CBL flest statiegelddiscussie


Amsterdam, 29 november 2017 – Morgen vindt het Rondetafelgesprek in de Tweede Kamer plaats over de aanpak van zwerfafval. De vraag of statiegeld uitgebreid moet worden naar kleine flesjes en blikjes staat torenhoog op de agenda. Naar aanleiding van een petitie van Plastic Soup Surfer Merijn Tinga heeft het kabinet afgelopen februari de doelstelling omarmd om binnen drie jaar 90% van de kleine plastic flesjes uit het zwerfafval te halen. Inmiddels hebben 21 Vlaamse en Nederlandse organisaties zich verenigd in de Statiegeldalliantie. De partners, waaronder Plastic Soup Foundation, roepen de Vlaamse en Nederlandse regering op om volgend jaar op alle PET-flessen en alle blikjes statiegeld in te voeren.

Een paar maanden geleden verscheen het rapport van onderzoeksbureau CE (Kosten en effecten van statiegeld op kleine flesjes en blikjes), geschreven in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. CE concludeert onder andere dat door statiegeld de hoeveelheid blikjes en flesjes in het milieu tussen de 70 en 90% afneemt. Het rapport laat verder zien dat uitbreiding van statiegeld leidt tot kostenbesparing en past binnen de filosofie van de circulaire economie.

Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), waarin de supermarkten zich verenigd hebben, wil de transitie naar statiegeld coûte que coûte tegenhouden. CBL claimt in een schriftelijke inbreng voor het Rondetafelgesprek dat er veel hogere kosten gemoeid zijn dan CE berekende en dat kleine PET-flesjes en blikjes slechts 9% van het zwerfafval vertegenwoordigen. De geringe milieuwinst zou derhalve niet opwegen tegen “de hoge extra lasten voor de winkels”.

Het CBL neemt afstand van het CE-rapport omdat het onvoldoende onderbouwd zou zijn. Ondertussen heeft het CBL de aangehaalde 9% wel aan dat rapport ontleend (p. 47). Het CBL doet hier alsof flesjes en blikjes met 9% geen substantieel deel uitmaken van het zwerfafval, maar vergeet gemakshalve te melden:

  • dat het percentage aantallen uitdrukt en geen volume (volgens een in 2015 door Milieu Centraal in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd rapport, kom je in termen van volume uit op 40%)
  • dat het om miljoenen drankverpakkingen gaat, omdat er jaarlijks 50-100 miljoen plastic flesjes en 100-160 miljoen blikjes in het zwerfafval komen
  • dat de 9% is gebaseerd op metingen volgens het Monitoringsprotocol Zwerfafval en dat er zware kritiek is op die methode, die bovendien ontwikkeld is door NederlandSchoon, de uitvoeringsorganisatie van het Afvalfonds, waar bedrijven die zich tegen statiegeld verzetten de dienst uitmaken.

Het ligt bovendien nog vers in het geheugen dat het CBL een van de opdrachtgevers was van een door Wageningen Universiteit geschreven rapport over de kosten van het statiegeldsysteem. Daarover oordeelde dagblad Trouw dat het onzorgvuldig was en zelfs dat de conclusie (“kosten statiegeld zijn onaanvaardbaar hoog”) gestuurd was. Gevalletje van wiens brood men eet, diens woord men spreekt? Uiteindelijk werd dit oordeel niet gegrond verklaard door het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) dat wel weer oordeelde dat de Universiteit van Wageningen verwijtbaar onzorgvuldig had gehandeld door in de rapportage niet de opdrachtgevers en externe financiers, waaronder het CBL, te noemen.