Berichten

, ,

Alikruik wordt makkelijke prooi door toxische microplastics

Amsterdam, 29 november 2018– De gewone alikruik (Littorina littorea), een slak die in zee leeft, staat op het menu van de strandkrab (Carcinus maenas). Normaal gesproken verdedigen de alikruiken zich door zich in hun schelp terug te trekken zodra ze de aanwezigheid van een krab bespeuren. Nu blijkt uit onderzoek dat dit verdedigingsmechanisme, aangeduid met de term chemosensory, niet meer werkt door giftige stoffen afkomstig van microplastics.

In het laboratorium van het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) in Frankrijk werden slakken in water geplaatst met een concentratie aan microplastic pellets. Daarvoor werden nieuwe pellets gebruikt en in eenzelfde proefopstelling pellets die afkomstig van stranden aan het Nauw van Calais. Die laatste groep pellets had lange tijd in zee gelegen. De nieuwe en nog schone pellets hadden enig effect op de gedragsverandering van de alikruiken, maar de pellets uit zee vertoonden een veel groter effect. In zee trekken microplastics gifstoffen uit hun omgeving aan als ware het een magneet. Het onderzoek is in Biology Letters gepubliceerd.

De chemische stoffen die zich aan het plastic in zeewater hechten of die uit het plastic lekken, leggen het verdedigingsmechanisme van de alikruik lam. Daardoor kunnen aanvallende krabben niet meer op tijd gedetecteerd worden. De resultaten suggereren een dramatisch effect van microplastics in zee op dieren die van chemosensory afhankelijk zijn. Het gaat om de eerste studie die niet alleen kijkt naar de gevolgen voor één diersoort, maar naar de interactie tussen twee soorten, waarbij de ene soort de prooi is van de andere.


Lees ook: Oneindig veel diersoorten eten en poepen plastic

, ,

Oneindig veel diersoorten eten en poepen plastic

Amsterdam, 21 november 2018– In 2015 stelden Nederlandse onderzoekers al vast dat het aantal mariene soorten dat plastic inslikt of erin verstrikt raakt, verdubbeld was sinds 1997: van 267 tot 557. In 2018 berichtte National Geographic dat dat aantal nu rond de 700 ligt. De genoemde aantallen zijn echter geen weerslag van het werkelijke aantal soorten (zee)dieren dat hinder ondervindt van plastic, maar slechts van het aantal soorten dat wetenschappelijk onderzocht is.

Krijgen zoetwatervissen in het Amazonegebied plastic binnen? Die vraag kon tot voor kort niet beantwoord worden, omdat nog nooit iemand dat had onderzocht. Nu is dat wel gebeurd voor zestien vissoorten in de Braziliaanse rivier Xingu. In dertien soorten vis bleken zich microplastics te bevinden, dat wil zeggen in 80%. In totaal werden 172 vissen ontleed. Uit de magen van 45 vissen werden 96 stukjes plastic gehaald. Het meest voorkomende plastic was polyethyleen. Het artikel verscheen in het tijdschrift Environmental Pollution. De onderzoekers noemen het alarmerend dat plastic vervuiling in het Amazonegebied wijdverspreid blijkt.

Dat in drie vissoorten geen plastic werd aangetroffen, wil niet zeggen dat die soorten vrij zijn van plastic. Het kan immers toeval zijn dat in de exemplaren van deze drie soorten geen plastic werd aangetroffen. Wanneer veel meer exemplaren behorende tot deze drie soorten zouden zijn onderzocht, zitten daar wellicht wel exemplaren tussen met plastic in hun maag.

Behalve naar de maaginhoud kun je ook ontlasting op aanwezigheid van microplastics onderzoeken. Daar geldt hetzelfde. Ook dan blijkt dat vrijwel alle soorten die onderzocht worden plastic in de ontlasting hebben. Dat geldt niet alleen voor de mens, maar bijvoorbeeld ook voor de niet in gevangenschap gehouden Zuid-Amerikaanse zeebeer (artikel in Science Direct) of voor zeevogels (artikel in Science of the Total Environment).

Het heeft langzamerhand geen zin meer om het aantal diersoorten dat last heeft van plastic te tellen, maar wel om de volgende wetenschappelijke vraag te beantwoorden: van welke diersoorten mogen we redelijkerwijs aannemen dat ze niet in aanraking komen met plastic, er niet verstrikt in raken, het niet in maag krijgen én het ook niet uitpoepen? Het antwoord zal zonder twijfel zijn: schrikbarend weinig.

Foto: microplastics uit onderzochte Amazone vissen


Lees ook:

Plasticsoep nu ook plastic poep
Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s 

,

Weekmakers in plastic vertragen taalontwikkeling baby’s

Amsterdam, 8 november 2018– Om plastic producten hard te maken, gebruik je verstevigende stoffen zoals Bisfenol A (BPA). Om plastic juist zacht en buigzaam te krijgen, gebruik je weekmakers zoals ftalaten. Beide groepen chemische stoffen worden er sterk van verdacht onze hormoonhuishouding te verstoren. Iedereen, jong en oud, wordt er voortdurend aan blootgesteld en niet alleen door plastic producten. Blootstelling aan hormoonverstorende stoffen wordt zelfs met ongeveer tachtig ziekten in verband gebracht, waaronder zaadbalkanker, obesitas en voorplantingsstoornissen.

Aan de reeks van studies die wijzen op de schadelijkheid van deze stoffen, kan er nu weer één worden toegevoegd. Zweedse en Amerikaanse onderzoekers hebben urine van zwangere vrouwen op de aanwezigheid van ftalaten onderzocht. De uitkomsten werden gerelateerd aan de woordenschat van hun kinderen toen deze dertig maanden oud waren. Minder dan 50 woorden werd beschouwd als een achterstand in de taalontwikkeling. Er bleek aan beide zijden van de oceaan een significant verband tussen de aanwezigheid van twee specifieke ftalaten en taalachterstand. CNN bericht over dit onderzoek.

Dat vooral zwangere vrouwen een risicogroep vormen, is al veel langer bekend. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeerde in een rapport dat de blootstellingsnormen voor BPA moeten worden aangescherpt, vooral bij zwangere vrouwen en jonge kinderen. In plaats van strengere wetgeving kwam toenmalig minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid in maart 2016 met de toezegging aan de Tweede Kamer dat de voorlichting aan zwangere vrouwen en jonge moeders die de borst geven zou worden uitgebreid. Dat zou zij doen samen met het RIVM, het Voedingscentrum en VeiligheidNL.

De Zweedse en Amerikaanse onderzoekers doen ook enkele aanbevelingen om risico’s te vermijden: “Buy less processed meat, use alternatives to plastic when possible, and avoid microwaving food or beverages in plastic when possible”. De resultaten van hun studie onderstrepen het belang van voorlichting. Is na de toezegging van de minister die voorlichting in Nederland inderdaad verbeterd?

Op de site van VeiligheidNL is er niets over vinden. Het Voedingscentrum zegt dat “het van belang is dat de blootstelling aan BPA voor zwangeren, vrouwen die borstvoeding geven, pasgeborenen en jonge kinderen zo laag mogelijk is”. Maar ook: “Kijk je naar alle producten samen [waarin BPA verwerkt is], dan ligt de hoeveelheid die je als consument binnenkrijgt ver onder de huidige gezondheidslimiet.” Het RIVM heeft de voorlichting in 2017 wel uitgebreid, maar de adviezen om hoge inname van mogelijk hormoonverstorende stoffen te voorkomen, zijn uiterst mager en algemeen. Ze lezen als een open deur: “Eet gevarieerd, gebruik producten volgens de gebruiksaanwijzing en vermijd situaties waarin je langdurig dezelfde stoffen binnenkrijgt.”

Daarmee moeten zwangere vrouwen het doen. Een belrondje leert nog dat consultatiebureaus geen specifieke voorlichting geven over het vermijden van blootstelling aan BPA en/of ftalaten. Dat betere voorlichting wel degelijk kan, laat Denemarken zien. Hoe het daar toegaat, staat samengevat in een rapport van Wemos.

Minister Schippers van Volksgezondheid koos in 2016 voor betere voorlichting in plaats van strengere wetgeving. De conclusie kan geen andere zijn dan dat die voorlichting niet van de grond is gekomen. Des te belangrijker is het dat de aanbevelingen in het Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie opgevolgd worden. Dit plan, opgesteld door Wemos en mede ondertekend door de Plastic Soup Foundation en de Stichting Tegengif, werd afgelopen september gepresenteerd aan de Tweede Kamer.


Lees ook: Nationaal Plan hormoonverstorende stoffen in een circulaire economie

Lees ook: Ziekenhuizen moeten BPA-vrij.

Muggen verplaatsen microplastics van water naar land

Amsterdam, 19 oktober 2018 –Microplastics worden behalve in oceanen ook in groten getale in rivieren en meren gevonden. Soorten die in deze wateren leven, waaronder insectenlarven, kunnen hierdoor aan plastics blootgesteld worden. Iers wetenschappelijk onderzoek toont voor het eerst aan dat volwassen muggen microplastics in zich dragen die ze al als larve binnenkregen.

De onderzoekers stelden muggenlarven experimenteel bloot aan microplastics ter grootte van 0,0002 centimeter en 0,0015 centimeter. Een muggenlarve blijkt met name grote hoeveelheden van de kleinste microplastics binnen te krijgen, variërend van 2500 tot 5048 deeltjes. Wat betreft de grotere microplastics werden aantallen uiteenlopend van 91 tot 650 deeltjes per muggenlarve vastgesteld. Vervolgens werd onderzocht of de microplastics na verpopping nog aanwezig waren in de volwassen mug. Vrijwel uitsluitend werden de kleinste microplastics teruggevonden, terwijl er sprake is van een grote afname in de hoeveelheden van deze microplastics, met aantallen in de volwassen mug variërend van 11 tot 78 deeltjes. Wat de eventuele gezondheidsgevolgen hiervan zijn voor de muggen is niet onderzocht.

Dit onderzoek toont aan dat microplastics zich via de mug van vervuilde rivieren kunnen verplaatsen naar minder vervuilde gebieden. De wetenschappers stellen dat ook andere vliegende insecten die zich als larve in vervuild water ontwikkelen zeer waarschijnlijk microplastics binnen krijgen.

De laatste aanname lijkt door een ander vrijwel gelijktijdig gepubliceerd onderzoek te worden bevestigd. Dat onderzoek stelde vast dat 50% van de onderzochte insecten in zoetwatersystemen in Zuid-Wales microplastics met zich mee dragen. Soorten die deze insecten eten, zoals vogels en vleermuizen, lopen eveneens risico om langs deze weg blootgesteld te worden aan microplastics.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Dat insecten microplastics kunnen overbrengen is een nieuw verontrustend gegeven. Is er een verband met de massale insectensterfte? Onderzoekers zouden aan deze vraag nu prioriteit moeten geven.”


Lees ook: Zeewormen eten plastic

Kenia Kenya

Plastic afval stoot broeikasgassen uit

Amsterdam, 27 augustus 2018 –Dat plastic bijdraagt aan klimaatverandering is bekend. Het produceren van plastic kost ongeveer 5% van de jaarlijkse wereldolieproductie. Plastic draagt zo bij aan de opwarming van de aarde.  Een nieuwe studie toont aan dat ook plastic afval bijdraagt aan de klimaatverandering. Het gaat vooral om de uitstoot van de broeikasgassen methaan en ethyleen, die uit zwerfplastic vrijkomen onder invloed van zonlicht. Polyethyleen, het meest voorkomende type plastic, stoot beide gassen naar verhouding het meest uit. Het verschijnsel dat plastic in het milieu broeikasgassen veroorzaakt, is nu voor het eerst bestudeerd.

Bij alle geteste types plastic ontsnapt aantoonbaar gas. De hoeveelheid is relatief laag, maar omdat de plasticproductie blijft toenemen en plastic uiteenvalt in steeds kleinere deeltjes, zullen omvang en snelheid van de broeigasproductie toenemen, verwachten de onderzoekers. Daarom is het een bron waar rekening mee moet worden gehouden.

De vondst is een mooi voorbeeld van serendipiteit. Oceanograaf Sarah-Jeanne Royer van de universiteit van Hawaii onderzocht methaangas uit biologisch materiaal dat ze bewaarde in plastic flessen. Toen onverwacht veel meer gassen bleken vrij te komen, kwam ze tot het inzicht dat ook de flessen zelf daaraan bijdragen. Lees ook het BBC artikel.

Slechtere luchtkwaliteit door microplastics 

Amsterdam, 30 maart 2018 – Nederland voldoet niet overal aan afgesproken normen voor luchtkwaliteit. Daar wil het Kabinet wat aan doen en iedereen die dat wil kan nu een zienswijze indienen op de plannen van de overheid om de luchtkwaliteit te verbeteren.  

Opmerkelijk is dat microplastics met geen woord genoemd worden in het Concept-kabinetsbesluit “Aanpassing Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit”. Worden ze misschien tot fijnstof gerekend of vallen ze geheel buiten beschouwing? Feit is dat de lucht vol zit met microplastics en dat concentratie toeneemt omdat plastic niet afbreekt.  

In het Verenigd Koninkrijk heeft de Daily Mail onlangs onderzoek laten verrichten naar verpakte en niet verpakte vis in Londense supermarkten. De stukken vis werden in een laboratorium van de universiteit van Portsmouth getest op de aanwezigheid van microplastics. Op allemaal werden tientallen microplastics aangetroffen die afkomstig waren uit de lucht. Op de niet verpakte vis, die dus een tijdje open en bloot had gelegen, waren dat er aanzienlijk meer.   

De Daily Mail haalt professor Frank Kelly aan, een specialist verbonden aan King’s College in Londen. Hij had in 2016 voor een parlementaire hoorcommissie het volgende had verklaard: “If you can breathe them [microplastics] in, they could potentially deliver chemicals to lower parts of our lungs, maybe even across into our circulation in the same way we worry about vehicle emissions.” Kelly verricht zelf metingen bij King’s College: “We have been particularly struck by the high levels of clothing fibers in the atmosphere.” 

Ook een andere expert, Dr. Welden, wordt door de Daily Mail geciteerd: “I wouldn’t be surprised if they’re not building up in the air in the same way as in the oceans. They will be fragmenting and still not going away”. 

Aangezien microplastics in de lucht nog niet als oorzaak van slechte luchtkwaliteit worden genoemd, blijven allerlei mogelijke maatregelen die de luchtkwaliteit zouden verbeteren buiten beschouwing. Er zou wellicht vooral winst geboekt kunnen worden door juist vezelverlies van synthetische kleding en stoffen tegen te gaan. 


Lees ook: Hoe schadelijk is het inademen van microplastics

, , ,

Hoe schadelijk is het inademen van microplastics? 

Amsterdam, 23 maart 2018 – Ongeveer 16% van wat jaarlijks in de wereld aan plastic geproduceerd wordt, bestaat uit synthetische textielvezels. Die productie is in het afgelopen decennium elk jaar met ruim 6% gegroeid en bedraagt nu zo’n 60 miljoen ton per jaar. Kunststof kleding is verantwoordelijk voor oneindig veel microvezels die zelfs in drinkwater teruggevonden worden. De aanwezigheid van superkleine plastic deeltjes in de lucht is echter nog nauwelijks onderzocht.  

Frans onderzoek toonde eerder aan dat de plastic microvezels niet alleen in de buitenlucht worden aangetroffen, maar ook in gebouwen, en vooral ook in stof op de vloer. Van alle vezels in de buitenlucht, bleek 29% van plastic te zijn. Het staat vast dat mensen deze microvezels inademen. Binnen krijgen baby’s die over de vloer kruipen vermoedelijk de meeste vezeltjes binnen.  

Leidt inademen tot gezondheidsschade? De Franse onderzoekers, nu samen met Britse collega’s, tonen zich uiterst bezorgd en pleiten met spoed voor nader interdisciplinair onderzoek in een recent verschenen artikel in ScienceDirect. Hun artikel “Microplastic in air: Are we breathing it in?” gaat in op de vraag waar de deeltjes vandaan komen en wat de gezondheidsrisico’s zijn. 

De meeste ingeademde deeltjes zullen door het lichaam ook weer naar buiten worden gewerkt. Maar gevreesd wordt dat een deel tot diep in de longen doordringt en daar permanent aanwezig blijft, simpelweg omdat plastic niet afbreekt. Er kunnen reacties in het lichaam ontstaan, zoals ontstekingen, vooral bij mensen die al minder vitaal zijn. Enkele bevindingen uit het artikel: 

  • de concentratie van plastic vezels in binnenruimten is beduidend hoger dan in de buitenlucht, ook zijn de vezels langer;  
  • plastic deeltjes worden aangetroffen in longweefsel. Dit duidt erop dat het lichaam niet alle deeltjes naar buiten weet te werken; 
  • blijven deeltjes in de longen achter, dan is dat voor lange tijd omdat ze bio persistent zijn; 
  • vanaf een bepaalde concentratie en bij langdurige inademing lijken alle soorten vezels tot ontstekingen te leiden. De vorm van de vezels maakt ook uit. De langere lijken schadelijker te zijn; 
  • arbeiders die werken met plastic textielvezels kennen een reeks van longaandoeningen, zoals hoesten en beperktere longcapaciteit;  
  • een belangrijke beperking is de meetmethode. De onderzoekers hebben gekeken naar 50 μm, maar het detecteren van deeltjes kleiner dan 10 μm is cruciaal.  

Lees ook: Label op synthetische kleding vanwege microvezels in Californië

,

Een onderschatte bedreiging: vervuiling van land door microplastics

Amsterdam, 1 maart 2018 – Microplastics vormen niet alleen een gevaar voor het milieu op zee, maar ook op land. De lange termijn gevolgen van microplastics in grond kunnen allerlei negatieve effecten hebben op terrestrische ecosystemen, dat wil zeggen op het land. De gevolgen kunnen zelfs ernstiger zijn dan op zee. Duitse onderzoekers van het Leibniz-Instituut publiceerden deze waarschuwing in Sciencedaily 

De onderzoekers wijzen erop dat er veel meer plastic op land belandt dan in zee, wel vier tot 23 keer zo veel. Wereldwijd zou ongeveer een derde van al het geproduceerde plastic op land terechtkomen. Een belangrijke bron is rioolslib dat uitgereden wordt als mest. Dat slib bevat microplastics die waterzuiveringsinstallaties uit het water hebben gehaald, zoals de grotere microvezels die vrijkomen na het machinaal wassen van synthetische kleding.  

De onderzoekers vroegen zich af wat het effect van microplastics zou zijn op het land en analyseerden het weinige onderzoek dat er bestaat. Ze stellen onder andere dat :   

  • Overal ter wereld worden microplastics op landbouwgronden aangetroffen; 
  • Microplastics kunnen ziekteverwekkende bacteriën verspreiden en tasten de conditie van wormen aan; 
  • Wanneer additieven als bisfenol A uit plastic lekken, worden bovendien hormoonverstorende stoffen verspreid.  

De lange termijneffecten van deze verschijnselen zijn nog grotendeels onbekend terrein. Om al deze risico’s te kunnen beoordelen, is het daarom noodzakelijk dat er snel meetprogramma’s komen.   


Foto: Falk Negrazius, Benin Wikicommons