Textielsector negeert probleem van plastic microvezels

Amsterdam, 9 januari 2018 – Je ziet ze niet, maar vezels afkomstig van synthetische kleding zijn overal. Ze zitten in het water en zweven in de lucht. We ademen ze in en ze dwarrelen neer op het land. Een tweeluik in De Groene Amsterdammer maakte vorig jaar niet alleen inzichtelijk dat zich een ecologische ramp voltrekt, maar ook dat er niets wordt gedaan om deze ramp tegen te gaan.

Twee conclusies worden door de journalist Marieke Sjerps getrokken in de artikelen die op 24 oktober en op 5 december verschenen. De kledingindustrie slaat zich graag op de borst wanneer het om duurzaamheid gaat, maar op dit onderwerp houdt ze zich muisstil. Het probleem van de microvezels heeft geen enkele prioriteit binnen de sector. De tweede conclusie is dat de overheid niet ingrijpt en initiatieven liever over laat aan de markt.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) schreef afgelopen zomer aan de Tweede Kamer “Ik ga nu eerst verkennen met de textielbranche welke innovatieve oplossingen zij ziet om de emissies van vezels naar het water te voorkomen en om nadere afspraken hierover te maken”. Zij verwees in dit verband naar het Platform Circulair Textiel. Dit platform van bedrijven heeft als doel om de ontwikkeling van circulaire economie in de kleding- en textielsector te bevorderen en publiceerde de Roadmap Circulair Textiel.

Heeft de sector al nagedacht over het tegengaan van plastic microvezels die bij wassen en drogen van synthetisch textiel vrijkomen? Het gaat gemiddeld om negen miljoen vezels per wasbeurt van 5 kilo polyester was, bleek uit onderzoek dat eind 2017 in het wetenschappelijk tijdschrift Environmental Pollution verscheen. Ondanks een toenemend aantal wetenschappelijke onderzoeken die wijzen op de problemen van plastic microvezels negeert het Platform Circulair Textiel dit milieuprobleem volledig. Daarentegen wordt garen gemaakt van PET-flessen in de Roadmap als positief voorbeeld van circulair ontwerpen gepresenteerd. Alsof textiel van PET-flessen geen onwenselijk vezelverlies met zich meebrengt.

De kans dat de textielsector zelf met oplossingen komt, zoals de staatssecretaris wil, lijkt dus erg klein. Dit wordt bevestigd door een kleinschalig onderzoek dat studenten van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van de Plastic Soup Foundation afgelopen najaar hebben uitgevoerd.

De duurzaamheidsmanagers van negen willekeurige bedrijven in de textielsector werden geïnterviewd en twee vragen stonden centraal: “Wat weten bedrijven in de textielsector over plastic microvezels?” en “Staan de bedrijven open voor oplossingen?”

Er bleek allereerst een onthutsend groot gebrek aan kennis. Van de geïnterviewde bedrijven was een derde niet eens op de hoogte van het probleem van de plastic microvezels. En het kon ook geen groot probleem zijn, “omdat klanten er nooit vragen over stellen”. De bedrijven geloven verder niet, dat de sector zelfregulerend zal kunnen optreden. Het enige dat zou helpen, is dat de overheid spelregels bepaalt waaraan alle bedrijven zich moeten houden. “Richtlijnen vanuit de sector zijn niet effectief”, aldus een van de duurzaamheidsmanagers. Ook stelden de studenten vast dat er geen enkele economische prikkel bestaat voor bedrijven om het probleem op te lossingen. De studenten noemden hun onderzoek treffend “Plastic microvezels. De Achilleshiel van de Circulaire Economie.”

Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation: “Overheid en textielbedrijven wijzen naar elkaar, maar kijken vooral weg van dit probleem. Daar moet snel verandering in komen. Wij zijn al enkele jaren geleden met de campagne Ocean Clean Wash gestart en nodigen textielbedrijven uit de hele keten uit zich daarbij aan te sluiten. Begin februari maken we bovendien nieuwe testresultaten van een aantal grote merken bekend; hoeveel vezels verliest hun kleding, maar maken we ook enkele oplossingen wereldkundig. Ik ga natuurlijk graag bij de Staatssecretaris op bezoek om deze baanbrekende innovaties nu al te bespreken.”

 

Lees ook – Waste2Wear maskeert probleem microvezels.