat microplastics op deze wijze verder verspreid worden.

Twee jaar geleden was uit wetenschappelijk onderzoek al gebleken dat regenwormen op land minder goed groeien en eerder doodgaan als ze aan bepaalde concentraties microplastics worden blootgesteld. Ook deze regenwormen bleken microplastics te verspreiden, door ze op grotere diepten uit te poepen.

Milieucommissie Europees Parlement wil verbod microplastics

Amsterdam/Brussel, 31 juli 2018 – Deze maand heeft de milieucommissie van het Europees Parlement zich uitgesproken voor een verbod op microplastics. Het gaat om microplastics die met opzet zijn toegevoegd aan producten zoals cosmetica en schoonmaakmiddelen. Ook bepleit de commissie een verbod op oxo-degradeerbare kunststoffen. Dit type kunststof valt uiteen in kleine deeltjes, maar breekt niet af in het milieu.

De speciale rapporteur van de milieucommissie schreef afgelopen maart een rapport naar aanleiding van de visie van de Europese Commissie op plastic. Die visie, A European Strategy for Plastics in a Circular Economy, werd eerder in januari gepubliceerd. Onderdeel is het beleid met betrekking tot microplastics.

De Europese Commissie heeft daarnaast aan de European Chemicals Agency (ECHA) gevraagd om wetenschappelijke informatie over de risico’s van microplastics in het milieu en op de menselijke gezondheid. Op basis daarvan kunnen microplastics eventueel worden verboden. De milieucommissie van het Europees Parlement pleit nu zonder meer voor een verbod. Milieuorganisaties reageerden in een gezamenlijk persbericht verheugd op dit standpunt.

In september volgt de plenaire stemming in het Europees Parlement. Indien de voorstellen van de milieucommissie worden aangenomen, wordt het voor de Europese Commissie lastig om het advies van de milieucommissie tot een totaalverbod op microplastics te negeren.

Producenten hebben inmiddels de zogeheten microbeads al bijna helemaal uit hun producten gehaald. Dit is te danken aan de Beat the Microbead-campagne, die in augustus 2012 onder aanvoering van de Plastic Soup Foundation van start ging. Een Europees verbod beperkt zich echter niet tot deze microbeads met een scrubfunctie, maar betreft alle nano- en microplastics in verzorgingsproducten, waaronder lipstick, zonnebrand en nagellak. Deze microplastics zitten nog volop in cosmetica, zie de overzichten per merk en per land op beatthemicrobead.org.

Kauwgom Kauwplastic

Kauwgom is kauwplastic

Amsterdam, 24 juli 2018 – Weinig mensen beseffen dat je op plastic kauwt als je een kauwgom in je mond hebt. Het gom, vroeger gemaakt van natuurlijke hars, is tegenwoordig bijna altijd van synthetisch rubber. In plaats van hars worden op olie gebaseerde polymeren gebruikt. Hoeveel en welke polymeren valt onder het bedrijfsgeheim van de fabrikant, maar polyethyleen is een van de ingrediënten die in het algemeen worden toegevoegd. Lees bijvoorbeeld de nadere uitleg van Hyfoma.

Kauwgom, niet bedoeld om in te slikken, is dus eigenlijk “kauwplastic”. Op straat uitgespuugde kauwgom draagt bij aan de plasticvervuiling en aan de plasticsoep omdat het ingrediënten bevat die nooit afbreken. Kauwgom kan niet gerecycled worden, zoals ander plastic. De enige juiste manier om van kauwgom af te komen, is door het mee te geven met het restafval.

In 2014 rapporteerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in een overzicht van bronnen en emissies van microplastics: “Kauwgom wordt veelvuldig als straatvuil aangetroffen, en emissie van microplastics kan op die manier plaatsvinden”. Die constatering heeft nooit geleid tot enige beleidsmaatregel om deze bron van microplastics in te dammen. Wel worden trottoirs tegen hoge kosten met hogedrukreiniging van kauwgomplakken ontdaan.

Microplastics door slijtage van banden is nauwelijks tegen te gaan

Amsterdam, 4 juli 2018 – In Nederland komt elk jaar 17 miljoen kilogram slijtstof van autobanden in het milieu (1 kilogram per inwoner). Daarvan komt 1 miljoen kilogram in het oppervlaktewater terecht en ongeveer evenveel als fijnstof in de lucht.

Slijtstof van banden is na rondslingerend plastic afval de grootste bron van microplastics in oppervlaktewater. Staatssecretaris Van Veldhoven (D66) van Infrastructuur en Waterstaat heeft eerder deze maand de Tweede Kamer geïnformeerd over Maatregelen gericht op het voorkomen van microplastics. Het beleid is om kosteneffectieve maatregelen te nemen die ervoor gaan zorgen dat belangrijke bronnen van microplastics minder gaan bijdragen aan de plasticsoep. Op basis van zeventien eerder door het RIVM voorgestelde mogelijke maatregelen om bandenslijtage tegen te gaan, zijn de drie meest belovende maatregelen nader onderzocht door onderzoeksbureau Arcadis. Het rapport van Arcadis, Verkenning economische effecten maatregelen bandenslijtage (microplastics), schat ook de maatschappelijke kosten per ton vermeden microplastics. In het schatten van de maatschappelijke kosten is door Arcadis alleen een prijs toegekend aan gezondheidsschade door slijtstof. Schade aan het milieu is buiten beschouwing gelaten.

Wettelijke drempelwaarde voor bandenslijtage

Momenteel is slijtage geen wettelijk criterium voor autobanden, zoals grip, geluid en rolweerstand dat wel zijn. Er zit tussen de meest en minst slijtvaste band een verschil van 20%. Door het invoeren van een drempelwaarde zouden banden die gemakkelijk slijten niet meer verkocht mogen worden. Er bestaat echter nog geen gestandaardiseerde methode voor het meten van slijtage. En sturen op reductie van slijtage kan een averechts effect hebben. Voor de prestaties van autobanden bestaat er de “magische driehoek”, een relatie tussen rolweerstand, slipweerstand en slijtvastheid. Het verbeteren van de ene eigenschap, zal de andere eigenschap verslechteren. Banden worden dan minder veilig. Het Arcadis-rapport gaat er bijvoorbeeld van uit dat door beperking van de slijtage de slipweerstand vermindert en de remweg met 5% toeneemt. De hoeveelheid fijnstof kan door een slijtvastere band met 100.000 kilogram per jaar in Nederland worden teruggebracht. Arcadis is niet nagegaan of een slijtvastere band slijtdeeltjes van dezelfde grootte produceert. Wanneer de deeltjesgrootte afneemt, zal het aandeel fijnstof juist toenemen. Ook dat is een averechts effect.

Uitbreiding bandenlabel met slijtage-indicator

Op dit moment informeert een label de consument over brandstofefficiëntie, natte grip en geluidsniveau. Het voorstel is om daar ‘slijtage’ aan toe te voegen. De consument kan dan kiezen voor een slijtvastere band. De verwachting is dat slechts 5% van de consumenten dan zal kiezen voor een slijtvastere band. De besparing aan slijtstof met deze maatregel wordt geschat op 5% van 200.000 kilogram; 10.000 kilogram. Een vrijwillige keuze voor slijtvaste banden heeft in elk geval veel minder effect dan een wettelijke drempelwaarde.

Verplichting tot het uitrusten van auto’s met een bandenspanningscontrolesysteem

Een band op de juiste spanning slijt minder. Om de bestuurder te waarschuwen dat de bandenspanning te laag is, geeft het sinds 2014 in Europa verplichte Tyre Pressure Monitoring System (TPMS) een signaal af. Arcadis stelt een voorlichtingscampagne voor om het gebruik van TPMS in oudere auto’s te stimuleren, onder andere via een app. In Nederland rijdt 45% van de auto’s met een te lage bandenspanning rond. Met een voorlichtingscampagne zou een te lage bandenspanning bij 9 tot 55 duizend auto’s voorkomen kunnen worden en dat levert jaarlijks een besparing op van 14.000 tot 84.000 kilogram slijtstof. De kosten voor de campagne en vrijwillige installatie worden geschat tussen de 1 en 6 miljoen Euro. Dit komt neer op 70€ per kilogram vermeden slijtstof.

Tot slot

Het valt toe te juichen dat de overheid maatregelen overweegt om de uitstoot van microplastics als gevolg van bandenslijtage te verminderen. De voorgestelde maatregelen kunnen maximaal 20% minder slijtage opleveren (1,2 miljoen kilogram per jaar wordt dan vermeden). Bij de huidige wereldwijde groei van het wagenpark van 4,5% per jaar zal deze slijtagevermindering echter binnen vijf jaar omgezet zijn in een stijging.

De reductie van microplastics door de voorgestelde maatregelen voor autobanden is al met al uiterst beperkt, gaat gepaard met relatief hoge kosten en heeft ten dele een averechts effect. Deze maatregelen zijn schijnoplossingen. Niet genoemd als oplossing is dat de overheid een lijst openbaar maakt waarop consumenten kunnen zien welke bandmerken goed, en welke slecht scoren op slijtage.

De echte oplossing is echter het belasten van emissies. De autorijder moet gaan betalen voor de vervuiling die hij veroorzaakt. Dan komt ten minste geld vrij voor echte vermindering van de emissies. Hoelang zal het duren voordat de staatssecretaris déze conclusie trekt?


Lees ook: Eurocommissaris Vella neemt eerste exemplaar van de plastic soup atlas van de wereld in ontvangst

Zwitserse Alpen: overal microplastics

Amsterdam, 4 mei 2018 – Het is inmiddels haast een open deur om te zeggen dat overal ter wereld plastics worden aangetroffen in het milieu. Dat dat werkelijk zo is, laat een nieuwe Zwitserse studie zien. Zelfs in de meest afgelegen natuurparken, hoog in de bergen, worden microplastics aangetroffen, en veel meer dan de onderzoekers hadden verwacht. The Guardian, die over het onderzoek bericht, merkt bovendien op dat Zwitserland in Europa het beste presteert als het aankomt op inzamelen van afvalplastic. Al het plastic wordt ingezameld en vervolgens gerecycled of verbrand. Desondanks worden overal microplastics aangetroffen. 

Gedurende het onderzoek werden grondmonsters in 29 stroomgebieden van rivieren geanalyseerd. In 90% van de monsters vonden de onderzoekers microplastics. Er was een duidelijk verband tussen hoge concentraties microplastics en de aanwezigheid van grotere stukken plastics, de mesoplastics. In dat geval lijken de microplastics vooral afkomstig van afvalplastic door fragmentatie. Er bleek ook een verband met bevolkingsdichtheid te zijn; hoe meer mensen in een gebied wonen, des te hoger de concentratie aan microplastics is.  

Vooral opvallend was de aanwezigheid van microplastics in afgelegen nationale parken, die alleen lopend te bereiken zijn. Dit waren vooral hele kleine plastic deeltjes (<500 μm diameter). De onderzoekers verklaren dit uit verspreiding door de wind.   

Het onderzoek verscheen in Environmental Science and Technology. 


Lees ook: Slechtere luchtkwaliteit door microplastics

, ,

Weleda International kiest voor Look for the Zero

Amsterdam, 23 april 2018 – Weleda heeft de Plastic Soup Foundation schriftelijk laten weten te kiezen voor de Zero. Het Zwitserse concern van natuurlijke verzorgingsmiddelen is daarmee het grootste cosmeticabedrijf dat kiest voor de Look for the Zero. Eerder had Weleda Benelux die stap al gezet.

Bedrijven die de Zero omarmen, verklaren dat in geen van hun producten microplastics verwerkt zijn. Grote cosmeticabedrijven hebben de afgelopen jaren de microbeads van polyethyleen vervangen door alternatieven, maar vertellen er niet bij dat er nog tientallen andere microplastics in hun producten kunnen zitten. Het gaat om uiteenlopende producten als lipstick, scheerschuim en deodorant.

De enige manier om klanten de garantie te geven dat verzorgingsproducten werkelijk vrij zijn van microplastics, is wanneer een merk dat verklaart. De Look for the Zero biedt deze mogelijkheid, inclusief het voeren van een logo. Look for the Zero is onderdeel van de internationale campagne Beat the Microbead en in het leven geroepen omdat er nog geen wetgeving is die alle microplastics in verzorgingsproducten verbiedt. Inmiddels hebben ruim 50 bedrijven voor de Zero gekozen.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Dit is fantastisch nieuws. Weleda toont aan dat grote cosmeticabedrijven verzorgingsproducten zonder microplastics kunnen produceren. Er is geen enkel excuus voor multinationals zoals Unilever, Johnson&Johnson, l’Oreal om microplastics in hun producten te verwerken. Deze bedrijven blijven onze oceanen vervuilen.”