Berichten

“Plastic Pact is marketingstunt”

Amsterdam, 12 april 2019“Uiteindelijk is het Plastic Pact voor bedrijven enkel een marketingstunt”. Nieuwsuur interviewde oud-ambtenaar Kees Clement die vindt dat de gemaakte afspraken, waaronder absolute reductie van de hoeveelheid plastic verpakkingsmateriaal, juridisch afdwingbaar hadden moeten zijn. Zonder een wettelijke basis bestaat het risico dat bedrijven mooi weer spelen, maar uiteindelijk weinig of niets doen.

Clement voerde dertien jaar lang als ambtenaar op het ministerie van Infrastructuur en Milieu de onderhandelingen met het bedrijfsleven. Als “coördinator verpakkingen” weet hij als geen ander hoe de onderhandelingen over opeenvolgende verpakkingsconvenanten gelopen zijn.

Geen verplichtingen voor bedrijven

Het Plastic Pact is begin dit jaar ondertekend door 75 organisaties en heeft als doel de milieudruk van plastic te verminderen en circulariteit (recycling) te verbeteren. Het doel is dat er in 2025 20% minder plastic gebruikt wordt. Er is echter geen enkele juridische verplichting voor de bedrijven die hebben ondertekend om die doelstelling te halen.

Een dergelijke verplichting was er wel in het eerste Convenant Verpakkingen (1991). Die verplichting werd alleen niet nagekomen, onvoldoende gehandhaafd door de overheid, en bovendien in latere convenanten afgezwakt en uiteindelijk zelfs achterwege gelaten. Nieuwsuur baseerde zijn uitzending (9 april) over het niet te temmen plastic monster op een analyse van Recycling Netwerk over het Nederlandse afvalbeleid van de afgelopen 40 jaar.

Convenant verpakkingen

In het eerste Convenant Verpakkingen (1991) was afgesproken met de verpakkende industrie dat er in 2000 10% minder verpakkingen zou zijn ten opzichte van 1986. In werkelijkheid was er sprake van een toename van 15%. Het tweede en derde Convenant Verpakkingen (uit 1997 en 2001) zwakten de preventie verplichting sterk af. De convenanten werden in 2007 opgevolgd door de Raamovereenkomst verpakkingen en zwerfafval. Daarin is echter geen enkele afspraak meer opgenomen over de reductie en hoeveelheid verpakkingen. Lees hier de analyse van Recycling Netwerk, getiteld De ondraaglijke traagheid van het milieubeleid.

Recycling Netwerk concludeert dat het afvalbeleid in Nederland niet van de grond is gekomen, en dat de samenleving daardoor opgezadeld is met een enorme afvalberg en met een sterke plasticvervuiling. Het maken van afspraken over reductie van plastic verpakkingsmateriaal op vrijwillige basis heeft gefaald. Dit geeft geen vertrouwen in toekomstige resultaten van het Plastic Pact.


Lees ook: Plastic Soup Foundation tekent Plastic Pact niet.

Kijk hier de uitzending van Nieuwsuur terug (item start op 13:45)

,

PSF en andere milieuorganisaties: ontwerpbesluit statiegeld moet beter

Amsterdam, 10 april 2019  Om een statiegeldsysteem goed te doen werken, moet de regering de innameplicht van de supermarkten wettelijk vastleggen. De regelgeving mag bovendien niet worden beperkt tot kleine plastic flessen; ze moet ook statiegeld op blikjes en andere drankverpakkingen opnemen. 

Dat schrijven de Plastic Soup Foundation samen met Recycling Netwerk Benelux, Natuur & Milieu, de Plastic Soup Surfer en Greenpeace in hun gezamenlijke Zienswijze op de conceptregelgeving over statiegeld. Ook Stichting De Noordzee steunt deze zienswijze. De conceptregelgeving werd door staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) uitgewerkt en werd op 4 maart gepubliceerd in de Staatscourant. 

Morgenmiddag, donderdag 11 april, staat tijdens het Algemeen Overleg Circulaire Economie het statiegelddossier weer op de agenda in de Tweede Kamer. De milieuorganisaties stellen vast dat de huidige formulering van de conceptregelgeving niet afdoende is om een succesvolle en breed gedragen invoering van statiegeld te garanderen. Op de volgende punten schiet de conceptregelgeving tekort en dient ze te worden aangepast:

 

1) De innameplicht voor verkooppunten moet onderdeel zijn van de regelgeving. 

2) De regelgeving moet niet op voorhand worden beperkt tot kleine plastic flessen en slechts enkele soorten drank (water en frisdrank). Statiegeld moet gelden voor alle plastic flessen ongeacht inhoud in volume of dranksoort. In de conceptregelgeving zijn sappen en zuivel uitgezonderd. 

3) In de regelgeving dient ook (de optie van) latere uitbreiding van statiegeld op blikjes en andere soorten drankverpakking te worden opgenomen.  

4) De verantwoordelijkheid moet liggen bij producenten én bij retailers. 

Met de in de Staatscourant gepubliceerde conceptwijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 komt statiegeld op kleine plastic water- en frisdrankflesjes dichterbij. Alleen als de met het bedrijfsleven afgesproken doelen over recycling en zwerfafvalreductie eind 2020 worden gehaald, zal de regeling niet worden ingevoerd. Maar nu al staat vast dat de gestelde doelen onmogelijk kunnen worden gehaald zonder statiegeld. Om 90% recycling te halen, is statiegeld nodig. Inzamelpercentages van 90% of meer worden alleen gehaald in landen waar statiegeld al is ingevoerd, en waar een innameplicht voor verkooppunten geldt.

De conceptwetgeving, die dus zonder twijfel in 2021 van kracht wordt, is weliswaar een stap in de goede richting, maar stelt dus op belangrijke punten nog flink teleur. Met hun ingediende Zienswijze conceptregelgeving statiegeld verzoeken de 5 milieuorganisaties de staatssecretaris om het ontwerpbesluit aan te passen.

Plastic flesjes staan in de top-3 van meest aangetroffen afvalitems op de rivieroevers van de Maas en Waal, zoals elk jaar blijkt in het monitoringsproject Schone Rivieren waarin de Plastic Soup Foundation samen optrekt met IVN Natuureducatie en Stichting De Noordzee.

Statiegeld: óók op blikjes 
Aan de conceptregeling  moet worden toegevoegd, dat er ook statiegeld op drankblikjes wordt ingevoerd. Daarvoor pleiten Nederlandse en Vlaamse overheden, gemeenten, provincies, waterschappen en organisatieszoals boerenorganisaties, die aangesloten zijn bij de StatiegeldalliantieDe Zienswijze van de gezamenlijke milieuorganisaties zegt hierover: “Statiegeld op blikjes helpt daarnaast om verschuivingen in de markt van plastic naar blik te voorkomen en het leidt tot een grotere efficiëntie van het inzamelsysteem, meer recycling en meer klimaatwinst. Ook verschillende drankenproducenten zien liever statiegeld op zowel plastic flessen als blikjes”.  

Lees ook – Duidelijkheid over het antistatiegeldplan 

Lees ook – Boeren willen snelle invoering statiegeld 

Lees ook – Overheid zou drankzakjes gewoon moeten verbieden. 

, , ,

Albert Heijn dringt plastic terug met “dry misting”

Amsterdam, 28 maart 2019– Door groentes als sla, cherrytomaten, bospenen en door fruit als peren en appels te benevelen kun je op verpakkingsplastic besparen. De techniek, die de houdbaarheid van groente en fruit verlengt, is uitvoerig getest en blijkt veelbelovend. Albert Heijn is een proef gestart in Hoofddorp met een plasticvrije groente– en fruitafdeling waar het de “droge mist” toepast. Dit past in het streven van Albert Heijn om in 2025 25% minder plastic te gebruiken. Eerder dit jaar hebben 75 organisaties het Plastic Pact ondertekend. Deze organisaties beloven de milieudruk van plastic te verminderen en de circulariteit te bevorderen. Albert Heijn is een van hen. “Dry misting” is zonder twijfel veelbelovend, maar andere oplossingen hebben de schijn tegen.

Plastic Pact

De slogan die Albert Heijn al een tijdje voert, is Samen naar minder verpakkingen en meer recycling. De doelstellingen van het Plastic Pact komen vrijwel overeen met die van Albert Heijn. Het supermarktconcern vat zijn doelstellingen als volgt samen:“Doel is om in 2025 20% minder plastic te gebruiken, meer plastic opnieuw gebruiken en al het nieuwe plastic 100 procent recyclebaar te maken. Een mooi moment om onze eigen ambities op het gebied van verpakkingen nogmaals onder de aandacht te brengen. Albert Heijn wil in 2025 maar liefst 25% minder verpakkingen gebruiken. Dat is zo’n 20 miljoen kilo. Daarnaast willen we dat in 2025 alle verpakkingen van onze eigen merkproducten 100% recyclebaar zijn.”

Vooral schijnoplossingen

Om plastic in het milieu te voorkomen, is absolute reductie een eerste vereiste. Bij “dry misting” is dat het geval. Andere maatregelen van Albert Heijn zijn eerder schijnoplossingen:

  • De voorgenomen reductie van plastic gaat namelijk vooral over relatief minder plastic (uitgedrukt in gewicht per verpakkingsproduct) maar is daarmee nog niet automatisch ook reductie in absolute zin. Als Albert Heijn groei van zijn marktaandeel realiseert, dan kan het supermarktconcern in absolute zin meer plastic produceren.
  • De gewichtsreductie per verpakt product biedt bovendien geen oplossing voor minder zwerfplastic en houdt het systeem van eenmalige verpakkingen in stand;
  • Het vervangen van een steeds groter deel van het primaire plastic door gerecycled plastic verkleint ook niet de kans dat een plastic verpakking in het milieu terecht komt;
  • Investeren in bioplastics biedt vooralsnog geen soelaas omdat de meeste bioplastics in het milieu dezelfde ellende veroorzaken als plastics gemaakt van olie.

Welke mogelijkheden benut Albert Heijn (nog) niet?

Een werkelijk ambitieuze aanpak van de plasticsoep zou prioriteit geven aan reductie van verpakkingen die het meest als plastic zwerfvuil worden aangetroffen. Dit zijn vrijwel alle items die in de AH to go-winkels worden verkocht. In een ambitieuze aanpak zouden transparante en absolute reductiedoelstellingen zijn geformuleerd, zou het supermarktconcern aan zijn toeleveranciers eisen stellen met betrekking tot de verpakking van hun A-merkproducten (het Plastic Pact gaat alleen over de huismerken), zou ook natural branding als alternatief volop omarmd worden, zou geïnvesteerd worden in de logistiek van re-fill systemen, en last but not least zou het statiegeldsysteem breed worden toegepast.

Geen transparantie over statiegeld

Het beste systeem om circulariteit te bevorderen en zwerfvuil te voorkomen, is het invoeren van statiegeld. Maar statiegeld wordt niet één keer genoemd, noch in het Plastic Pact, noch in de communicatie van Albert Heijn. De simpele reden is dat Albert Heijn er alles aan doet om het systeem van statiegeld tegen te werken.


Lees ook – Duidelijkheid over antistatiegeldplan

Lees ook – Gaan Nederlandse supermarkten de plasticketen sluiten, te beginnen in Spanje?

Lees ook – Jumbo omarmt natural branding

 

, ,

Wil het kabinet-Rutte wel echt minder plastic?

Amsterdam, 6 maart 2019– Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) van Infrastructuur en Waterstaat belooft dat Nederland in 2025 twintig procent minder (verpakkings)plastic gebruikt dan in 2017. Daarover zijn in het Plastic Pact afspraken gemaakt met plastic producerende en plastic toepassende bedrijven. Echte plasticproducenten, zoals Dow Chemical, Sabic of Borealis, hebben het Plastic Pact echter niet getekend en verplichten zich tot geen enkele vermindering.

Wie minder plastic wil, moet vooral minder plastic produceren. Je mag daarom van het kabinet verwachten dat het plasticproductie ontmoedigt. Het tegendeel blijkt het geval. Niet alleen is het niet gelukt om individuele plasticproducenten het Plastic Pact te laten ondertekenen, achter de schermen heeft het kabinet zich zelfs ingespannen om nieuwe plasticfabrieken naar Nederland te halen.

De Britse chemiegigant INEOS stond eind vorig jaar voor de locatiekeuze voor de bouw van nieuwe plasticfabrieken, die goedkoop schaliegas uit de Verenigde Staten als grondstof voor pellets gebruiken. De keuze ging tussen de Botlek en Antwerpen. Met de bouw is een investering van 3 miljard euro gemoeid. Het bedrijf koos uiteindelijk voor Antwerpen. Zowel België als Nederland hebben hard gelobbyd om de nieuwe plasticfabrieken te krijgen, zo blijkt uit onderzoek van het journalistencollectief Follow the Money.

Het artikel citeert Adriaan Visser (D66), wethouder grote projecten in Rotterdam, die in de gemeenteraad op 17 januari jongstleden tekst en uitleg gaf over de manier waarop INEOS moest worden overtuigd om voor Rotterdam te kiezen: “Ik kan echt met mijn hand op mijn hart vertellen dat wij daar alles aan gedaan hebben. En niet alleen wij. Ook het Havenbedrijf, VNO-NCW, het kabinet tot aan de minister-president aan toe, de minister van Economische Zaken en Klimaat en het Netherlands Foreign Investment Agency hebben nadrukkelijk geprobeerd het bedrijf naar Rotterdam te halen.”

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Het kabinet spreekt met twee monden, een doodzonde in de politiek. Wij vragen hom of kuit. Als het kabinet ons minder plastic belooft, moet het ten eerste ervoor zorgen dat er minder wordt geproduceerd, om te beginnen op Nederlands grondgebied. Dat er achter de schermen voor méér plastic wordt gelobbyd, voedt de gedachte dat het Plastic Pact niet meer is dan een greenwash-operatie voor de bühne.”

Foto: Rijksoverheid


Lees ook: INEOS bouwt voor 3 miljard euro plasticfabrieken bij Antwerpen

Duidelijkheid over anti-statiegeldplan

Amsterdam, 1 maart 2019– Statiegeld is het juweeltje van de circulaire economie. Dit systeem zorgt voor minder zwerfafval, minder opruimkosten, hoge retourpercentages, betere recycling, én wordt maatschappij breed gedragen. De Statiegeldalliantie, waarbij sinds oktober 2017 al ruim 850 organisaties en lokale overheden zijn aangesloten, laat zien hoe breed en wat de voordelen zijn.

Nu is het onlangs door staatssecretaris Van Veldhoven (D66) gepresenteerde Plastic Pact erop gericht om de milieudruk van plastic te verminderen en circulariteit te bevorderen. Statiegeld als effectief instrument komt in dit Plastic Pact echter niet één keer ter sprake. De verklaring moet zijn dat sommige bedrijven die mordicus tegen invoering of uitbreiding van statiegeld zijn, zoals Albert Heijn, de overeenkomst anders niet hadden getekend.

In het Plastic Pact staat wél dat ondertekenaars “uiterlijk in 2020 nieuwe slimme inzamel- en retoursystemen” ontwikkelen. Dit jaartal heeft alles te maken met de doelstelling die de staatssecretaris maart vorig jaar formuleerde. Wanneer namelijk in het najaar van 2020 blijkt dat kleine plastic flesjes niet voor 90% worden gerecycled en er bovendien geen sprake is van een vermindering van 70 tot 90% van de kleine flesjes in het zwerfafval, dan zal het statiegeld op kleine flesjes alsnog worden ingevoerd.

Wat behelzen die “nieuwe slimme inzamel- en retoursystemen”? Van Veldhoven stuurde in januari dit jaar het “ActiePlan NederlandSchoon 2019. Samen aan het werk om zwerfafval te verminderen” naar de Tweede Kamer. Dat plan biedt duidelijkheid over de aanpak die het bedrijfsleven voorstaat. Het werd opgesteld door NederlandSchoon dat door het verpakkende bedrijfsleven wordt gefinancierd en als spreekbuis optreedt. De rapportage voorziet “in de afspraak een alternatief plan [voor statiegeld] aan te leveren”.

Het afgelopen jaar zijn door NederlandSchoon vier gebieden uitgekozen waar retourlogistiek wordt getest. Het gaat om gebieden in Zaandam, Rotterdam-Noord, Heerenveen en Meierijstad waar extra afvalbakken zijn geplaatst onder het motto “Flesjes in de bak, zo doen we dat!”. Passanten en ondernemers moeten zo worden gestimuleerd deze gebieden schoon te houden. Een monitoringsprogramma gaat uitwijzen hoe effectief de aanpak is. De vier testgebieden moeten samen voldoende inzicht in de effectiviteit van de maatregelen geven “om daarmee de basis te vormen voor een landelijke verbreding.”

Wat behelst het Actieplan verder: “Voor de kleine plastic flesjes die zijn verzameld via de flesjesbakken is een aparte ophaalstructuur ontwikkeld. In de vier gebieden worden de zakken met plastic flesjes apart ingezameld en vervolgens gesorteerd en gerecycled in nieuwe plastic producten”.

Dit is dus in essentie het “nieuwe slimme inzamel- en retoursysteem” waarmee de gestelde doelen moeten worden gehaald. Het is echter nieuw noch slim, maar gewoon oude wijn in nieuwe zakken. Om statiegeld te voorkomen, presenteerde het bedrijfsleven in 2001 al een plan om speciale afvalbakken op drukbezochte plekken te plaatsen om mensen aan te zetten daar hun fastfoodafval in te gooien, aldus een artikel in De Telegraaf van april dat jaar.

Het plan is ook niet slim, want het werkt niet. In Rotterdam blijkt uit metingen dat de daar geplaatste extra afvalbakken geen enkel effect hebben. Het Algemeen Dagblad kopte in december: “In Rotterdam slingeren ruim twee keer zo veel plastic flesjes op straat als in de rest van Nederland”. De roep in de Rotterdamse gemeenteraad voor versnelde invoering van statiegeld is nu extra luid en krachtig. Ook in Zaandam is de afgelopen maanden regelmatig getest of er enig resultaat wordt geboekt. Dirk Groot, bekend als de Zwerfinator, heeft met behulp van de Litterati-app hier alle door hem aangetroffen drankverpakkingen op straat vastgelegd en geteld. Ondanks de extra afvalbakken en ondanks alle inspanningen om mensen te motiveren hun flesjes en blikjes in de speciale bakken te doen, ligt het aantal zwerfdrankverpakkingen hier bovenhet landelijk gemiddelde. Er is zelfs een stijgende lijn, in plaats van een dalende.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Met mooie woorden en vage plannen krijgen we de illusie voorgespiegeld dat Nederland verlost wordt van de zwerfflesjes. Dit soort manoeuvres zijn er niet op gericht Nederland werkelijk schoon te maken, maar om de hoognodige invoering van statiegeld voor de zoveelste keer te frustreren”.


Lees ook – Flesjes in de bak (om maar geen statiegeld te hoeven invoeren).

Lees ook – Plan Afvalfonds mikt op meerdere strategieën om statiegeld te omzeilen.

Kamervragen over machtspositie FloraHolland en de eenmalige plastic plantentray

Amsterdam, 6 november 2018 – Royal FloraHolland gebruikt jaarlijks 180 miljoen eenmalige plastic plantentrays. Dit levert een berg plastic afval op van maar liefst 23 miljoen kilo. Follow The Money heeft onderzoek gedaan naar de reden waarom Royal FloraHolland hardnekkig vasthoudt aan de eenmalige plastic plantentray en niet overstapt op de meervoudig te gebruiken tray. Terwijl een levenscyclusanalyse, uitgevoerd door Blonk Consultants en nota bene in opdracht van FloraHolland, ondubbelzinnig concludeert dat de meervoudige tray op milieucriteria veel beter scoort. Follow The Money vroeg zich af waarom de bloemenveiling toch niet overstapt op trays die gemiddeld zeventig keer te gebruiken zijn.

Het journalistieke onderzoekcollectief legde een ingenieus verdienmodel bloot. Zonder enige inspanning te verrichten, verdient FloraHolland miljoenen euro’s aan de trays. De bloemenveiling zou zelfs verlies leiden zonder deze inkomsten. Alleen plantentrays met het Normpack-keurmerk in eigendom van FloraHolland mogen op de veiling worden gebruikt. Telers betalen 30 cent per tray en krijgen dat bedrag terug wanneer ze de trays gevuld met plantjes naar de veiling brengen. Daarna worden de volle trays geveild. Maar dan kost de tray geen 30 cent meer, maar 34 cent. Die vier cent (x 180 miljoen trays) zijn voor FloraHolland. Grootschalige uitbreiding van de meermalen te gebruiken tray zou deze melkkoe om zeep helpen. Aangezien FloraHolland een machtige marktpositie heeft, zijn zowel telers als afnemers afhankelijk van dit systeem.

Naar aanleiding van de rapportage heeft Christine Teunissen, Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren, Kamervragen gesteld. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) moet antwoorden of deze plastic afvalberg te voorkomen is via een statiegeldsysteem en of zij haar invloed wil aanwenden voor een snelle overstap op het statiegeldsysteem. Ook wil Teunissen weten wat Van Veldhoven ervan vindt dat de bloemenveiling (door haar monopoliepositie) milieuvriendelijkere innovaties buiten de deur houdt.

Nadat de Plastic Soup Foundation al in 2016 in een position paper vaststelde dat de gang van zaken bij FloraHolland haaks staat op de circulaire doelstellingen van de regering, werden door de PvdA Kamervragen gesteld. Voormalig staatssecretaris Sharon Dijksma antwoordde toen met de sector in gesprek te zullen gaan zodra het bovengenoemde rapport van Blonk Consultants beschikbaar zou zijn. Dat gesprek heeft voor zover bekend nooit plaatsgevonden.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Het onderzoek van Follow The Money levert een sterke aanwijzing op dat FloraHolland in strijd met artikel 24 van de Mededingingswet handelt. Wij bepleiten daarom niet alleen een politieke aanpak, maar ook een juridische.”


Lees ook: Levenscyclusanalyse bevestigt: meermalige plantentray is inderdaad veel beter voor milieu

Lees ook: Kamervragen over enorme verspilling door single plastic plantentray

Lees ook: Sierteeltsector houdt, ondanks milieu-impact, hardnekkig vast aan eenmalige plastic potplantentray

 

,

Flesjes in de bak (om maar geen statiegeld te hoeven invoeren)

Amsterdam, 3 november 2018 –Nederland Schoon startte begin oktober de proef ‘Flesjes in de bak’ in vier gemeenten: Zaanstad, Rotterdam-Noord, Meierijstad en Heerenveen. In die plaatsen gaan supermarkten, winkels en snackbars de flesjes en blikjes die ze verkopen en vervolgens in de buurt op straat belanden zelf opruimen. Het is een van de initiatieven van het Afvalfonds om te komen tot een reductie van 70-90% van plastic flesjes in het zwerfafval. Wordt die doelstelling eind 2020 niet gehaald, dan zal statiegeld op de flesjes worden ingevoerd, zo heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) eerder dit jaar laten weten. Nederland Schoon wordt gefinancierd uit het Afvalfonds.

De proef houdt in dat winkeliers in een straal van honderd meter rond hun bedrijf elke dag achtergelaten zwerfdrankverpakkingen opruimen. De winkelier die het beste presteert, krijgt een prijs. Er zijn in de buurt van de winkels ook extra bakken geplaatst. Mocht blijken dat de proef succesvol is, dan wordt het initiatief landelijk uitgerold, aldus een bericht van Nederland Schoon.

Wie draait op voor de opruimkosten en werkt het?

Directeur Cees de Mol van Otterloo van het Afvalfonds werd geïnterviewd in het oktobernummer van het Vakblad Afval. Hij stelt dat de gemeenten zich actiever moeten inspannen om de gestelde reductiedoelen te halen: “Er moeten meer afvalbakken komen, er moet beter worden gehandhaafd en ingezameld.” Terwijl gemeenten vanwege het ontbreken van statiegeld op plastic flesjes en blikjes nu al te maken hebben met hoge opruimkosten, die voor een belangrijk deel uit publieke middelen worden betaald, betoogt hij dat zij zich nóg meer moeten inspannen om nota bene invoering van statiegeld te voorkomen.

Nu wil het geval, dat bijna alle Nederlandse gemeenten zich het afgelopen jaar hebben aangesloten bij de Statiegeldalliantie, juist omdat ze ervan overtuigd zijn dat invoering van statiegeld op flesjes en blikjes zal leiden tot een schonere omgeving én lagere opruimkosten. Gemeente Zaanstad verklaart bijvoorbeeld: “Het aansluiten bij de Statiegeldalliantie past in het gemeentelijk beleid op gebied van het schoonhouden van de openbare ruimte en het bevorderen van de circulaire economie”. Overigens hebben ook Heerenveen, Meierijstad en Rotterdam zich bij de Statiegeldalliantie aangesloten. Deelname aan een proef die erop gericht is om statiegeld niet in te voeren, zal in die gemeenten ongetwijfeld gemengde gevoelens opleveren.

Ook ondernemers worden door het Afvalfonds ingezet om onbetaald de reductiedoelstellingen te helpen halen. Ondernemers zijn op dit moment verantwoordelijk om de publieke ruimte in een straal van 25 meter rond hun bedrijf schoon te houden. De proef gaat uit van 100 meter. Zullen zij, om statiegeld te voorkomen, bereid zijn om dag in dag uit te gaan opruimen? En als dat zo is, krijg je dan niet het averechtse effect dat mensen flesjes en blikjes op straat gooien omdat die toch elke dag worden opgeruimd?

De Zaanse proef met zwerfvuil rapende winkeliers is nu vier weken gaande. Dirk Groot uit Purmerend, die zich Zwerfinator noemt en zeer actief is op sociale media, heeft een maand geleden zwerfafval vastgelegd in Zaanstad met behulp van de Litterati-app. Hij trof toen per gewandelde kilometer 55 blikjes en flesjes aan. Een journalist van Het Parool wilde met hem mee om na te gaan of de proef werkt. Ditmaal trof Dirk Groot op exact dezelfde route per kilometer 47 drankverpakkingen aan waaronder 9 flesjes. Deze hoeveelheid – allemaal nieuw zwerfafval sinds zijn vorige opruimrondje – blijkt méér te zijn dan hij gemiddeld in gemeenten op straat vindt, dat wil zeggen in plaatsen die niet aan de proef meedoen. Ook opmerkelijk: de blikjes zijn geen onderdeel van de reductiedoelstellingen van het kabinet, terwijl die (121 in totaal en 33 per kilometer) een veelvoud blijken te zijn van de zwerfflesjes. Van alle drankverpakkingen op straat was 19 procent plastic flesjes en 70% blikjes.

De Zaanse winkelstraten zijn redelijk schoon, (en waren dat al), maar dat geldt niet voor de rest van de stad waar geen winkels zijn. Het enthousiasme van de Zaanse ondernemers om hun straatje schoon te vegen, is niet overal even groot blijkt uit Het Parool-artikel. “Ik vind het helemaal niet erg om de samenleving te helpen, maar ik ga niet andermans troep opruimen”. En een andere ondernemer: “We gaan natuurlijk niet het werk van de gemeente doen”.

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Nu de overheid het Afvalfonds onder druk heeft gezet om reductiedoelen te realiseren, is het zwarte pieten begonnen. Het is gênant om te zien hoe via de proef ‘Flesjes in de bak’ geprobeerd wordt enerzijds de suggestie te wekken dat Nederland wordt verlost van de zwerfflesjes en anderzijds de opruimkosten op gemeenten en lokale ondernemers worden afgewenteld.”


Lees ook: Plan Afvalfonds mikt op meerdere strategieën om statiegeld te omzeilen

Europees Parlement neemt historisch besluit tegen plasticvervuiling

Straatsburg, 24 oktober 2018 – Een overgrote meerderheid in het Europees Parlement heeft vandaag in Straatsburg gestemd voor een forse reductie van single-use plastics. Ruim 87 procent (571 parlementsleden) stemde voor. Baanbrekend in het pakket aan maatregelen is dat fabrikanten van plasticverpakkingen, sigaretten en visnetten moeten meebetalen aan de kosten van het opruimen van hun afval. Tot dusver worden die kosten op de samenleving afgewenteld. Vanaf nu worden fabrikanten verantwoordelijk gehouden voor de vervuiling die hun producten teweegbrengen.

Het Europees Parlement is zelfs verder gegaan dan de Europese Commissie eerder dit jaar voorstelde. Onder andere EU-commissaris Frans Timmermans heeft zich in de loop van dit jaar vaak hardgemaakt voor de zogeheten Plastics Strategy en ontving hiervoor vorige week nog de Politieke Pluim van de Plastic Soup Foundation.

De maatregelen bevatten ten eerste een verbod vanaf 2021 op de single-use plastics die het meest voor zwerfvuil op zee zorgen, zoals borden, bestek, rietjes, ballonstokjes en wattenstaafjes. Het Parlement heeft deze lijst uitgebreid met producten van zuurstof-afbreekbaar plastic en geëxpandeerd polystyreen (zoals fast-fooddozen). Daarnaast moeten lidstaten nationale plannen opstellen om meervoudig gebruik of recycling aan te moedigen. Andere soorten plastics die geschikt zijn voor recycling, zoals bijvoorbeeld drinkflessen, moeten worden ingezameld en gerecycled met een doelstelling van 90 procent in 2025. Deze doelstelling is alleen haalbaar als statiegeldsystemen worden ingevoerd of uitgebreid.

Omdat ook sigarettenpeuken plastic bevatten, zijn ook reductiedoelen hiervoor vastgesteld. Afval van tabaksproducten moet worden verminderd met 50 procent in 2025 en 80 procent in 2030. De lidstaten moeten verder zorgen dat jaarlijks minstens 50 procent van verloren visnetten wordt ingezameld. Visnetten zorgen voor 27 procent van het afval dat op Europese stranden wordt aangetroffen.

Jeroen Dagevos, hoofdprogramma’s bij de Plastic Soup Foundation is opgetogen over het Europees besluit: “Goed dat het Europees Parlement dit heeft besloten. Het is een goede eerste stap. Nu moet er vooral stevig doorgepakt worden om de groei van plasticproductie te doen stoppen.”

De milieuministers van de EU-lidstaten zullen zich volgende week over de wettekst uitspreken, waarna die opnieuw langs het Europees Parlement zal gaan en tenslotte langs de Europese regeringsleiders.

Lees hier het persbericht van het Europees Parlement.


Lees ook: Voorstel Europese Commissie tot reductie van eenmalig plastic

Plastic Soup Supermarkt Award 2018 gaat naar Hoogvliet

Amsterdam, 17 oktober 2018 – In een toenemend aantal supermarkten kun je je statiegeld doneren aan de Plastic Soup Foundation. Jaarlijks reikt de stichting de Plastic Soup Supermarkt Award uit aan een filiaal of keten die bovenaan de ‘statiegeldladder’ staat. In 2017 ging de prijs naar ‘Jumbo Oosterlijke Handelskade’. Dit keer ging de prijs naar Hoogvliet. In totaal werd in 60 filialen in een half jaar 45.000 Euro opgehaald. Directeur en oprichter Maria Westerbos van de PSF: “Wij zijn de klanten van Hoogvliet zeer dankbaar voor hun gulle donaties.” 

Siep de Haan, algemeen directeur bij Hoogvliet, overhandigde afgelopen woensdag een check van 25.000 Euro namens alle klanten van Hoogvliet. Eerder dit jaar was al 20.000 Euro overhandigd. Hoogvliet is blij verrast met de opbrengst. De Haan: “We zijn er ontzettend trots op dat onze klanten dit goede doel hebben omarmd. Een prachtig resultaat”. 

In 2017 heeft Hoogvliet, tijdens de Ocean Buddies spaaractie, een schoolproject uitgevoerd in samenwerking ingezet met de Plastic Soup Foundation. Op 70 basisscholen verzorgde de Plastic Soup Foundation gastlessen over de plastcsoep. Directeur De Haan: “Wij vinden het belangrijk om als supermarkt onze verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om het voorkomen en oplossen van vervuiling door plastic. Plastic Soup Foundation leert jonge kinderen wat plasticsoep is en wat zij zelf kunnen doen om te voorkomen dat plastic in het milieu terecht komt. Aan zo’n bijzonder project leveren wij graag onze bijdrage.”


Lees ook: Jumbo Oostelijk Handelskade wint Supermarkt Award

, ,

Interessante podcastserie ‘De grote plastic show’

Amsterdam, 12 oktober 2018 –“Minder plastic is voorlopig de enige oplossing”. Aan het woord is Maria Westerbos, oprichter en directeur van de Plastic Soup Foundation, geïnterviewd voor de driedelige podcast van makersradio.nl. De interviews van Richard den Haring en René van Es met spraakmakende mensen over plasticsoep leveren interessante inzichten op. Het duo volgde een jaar lang activisten, wereldverbeteraars en deskundigen op weg naar een plasticvrije wereld. Luister naar de podcastserie De grote plastic show. De drie afleveringen duren elk ongeveer 35 minuten.

Interessant, bijvoorbeeld, is het gesprek tussen Merijn Tinga, alias de Plastic Soup Surfer, op het moment dat hij een ‘desbewustheids-exploot’ door een deurwaarder laat overhandigen aan Cees van Vliet, algemeen directeur van Albert Heijn. Aan Albert Heijn wordt op deze manier gevraagd zijn verzet tegen uitbreiding van statiegeld op te geven. Maar Van Vliet weet zeker dat Albert Heijn “met een andere aanpak een beter resultaat zal bereiken” dan met het in zijn ogen kostbare statiegeld. Albert Heijn zegt op zoek te zijn naar de meest effectieve manier om zwerfafval te voorkomen. Het blijkt alleen een zoektocht waar geen einde aan komt.

Ook Jacqueline Cramer is geïnterviewd voor de podcastserie. Cramer was tussen 2007 en 2010 minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Ze kan zich nog herinneren dat ze voor het eerst over ‘plasticsoep’ hoorde, een term die de minister tot dan toe nog niet kende. “Ik schrok me wezenloos. Ik ben al mijn Europese collega-milieuministers ervan gaan overtuigen dat we er iets mee moesten. Ik vroeg hun aandacht voor de plasticsoep. De eerste reactie was gegrinnik. Ik zei: dit is niet om te lachen, dit is serieus. Ik ben een pleidooi gaan houden over de essentie van het probleem en na minuten kreeg ik applaus. Hier moesten we mee aan de slag en dat is toen ook gedaan.”

Een hardnekkig misverstand komt aan de orde; dat de plasticsoep een eiland zou zijn waar je overheen kunt lopen. Maria Westerbos: “Dat wekt de suggestie dat je het gemakkelijk kunt opruimen. Het grootste misverstand, bijna tot op de dag van vandaag, is dat we het kunnen opruimen. Maar we kunnen het niet opruimen! We kunnen het alleen maar stoppen aan de bron. Zorgen dat er niet nog meer bij komt.”

Hoogleraar Jan Rotmans doet onderzoek naar transities en concludeert dat de uitbreiding van statiegeld veel sneller had gekund en gemoeten. Door bedrijven steeds weer de ruimte te geven zelf op zoek te gaan naar oplossingen, komt de echte oplossing voor de plasticsoep geen stap dichterbij. Rotmans vergelijkt de transitie die de grote concerns van consumentenproducten, de verpakkingsindustrie en de retail, moeten maken met een marathon van 42 kilometer: “We hebben hooguit vijf kilometer afgelegd, dus we moeten er nog 37. En het moeilijkste deel komt altijd pas na 25 kilometer. Dus dat is de opgave waar we voor staan.”

Hij is echter hoopvol dat er een cultuurverandering op komst is waarbij wegwerpplastic niet langer meer geaccepteerd wordt door burgers. Bedrijven die dan nog met plastic verpakkingen op de proppen komen, zullen als ‘sukkels’ worden beschouwd.


Lees ook: Snoepverpakkingen onder vuur