Berichten

,

Mijn plasticdagboek

Zeven uur, buiten loeit een ijzige storm. Mijn warme fleecetrui zit onder de poezenharen, dus ik klop hem stevig uit. Plastic microvezels stuiven in het rond. Ze komen in mijn longen en nestelen zich misschien wel in het longweefsel. Met viezigheid en al, want die trui is niet brandschoon. Blij dat ik geen astma heb.

Tijd voor een stormachtige ochtendwandeling door het park. In de vijver dobbert een leeg frietbakje. Ik vis het eruit en gooi het in de prullenpak. Sommige virussen en bacteriën voelen zich op plastic helemaal thuis, nog meer dan in de natuur. Ze zitten vast ook op de piepkleine plasticrestjes die op mijn vingertoppen zijn achtergebleven.

Even later worstel ik me door een ingewikkeld rapport. Ik kan me moeilijk concentreren. Is dat cafeïnegebrek of zit er inmiddels ook plastic in mijn brein? Ik spoel die laatste gedachte met een flinke slok cappuccino weg.

Mijn maag begint te rommelen. De biologische meergranencrackers, kaas en humus zijn hygiënisch in plastic verpakt. Mijn lunch is ongemerkt gekruid met piepkleine stukjes nanoplastic. Ze belanden in mijn darmen en wie weet wandelen ze via de darmwand verder naar mijn bloed en lymfestelsel. Dat lijkt me ongezond, maar misschien ben ik wel goed geconserveerd.

De middag is productief, ik typ op plastic toetsen, bel met mijn telefoon in plastic beschermhoesje, maak aantekeningen met een plastic pen. Dan is het tijd om mijn hoofd leeg te rennen. De soepele synthetische sportkleren laten minieme plasticdeeltjes achter op mijn huid, zo klein dat ze zich misschien wel in mijn cellen kunnen wurmen. Ik wijk uit voor een kersverse moeder met kinderwagen. Kreeg haar baby in de baarmoeder al plastic binnen, via de placenta en de navelstreng? Hij ziet er heel natuurlijk uit.

De hardloopkleren gaan meteen in de wasmachine en de droger, zodat er morgen een fris setje ligt. Zodra ik de deur van de droger opendoe, stoomt er weer een wolk microvezels in mijn longen.

Manlief roert ondertussen mosselen en vis door de paella. Die hebben van de plasticsoep in de oceaan gegeten. Het plastic heeft zich opgehoopt in hun vissenlijf en belandt nu ook in mij. Terwijl ik even later heerlijk lig te slapen, banen illegale micro- en nanoplastics zich mogelijk een weg door mijn lichaam. Als dat zo is, hoop ik maar dat het immuunsysteem ze oppakt en uitzet, net als andere ongewenste stoffen, maar het is niet zeker of dat met plastic goed werkt.

De volgende ochtend, zeven uur, begint een nieuwe plasticdag. Ik zal weer plastic inademen, eten en drinken. Vijftien onderzoekers gaan uitpluizen wat dat met mijn gezondheid doet. Dat is tegelijkertijd slecht en goed nieuws. Ik voel me kiplekker, maar voor de zekerheid ga ik vandaag nog op plasticdieet.

Renske Postma

Foto door Jeroen Gosse

 

Ambities van Plastic Soup Foundation en SodaStream ontmoeten elkaar op eiland Roatán

Het zijn geen standaard vakantiesouvenirs die Maria Westerbos heeft meegenomen uit Honduras. Een klein plastic olifantje zonder slurfje en een afgerukt beentje van een barbiepop – ooit babyroze geweest en vermoedelijk onderwerp van warme affectie. Nu een thuisloos en vies stuk plastic, zwartgeblakerd, besmeurd, bekrast en stinkend. Hoe lang deze speelgoedjes onderweg zijn geweest, en via welke route, vóórdat Maria ze van het strand van Roatán plukte? Only heaven knows. Nu liggen ze op haar bureau in Amsterdam, als stille getuigen van de plastic ramp die zich wereldwijd op zee en kustlijnen voltrekt.

EEN REIS MET EEN BEDOELING

De oprichter en directeur van de Plastic Soup Foundation is terug van een bezoek aan het Hondurese eiland Roatán, 8 kilometer breed en 60 kilometer lang. Ze was daar samen met SodaStream-ceo Daniel Birnbaum en de 150 hoogstgeplaatste managers van het concern uit 45 landen. Maria was keynote speaker en meegereisd als enige vertegenwoordiger van een ngo, samen met filmmaker Chris Jordan (‘Albatross’) en een internationaal gezelschap van een twintigtal influencers en journalisten.

Dat de volledige toplaag van het Israëlische bedrijf – dat apparaten verkoopt waarmee je van kraanwater in een oogwenk bubbeltjeswater kunt maken – uitgerekend naar dit tropische eiland is gevlogen, was niet zonder reden. “Daniel had er een duidelijke bedoeling mee, hij wil dat zijn bedrijf een grote ommezwaai gaat maken, weg van het wegwerpplastic”, zegt Maria. “Dat was ook de reden dat ik op deze uitnodiging inging. Als zo’n groot bedrijf een ingrijpende koerswijziging ondergaat, dan is het nuttig dat al je managers begrijpen waarom. Hij wilde ze confronteren met alle plastic troep die elke dag op zo’n afgelegen eilandje aanspoelt. Hij wilde samen met ze opruimen en dat hebben we dan ook gedaan, samen met lokale schoolkinderen. We zijn een paar dagen op rij tussen 5 en 6 uur ’s ochtends opgestaan, dan was het nog redelijk te doen qua temperatuur. Om 10 uur ’s ochtends was het al 45 graden.”

Er was geen houden aan, het plastic bleef maar komen. Grote herkenbare plastic voorwerpen zoals een ventilator en de borstel van een bezem, maar ook flipflops, poppen, flessen, blikjes en vooral ontelbare, veelkleurige plastic deeltjes die met de hand niet meer op te ruimen zijn. In de folders mag Roatán nog als Paradise Island te boek staan, het eiland zucht nu vooral onder afval.

“Er is helemaal geen waste management op het eiland, niks. Ik zag voetbalvelden met overal afval, waar kinderen omheen voetbalden. Ik zag hopen afval in achtertuintjes van huizen liggen, waar het wordt gedumpt en waar het af en toe in de fik wordt gezet. Je ziet de sporen van branden. Mensen gooien het zo neer, want er is niets geregeld. Waar je ook kijkt, zie je afval. Alleen bij de huizen van de superrijken zie je dat er is opgeruimd. Maar ook dat afval gaat op grote hopen langs de kustlijn en wordt vroeg of laat door de zee meegenomen. Die aanblik van al dat afval kwam enorm bij me binnen. Ik dacht: als het zó toegaat op al die eilandjes in de wereld die geen waste management hebben, al dat afval dat geen kant op kan, dan stikken deze paradijsjes letterlijk in de troep en plasticsoep. En daar komt dan nog eens al het aanlandige afval bij dat op de kusten komt aanwaaien en aanspoelen vanuit god-weet-waar. Ik werd er heel verdrietig van. En ook strijdbaar, zo werkt dat bij mij. Op elk niveau moeten veel meer mensen wereldwijd besmet raken, hun hakken in de plasticsoep zetten en zeggen: tot hier en niet verder.”

PLASTIC TE VERVUILD VOOR RECYCLING

Het eiland is volledig omsloten door water en krijgt het afval inderdaad cadeau uit alle windrichtingen, uit het hele Caraïbisch gebied, van Guatemala, Belize en Mexico in het westen en vanuit Cuba en Haïti in het noordoosten. “Alle rioleringen gaan rechtstreeks het water in. Ik zakte op een gegeven moment tot halverwege mijn kuiten in de poep en plasticsoep weg. Oh Maria, dacht ik, toen ik op mijn slippers door ploeterde: daar kun je gemakkelijk infecties van krijgen. Als dit ons voorland is, als alle bounty islands er zo uitzien of binnen afzienbare termijn er zo gaan uitzien, dan zijn zowel de mens als de oceaan in groot gevaar. Ik heb de plasticsoep eerder zien aanspoelen op Hawaii en op het strand in Vietnam, zien drijven in de morsdode Bagmati River in Kathmandu hoog in de Himalaya, maar om zo’n klein leefgebied midden in de oceaan of zoals hier in de Caraïbische Zee te zien bezwijken onder plastic trash, dat is om te huilen.”

“Het is daarom heel erg interessant om te zien hoe SodaStream haar managers omsmeedt tot een leger van plastic fighters. Ja, dat stond op de T-shirts die ze allemaal droegen. Ik vond het een bijzondere ervaring te zien hoeveel serieuze toewijding er is. De ambities liggen hoog. Ik hoorde Daniel Birnbaum op de slotavond zeggen dat ze 95 procent van de plasticsoep willen gaan opruimen.”

SodaStream onthulde en testte op Roatán namelijk ook de zogeheten Holy Turtle, een drijvend systeem voortgetrokken tussen twee boten dat plastic uit de zee moet filteren. “Zelfs als het werkt, zit je met het probleem: waar moet het afval heen nadat je het uit het water hebt gehaald? Als er in de buurt geen waste management systeem is, dan moet je het afvoeren naar het vasteland. Recyclen is geen optie: veel plastic uit zee is zo vervuild dat maar een fractie ervan herbruikbaar is. Het is een complex probleem, het is allemaal niet zo gemakkelijk. Maar de bedoeling is waanzinnig. Daniel is besmet geraakt met hetzelfde virus als waarmee ik tien jaar geleden ben besmet – en vele anderen gelukkig.”

‘JE MOET HET ZELF ZÍEN’

Wat voor de SodaStream-topman de doorslag gaf? “Hij vertelde me dat hij veel video’s en foto’s van de plastic ellende op stranden had gezien. Vervolgens was hij enkele maanden geleden zelf naar het eiland gevlogen om te gaan kijken. Het is natuurlijk niet niks om 200 mensen naar zo’n afgelegen eiland te laten vliegen en er zo’n resort af te huren. Reken maar uit wat dat kost. Maar als je daarmee dat virus kunt overbrengen naar je managers en hen kunt uitleggen waarom je denkt dat hún bedrijf verantwoordelijkheid moet nemen, dan is het vreselijk effectief. Je moet het zelf zíen! Sommige bedrijven gaan plastic vissen in de grachten van Amsterdam, ook goed. Maar veel meer bedrijven zouden zulke reizen moeten maken, denk ik, zoals SodaStream heeft gedaan. Zoals Bernice Notenboom met captains of industry naar de smeltende Noordpool gaat, daar kun je het mee vergelijken. Ik zou iets soortgelijks ook graag doen, om ceo’s het te laten zien. Wat we samen allemaal aanrichten. We zijn als enige dier ter wereld in staat ons eigen nest dodelijk te vervuilen.”

“Daniel en ik delen die waanzinnige ambitie om het plastic op te ruimen en het probleem op te lossen. Om de wereld te redden! Maar als je die ambitie hebt, dan komen gaandeweg ook teleurstellingen. Als SodaStream het meent om structureel met ons samen te werken, als je verschil wilt maken, dan begint dat altijd bij jezelf. Je moet naar de aanpak bij de bron. Dus daarom zeg ik: SodaStream, ga zelf op plastic dieet. Verlaag je Plastic Mass Index: je PMI. Wij kunnen daarbij helpen. Maak een plan: haal het plastic uit je verpakkingen, haal het plastic om je verpakkingen weg, vervang binnen nu en een paar jaar al je plastic flessen. Ja, nu hebben ze nog glas én plastic flessen die consumenten kunt hervullen. SodaStream zal dus op termijn van die plastic fles af moeten. De doppen zijn ook nog van plastic. Als je Plastic Fighter wilt zijn, moet je zelf op plastic dieet. En je klanten ook. Eigenlijk moeten we allemaal op een plastic dieet! Aan dat concept hebben we in 2018 hard gewerkt.”

‘WIJ GAAN OP PLASTIC DIEET, JIJ OOK’

SodaStream heeft de Plastic Soup Foundation genereus 10.000 dollar gedoneerd. “Dat is voor ons heel belangrijk. Dat gaan we in de webapplicatie van een plastic dieet voor consumenten stoppen om het verliezen van ‘plastic weight’ leuk en aantrekkelijk te maken. We integreren het dieet daarna ook in een app, die bijhoudt waar je bent gebleven, zodat je nooit kunt terugvallen. Daar zie ik een mooie samenwerking in het verschiet liggen. Dat we samen campagne gaan voeren op het plastic dieet. Dan zegt SodaStream tegen haar klanten wereldwijd: ‘Wij gaan op plastic dieet, jij ook! En gebruik deze app.’ Met zo’n boodschap kun je heel veel mensen in de wereld bereiken. Dat is een unieke propositie, dan ga je je onderscheiden.”

In hoeverre de onlangs aangekondigde miljardenovername van SodaStream door PepsiCo invloed heeft op de plasticvrije ambities van het Israëlische concern, zal moeten blijken. Maria ziet wel kansen. “De ceo van PepsiCo kwam ook langs op het eiland, toen we er waren. Ik heb de indruk dat Pepsi wel iets wil. Maar als je kijkt naar de gegevens van World Cleanup Day wereldwijd, dan staan ze toch vrolijk naast Coca-Cola. PepsiCo is een van de grootste vervuilers. Het is natuurlijk een mammoettanker en het is bijzonder lastig om zo’n groot bedrijf van koers te laten veranderen. Daarmee vergeleken is SodaStream een speedboot. SodaStream mag onafhankelijk blijven, is de afspraak en de intentie. Misschien dat SodaStream het goede voorbeeld kan geven en dat PepsiCo daarin meegaat en gaat onderzoeken wat ze kan doen om de kraan van single-use plastics dicht te draaien. Wat zou dat fantastisch zijn.”

PSF in NRC: Gezondheid in het geding, Plastic Dieet onontkoombaar

Amsterdam, 23 juni 2018 –  De Plastic Soup Foundation roept de Nederlandse regering op om het Plastic Dieet actief voor te gaan schrijven. De plastic tsunami die onze planeet en onze gezondheid bedreigt, moet pro-actief beteugeld worden, aldus Maria Westerbos, directeur en oprichter van de Plastic Soup Foundation vandaag in een opinieartikel in NRC.

“We zadelen toekomstige generaties op met een gigantisch probleem, dat gepaard gaat met een hoge prijs voor onze gezondheid, zolang we blijven bagatelliseren, aarzelen en slechts mondjesmaat iets ondernemen. Op basis van het voorzorgprincipe mag niet langer gewacht worden om te handelen. De politiek moet onderkennen dat plastic in het milieu een ongewenste emissie is, dat er normen voor plasticvervuiling moeten komen, en dat het gebruik van plastic drastisch moet worden gereduceerd. Te lang hebben we in het sprookje van de kunststofkringloop geloofd: dat we van plastic producten oneindig vaak nieuw plastic kunnen blijven maken als we het maar zouden inleveren en recyclen.”

Het opinieartikel volgt op een reeks van artikelen die de krant de afgelopen week publiceerde over verschillende aspecten van het plasticprobleem. Westerbos: “Uit wetenschappelijke hoek zijn veel aanwijzingen hoe schadelijk plastic is voor de gezondheid. De plasticindustrie en de verpakkingsindustrie kwamen tot dusver uit zichzelf nauwelijks in beweging. Hun verdienmodel is er immers op gericht om tegen lage kosten ongelimiteerd plastic te blijven produceren. Daarom moet de overheid het Plastic Dieet voorschrijven; om af te kicken van onze plasticverslaving, maar vooral ook uit lijfsbehoud.”

De Plastic Soup Foundation is eerder deze maand de campagne Plastic Diet gestart, dat zich richt op schadelijke effecten van plastic op de gezondheid.

Lees hier het artikel online en bekijk hier onze health campagne.