Berichten

,

Nieuwe Nederlandse plasticvanger van Noria

Amsterdam, 11 november 2019 – In relatieve stilte heeft Noria een systeem ontwikkeld dat plastic uit het water schept met een rad. Het werd dit najaar samen met Rijkswaterstaat bij de stuw en het sluizencomplex van Borgharen getest en werkt naar tevredenheid. Uitvinder Rinze de Vries en mede-oprichter Arnoud van der Vaart verwachten over een half jaar het eerste exemplaar in Nederland operationeel te hebben.

Hoe werkt het systeem?

De kracht schuilt in de eenvoud. Stromend water zet een scheprad in beweging. Dat rad heeft vijf schoepen die plastic uit het bovenste deel van de waterkolom verwijderen. Het apparaat werkt autonoom op waterkracht en heeft zo min mogelijk bewegende onderdelen. Daarom is er weinig tot geen onderhoud nodig. In waterwegen kan het op plekken gelegd worden waar veel plastic zich ophoopt. Scheepvaart en vissen ondervinden geen hinder.

Vier Hollandse uitvindingen

Opvallend genoeg is het systeem van Noria een van wel vier Nederlandse uitvindingen die nu operationeel zijn of dat binnenkort worden. Eind oktober werd The Interceptor van Ocean Cleanup gepresenteerd. Dit systeem van de jonge Hollandse uitvinder Boyan Slat is gericht op maximale afvang van drijvend plastic in zwaar vervuilde rivieren. Het systeem van Noria kan hier ook voor worden gebruikt, maar is óók geschikt voor smalle waterwegen als beken en grachten.
Een derde Nederlandse uitvinding om plastic te vangen is The Great Bubble Barrier. Een scherm van luchtbellen houdt in dit geval met de stroming meegevoerd plastic in de hele waterkolom tegen en geleidt dat naar de kant. Amsterdam heeft de primeur met de eerste Bubble Barrier die eerder deze maand officieel geopend werd.
Bij een vierde uitvinding, de Shoreliner, wordt drijvend plastic geleid naar een opvangfuik in het water. Deze wordt periodiek geleegd.

Voor elke locatie een ander systeem

Het is goed dat er keuze is in verschillende afvangsystemen, omdat het vooral van plaatselijke omstandigheden af zal hangen welk systeem waar het beste kan worden ingezet. Een volgende stap is om het verzamelde plastic te analyseren. Zo werd uit tellingen duidelijk dat er elke twee maanden alleen al op die éne plek waar de Shoreliner in de Rotterdamse haven lag, ongeveer 250.000 nurdles, de grondstof voor plastic producten, werden afgevangen.

Lees hier meer over Noria

Foto: Noria sustainable innovators.


Lees ook – Bellenscherm Bubble Barrier beleeft primeur in Amsterdamse grachten

Lees ook – Shoreliner ideaal om drijvend plastic afval te analyseren

Lees ook – Ocean cleanup gaat de rivier op

Lees ook – Minstens 24 miljoen nurdles aangespoeld bij Nederlandse kusten

,

Registreer plastics net als chemische stoffen

Amsterdam, 18 oktober 2019 – Ook plastics moeten aan de regels voor chemische stoffen voldoen. Dit stellen milieuorganisaties in een gezamenlijke verklaring. Daarin wordt de Europese Commissie opgeroepen om plastics niet langer uit te zonderen van de regels met betrekking tot registratie van chemische stoffen in het kader van REACH. Alleen zo kan de veiligheid van plastics beoordeeld worden. Ook de Plastic Soup Foundation heeft ondertekend.

Polymeren uitgezonderd van REACH

Plastics bestaan uit een of meer polymeren en een complexe samenstelling van allerlei vulstoffen, chemicaliën (zoals weekmakers en vlamvertragers), stabilisatoren en kleurstoffen. Om de veiligheid van plastics te kunnen beoordelen, moet er een verplichting komen om niet alleen de afzonderlijke bouwsteentjes (monomeren), maar ook de lange ketens (polymeren) te registreren in het kader van REACH. Sinds de oprichting van REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and restriction of CHemicals) twaalf jaar geleden zijn polymeren uitgezonderd van registratie- en beoordelingsplicht. Monomeren (de bouwstenen van polymeren) moeten wél worden geregistreerd. En dat is vreemd, want de eigenschappen van een polymeer zijn heel anders dan die van een monomeer, met name op het gebied van afbreekbaarheid. Lange ketens zijn in de regel slecht afbreekbaar, terwijl een monomeer snel afgebroken wordt.

De risico’s van polymeren moeten beoordeeld worden

Pas na goedkeurig door REACH kan een producent zijn product op de markt brengen. Door de uitzondering voor polymeren hoeft, kort gezegd, geen enkel type plastic op veiligheid beoordeeld te worden. Die uitzondering is gebaseerd op twee redenen. Er bestaan zoveel verschillende polymeren dat registratie ondoenlijk is en de meeste polymeren werden twaalf jaar geleden niet als onveilig beschouwd. Het is vooral vanwege onze dagelijkse blootstelling aan plastic, de toenemende plasticproductie en toenemende zorgen van wetenschappers over gevolgen voor milieu en gezondheid, dat de roep om ook de risico’s van polymeren te beoordelen nu wel overal gehoord wordt.

Voorzorgbeginsel

De milieuorganisaties, waaronder de Plastic Soup Foundation, stellen dat REACH gebaseerd is op het voorzorgprincipe en dat het aan de chemische industrie is om aan te tonen dat plastics veilig zijn in gebruik. Op dit moment staat op de bij REACH ingediende safety sheets wel dat een stof een polymeer is, maar hoeft er geen bewijs geleverd te worden over de veiligheid ervan. De milieuorganisaties stellen voor om ‘polymeer systeem’ als begrip te gaan hanteren. In dat geval hoeft niet elke polymeer apart beoordeeld te worden, wat inderdaad ondoenlijk zou zijn, maar wel polymeergroepen (polymeren met vergelijkbare eigenschappen). De Europese Commissie kan de REACH-regelgeving aanpassen.

Six Classes Approach

De registratie in REACH voor polymeren moet aan dezelfde voorwaarden gaan voldoen als de registratie van chemische stoffen. De registratie en beoordeling van chemische stoffen schiet helaas echter ook te kort. Er worden duizenden chemische stoffen in plastic producten toegepast die we dagelijks gebruiken. Die stoffen moeten plastic de gewenste eigenschappen geven, maar een deel wordt ervan verdacht schadelijk te zijn voor de gezondheid. Bovendien is van vele chemische stoffen de mogelijke schadelijkheid onvoldoende onderzocht. Er kleven nadelen aan de huidige procedure. Eén stof onderzoeken duurt namelijk jaren. Een ander nadeel is dat wanneer een bepaalde stof wordt verboden (zoals BPA-A) deze door de industrie wordt vervangen door een stof met vergelijkbare eigenschappen die nog niet verboden is (zoals BPB-S). Het is dus zinvol om groepen van schadelijke chemicaliën te onderscheiden en je beleid daarop te baseren. Professor Alene Blum van Green Science Policy Institute, Berkely (Californië) heeft daarvoor de zes klassen-aanpak ontwikkeld. Stoffen uit al deze zes groepen worden ook in plastic producten gebruikt. Op SixClasses.org is over deze aanpak nadere uitleg te vinden in de vorm van een video per groep chemicaliën. Professor Blum lichtte de aanpak toe op de Plastic Health Summit die 3 oktober in Amsterdam werd gehouden.

Illustratie: impressie van een polymeer


Lees ook – Eerste bewijs voor gezondheidsrisico’s van micro- en nanoplastics

Lees ook – ‘Alternatieven voor BPA even schadelijk’

Lees ook – Bescherming tegen giftige chemicaliën in plastic faalt

Lee ook – Overheidssite waarzitwatin belicht risico’s chemicaliën onvoldoende

Worden we ziek van verbrand plastic?

Amsterdam, 11 oktober 2019 – Het verbranden van plastic is wereldwijd een groot gevaar voor de gezondheid, betoogde Susan Shaw tijdens de Plastic Health Summit die de Plastic Soup Foundation op 3 oktober organiseerde. Professor Shaw is oprichter en directeur van het Shaw Institute en hoogleraar Environmental Health Sciences aan de New York State University. Het Shaw instituut is een van de partners in de Plastic Health Coalition.

Kankerverwekkend

Meubels, matrassen, elektronica, isolatiemateriaal, het is allemaal plastic. Brandend plastic laat giftige gassen en stoffen vrij, waaronder kankerverwekkende. Plastics zijn namelijk altijd chemisch bewerkt, bijvoorbeeld met vlamvertragers. Branden zijn hierdoor veel toxischer dan vroeger. Kanker is een gevreesde beroepsziekte onder brandweermannen. Kankerverwekkende stoffen worden in verhoogde concentraties aangetroffen in hun bloed na bluswerk. Volgens Shaw is kanker met 63% veruit de belangrijkste doodsoorzaak van deze beroepsgroep. In 2014 was Shaw hoofdauteur van een wetenschappelijke publicatie naar het vermoedelijke verband tussen kanker en het blussen van branden.

Brandende vuilnisbelten

Plastic afval wordt op veel plaatsen ongecontroleerd verbrand in de open lucht. Vuilnisbelten kunnen zelfs permanent branden of smeulen, na al dan niet opzettelijk in brand te zijn geraakt. Door de verbranding komen kankerverwekkende stoffen, inclusief dioxines vrij. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft geschat dat blootstelling aan dit soort branden het risico op kanker met 19% doet toenemen.

Brandende bossen

Susan Shaw wees er ook op dat overal in de wereld bossen in vlammen opgaan door toenemende droogte en illegale branden. Die branden nemen toe en de smog die daarbij vrijkomt vervuilt de lucht en zorgt voor gezondheidsrisico’s. De grootste bosbrand in de geschiedenis van de Verenigde Staten verwoestte vorig jaar ook het plaatsje Paradise, waarbij 85 mensen stierven. In de weken erna werden acht miljoen mensen blootgesteld aan een giftige rookwolk die boven Californië hing.

Foto Ted Christian

ING kan zelf ‘plastic puzzel’ oplossen

Amsterdam, 10 oktober 2019 – ING constateert een dilemma: meer plastic verpakkingen leiden tot meer milieuproblemen. En de voorspelling van de bank is dat we niet minder, maar meer plastic verpakkingen gaan gebruiken. Populariteit en problematiek van plastic leiden tot de ‘plastic puzzel’. Hoe kunnen we deze puzzel oplossen? ING reikt de voedselsector zes oplossingen aan om minder plastic te gaan gebruiken. Daarbij ziet de bank de belangrijkste oplossing over het hoofd: stoppen met de investeringen die ING zelf doet in de productie van nóg meer plastic.  

100 miljoen extra verpakkingen per jaar

ING heeft berekend dat elke Nederlander gemiddeld vier plastic verpakkingen per dag gebruikt en dat dit aantal zal toenemen. Voor Nederland als geheel gaat het om 26 miljard verpakkingen per jaar. In het deze week verschenen rapport van ING Economisch Bureau, getiteld ‘Plastic verpakkingen in de voedselsector, zes manieren om de plastic puzzel te lijf te gaan’, wordt voorspeld dat het aantal plastic verpakkingen zal toenemen. Alleen al de bevolkingsgroei zal zorgen voor 100 miljoen extra verpakkingen per jaar. Gezien de plasticsoep is dat, stelt de bank terecht, een problematische ontwikkeling.

Zes oplossingen voor de voedselsector

ING draagt zes oplossingen aan voor de voedselsector om het aantal plastic verpakkingen terug te dringen. Het is een weinig verrassend rijtje:

  • Lichtere verpakkingen
  • Meer gerecycled plastic in verpakkingen
  • Verbetering van de recyclebaarheid
  • Bio based en/of biologisch afbreekbaar plastic
  • Van eenmalige naar herbruikbare verpakkingen
  • Van plastic naar andere materialen.

Elke manier kent, zegt ook ING, zijn voor- en nadelen. Om tot een integrale oplossing te komen is een combinatie van oplossingen nodig.

Boter op het hoofd

ING toont zich in het rapport bezorgd over de plasticsoep, maar is ondertussen de grootste financier in Nederland van schaliegas- en plasticproductie. Sinds 2010 heeft de bank minstens 3,9 miljard dollar geïnvesteerd. Dit blijkt uit het eerder dit jaar gepubliceerde onderzoek Plastic Finance van de Eerlijke bankwijzer in samenwerking met de Plastic Soup Foundation.

Dankzij schaliegas, met name in de Verenigde Staten, wordt nieuw plastic geproduceerd van goede kwaliteit tegen zeer lage kosten. ING verzwijgt dat deze investeringen een stortvloed van nog meer (verpakkings)plastic tot gevolg heeft, en zo goedkoop dat je als voedselproducent wel gek bent om daar niet van te profiteren. De enige echte oplossing voor de plastic puzzel blijft in het ING-rapport onbenoemd: stoppen met investeringen in de productie van plastic.

Foto Harmen Spek, Plastic Soup Foundation

Lees ook – Artikel NOS.

Lees ook – ING financiert plasticsoep met miljarden

Lees ook – ‘Banken en verzekeraars investeren miljarden in schaliegas en plastic’, artikel NRC van 16 juli 2019

 

 

Eerste bewijs voor gezondheidsrisico’s van micro- en nanoplastics

Amsterdam, 8 oktober 2019 – Tijdens de Plastic Health Summit op 3 oktober hebben wetenschappers de eerste onderzoeksresultaten gepresenteerd van de effecten van plasticdeeltjes op de menselijke gezondheid. Zij spraken zich ook uit over de vraag hoe het voorzorgsbeginsel zich tot hun bevindingen verhoudt. Volgens de een is er eerst nog meer onderzoek nodig, volgens de ander zijn er genoeg vroege waarschuwingen en kunnen we niet wachten met het nemen van maatregelen tot alle risico’s tot in detail zijn onderzocht.

© Twycer / www.twycer.nl

ZonMw

De gepresenteerde voorlopige onderzoeksresultaten laten zien dat afweercellen microplastics aanvallen, dat ze daarbij het loodje leggen, dat de groei van de luchtwegen wordt belemmerd door nylon vezels en dat microplastics waarschijnlijk doordringen tot in de placenta. Het zijn uitkomsten van laboratoriumproeven waarbij met hoge concentraties wordt gewerkt. De onderzoeken leggen niet eerder waargenomen mechanismen bloot, zonder een uitspraak te kunnen doen in welke mate deze mechanismen op dit moment in ons lichaam optreden. Eerder dit jaar heeft de Nederlandse financier van gezondheidsonderzoek ZonMw 1,6 miljoen euro beschikbaar gesteld voor vijftien kortlopende onderzoeken. De meest prangende, maar nog nooit eerder onderzochte, vragen moeten deze onderzoeken beantwoorden.

© Twycer / www.twycer.nl

Verklaringen

Aan het einde van de Plastic Health Summit verklaarde ZonMw dat het belang van de onderzoeken zo groot is dat er 1 miljoen euro extra onderzoeksgeld beschikbaar wordt gemaakt. De wetenschappers werden daarmee op hun wenken bediend. In een voorgelezen gezamenlijke verklaring bepleiten ze meer (vervolg)onderzoek om de gevolgen van microplastics voor onze gezondheid beter te leren begrijpen.

© Twycer / www.twycer.nl

Maatregelen nu al nodig

Sommige ZonMw-onderzoekers hielden zich op de vlakte wat betreft de vraag of hun onderzoek aanleiding is om maatregelen te nemen. Fransien van Dijk (Rijksuniversiteit Groningen) adviseert burgers om hun tegenwoordig goed geïsoleerde huizen vaak te ventileren en ook vaker te stofzuigen, zodat we in huis minder plasticvezels inademen. Heather Leslie (Vrije Universiteit) karakteriseerde de onderzoeksuitkomsten als early warnings, alarmbellen, die in het licht van toenemende plasticproductie maatschappelijk ingrijpen nu rechtvaardigt. We kunnen immers op onze vingers natellen dat de concentratie aan microplastics in het milieu en dus in ons lichaam exponentieel toeneemt. Hoe langer we wachten, des te moeilijker het wordt om het tij te keren.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: ‘Dat het potentiële gevaar van microplastics voor onze gezondheid door niemand meer ontkend kan worden, is misschien wel het belangrijkste resultaat van de Plastic Health Summit’.

 

Lees ook – ‘De onbekende gevaren van microplastics’, artikel in NRC

Lees ook – ‘Microplastics harm human health, warn experts’, artikel in Food Manufacture

Zie hier de uitzending van Radar van 7 oktober met Maria Westerbos.

Oproep aan Verenigde Naties voor wereldwijd verbod schaliegas

Amsterdam, 19 september 2019 – Meer dan 450 organisaties en tal van prominenten hebben de Verenigde Naties opgeroepen tot een wereldwijd verbod op schaliegas. Voortgaande winning van schaliegas ondergraaft alle pogingen om klimaatverandering tegen te gaan, tast mensenrechten aan en leidt tot een overvloed aan nieuw plastic en verergert daarmee de plasticsoep. Op de UN Climate Action Summit 2019, die op 23 september wordt gehouden in New York, moet de wereld een historisch besluit nemen en afscheid nemen van schaliegas.

Open brief aan de Verenigde Naties

Tijdens de UN Climate Action Summit, georganiseerd door Secretaris-Generaal Guterres, spreken regeringsleiders met elkaar over drastische maatregelen om klimaatverandering te voorkomen. Ook premier Rutte zal aanwezig zijn. De relatie tussen schaliegas en plasticproductie is voor politici en investeerders een blinde vlek. Dankzij het aanbod schaliegas is de productie van nieuw plastic spotgoedkoop geworden. Dat betekent simpelweg nóg meer plastic en veel minder recycling. Plastic is overigens slechts een van de redenen waarom schaliegas niet past in een duurzaam beleid. Lees hier de open brief.

Verzoek aan de Tweede Kamer

In een vandaag verstuurde email aan de Tweede Kamer verzoeken de Eerlijke Geldwijzer en de Plastic Soup Foundation om verantwoordelijke ministers het volgende te vragen:

  • Kan de regering zich tijdens de UN Climate Action Summit actief inspannen om klimaatverandering en de escalerende problematiek rondom plasticvervuiling in o.m. oceanen als gevolg van fossiele energiewinning, in het bijzonder de sterk toenemende productie van schaliegas tegen te gaan?
  • Kan de regering zich inspannen om banken en verzekeraars te stimuleren om hun energiebeleid aan te scherpen en schaliegaswinning en productie van (single use) plastics te ontmoedigen, tegen te gaan of uit te sluiten van financiering? Kan de regering tenminste het gesprek hierover aan gaan met banken en verzekeraars en/of hier bijvoorbeeld een seminar of ronde tafel overleg over organiseren waarbij banken en verzekeraars, overheid, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen worden uitgenodigd?

Onderzoek naar Nederlandse investeerders schaliegas en plasticproductie

Afgelopen juli hebben Eerlijke Geldwijzer en Plastic Soup Foundation een praktijkonderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat de meeste grote banken en verzekeraars in Nederland volop investeren in bedrijven die schaliegas winnen en plastics (ook voor eenmalig gebruik) produceren. De sterk toenemende schaliegasproductie in o.a. de VS leidt tot een enorme toename van de productie van (single use) plastics, die in toenemende mate in ecosystemen terecht komen. ING en ABN Amro zijn de grootste financiers van schaliegas en plastics(bedrijven), Aegon en Allianz de grootste beleggers. In totaal steken de banken 5,3 miljard dollar in tien grote schaliegas- en plasticbedrijven, en banken en verzekeraars beleggen er voor 4 miljard dollar in.

Lees ook – Nederlandse banken en verzekeraars investeren miljarden in schaliegas en plasticproductie

Lees ook – Artikel in The Guardian

Pyroplastics: een nieuwe vorm van plasticvervuiling

Amsterdam, 4 september 2019 – Pyroplastics zijn drijvende stenen van plastic. Ze worden onder andere gevonden aan de kust in het zuidwesten van Engeland en zijn nauwelijks te onderscheiden van echte stenen. Pas als je ze oppakt, merk je dat ze veel lichter zijn. Door jarenlang in het water gedobberd te hebben, kregen ze hun ronde vorm en steengrijze kleur. Dit verschijnsel vormt een nieuw hoofdstuk van de plasticsoep. Lees het wetenschappelijke artikel over de ontdekking in Science of The Total Environment.

Plastiglomeraat

Overal in de wereld wordt afvalplastic verbrand om het op te ruimen. Als dat in de open lucht en dichtbij zee gebeurt, kunnen de resten in het water komen. In 2014 werd voor het eerst een nieuwe steensoort beschreven: plastiglomeraat. De naam is een samenvoeging van plastic en conglomeraat, de geologische aanduiding voor aaneen gekit sediment. Smeltend plastic vermengt zich met ander materiaal, zoals koraal, lavasteen of schelpen, en vormt zo een steensoort die tot voor kort niet bestond. Ook bij pyroplastics gaat het om restanten van gesmolten plastic, alleen niet samengeklit met ander materiaal. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer plastic op schepen is verbrand en en overboord gegooid.

Erosie

Anders dan plastiglomeraat, waarvan stukken op stranden gevonden worden, zijn pyroplastics geërodeerd door jarenlang in zee te dobberen. Het onderzoek wijst uit dat ze bestaan uit polyethelyeen, polypropyleen of een combinatie daarvan. Nadere analyse wijst ook op de aanwezigheid van zware metalen die allang verboden zijn. Dit impliceert dat deze stukken pyroplastic al lange tijd ronddrijven. Dat de vormen dezelfde zijn als die van echte stenen, laat zien dat dezelfde erosieprocessen plaatsvinden. Alleen gaat het bij plastic oneindig veel sneller dan bij natuursteen.

Anders dan het gebruikelijk plastic afval dat op stranden wordt aangetroffen, worden de stenen helaas nog nauwelijks herkend. Daardoor onderschatten we de hoeveelheid aangespoeld plastic, aldus milieuonderzoeker Andrew Turner van de universiteit van Plymouth.

Foto: Rob Arnold

Lees ook – Interview met onderzoeker Andrew Turner door National Geographic

Lees ook – Plastiglomeraat in Museon

 

,

Fabrikanten ontduiken statiegeld met blikjes van plastic en flesjes van blik

Amsterdam, 30 augustus 2019 – Het staat vrijwel vast dat er begin 2021 statiegeld op kleine plastic flesjes komt, maar niet op andere drankverpakkingen. De doelstelling het aantal zwerfflesjes in het milieu significant te reduceren, kan immers alleen met statiegeld gehaald worden. Dat weten frisdrankfabrikanten ook. Zij introduceren alternatieve verpakkingen om statiegeld te vermijden: flesjes van blik en blikjes van plastic.

Kabinetsbesluit

Afgelopen juni werd het kabinetsbesluit over statiegeld gepubliceerd. Negentig procent van de verkochte plastic flessen moet weer gescheiden worden ingezameld. Lukt dit de producenten niet dan wordt in 2021 statiegeld ingevoerd op kleine flessen. Dankzij statiegeld is een reductie van kleine plastic flessen in het zwerfafval van 70-90% mogelijk, aldus het kabinet. Maar drankblikjes worden buiten beschouwing gelaten.

Vrees van oppositie en milieubeweging

De oppositie in de Tweede Kamer drong erop aan om ook blik onder de statiegeldregeling te laten vallen. Het aandeel blik in het zwerfvuil van alle drankverpakkingen in het milieu ligt op 63 procent volgens een recente telling. Ook andere drankverpakkingen vallen buiten de regeling. Wanneer statiegeld wordt ingevoerd volgens het nieuwe besluit komt er statiegeld op slechts 19% van alle drankverpakkingen die in het zwerfvuil worden aangetroffen. De regeling is dus bij voorbaat niet effectief. Maar wanneer er statiegeld op plastic flessen komt en niet op blik, dan zullen fabrikanten veel meer drank in blik gaan aanbieden. Dan vindt er een verschuiving plaats en komt er nog meer blik in het zwerfvuil terecht dan nu al het geval is.

Zorgen van de NVRD  

Niet alleen de milieubeweging vreest deze ontwikkeling. Ook de NVRD (Koninklijke Vereniging Afval en Reinigingsmanagement), die Nederlandse gemeenten verenigt, heeft haar zorgen hierover uitgesproken: ‘Het risico is groot dat veel kunststof flesjes in de komende jaren worden vervangen door blikjes waarvoor geen inzamelverplichting geldt en ook geen statiegeld’. In haar bericht verwijst de NVRD ook naar de milieubeweging die alarm sloeg ‘dat blikjes niet alleen uit metaal bestaan, maar ook een plastic laagje bevatten, waardoor het zwerfafval van blik ook bijdraagt aan de verspreiding van plastic in het milieu.’

Alternatieve verpakkingen

Drankgiganten als Coca-Cola staan onder toenemende druk vanwege hun bijdrage aan de plasticsoep en zoeken naar manieren om het gebruik van plastic te reduceren. Een daarvan is het vervangen van plastic door aluminium. Coca-Cola biedt om die reden vanaf september Dasani (bronwater) aan in aluminium flesjes in een deel van de Verenigde Staten. PepsiCo heeft aangekondigd om Aquafina (eveneens bronwater) in restaurants en stadiums voortaan in blik aan te bieden. Ook in Nederland is de trend in gang gezet. Er zijn al flesjes van aluminium van Heineken en Coca-Cola aangetroffen als zwerfvuil. Ook wordt inmiddels plasticdrankverpakking als blik verkocht. Dit is een plastic container in de vorm van blik en met een aluminium deksel inclusief lipje. Bij Albert Heijn wordt Drinklicious Strawberry Watermelon verkocht in een blikje van plastic.

Gemiste kans

De NVRD noemt het een gemiste kans dat niet de mogelijkheid is gecreëerd om statiegeld op blikjes te introduceren in de regelgeving en dringt er nu op aan ‘dat zorgvuldig wordt gemonitord in welke mate deze verschuiving zich voordoet en wat hiervan de gevolgen zijn voor het zwerfafval.’ De NVRD verwacht dat het ministerie van Waterstaat en Infrastructuur ‘zo nodig alsnog ingrijpt’. Maar die zorgen worden niet gedeeld door staatssecretaris Van Veldhoven (D66). Zij houdt de boot af. Geciteerd door Trouw: ‘De eerste metingen laten nog geen verschuiving zien van plastic naar blik.’

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: ‘Doordat het besluit over statiegeld alleen plastic flessen betreft en niet andere drankverpakkingen zoals blik, heeft de regering de weg wagenwijd opengezet voor fabrikanten die statiegeld willen vermijden met alternatieve verpakkingen. Dat zijn de verpakkingen die we straks in het zwerfvuil vinden’.


Lees ook – Uitgeklede statiegeldregeling treft slechts 19% van de zwerfvuil-drankverpakkingen

Lees ook – Plastic in drankblikjes zet statiegelddebat op scherp

Lees ook – Coca-Cola is grootste plasticvervuiler

Natuur & Milieu: Strenger verpakkingsbeleid onontbeerlijk

Amsterdam, 28 augustus 2019 – Neem de papieren broodzak met een plastic venster. Waar moet de consument die laten? In de container voor oud papier, bij het kunststofafval of bij het restvuil? Of wordt de koper geacht het plastic en het papier van de zak telkens keurig van elkaar te scheiden? Verpakkingen moeten sinds 1997 aan duurzaamheidseisen voldoen, de zogeheten Essentiële Eisen. Natuur & Milieu onderzocht een aantal verpakkingen en legde deze langs de lat van de Essentiële Eisen. De belangrijkste conclusies van het vandaag gepubliceerde rapport Duurzaamheid van verpakkingen in de supermarkt zijn dat de Essentiële Eisen onvoldoende worden nageleefd en dat de consument niet genoeg instructies krijgt om te recyclen.

Essentiële Eisen

Elk bedrijf dat een product op de markt brengt met een verpakking moet aan de Essentiële Eisen voldoen. Het gaat erom dat zo min mogelijk materiaal gebruikt wordt en dat een verpakking opnieuw gebruikt of goed gerecycled kan worden. Volgens het expertpanel dat voor Natuur & Milieu een aantal verpakkingen beoordeelde, voldoen de meeste verpakkingen niet aan de Essentiële Eisen. Er wordt meer materiaal gebruikt dan strikt nodig is, de verpakkingen bestaan vaak uit een combinatie van materialen (zoals de papieren broodzak met het plastic venster) en de consument kan er niet goed mee uit de voeten, omdat duidelijke instructies ontbreken. Toch zijn er voor fabrikanten voldoende alternatieve verpakkingen voorhanden die wel aan de Essentiële Eisen voldoen.

Weggooiwijzer

De Nederlander maakt gemiddeld per dag zeven verpakkingen open. Van de consument kan alleen goed scheidingsgedrag verwacht worden wanneer op elke verpakking duidelijk staat in welke afvalbak deze moet. En hier gaat het mis. Van de onderzochte verpakkingen blijkt slechts 67% een instructie te hebben voor afvalscheiding. Tien procent van alle producten had een incomplete instructie. Een eenduidige goede instructie werd op 55% van de onderzochte verpakkingen aangetroffen. Een belangrijke aanbeveling is daarom dat uniforme afvalscheidingsconstructies verplicht moeten worden voor alle verpakkingen. Het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) heeft iconen geïntroduceerd die al veelvuldig worden toegepast. Deze iconen van de Weggooiwijzer geven aan tot welke categorie afval een verpakking behoort (plastic, papier, glas of restafval).

Verbeteringen

Om de afvalstroom zuiverder te maken om zo hoogwaardiger te kunnen recyclen, bevelen de onderzoekers het volgende aan:

  • Bij het ontwerp kiezen bedrijven voor herbruikbare of goed recyclebare verpakkingen met daarbij duidelijke instructies voor afvalscheiding;
  • Marketingargumenten mogen geen wettelijk geldige argumenten zijn om een verpakking minder duurzaam te maken dan mogelijk is;
  • Fabrikanten zorgen voor meer eenvoud en uniformiteit in gebruikte verpakkingsmaterialen. Een minder complexe afvalberg is namelijk beter en goedkoper te recyclen.

Vreemde paradox

Terwijl de onderzoekers minder verpakkingsplastic bepleiten, kiezen ze voor een onderzoeksmethode die het gebruik van plastic bevordert. De toegepaste levenscyclusanalyse (LCA) laat effecten van zwerfvuil op het milieu buiten beschouwing, maar kijkt wel naar de impact van verschillende materialen op CO2 uitstoot. Dat levert een vreemde paradox op in het rapport. Bij de productbeoordelingen blijkt plastic opeens favoriet ten opzichte van andere materialen. Een drankenkarton met plastic coating blijkt dan beter dan sap in glas. Koeken in blik? Dat is veel te zwaar, dus beter in plastic. Zó gaan we de strijd tegen zwerfvuil niet winnen.

Plastic Pact

De onderzoekers wijzen erop dat het Plastic Pact in potentie veel winst kan opleveren. Het gaat om de overeenkomst die de Nederlandse overheid afgelopen januari met bedrijven (waaronder supermarkten) sloot om tot een beperking te komen van plastic verpakkingen. Het Plastic Pact werd ondertekend door 75 organisaties en heeft als doel de milieudruk van plastic te verminderen en circulariteit (recycling) te verbeteren. In 2020 moet 20% minder plastic gebruikt worden. Er is echter geen enkele juridische verplichting voor de bedrijven die hebben ondertekend om die doelstellingen te halen. Eerder gemaakte afspraken met de verpakkende industrie bleken zelfs keer op keer niet te worden nagekomen. Natuur & Milieu stelt in haar rapport vast dat de wet bedrijven een ontsnappingsclausule biedt, waardoor een minder duurzame verpakking toch niet aan de Essentiële Eisen hoeft te voldoen. De boodschap is duidelijk voor wie die horen wil: een strenger bij wet afgedwongen verpakkingsbeleid is onontbeerlijk.

Foto: ontleend aan cover rapport Natuur & Milieu


Lees ook – ‘Plastic Pact is marketingstunt’

Lees ook – Voedselverspilling en plastic afval gaan hand in hand

 

Het blikje binnenste buiten

De omroepster meldt op geruststellende toon dat mijn trein over 15 minuten vertrekt. Geen punt, ik kan wel wat vertraging gebruiken. Het is warm en het wordt een lange reis, dus ik besluit een verkoelend drankje te kopen. Even later sta ik besluiteloos voor een enorm schap met honderden flesjes, blikjes en kartonnetjes. Gezond en minder gezond, groot en klein, in alle kleuren van de regenboog.

Op slag gaat mijn geweten zeuren. Had toch die grote tas meegenomen, dan had je eigen waterfles erin gepast en zou je deze rommel niet nodig hebben. Maar het is zoals het is en ik moet goed drinken, dat wordt me van alle kanten op het hart gedrukt. Daarom besluit ik een drankje zonder plastic verpakking te kiezen.

Plastic flesjes veeg ik in gedachte met een ferme zwaai uit het schap. Dat ruimt lekker op. De kartonnetjes zien er gezellig ouderwets uit, maar daar zitten melkproducten in en die gaan mijn dorst niet lessen. Bovendien staat me bij dat er aan de binnenkant plastic folie zit die lastig van het karton te scheiden is. Zo belanden mijn ogen bij de blikjes. Is dat dan de beste, plasticvrije keuze van dit schap?

Een paar dagen later vind ik het antwoord in een YouTube-filmpje van MEL Chemistry. Onderzoekers doen een eenvoudig experiment met een colablikje van een welbekend merk. Ze schuren de rode verf eraf tot het glimmende aluminium tevoorschijn komt, klikken het lipje omhoog en steken daar een stokje door. Daarmee hangen ze het blikje in een glazen beker. Ze vullen de beker met gootsteenontstopper, tot net onder de rand van het blikje. Twee uur later halen ze het stokje met het klipje omhoog.

Ik kan mijn ogen niet geloven. Het aluminium blikje is helemaal verdwenen, opgelost in het bijtende gootsteengoedje, maar de cola hangt nog in perfecte blikjesvorm onder het klipje. Een goocheltruc, een Lourdesachtig mirakel, een hologram? Dan zie ik het: de cola zit in een plastic zakje. Blikjes zijn eigenlijk verstopte plastic flesjes.

Dat is geen goed nieuws, want van alle drankverpakkingen eindigen blikjes verreweg het vaakst als zwerfvuil, op straat, in de natuur, in het water. Het is dus extra jammer dat de nieuwe regeling voor statiegeld niet voor alle drankverpakkingen geldt, maar alleen voor plastic flesjes. Het zou zomaar kunnen dat bedrijven massaal overstappen op blikjes als ze het statiegeldgedoe willen omzeilen. Dan belandt er misschien wel meer plastic in het milieu.

Dat is een extra goede reden om op 21 september mee te doen met World Cleanup Day, bedenk ik even later terwijl ik met een zwierige boog om een ingedeukt blikje fiets. Als ik die dag een uurtje zwerfvuil tel en invoer op de app Litterati, samen met collega-zwerfvuiltellers in ruim 160 landen, ontstaat een wereldwijde zwerfafval-database. Dan wordt glashelder hoeveel ingeblikte plastic flesjes een zwervend bestaan leiden.

Ik kijk naar boven en hoop op een omroepster met een geruststellende boodschap. De wereld kan wel wat vertraging gebruiken. Dan kan de minister de statiegeldregeling in alle rust uitbreiden naar alle drankverpakkingen. En dan kunnen bedrijven een fijn afbreekbaar alternatief voor plastic bedenken, zodat die regeling helemaal niet meer nodig is. Voor de zekerheid ga ik toch alvast op zoek naar die grote tas.

Renske Postma