Berichten

De Zwerfinator op 1 in Duurzame 100

Amsterdam, 12 oktober 2019 – De Plastic Soup Foundation feliciteert Dirk Groot, alias de Zwerfinator, met het behalen van de eerste plaats op de duurzame top honderd. Dagblad Trouw publiceert elk jaar een lijst met de meest invloedrijke duurzame personen. Dit jaar gaat het om de honderd meest invloedrijke duurzame burgerinitiatieven. De tellingen van ’s lands bekendste zwerfvuilraper hebben aantoonbaar invloed op het beleid van de overheid, aldus de jury.

Meten is weten

Dirk Groot onderzoekt zwerfafval sinds 2016 op een zeer effectieve manier. Hij raapt als de Zwerfinator niet alleen, maar legt elk item vast met de Litterati-app. Dankzij de grote hoeveelheid aan data is hij in staat om vast te stellen of maatregelen effect hebben. De resultaten publiceert hij op zijn site. Bij elkaar is het een indrukwekkend staaltje citizen science. Zo betoogde Groot in 2017 dat het monitoringsprotocol dat Rijkswaterstaat hanteert om zwerfvuil te beoordelen veel minder betrouwbaar is dan het zijne. Zijn finest hour kwam enkele weken geleden. Toen bleek dat Rijkswaterstaat de metingen van hem had meegenomen in een belangrijke evaluatie. Die evaluatie bleek beslissend voor versnelde invoering van statiegeld op kleine plastic flessen.

Geen dalende, maar stijgende lijn

De doelstelling van 70 tot 90 procent minder plastic flesjes in het milieu wordt door het bedrijfsleven niet gehaald. Zou dat wel het geval zijn, dan hoefde er geen statiegeld op kleine flesjes te worden ingevoerd. Het bedrijfsleven ging experimenteren met alternatieve retoursystemen. In vier winkelcentra werden extra prullenbakken geplaatst en lokale ondernemers werden aangemoedigd om een relatief ruim gebied rond hun winkel schoon te houden. Allemaal voor de bühne, bleek uit de metingen van Dirk Groot, die vaststelde dat er in de pilotgebieden niet minder flesjes en blikjes op straat lagen dan hij gemiddeld in andere gemeenten aantrof. Hij toonde aan dat er helemaal geen sprake is van een dalende lijn, maar van een stijgende. Dus ondanks de initiatieven om het aantal drankverpakkingen in het milieu terug te dringen, blijken dat er in de praktijk steeds meer te zijn.

Statiegeld op blik

Op zeker moment vroeg Groot zich af wat het effect zou zijn van de voorgenomen statiegeldregeling (wel statiegeld op kleine plastic flessen, niet op andere drankverpakkingen). Hij nam de proef op de som en liep duizend kilometer. In totaal trof hij 36.710 drankverpakkingen aan. Op slechts 19,3% daarvan (de plastic flesjes) zou statiegeld komen. De regeling zou dus nauwelijks effect hebben op het zwerfvuil. Daarom bepleit Groot uitbreiding van statiegeld op, met name, blik (dat maar liefst 62,8% van de drankverpakkingen vertegenwoordigt). Hij lijkt op zijn wenken bediend te worden. Het laatste nieuws is dat de kans dat ook blikjes statiegeld krijgen opeens heel groot is geworden nu een ruime meerderheid in de Tweede Kamer daar voor is. Het bevestigt het oordeel van de jury van Trouw: niemand kan meer om de gegevens van de Zwerfinator heen.

Foto: selfie van de Zwerfinator

Lees ook – artikel in Trouw

Lees ook – Snelle invoering statiegeld zo goed als zeker

Lees ook – Coca-Cola recycling fail: tag je litterati-foto #ccrf

Lees ook – Flesjes in de bak (om maar geen statiegeld te hoeven invoeren)

Lees ook – Plastic snoepverpakkingen onder vuur

Lees ook – Uitgeklede statiegeldregeling treft slechts 19% van zwerfvuil-drankverpakkingen

Lees ook – Dit is de dag: hoe kunnen we de hoeveelheid plastic terugdringen

 

 

Snelle invoering statiegeld zo goed als zeker

Amsterdam, 30 september 2019 – Uit de metingen van zwerfvuil die Rijkswaterstaat onlangs naar staatssecretaris Van Veldhoven (D66) stuurde, blijkt dat de hoeveelheid flesjes en blikjes in het zwerfafval is toegenomen. De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer daarop laten weten het beslismoment over invoering van statiegeld te vervroegen naar komend voorjaar. Daarmee is invoering van statiegeld op plastic flesjes zo goed als zeker. Dat is echter niet genoeg. Er moet statiegeld komen op alle drankverpakkingen, vindt nu ook de producent van Spa en Bru.

Doelstelling wordt door bedrijfsleven niet gehaald

Uit de meetgegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat de doelstelling van 70 tot 90 procent minder plastic flesjes in het milieu niet wordt gehaald. Afgesproken was dat wanneer het bedrijfsleven hier zelf in zou slagen, statiegeld op kleine flesjes niet hoefde te worden ingevoerd. Er blijkt nu zelfs sprake van een stijgende, in plaats van een dalende lijn. De meetgegevens van Dirk Groot, alias de Zwerfinator, heeft Rijkswaterstaat meegewogen. Hij kwam al eerder tot de conclusie dat er van vermindering in het geheel geen sprake was.

Ook statiegeld op blik

De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer laten weten dat het verpakkend bedrijfsleven en de Vereniging Nederlandse Gemeenten niet met een aparte aanpak komen om blik in het zwerfafval te reduceren. Zij overweegt daarom zelf met maatregelen te komen, maar noemt in haar brief aan de Kamer het woord statiegeld nog niet.

Spadel: statiegeld op alle drankverpakkingen

Ondertussen komt er ook vanuit de drankenindustrie de oproep om statiegeld in te voeren. Op hetzelfde moment dat Rijkswaterstaat de laatste meetgegevens presenteerde, riep Spadel Nederland (producent van Spa en Bru) het bedrijfsleven én de politiek op om snel een statiegeldsysteem voor alle drankverpakkingen in te voeren. Inzameling kan alleen effectief zijn als alle gebruikte drankverpakkingen gescheiden worden ingezameld. Topman Bart Peeters: ‘Haast is geboden. Elke dag belanden talloze flesjes en blikjes in de natuur en berokkenen blijvende milieuschade en dierenleed.’

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: ‘Wij verwachten dat wanneer de staatssecretaris over enkele maanden het besluit neemt over het statiegeld op kleine flesjes zij ook duidelijk maakt binnen welke termijn we statiegeld op blikjes en alle andere drankverpakkingen mogen verwachten. Het is zoals Spadel het uitdrukt: haast is geboden.’

 

Lees ook – Het bericht in Trouw

Lees ook – Veehouders bepleiten opnieuw statiegeld op blik

Lees ook – Duidelijkheid over anti-statiegeldplan

Het blikje binnenste buiten

De omroepster meldt op geruststellende toon dat mijn trein over 15 minuten vertrekt. Geen punt, ik kan wel wat vertraging gebruiken. Het is warm en het wordt een lange reis, dus ik besluit een verkoelend drankje te kopen. Even later sta ik besluiteloos voor een enorm schap met honderden flesjes, blikjes en kartonnetjes. Gezond en minder gezond, groot en klein, in alle kleuren van de regenboog.

Op slag gaat mijn geweten zeuren. Had toch die grote tas meegenomen, dan had je eigen waterfles erin gepast en zou je deze rommel niet nodig hebben. Maar het is zoals het is en ik moet goed drinken, dat wordt me van alle kanten op het hart gedrukt. Daarom besluit ik een drankje zonder plastic verpakking te kiezen.

Plastic flesjes veeg ik in gedachte met een ferme zwaai uit het schap. Dat ruimt lekker op. De kartonnetjes zien er gezellig ouderwets uit, maar daar zitten melkproducten in en die gaan mijn dorst niet lessen. Bovendien staat me bij dat er aan de binnenkant plastic folie zit die lastig van het karton te scheiden is. Zo belanden mijn ogen bij de blikjes. Is dat dan de beste, plasticvrije keuze van dit schap?

Een paar dagen later vind ik het antwoord in een YouTube-filmpje van MEL Chemistry. Onderzoekers doen een eenvoudig experiment met een colablikje van een welbekend merk. Ze schuren de rode verf eraf tot het glimmende aluminium tevoorschijn komt, klikken het lipje omhoog en steken daar een stokje door. Daarmee hangen ze het blikje in een glazen beker. Ze vullen de beker met gootsteenontstopper, tot net onder de rand van het blikje. Twee uur later halen ze het stokje met het klipje omhoog.

Ik kan mijn ogen niet geloven. Het aluminium blikje is helemaal verdwenen, opgelost in het bijtende gootsteengoedje, maar de cola hangt nog in perfecte blikjesvorm onder het klipje. Een goocheltruc, een Lourdesachtig mirakel, een hologram? Dan zie ik het: de cola zit in een plastic zakje. Blikjes zijn eigenlijk verstopte plastic flesjes.

Dat is geen goed nieuws, want van alle drankverpakkingen eindigen blikjes verreweg het vaakst als zwerfvuil, op straat, in de natuur, in het water. Het is dus extra jammer dat de nieuwe regeling voor statiegeld niet voor alle drankverpakkingen geldt, maar alleen voor plastic flesjes. Het zou zomaar kunnen dat bedrijven massaal overstappen op blikjes als ze het statiegeldgedoe willen omzeilen. Dan belandt er misschien wel meer plastic in het milieu.

Dat is een extra goede reden om op 21 september mee te doen met World Cleanup Day, bedenk ik even later terwijl ik met een zwierige boog om een ingedeukt blikje fiets. Als ik die dag een uurtje zwerfvuil tel en invoer op de app Litterati, samen met collega-zwerfvuiltellers in ruim 160 landen, ontstaat een wereldwijde zwerfafval-database. Dan wordt glashelder hoeveel ingeblikte plastic flesjes een zwervend bestaan leiden.

Ik kijk naar boven en hoop op een omroepster met een geruststellende boodschap. De wereld kan wel wat vertraging gebruiken. Dan kan de minister de statiegeldregeling in alle rust uitbreiden naar alle drankverpakkingen. En dan kunnen bedrijven een fijn afbreekbaar alternatief voor plastic bedenken, zodat die regeling helemaal niet meer nodig is. Voor de zekerheid ga ik toch alvast op zoek naar die grote tas.

Renske Postma

Visuele beoordelingen zwerfvuil zijn verraderlijk

Amsterdam, 19 augustus 2019 – Opruimacties leiden eigenlijk allemaal tot dezelfde conclusie: het is uiterst verraderlijk om op visuele basis te beoordelen hoe schoon de omgeving is. Op het eerste gezicht ziet het er schoon uit, maar als je speurt naar afval, heb je binnen de kortste keren een zak vol. Zo ook bij de Boskalis Clean Up Tour 2019. Deze keer hebben 2568 vrijwilligers 10.991 kilo van ogenschijnlijk schone Noordzeestranden gehaald.

Amsterdamse grachten

In Amsterdam wordt de schoonheidsgraad van de grachten geheel bepaald op basis van visuele controle. In de Grachtenmonitor 2017 staan de rapportcijfers voor dat jaar. De stad gaf zichzelf een 7,8. Voorwaar een prachtig resultaat en ruim boven de vastgestelde norm van 7. Amsterdam begon in 2014 met meten. Toen werden er op 46 locaties zichtcontroles gehouden. De norm (een 7) staat voor ‘één of enkele stuks drijfvuil van niet-natuurlijke afkomst, overwegend schone indruk’. Amsterdamse bootbewoners weten wat de vrijwilligers van clean ups ook weten; de werkelijkheid is smeriger.

Bootbewoner nam proef op de som

Woonbootbewoners zitten het dichtst op het water en zien dagelijks vuil langsdrijven. Eén bootbewoner in de Entrepothaven nam de proef op de som. Hij viste vorig jaar september twee weken lang, elke dag tien keer een halve minuut, al het vuil uit het water langs zes meter kade en beschreef de items. Zo kreeg hij een goede indruk van één locatie. Het resultaat: 203 items met een gewicht van 4,1 kilo dat voor 90% uit plastic bestaat. Extrapolerend naar de hele kade — met een lengte van 2500 meter — komt de bewoner op minstens 5000 kilo plastic (drooggewicht) per jaar! Op de foto staan de stukjes groter dan 10 cm. Zie hier de volledige beschrijving.

Overall indruk: vervuild

Zijn score is daarom geen ruime zeven, maar een slechte drie. En dat staat in de Amsterdamse systematiek voor ‘meerdere stuks drijfvuil van niet-natuurlijke herkomst die al lang in het water liggen of veel drijfvuil van niet natuurlijke herkomst. Overall indruk vervuild’.


 

, ,

Geen proefballon maar proefproces voor VVD 

Amsterdam, 26 november 2018 Het had een ludieke actie moeten zijn. Op het VVD-partijcongres van afgelopen zaterdag in Den Bosch liet Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter in de Tweede Kamer en beoogd opvolger van premier Rutte 500 proefballonnen op. Aan elke ballon hing een idee.  

Toevallig is Den Bosch een van de gemeenten waar het nog niet verboden is om ballonnen op te laten. Sinds 2014 voert de Nederlandse regering een ontmoedigingsbeleid. Het massaal oplaten van ballonnen wordt ontmoedigd, omdat ze als zwerfvuil neerdalen en bijdragen aan dierenleed en plasticsoep. Maar Dijkhoff ziet dat anders. “De ballonnen verspreiden zich over Nederland, zodat de ideeën zich ook over Nederland kunnen verspreiden”.  

Frans Kapteijns, boswachter in Noord-Brabant, is ziedend en reageerde direct. Het Brabants Dagblad citeert hem: “De VVD had vandaag de mond vol over verandering, duurzaamheid en een schoner milieu, en ondertussen laat Dijkhoff ik weet niet hoe veel ballonnen de lucht in. Die ballonnen ploffen letterlijk overal neer in de natuur. Dieren en vogels eten de ballonnen en de touwtjes op of raken erin verstrikt. Dat weet de VVD, die zich opstelt als de grootste groene partij van Nederland. En dan doen ze nu dit, alsof het ze allemaal niets interesseert. Ik vind het onbestaanbaar.” 

Als er één idee is dat moet neerdalen, dan is het dat het massaal oplaten van ballonnen expliciet verboden moeten worden. Toch kan er nu ook al gehandhaafd worden. Wie zwerfvuil veroorzaakt, en elke ballonoplater doet dat per definitie, kan worden beboet. Boswachter Kapteijns kan als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) Dijkhoff gewoon beboeten. Dijkhoff is namelijk op heterdaad betrapt en het staat bovendien op film

Welke BOA of poltiebeambtenaar durft een proefproces te beginnen? Dát is nog een goed idee dat zoden aan de dijk zet.  

Foto Maarten Hartman/Trouw


Lees ook: Oranjebond ontmoedigt voortaan oplaten ballonnen koningsdag

Plasticsoep op land: landbouwcompost is vervuild met plastic

Amsterdam, 27 september 2018 – Plastic afval wordt in de Nederlandse regelgeving niet beschouwd als een problematische emissie naar het milieu. Daardoor ontstaat plasticsoep ook op land. Boeren kopen compost dat vervuild is met kleine stukjes plastic en vervuilen zo hun eigen grond. De belangrijkste oorzaak is dat door consumenten ingeleverd gft afval vaak vervuild is met plastic: composteringsbedrijven kunnen dit plastic er niet allemaal uit halen. Ook bermmaaisel vervuild met zwerfvuil wordt als oorzaak genoemd.

Een Noord-Hollandse akkerbouwer uit Abbenes maakt zich grote zorgen over dit plastic in het compost. Hij is nu gestopt om de vruchtbaarheid van zijn grond hiermee te verbeteren. NH Nieuws berichtte over de akkerbouwer en stelde vast dat van de wet in 1000 kilo compost maximaal vijf kilo plastic mag zitten.

De wettelijke kwaliteitseisen voor compost zijn vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit Meststoffen, maar deze eisen voorkomen niet dat in de praktijk grote hoeveelheden (micro)plastic in compost aanwezig zijn. Duidelijke regels met een controle en handhavingssysteem van de overheid ontbreken. De Branche Vereniging Organische Reststoffen (BVOR) hanteert het keurmerk Keurcompost. Dit keurmerk kent drie kwaliteitsklassen (A, B en C) die zich onderscheiden door verschillende normen voor verontreinigingen als glas en plastic. Alle drie zijn ze strenger dan de Nederlandse wet. Vanaf 1 januari 2017 mogen wat betreft de branche alleen nog de klassen A en B als organische bodemverbeteraar worden gebruikt. Maar ook volgens de strengste variant van Keurcompost mag er 0,05% vervuiling op elke 1000 kilo zijn: dat is nog altijd een halve kilo aan plastic snippers.

In de praktijk blijkt dat buiten de aanbeveling van de branche compost van veel slechtere kwaliteit in de handel is. Een wettelijk kader om dit te reguleren ontbreekt vooralsnog. Op de aanwezigheid van microplastics is al helemaal geen zicht.

Begin dit jaar waarschuwden Duitse onderzoekers al dat microplastics op land een onderbelicht probleem zijn en op termijn tot grotere schade kunnen leiden dan het plastic in zee. Ze troffen overal ter wereld microplastics op landbouwgronden aan.

Nog eerder heeft de PSF in 2015 gepleit voor een wettelijke norm voor plastic lekkage naar het milieu, destijds naar aanleiding van luierplastic in compost.

Suzanne Kröger, parlementariër voor GroenLinks, heeft Kamervragen over de normen aangekondigd. Harmen Spek pleitte namens Plastic Soup Foundation dinsdag in een uitzending op NH Nieuws opnieuw voor overheidsnormen die bepalen dat er geen plastic in compost meer mag voorkomen.

Lees ook: Nieuwe vrijstellingsregeling zorgt voor meer verspreiding van zwerfplastic

Lees ook: CPB: ‘meer plastic inzamelen helpt niet in strijd tegen plastic soup’

Foto: Berg plastic dat door een composteerbedrijf uit gft is gehaald.

SCRAPbook: Luchtfoto’s brengen zwerfvuil in Schotland in beeld

Amsterdam, 13 augustus 2018 – Op 15 september is het World Cleanup Day en overal ter wereld gaan mensen op pad om zwerfvuil op te ruimen. In sommige landen is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Schotland is zo’n land, met weinig mensen en een grillige, moeilijk toegankelijke kust. Alleen al de kust van het vasteland is zo’n 10.000 km lang. Op afgelegen plekken wordt nooit opgeruimd en neemt het zwerfvuil alleen maar toe. Vanuit de lucht is echter goed te zien waar zich hotspots van zwerfvuil bevinden.

De milieuorganisatie Marine Conservation Society heeft samen met piloten van de charity Sky Watch Civil Air Patrol een unieke manier bedacht om dit probleem aan te pakken. Vanuit de lucht worden foto’s met GPS-tagging gemaakt van het zwerfvuil. Er is een speciale site, met een kaart van Schotland waarop de foto’s te zien zijn.

SCRAPbook heeft twee doelen. Enerzijds weten vrijwilligers precies waar ze naar toe moeten om de troep op te ruimen en hebben ze van tevoren al een idee van de omvang. Op deze manier is een efficiënte aanpak mogelijk. Het tweede doel is het in kaart brengen van zwerfvuil langs de Schotse kust. Door de ontoegankelijkheid van de kust is het inzicht tot nu toe zeer gebrekkig en er zijn zelfs plekken die nog nooit zijn schoongemaakt. Om hoeveel zwerfvuil gaat het en welke plekken zijn het meest vervuild? Dit inzicht kan helpen om maatregelen te nemen om verdere vervuiling tegen te gaan.

Meehelpen met de World Cleanup Day in Nederland? Meld je hier aan.

Lees ook: Citizen Science: gemotiveerd opruimen van zwerfafval

Plasticsoep tussen wal en schip. Nieuw schepnet biedt uitkomst

Amsterdam, 5 juli 2018 – Drijfvuil dat zich rond de boten verzamelt, meestal tussen schip en kade, is lastig op te ruimen. Vanaf het water is dat afval niet te bereiken en vanaf de kant is dat lastig en arbeidsintensief. Het is een probleem voor overheid én bootbewoners.

In 2014 werd de aanpak van zwerfafval op open water in kaart gebracht. Zwerfafval is volgens dit rapport vooral in stedelijke gebieden een probleem, maar nog nauwelijks onderdeel van beleid. Het is kostbaar om op te ruimen en verschillende organisaties en diensten werken onvoldoende samen. Voor woonbootbewoners werden twee mogelijke oplossingen voorgesteld:

  • Aanbrengen van voorzieningen zoals drijfbalken tussen boot en kade
  • Hulpmiddelen (vuilvisnetten en containers) beschikbaar te stellen aan woonbootbewoners.

Ondanks de moeite die je moet doen om drijfvuil te vissen, mag verwacht worden dat veel woonbootbewoners graag meewerken. Het levert namelijk direct een schone omgeving op. Gemeenten en waterbeheerders zijn er tot nu toe nog echter nog niet toe overgegaan om woonbootbewoners vuilvisnetten ter beschikking te stellen. Dat komt vermoedelijk mede omdat bestaande schepnetten niet voldoen. Deze zijn namelijk ontworpen om gehengelde vis uit het water te scheppen of bladeren uit een zwembad en dus ongeschikt voor zwaarder drijfvuil.

Er is nu een schepnet te koop dat wel voldoet. Goodtogather verkoopt sinds enkele maanden een speciaal voor het opvissen van drijfvuil ontworpen stevig schepnet. Dit net is ontwikkeld door enkele betrokken Amsterdamse bootbewoners. De schepnetten hebben een lange (2 tot 4 meter) en sterke houten steel om ook zwaardere voorwerpen op te vissen, zoals emmers, 2 liter flessen of jerrycans. De kosten zijn zo laag mogelijk gehouden en de schepnetten worden in Haïti gemaakt in het kader van een ontwikkelingsproject.

 

Het is tijd dat waterbeheerders deze netten ter beschikking stellen aan de bootbewoners. Het is in elk geval een supergoedkoop alternatief in vergelijking met andere methoden.


Lees ook: Maandelijks opruimdag in Sierra Leone

,

Opruimen zwerfafval en de onbetrouwbaarheid van tellingen

Amsterdam, 2 mei 2018 – Steeds meer mensen rapen zwerfafval op. Ze doen dat op weg naar school of werk of combineren het met joggen. “Ploggen” (plastic joggen) is zelfs een nieuw werkwoord geworden.

Maar wie blijft nog opruimen? Die vraag stelde GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger onlangs tijdens een statiegelddebat in de Tweede Kamer. Invoering van statiegeld is afhankelijk gemaakt van de vraag hoe schoon de openbare ruimte in het najaar van 2020 is. Wie opruimt, helpt er dus aan mee dat statiegeld niet wordt ingevoerd.

De invoering van statiegeld is uitgesteld en het bedrijfsleven krijgt opnieuw het voordeel van de twijfel om aan te tonen dat langs een andere manier het aantal plastic flesjes in het milieu met minimaal 70% gereduceerd kan worden. En dus hoor je oprapers verzuchten: “Dáár werken we niet aan mee, want wanneer wij blijven opruimen wordt de omgeving schoner en dat betekent dat statiegeld niet zal worden ingevoerd.”

Beïnvloeding van tellingen door gedrag speelt ook een rol bij de Nederlandse uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). De Europese lidstaten stellen beleid op om de gewenste “goede milieutoestand” van kustwateren te bereiken. Die moet in 2020 gerealiseerd zijn. Om aan te kunnen tonen wat de trend aan zwerfvuil is, kijkt Nederland wat er aan afvalitems op het strand aangetroffen wordt. Daartoe zijn referentiestranden aangewezen in de gemeenten Bergen, Noordwijk, Veere en Terschelling. Deze stranden mag het publiek dus niet schoonmaken, want dat beïnvloedt de uitkomst.

Maar de stranden zijn wel vrij toegankelijk en veel wandelaars nemen tegenwoordig een vuilniszak met zich mee om al wandelend het strand op te ruimen. In het meest recente beleidsstuk, het Ontwerp Mariene Strategie (deel 1), stelt de overheid met onverholen trots dat er minder afvalitems aangetroffen worden op de referentiestranden. Maar er staat geen woord over de kans dat dit komt door recreanten die dat zwerfvuil oprapen.

Rijkswaterstaat heeft in 2007 een monitoring-systematiek voor het zwerfafval in Nederland ontwikkeld. De statistische bruikbaarheid van deze systematiek is een wezenlijk uitgangspunt om later te kunnen vaststellen of gewenste reductiedoelen gehaald zijn. Het is essentieel dat er een robuust monitoringssysteem komt dat rekening houdt met onvoorziene effecten en niet alleen gebruikt wordt als ijkpunt om al dan niet statiegeld in te voeren. Ook voor na 2020 is een goed monitoringssysteem onontbeerlijk.

De Plastic Soup Foundation roept alle rapers op om, ondanks hun gezonde weerstand, zwerfvuil gewoon te blijven opruimen, maar dan wel de App te gebruiken die binnenkort beschikbaar komt. Met deze App kun je de merken van de flesjes en blikjes registreren. Vervolgens kan eenvoudig worden vastgesteld welke producenten van dranken en waters voor het zwerfvuil verantwoordelijk moeten worden gehouden. Ook als het gebruikte monitoringsysteem onvoldoende zou zijn.


Lees ook: Plastic Soup Foundation hekelt overheidsbeleid “goede milieutoestand”.

Blikken die doden 

Amsterdam, 19 april 2018 – Het Vlaamse departement van Landbouw & Visserij heeft onlangs een Meldpunt scherp-in bij runderen in het leven geroepen om de gevolgen van zwerfvuil voor de veeteeltsector in kaart te brengen. Runderen die hooi of kuilvoer eten, riskeren interne verwondingen door scherpe stukjes metaal. Die stukjes komen in het voer terecht wanneer met blikjes vervuild gras gemaaid en vermalen wordt.

Het meldpunt werd opgericht nadat de Wageningse student Robin van der Bles in het kader van zijn masterscriptie het probleem had onderzocht. Zestig procent van de ondervraagde boeren heeft de afgelopen vijf jaar een ziek dier als gevolg van scherp-in gehad. In Nederland raken jaarlijks tussen de 11.000 en 13.000 koeien gewond. Daarvan overlijden er zo’n 4000. Dit gaat gepaard met een kostenpost van circa 13 miljoen euro. In Vlaanderen zou het naar schatting gaan om bijna 6.000 runderen waarvan ongeveer een derde overlijdt. Hier zou de economische schade rond de 5,5 miljoen euro liggen. Een toenemend aantal veehouders laat de koeien speciale magneten inslikken die de dieren tegen verwonding moeten beschermen. Die magneten werken alleen niet bij blikjes van aluminium.

Statiegeld op blik voorkomt dat blikjes in bermen en weiden worden achtergelaten. Om die reden sluiten ook boeren en boerenorganisaties zich aan bij de Statiegeldalliantie.

Zo ook Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO). Twee bestuurders: “De paarden, koeien en schapen die buiten grazen lopen een zeker risico op verwondingen en aandoeningen aan maag, hart en darmen door het eten van resten van frisdrankblikjes en harde plastics. Als we door de invoering van statiegeld dit type zwerfvuil in de bermen en op landbouwgrond kunnen verminderen, blijven de dieren gezond en dat is ons wel wat waard. Daarom voelen wij ons verbonden met de Statiegeldalliantie.”

Het onderzoek van Van der Bles werd verricht in opdracht van Recycling Netwerk Benelux, initiatiefnemer van de Statiegeldalliantie. Directeur Rob Buurman: “Boeren staan machteloos tegenover de blikjes en kunnen scherp-in nauwelijks voorkomen. We verwachten dat zowel het Vlaamse als Nederlandse ministerie van landbouw zich hard zal maken voor invoering van statiegeld”.